Kennis versus mysterie

We leven in interessante tijden. De kennis die de mensheid bezit is groter dan ooit en neemt elke dag toe. Dit is een erg mooie bijkomstigheid van leven in 2011. Op veel vragen is een antwoord geformuleerd (of dat correct is, is een tweede, maar er is in ieder geval een vertrekpunt).

Stel bijvoorbeeld, ik wil weten wanneer het universum is ontstaan, en een blik op Wikipedia vertelt mij dat dit omstreeks 13,7 miljard jaar geleden gebeurd is. En wat was er daarvoor dan? Niets? Wat is in godsnaam ‘niets’? Volgens de wetenschap was er voor de oerknal een singulariteit, één punt waar alles in was samengedrukt. Oneindige compactheid.

Wanneer ontstond onze planeet dan, ten tijden van The Big Bang? Nee, dat gebeurde slechts 4,5 miljard jaar geleden. In de begintijd van het universum waren veel sterren nog groter dan nu. Eigenschappen van zulke grote sterren is dat ze een veel kortere levensduur hebben en exploderen als ze aan het einde van hun leven komen. De kern van zulke grote sterren, bestaande uit metaal (ijzer), wordt dan door zo’n supernova explosie als een gaswolk het universum ingeblazen. Op plekken waar deze gaswolken door zwaartekracht samengetrokken worden, ontstaan zo nieuwe sterren zoals onze zon. En van de overgebleven materialen ontstaan planeten die rond de ster draaien, zoals de aarde. De metalen die door de exploderende superster weg zijn geblazen, zijn dus ook op onze planeet terecht gekomen. Als je dus een metalen brug ziet, is die gemaakt van de restanten van een oude ster. Ook het ijzer in je eigen bloed en de koolstof in je cellen is gemaakt van sterrenstof.

Oneindig fascinerende gedachten. Echter, kleeft er niet ook een nadeel aan deze kennis? De Egyptenaren aanbeden de zon als een god, mensen dachten tot kort geleden dat de wereld plat was, en sterrenkunde was omgeven door mysterie in de tijd voor Einstein, die de wetten van de natuurkunde op zijn kop zette, maar zó veel heeft verklaard dat wetenschappers sindsdien alleen nog maar voort bouwen op zijn theorieën en wetten. Is mysterie niet wat ons passie geeft en ons drijft in onze levens? De zoektocht naar antwoorden die nooit eindigt?

Wellicht zit er in het voorgestelde dilemma wel een dualiteit die helemaal niet nodig is. Waarom zouden kennis en mysterie niet gewoon naast elkaar kunnen bestaan? We weten echt niet álles en kunnen nog altijd in de nachthemel staren en ons afvragen wat de toekomst ons zal brengen. Wat gebeurt er na de dood? Bestaan er wormgaten waarmee we wellicht stiekem stukken kunnen afsnijden in het onvoorstelbaar grote universum? Wat is de aard van ons bewustzijn?

We weten het niet met zekerheid en dus blijft het mysterie voortbestaan. Daarnaast kunnen we lekker genieten van alle kennis die anderen voor ons vergaren en vergaard hebben. Het zit in de natuur van de mens om alles te willen weten, maar alles weten is een illusie, want we weten niet eens hoeveel we niet weten. Aan leven met kennis én mysterie kan dus nooit een einde komen.

Een korte samenvatting van een korte geschiedenis van bijna alles

Er zijn boeken die de kracht hebben om je kijk op het leven compleet te veranderen. ‘Een korte geschiedenis van bijna alles’ (Bill Bryson, 2003) is zo’n boek. Ik zal na het uitlezen ervan nooit meer hetzelfde aankijken tegen het onbeduidende rotsblokje de aarde en het leven erop.

Met de intrigerende titel belooft Bryson niks teveel. Hij begint letterlijk met het begin van alles 13,7 miljard jaar geleden; de oerknal, wat natuurlijk geen knal was, maar het plotseling snel uitdijende universum en het vormen van sterrenstelsels en ons eigen zonnestelsel. Bryson eindigt met het ontstaan het de huidige heersende soort, de mens, waarover verassend genoeg heel weinig bekend is. Tussen begin en eind bespreekt hij tal van interessante topics, van geografie en oceanologie tot aan atoomwetenschap en biologie.

De kracht van het boek is de toegankelijke manier waarop Bryson schrijft over razend complexe, maar tegelijkertijd enorm interessante onderwerpen. Alleen al de research die hij heeft gedaan om tot dit non-fictie meesterwerk te komen is lovenswaardig. Eveneens geweldig zijn de enorme aantallen interessante en werkelijk bizarre feiten die hij in het boek presenteert. Zo is bijvoorbeeld onze eigen maan ontstaan uit de aardkorst van onze eigen planeet. Dat is gebeurd toen ten tijde van het ontstaan van de aarde een object zo groot als Mars (!) in de aarde insloeg. Dit is er slechts één van vele.

Bryson vertelt over de topics aan de hand van de wetenschappers die ze ontdekten. Bekende namen komen aan bod, zoals Einstein (boeiend om eindelijk zijn theorieën enigszins te begrijpen) en Darwin. Ook vermakelijk, maar ook oprecht eng, zijn de vele rampen die Bryson beschrijft die de aarde hebben getroffen in het verleden en dat opnieuw zullen doen; virussen, supervulkanen, aardbevingen en aanvaringen met meteorieten. We leven op een gevaarlijke planeet; om de miljoen jaar slaat er bijvoorbeeld een meteoriet op aarde in, zoals diegene die 65 miljoen jaar geleden de dinosaurussen de doodsklap heeft gegeven.

Kortom, een oneindig fascinerend boek, dat je kennis van onze planeet en universum een flink stuk zal vergroten. Waarschijnlijk zul je het leven ook nog meer appreciëren. De onwaarschijnlijkheid van ons bestaan, maakt Bryson op komische manier duidelijk.