Gecomputeerde wespenplaag

In augustus 2019 kwamen we terug van een weekje kamperen in Frankrijk. Rosa zei: “Ik moet plassen, super nodig”. We renden naar de voordeur en ik haalde de sleutel uit mijn zak. Onze wc zit direct in het halletje waar de voordeur uitkomt. Ik maakte de deur open en Rosa deed de wc-deur open. “Papa”, zei ze. “Kijk.” Ik keek. Er was iets met de WC, maar het drong niet tot me door wat het was. Er lagen zwarte dingen op de grond, maar ik zag niet wat het waren. Het duurde een goede drie seconde voordat ik me realiseerde dat het wespen waren. De hele WC zat er vol mee. Op het raam zaten hele zwermen. Verder lagen er dode wespen op de grond, in de pot, kropen er wespen over de muur, de wc-rol, de vloer, et cetera.

We zijn realiteitsmachines. Het waarnemen van dit tafereel gebeurt door mijn geest. Het vond niet gewoon plaats; het incident oversteeg ruimte en tijd. Het was niet zo dat de wespen er al waren, en ik ze waarnam. Ik creëerde de wespen in mijn geest. Omdat het zo’n ongewoon tafereel was duurde het een paar seconden voordat hetgeen dat mijn geest computeerde tot mijn bewustzijn doordrong. Maar dit werkt hetzelfde bij alles wat we waarnemen. Ik creëerde de wespen, net zoals dat de wespen mij creëerden in een of andere vorm.

LEES OOK: De oorsprong van ons bewustzijn

What ‘Jacob’s Ladder’ Teaches Us About Reality

Jacob’s Ladder (1990, Adrian Lyne) – a haunting exploration of reality and death – opens with a brutal ambush of American soldiers in Vietnam. Jacob Singer (Tim Robbins) is among them, but his fate in the attack is left unresolved.

Years later, Jacob is back in New York City, living with his girlfriend Jezzie (Elizabeth Peña). We learn he is divorced, has two children, and is still grieving the death of his third child, Gabe (an uncredited role by Macaulay Culkin).

It soon becomes obvious that something is wrong with Jacob’s reality. He is haunted by ghost-like entities, sees a tentacle protruding from a sleeping homeless person, and at the Veterans Office there is no military record of his service in Vietnam. Then, inexplicably, he is suddenly back with his ex-wife and children as if no time has passed.

At a friend’s party, a psychic delivers a chilling revelation: Jacob is already dead. Could this be the key to understanding his torment? The film’s script, penned by Bruce Joel Rubin (known for Ghost, 1990), delves into the mysteries of existence beyond our own.

Read the entire article on Free-Consciousness.com

In Closing

I’d like to say: I deeply love film; I love catching ideas; and I love to meditate. I love enlivening unity. And I think the enlivening of unity brings a better and better life. Maybe enlightenment is far away, but it’s said that when you walk toward the light, with every step, things get brighter. Every day, for me, gets better and better. And I believe that enliveling unity in the world will bring peace on earth. So I say: Peace to all of you.

May everyone be happy. May everyone be free of disease. May auspiciousness be seen everywhere. May suffering belong to no one.

Peace.

R.I.P. David Lynch (1946 – 2025)

(Text from Catching the Big Fish, 2006)

Het ervaren van niet-fysieke realiteit

Ik dreef in een wilde rivier met in mijn buurt ook andere drijvers. Geen idee hoe ik hier terecht was gekomen, wat natuurlijk heel vaak het geval is in dromen. Tijdens het drijven – wat ik als extreem prettig ervoer – besefte ik me dat dit drijven voor een lange tijd (om precies te zijn één jaar) mijn realiteit zou zijn. Het was een soort pauze van de worstelingen van het dagelijkse bestaan. Of een beloning! Puur drijven langs de kolkende rivier, uitsluitend plezierige sensaties belevend, af en toe de kick van een val van een waterval of rotswand, maar hoofdzakelijk puur ontspannen. Gewoon ‘zijn’ in het hier en nu. Ik had in deze droomstaat wel een lichaam. Maar het was op geen enkele manier een belemmering, zoals het lichaam in het dagelijks leven soms iets kan zijn wat je met je mee moet zeulen. Mijn lichaam was oneindig licht en flexibel. Wat ik ervoer in deze toestand was de niet-fysieke realiteit, zoals hij vaak is beschreven door mensen die een bijna-dood-ervaring hebben meegemaakt. Er waren nog steeds fysieke elementen, zoals het water, de rotsen, en het fysieke lichaam, maar ze hadden hun vastheid verloren. Alles veranderde razendsnel; het stromen van mijn eigen geest was het enige continue in deze toestand.

De verklaring voor waarom we dromen wordt vaak gezocht in het functioneren van de hersenen. Misschien is de verklaring veel simpeler. Dromen is gewoon wat onze geesten voortdurend doen, of we nou wel of niet wakker zijn en interacteren met de fysieke wereld. Een nachtelijke droom vindt plaats in de niet-fysieke realiteit waar we allemaal vandaan komen. Wanneer je wakker wordt, triggert je geest vrijwel direct de fysieke omgeving om je heen zodat alles weer vast lijkt te zijn. Onderliggend is het niet vast. De dromer begrijpt dat. Maar de wakkere persoon (die eigenlijk nog steeds droomt, maar dat niet doorheeft) gelooft dat de solide wereld de ultieme realiteit is terwijl het in werkelijkheid slechts een subdomein is van een veel grotere realiteit. Dromen zijn net zo echt als de wakkere staat. Misschien wel echter omdat puur bewustzijn fundamenteel is en de fysieke wereld niet. Bovendien is het een illusie dat de fysieke wereld echt fysiek is. Wanneer je iets aanraakt, ervaar je slechts energievelden die elkaar afstoten. In een atoom zit zoveel lege ruimte dat wanneer je al het vaste spul van alle atomen van de aarde samenperst, je niet meer dan een knikker overhoudt. De fysieke wereld lijkt alleen fysiek in de beleving van de dromer.

Meer weten over de realiteit als droomtoestand? Bezoek mijn nieuwe website Free-Consciousness.