Not Quite Hollywood

Director: Mark Hartley
Written by: Mark Hartley
Features: Dan Burstall, Bob Ellis, Dennis Hopper, Russell Mulcahy

Year / Country: 2008, Australia / USA
Running Time: 99 mins.

The title Not Quite Hollywood is not a misnomer. The exploitation pictures that have been coming out of Australia since the early seventies are characterized by sleazy sex and cheap violence. This delicious story of OZploitation explores the realms of Australian B-cinema through interviews with key players from the industry as well as fans and critics like Quentin Tarantino.

Not Quite Hollywood is basically told in three segments; sex, horror and car movies. The first genre took off in the seventies when new freedoms were won and the strong censorship was cut down. Besides sex, sex, sex, this segment also treats some of the more commercial Australian export successes such as Stork and the Barry McKenzie movies, prime examples of bad taste. The films that came out in this time are placed in a cultural context. As one of the interviewees describes it: The movies were not about who Australians really were, but how they wanted the outside world to think they were.

The second part focuses mostly on horror films. Apart from absolute rubbish, some very competent horror films were made in Ozzy. The slasher Patrick was such a huge success that the Italians even made an unauthorized sequel called Patrick Vive Ancora. The final chapter is all about car movies such as the famous Mad Max, a genre the Australians do very well.

This film is the perfect pick for a beer night with your mates. The upbeat and often hilarious documentary not only entertains, but also provides many ideas for fun exploitation flicks to (re-)watch later on. If the whole Ozzy slang is unknown to you, subtitles are recommended.

Rating:

Biography: Mark Hartley has made Australian B-cinema his specialty. After directing several documentaries / making-offs on classic Australian cult movies, he made the ultimate documentary about OZploitation called Not Quite Hollywood. He is also Australia’s busiest music video maker, directing over 150 promos for local and international artists including Powderfinger, The Living End, Sophie Monk, The Cruel Sea and Joe Cocker.

Filmography (a selection): A Date with Destiny (1990, short) / Which Way Did They Go, Skip (2003, short doc) / Turkey Shoot: Blood and Thunder Memories (2003, short doc) / Meet the Team: The Making of ‘The Club’ (2003, short doc) / ‘Fantasm’ Penetrated (2004, short doc) / Puttin’ on the Show: The Making of ‘Starstruck’ (2004, short doc) / A Dream Within a Dream: The Making of ‘Picnic at Hanging Rock’ (2004, doc) / Crashing the Party: The Making of ‘Don’s Party’ (2005, doc) / Thrills and Nuclear Spills: The Making of ‘The Chain Reaction’ (2005, short doc) / Jaws on Trotters: The Making of ‘Razorback’ (2005, doc) / The Adventures of Bazza in Chunderland: The Making of ‘The Adventures of Barry McKenzie’ (2007, doc) / Not Quite Hollywood (2008, doc).

Once Upon a Time in Hollywood (het boek)

The first novel by Quentin Tarantino….

Jawel, van zijn unieke ode aan het Hollywood uit zijn jeugd heeft QT nu een boek gemaakt. En dat medium heeft zijn voordelen, ervaart de debuterende romanschrijver. In een boek kun je veel meer informatie stoppen dan in een film. Zo leren we in het eerste hoofdstuk – de afspraak tussen acteur Rick Dalton (Leonardo DiCaprio in de film) en de speciale agent Marvin Schwarz (Al Pacino in de film) – de hele carrière van Rick kennen.

Rick barst in tranen uit in het kantoor van Schwarz omdat hij zich een ‘has been’ voelt. Hij heeft het zelf verkloot. In seizoen 3 van Bounty Law gedroeg hij zich onuitstaanbaar en maakte hij een hoop vijanden. Daardoor is het vierde seizoen er nooit gekomen en is de filmcarrière die hij zo ambieerde ook in het slop geraakt. We leren hoe diep het incident met Steve McQueen hem zit. Dat hij de hoofdrol had kunnen spelen in The Great Escape, een rol die een A-lister van hem had gemaakt.

Voor Schwarz, een specialist in het casten van Amerikaans talent in Europese cinema, is het allemaal goed nieuws. McQueen kunnen de Italianen niet krijgen, maar wel: Rick Dalton. De show Bounty Law is bovendien in Europa uitgezonden net als verschillende (B-)films waar Dalton in heeft gezeten. Een herstart van zijn carrière ligt in het verschiet, kortom, maar hij zal zijn beeld van succes moeten bijstellen. En dat valt niet mee voor de bipolaire acteur die lijdt aan extreme stemmingswisselingen.

De onzekere Rick wordt getroost door zijn stunt double Cliff Booth (Brad Pitt in de film), een heel relaxed personage dat het leven neemt zoals het komt. In het boek leren we Cliff beter kennen dan in de film. Zo ontdekken we dat Cliff gefascineerd is door buitenlandse films. Op zondag gaat hij in zijn eentje naar buitenlandse films met ondertiteling: iets dat Rick (en overigens de meeste Amerikanen) nooit zouden doen. Tarantino wijdt een heel hoofdstuk aan Cliff’s filmsmaak. En zijn uitstekende smaak lijkt op de mijne: Kurosawa en Lone Wolf & Cub vindt hij te gek. Bij Truffaut en Fellini haakt hij af.

Vanzelfsprekend zit er net als in de film enorm veel humor. Neem deze laugh-out-loud passage: It was during the third season on Bounty Law (‘61 – ‘62) that Cliff Booth was brought in to double the series lead. Rick didn’t take Cliff right off. For one really good reason: Cliff was way too handsome to be a stuntman. Bounty Law was Rick’s pussy party. He didn’t need a swingin’ dick, who looked better in Rick’s costume than Rick did, horning in on all that ample tail.

Cliff blijkt ook een een man te zijn die nogal wat mensen om zeep heeft geholpen. Als oorlogsheld heeft hij meer confirmed Japanese kills op zijn naam staan dan welke Amerikaanse soldaat dan ook. Maar ook buiten het leger heeft hij gemoord. Twee gangsters, een vriend waarmee hij aan hondengevechten deelnam (daar heeft hij zijn hond Brandy vandaan die de hippies te grazen neemt in de film) en zijn vrouw. Die laatste schiet hij in tweeën met een harpoengeweer. In zijn verdediging; het was een verschrikkelijke bitch, Cliff had er meteen spijt van en hij heeft haar lichaam zeven uur lang bij elkaar gehouden voordat ze stierf.

Een ander personage dat meer aan bod komt is Charlie Manson. De sekteleider was in de film niet meer dan een edelfigurant. In het boek brengen we een aantal hoofdstukken door in het gezelschap van Manson en zijn familie. Alleen de verrassende wending uit de film, dat drie van zijn volgelingen per ongeluk het huis van Rick inlopen in plaats van dat van Sharon Tate, vindt middenin het boek plaats in plaats van aan het einde.

Met welke scène het boek dan wel eindigt zal ik hier niet verklappen. Maar wat we wel leren is dat het hippie-incident erg goed is voor de carrière van Rick. Hij wordt uitgenodigd in talkshows om te vertellen over hoe hij de vlammenwerper uit The 14 Fists of McCluskey heeft gebruikt om een hippie te toasten, en hij wordt weer volop gecast in films. Kortom, in het alternatieve Hollywood-universum dat Tarantino geschapen heeft komt het met Dalton, Booth én niet te vergeten Sharon Tate (Margot Robbie in de film) helemaal goed.

Dungeon Classics #13: Thursday

FilmDungeon’s Chief Editor JK sorts through the Dungeon’s DVD-collection to look for old cult favorites….

Thursday (1998, USA)

Director: Skip Woods
Cast: Thomas Jane, Aaron Eckhart, Paulina Porizkova
Running Time: 87 mins.

The past comes back to haunt suburban architect Casey (Jane) on what seems to be like a day from hell. While his wife is away, his old drug dealing pal Nick (Eckhart) comes by who leaves him with a suitcase. This later turns out to be chock full of heroin. Not long after, more criminals, crooked cops and a homicidal woman show up to make Casey’s life more miserable. Luckily for him, his old criminal instincts also return with a vengeance, so how the day will end is all but certain. Thursday got some critique for ripping off Tarantino, but missing the poetic touches of the master. At times, it does indeed feel a bit exploitative. However, it is also very entertaining and the cast is excellent. No, it is nowhere near Pulp Fiction, but as far as Tarantino-esque crime movies go, this one belongs to the best of the bunch as far as I’m concerned.

Le samouraï (1967, Review)

Directed by:
Jean-Pierre Melville

Written by:
Jean-Pierre Melville
Georges Pellegrin

Cast:
Alain Delon … Jef Costello
Francois Périer … Superintendent
Nathalie Delon … Jane Lagrange
Cathy Rosier … Valérie, The Pianist
Jacques Leroy … Man in the passageway
Michel Boisrond … Wiener
Robert Favart … Bartender
Jean-Pierre Posier … Olivier Rey
Catherine Jourdan … Hatcheck Girl
Roger Fradet … First Inspector

‘There is no greater solitude than that of the samurai. Unless it is that of the tiger in the jungle. Perhaps…’
– BUSHIDO (Book of the Samuraï)

As the above quote that opens Le samouraï indicates, this film revolves around a loner. Hired killer Jef Costello (Alain Delon) lives in a greyish apartment with a bird as his only company. As soon as he gets up from his sofa, he engages in a dangerous mission: a contract murder in a crowded nightclub. Many patrons spot him in his conspicuous outfit: a raincoat, a hat and white gloves, much like how the gangsters in old Hollywood movies dressed.

After the murder, the police start to round up the usual suspects including Costello. He turns out to be a professional however; the beautiful Jane provides him with a watertight alibi. There is something strange at work though. The nightclub’s pianist, who clearly had a good look at Jef, lies to the police and says it wasn’t him. The cops are forced to release him, but the superintendent doesn’t trust it and has him tailed. In the meantime, we meet Jef’s employers who are unhappy with the many eyeball witnesses and plan to have him removed.

Le samouraï is a very minimalist film with also a sense of avant garde in it. It reminds a lot of John Boorman’s Point Blank that was released in the same year. The story is deceivingly simple, but leaves much room for various interpretations. Rather than on storytelling, director Melville focuses on style and he does so in a brilliant fashion. This movie is just perfectly crafted. Every image, many just showing uber-cool protagonist Jef roaming around in Paris, is shot amazingly and serves a purpose as well. The colour pallet consists of solely cold colours.

Although inspired by American gangster flicks, Le samouraï is still very distinguishable due to Melville’s master’s touch. In turn, it has inspired many modern gangster authors including John Woo and Quentin Tarantino. The films from Woo – most notably A Better Tomorrow and The Killer – feature scenes almost literally lifted from Le samouraï.

The first viewing is a bit awkward because of the cold, distant tone. But multiple viewings are bound to reveal a lot of hidden substance in the multi-layered screenplay. Both critically and commercially this is considered as one of Melville’s greatest successes.

Quote:
OLIVER REY: ‘A wounded wolf. He’ll leave a trace now. No, we have to get rid of him and quick.’

Trivia:
This is Johnnie To’s favourite film.