Bezwaren tegen nondualiteit

In mijn zoektocht naar de ware aard van de realiteit, die goed en wel begon met het lezen van Biocentrism in 2017, ben ik vele filosofische stromingen tegengekomen. Daarvan ben ik vooral gegrepen door het idealisme dat stelt dat de wereld in bewustzijn is in plaats van bewustzijn in de wereld.

Idealisme is een variant van het Oosterse Advaita Vedanta, dat ook wel nondualiteit wordt genoemd. Alles is één bewustzijn volgens deze filosofische stroming. Alsof de wereld een droom van God is. Het centrale idee is dat ‘het ene’ (dat we kosmisch bewustzijn noemen om er maar een woord aan te geven) dualiteit creëert om ervaringen te kunnen beleven. Die dualiteit maakt ervaringen mogelijk, zoals licht versus donker, blij versus verdrietig en rationeel versus emotioneel.

Het ‘ik’ is een illusie volgens Advaita. Evenals individuele vrije wil. We worden allemaal bestuurd door het ene bewustzijn. In de podcast Praten over bewustzijn, leggen nondualisten Paul Smit (cabaretier) en Patrick Kicken (radio-DJ) uit wat hun filosofie betekent voor het alledaagse leven. Het is ‘lichter’ geworden, vertellen ze. Ze hoeven ook geen keuzes meer te maken, want die worden voor ze gemaakt. Ook veroordelen ze niemand, want ‘alles is precies zoals het moet zijn’. Zelfs genocide, IS en Adolf Hitler.

Lijden ontstaat wanneer het stemmetje in je hoofd (je ego) zegt dat dingen eigenlijk anders moeten zijn dan ze zijn. Je zou rijker moeten zijn, of succesvoller, of gezonder. Hoe serieuzer je het stemmetje neemt (de Mart Smeets in je hoofd), hoe meer pijn je zult ervaren wanneer de dingen anders lopen.

De bezwaren

Eerst wil ik zeggen dat de inzichten die ik uit nondualiteit heb gekregen super waardevol voor me zijn. Ik beschouw het leven als een soort droom, waarin wij – voor in ieder geval een groot deel – geleefd worden. Als de golven in een oceaan. Op een aantal punten wijkt mijn visie echter af.

Ten eerste de veronderstelling dat het bewustzijn ‘alles wil ervaren’. Dat is antropomorfisch denken. Wij, simpele menswezens, kunnen niet weten wat het alomvattende ‘wil’. Wel kunnen we er vrij zeker van zijn dat de wil van ‘het’ in niks lijkt op wat wij mensen willen. Het is immers geen mens.

Kicken zegt in de podcast een aantal keren het volgende: “Je wordt geboren, daar heb je niks over te zeggen. En je gaat dood. Ook daar heb je niks over te vertellen. Waarom zou je dan over alles daartussen wel wat te zeggen hebben?” De radio-DJ ziet geen verschil tussen een mens en, zeg, een bloem die opkomt en bloeit en verdort en over dit hele proces niks in de pap te brokkelen heeft.

Het probleem hier, filosofisch gezien, is dat je alle vormen van egobewustzijn over dezelfde kam scheert. We weten uit ervaring dat de mate van scherpte van bewustzijn enorm kan verschillen. Van hyperfocus tot bijna-zombiestaat. Een baby kun je inderdaad vergelijken met een bloem. Alles gebeurt vanzelf. De baby neemt geen enkele bewuste beslissing. Maar is dat echt hetzelfde voor een volwassen mens?

Vrije wil is nogal een verkeerde benaming voor het fenomeen dat het beschrijft. Je ‘wil’ kies je niet. Je kunt niet besluiten te willen drinken, plassen of seksen. Waar je wel wat over te zeggen hebt is hoe je besluit te reageren. Bijvoorbeeld, je arriveert ‘s ochtends op je werk en een collega loopt straal langs je heen zonder goedemorgen te zeggen. Je voelt woede opkomen. Wat denkt hij wel niet? Je wil naar hem toegaan om verhaal te halen. Dan bedenk je dat hij misschien wel persoonlijke problemen heeft. Hij ziet er slecht uit de laatste tijd. Misschien is zijn vrouw wel ziek of zijn kind. Je woede zakt weg en je loopt naar hem toe om te vragen hoe het met hem gaat. Je hebt zojuist gebruik gemaakt van positieve intentie. En dat is waar vrije wil echt over gaat. Het kosmische bewustzijn beslist dit niet voor je. Als individuele eenheid bewustzijn heb je de vrijheid je eigen intentie te kiezen.

Wat vaak als wetenschappelijk bewijs wordt aangevoerd tegen het bestaan van vrije wil zijn de experimenten van Benjamin Libet. Hij plaatste elektroden op de schedels van proefpersonen en vroeg ze besluiten te nemen, bijvoorbeeld het indrukken van een knopje. Libet constateerde dat er een piek in hersenactiviteit zichtbaar is voordat de proefpersoon zich bewust werd van een beslissing. Dit noemde hij readiness potential. Conclusie van materialisten en ook nondualisten: vrije wil is een illusie.

Libet was het hier niet mee eens. Hij vroeg de proefpersonen namelijk ook om eerst te besluiten een knop in te drukken en vervolgens te besluiten dit niet te doen. Deze tweede beslissing was niet zichtbaar in de hersenen. Conclusie van de onderzoeker: we worden de hele dag gebombardeerd met impulsen en hebben de vrijheid hier niet in mee te gaan. Hij bewees dus niet het bestaan van free will, maar van free won’t.

Nondualisten hebben er wat mij betreft gelijk in dat er slechts één bewustzijn is en wij daar allemaal onderdeel van zijn. Een dreamed-up reality dus. Maar over onze rol binnen dat ding verschillen de meningen. Ik denk dat we wel degelijk vrijheid hebben binnen de droom en met zijn allen bezig zijn een kosmisch plan uit te voeren. Namelijk het vergroten van de kwaliteit van bewustzijn. Deze kwaliteit is direct meetbaar door naar buiten te kijken, want de buitenwereld IS bewustzijn en geeft ons feedback. En wie dat anno 2019 doet moet constateren dat het er niet al te best voorstaat met die kwaliteit. Werk aan de winkel dus; onze intentie maakt verschil. En dan maar hopen dat het kosmisch bewustzijn niet per ongeluk Trump ziet en besluit vroegtijdig de stekker uit dit experiment te trekken.

© Jeppe Kleyngeld, december 2019

Bronnen:
Michael Egnor: The Evidence Against Materialism
Podcast: Praten over bewustzijn
Thomas Campbell, My Big TOE

Het Tibetaanse Dodenboek

“Alles wat vorm heeft vergaat. Alles dat zich verzameld heeft valt uit elkaar. We zijn allemaal net als bijen, alleen op de wereld, gonzend en zoekend zonder een plek om uit te rusten. En dan komt de meest radicale transitie die we kunnen ervaren. Het licht van deze wereld verdwijnt. En het licht van de volgende wereld verschijnt.”

We zijn in het Westen verleerd om te sterven. In onze cultuur is de dood gelijk aan falen. Een mislukking. Een fout van het universum die niet had mogen gebeuren. Deze overtuiging zorgt voor onnodige angst en verwarring.

Het Tibetaanse Dodenboek werd in de achtste eeuw geschreven door de beroemde Indiase leraar Padmasambhava, dezelfde die het Boeddhisme naar Tibet bracht. Het boek dient als gids voor de stervenden. Het beschrijft het proces van het sterven als natuurlijke overgang.

Het dodenboek beschrijft hoe het bewustzijn plotseling wordt gescheiden van alle omstandigheden die het dagelijks leven uitmaken. De geest ervaart zijn eigen bevrijding als een stralend zuiver wit licht.

Volgens het Bardo Thödol (Tibetaanse naam voor het Dodenboek) zijn zowel het leven als de dood een onafgebroken stroom van onzekere overgangen die de Bardo’s worden genoemd. De tekst legt uit hoe we, door de bewustzijnsstaten en het fysieke lijden te herkennen, we met onze wezenlijke aard in contact kunnen komen. Op die manier is het mogelijk om je van verwarring en angst te bevrijden.

Een stervende in Tibet wordt gedurende 49 dagen elke dag het Bardo Thödol voorgelezen. Volgens deze tekst dwaalt het bewustzijn van de overledene in deze tijdsperiode tussen het ene leven en het volgende. Gedurende deze tijd is hij in staat om te luisteren. Daarom wordt de tekst hardop gelezen om de gestorven persoon te begeleiden en ondersteunen.

“De dood is nu gekomen en je vertrekt van deze wereld. Maar je bent niet de enige want de dood komt bij alle mensen op aarde. Probeer alles wat je aan dit leven bindt los te laten en ook de mensen waar je je mee verbonden voelt. Wees je hiervan bewust en blijf vooruitgaan wat voor angst of schrik zich ook voordoen tijdens het ervaren van de werkelijkheid van je geest. Herken dat elk beeld in je geest je eigen schepping is. Blijf dat herkennen! Dan zal je bevrijding bereiken.”

Als je geboren wordt, dan huil je, maar de hele wereld juicht. Als je dood gaat huilt de wereld, maar jij vindt misschien wel de grootste bevrijding. “Freed from boundaries of any kind. Just brilliant light.”

Idealism Vs. Materialism

Idealism entails that reality is what you experience: it’s the book, or electronic reader in your hands; it’s the room around you, with all its color, textures, and depth; it’s the sounds and smells in the air; it’s the feeling you have of being in your own skin right now. In contrast, the reigning materialist worldview is rather abstract: it postulates that, behind the ‘copy’ of reality you’re experiencing right now, there is the ‘real’ reality, which is not what you are experiencing. The dynamics of objects and living entities in that ‘real’ reality supposedly unfolds according to certain regularities and patterns – the laws of physics – that exist outside mind. As it unfolds, it leaves an imprint on your sense organs – like footprints – which your brain then uses to perform a reconstruction of reality inside your head.

A big part of the motivation for our culture’s current embrace of materialism is the observed regularities according to which reality seems to unfold: it is hard to imagine for most people that it is the unfolding of contents of mind itself – that otherwise voluble and rather unstable medium we associate with the ego – that obeys what we call the ‘laws of physics.’ Moreover, the world ‘outside’ feels very separate from our egoic minds. We don’t seem to have any direct mental influence on reality and often feel entirely at the mercy of impersonal, external forces.

As we discussed above, this impression arises solely because we ordinarily identify ourselves with only a very small part of our minds: our personal egoic awareness. Yet, each one of us has direct experience of the broader aspects of mind: when we dream at night: it is undeniable our minds that construct and project the entire universe of our dreams. It is created by a part of mind that we have no control over.

Imagine mind as the screen of a movie theater. Images on the screen represent the entire set of your subjective experiences. Materialism states that those images have an external source and are captured by ‘cameras’ – our sense organs – used to record the movie you are watching. Under idealism, on the other hand, only the movie theater exists: all images you see are generated in the theater itself, like a computer animation rendered in real-time, and have no external source. We can empirically identify certain patterns and regularities in the unfolding of those images. The so-called laws of physics are simply a model of these observed patterns and regularities according to which the pixels of these images seem to change.

Fragment from: Why Materialism is Baloney, Bernardo Kastrup

De Pulp Fiction vraag: Gebeuren dingen gewoon?

Door Jeppe Kleyngeld

Ongetwijfeld herinner je de scene uit Pulp Fiction waarin huurmoordenaars Jules Winnfield en Vincent Vega na een moordpartij in een appartement zelf onder vuur worden genomen. ‘De vierde man’, zoals hij in de aftiteling wordt genoemd, komt de badkamer uitgestormd terwijl hij zijn magnum leegschiet op de compleet verraste gangsters. “Die, you motherfuckers!” Maar als zijn pistool na zes schoten ‘klik’ zegt staan Winnfield en Vega beide nog op hun benen. Het kost ze een paar seconden om te beseffen wat er is gebeurd. Daarna richten ze zich woedend tot de vierde man en blazen hem met een paar welgemikte schoten naar de andere wereld (voor trivia-liefhebbers, de kogelgaten zitten al in de muur voordat de vierde man ooit geschoten heeft).

Dan volgt een filosofisch debat tussen de collega killers. Vega schudt de gebeurtenis vrijwel direct van zich af en wijt het incident puur aan geluk en verder niks speciaals. “Die dingen gebeuren gewoon.” Winnfield kijkt hier duidelijk anders tegenaan. God is tussenbeide gekomen en heeft de kogels tegengehouden. Al kan de bijbel citerende gangster niet uitleggen waarom Hij dat gedaan heeft, baseert hij er wel een levensveranderende beslissing op. Namelijk om per direct stoppen met zijn werk voor gangsterbaas Marcellus Wallace en de wereld te gaan rondreizen. Je weet wel, zoals Caine in Kung Fu.

Het debat is een klassieker in de filosofie. Wordt het heelal geregeerd door toeval of staat er een machtige Goddelijk figuur boven die aan de onzichtbare touwtjes trekt? Wie heeft gelijk, Winnfield of Vega? De kwantummechanica – het absolute hoogtepunt van de moderne natuurkunde – lijkt Vega gelijk te geven. Een van Einsteins bekendste uitspraken is: “God does not play dice”. Hiermee bedoelde hij dat er altijd een oorzaak is aan te wijzen voor een gebeurtenis. Neem een potje snooker. Stel dat je een bal richting een bepaalde hoek schiet op de snookertafel – en je hebt informatie over alle krachten en hoeken die in het spel betrokken zijn – dan kun je heel exact het pad van de bal voorspellen. Oftewel, Einsteins macro-universum is deterministisch.

In de kwantummechanica – de natuurkundige theorie die het gedrag van materie en energie op atomaire en subatomaire schaal beschrijft – is dit compleet anders. Stel dat we een elektron van de snookerbal nemen en op twee nauwkeurig van elkaar geplaatste openingen in de tafel afschieten is er geen enkele manier om te weten in welke van de twee hij zal belanden. We kunnen alleen de waarschijnlijkheid weten dat hij in de ene of de andere zal landen, maar het resultaat is verder volledig random. Oftewel, kwantummechanica heeft Einsteins ongelijk bewezen: God dobbelt wel degelijk op de schaal van het allerkleinste. Het determinisme van de macrowereld is daarom slechts schijn; het toeval op microschaal wordt op grote schaal teniet gedaan. Er blijven slechts kleine fluctuaties over die te miniem zijn voor ons om waar te nemen. Maar het onderliggende toeval is er nog wel degelijk. Kortom, er is een sterke zaak voor toeval te maken.

Is er een uitweg voor Winnfield? Jazeker, maar niet in de vorm van een hogere God. Wel in de vorm van bewuste agenten die gebeurtenissen helpen bepalen. Daarvoor moet één van de twee interpretaties van kwantummechanica waar zijn die het vreemde dualistische karakter van materie uitlegt (er is een derde interpretatie, de Broglie–Bohm-theorie, maar die heeft weinig aanhang en laten we hier buiten beschouwing). Het vreemde gedrag komt tot uiting in kwantumexperimenten die laten zien dat deeltjes zich gedragen als zowel deeltjes en golven (niet strikt gelokaliseerd, maar uitgespreid). Op het moment van meting stort de golffunctie in elkaar en bevindt het deeltje zich op één plek in ruimtetijd. Wanneer het zich gedraagt als golfachtige entiteit houdt het deeltje zich het recht voor om op verschillende plekken te verschijnen op het moment van meting. Waar het zal verschijnen kan de onderzoeker niet weten, alleen de waarschijnlijkheid dat het hier of daar zal opduiken. Het deeltje – dat zich niet kan opsplitsen – is dus nergens écht, en bestaat voordat de meting plaatsvindt slechts als wiskundige mogelijkheid.

Een theorie die dit bizarre gegeven verklaart is ‘bewustzijn veroorzaakt ineenstorting’, een interpretatie van kwantummechanica waar o.a. wetenschappers (en mijn helden) Robert Lanza en Donald Hoffman bekende aanhangers van zijn. Zij stellen dat er geen externe buitenwereld is die onafhankelijk van de waarnemer bestaat. Realiteit is volgens hun een proces dat zich binnen bewustzijn afspeelt. Oftewel, de computer waarop ik deze blog nu tik bevindt zich in mijn hoofd en nergens anders. Het spatio-temporele domein dat ik waarneem wordt in zijn volledigheid gecreëerd door mijn geest of bewustzijn.

Als je dit radicaal vindt klinken, dan ben je zeker niet de enige. Dat is dan ook de reden dat dit niet massaal wordt opgepikt. Het wijkt teveel af van onze alledaagse intuïties, onze taal, onze cultuur, het heersende wetenschappelijke paradigma, van alles eigenlijk. Hoffman gelooft dat de nieuwe generatie, die reeds opgroeien met virtuele werelden en The Matrix, dit wel gaan omarmen. Het bewijs dat dit is hoe de realiteit werkt is namelijk behoorlijk overtuigend. Maar de wetenschap zal het pas accepteren als het onweerlegbaar wordt aangetoond in experimenten. Hier is al een begin mee gemaakt, maar het is erg lastig om financiering te ontvangen voor zaken buiten het materialistische domein. Parapsychologisch onderzoeker Dean Radin, die vanwege zijn specialisme al niet erg serieus genomen wordt in mainstream science, heeft wel een experiment op dit gebied uitgevoerd dat hij in deze video beschrijft. Met het onderzoek toont hij aan dat de bewuste waarnemer met intentie invloed kan uitoefenen op de uitkomst van het beroemde tweespletenexperiment.

Als de theorie klopt, dan zijn wij allemaal – en dieren en zelfs planten ook – onderdeel van het universum met ons bewustzijn en oefenen we ook invloed uit op de totstandkoming ervan. Er is overtuigend bewijs voor het bestaan van parapsychologische verschijnselen, zoals telepathie en telekinese, maar de invloed van onze verbonden geesten op de fysieke omgeving lijkt erg beperkt te zijn. Radin gebruikt echter proefpersonen die getraind zijn in meditatie en die lijken wel degelijk invloed uit te oefenen op gebeurtenissen op kwantumniveau. Donald Hoffman werkt aan een wiskundig model dat de relaties en hiërarchie van ons bewustzijn beschrijft. Dit model zou de theorie testbaar en dus bewijsbaar moeten maken. En daarmee zou Winnfield kunnen aantonen dat niet alle dingen zomaar gebeuren, maar dat wij er wel degelijk invloed op hebben.

Vega kan zich als antwoord hierop beroepen op de andere interpretatie: ‘de veel-werelden-theorie’ van Everett, waar ook wijlen Stephen Hawking aanhanger van was. In deze theorie vertakt het universum bij elke gebeurtenis waarbij potentieel meer dan een uitkomst mogelijk is. In het geval van de snookertafel belandt de elektron in één universum in de ene opening en in een alternatief universum in de andere. In het geval van Pulp Fiction zijn Jules Winnfield en Vincent Vega in de meeste alternatieve universums morsdood, maar in de versie waar wij toevallig als getuigen bij zijn, overleven ze het incident. De veel-werelden-interpretatie is een manier om het idee van objectief bestaand waarnemer-onafhankelijk universum in stand te houden. Maar dat maakt de theorie niet minder radicaal. Kun je het idee accepteren dat er ontelbare alternatieve universa zijn waarin je in sommige getrouwd bent met die afschuwelijke ex, in een andere Bitcoinmiljonair bent, en in weer een andere als kasplantje leeft na een bijna fataal auto-ongeluk?

Conclusie, beide huurmoordenaars hebben een beetje gelijk. Het is onwaarschijnlijk – en sowieso niet bewijsbaar – dat er een externe God bestaat die het wat kan schelen wat wij hier op aarde uitvoeren. Wel is er een overtuigende zaak te maken voor een actieve rol voor de bewuste waarnemer, zodat het universum niet volledig random kan zijn. Veel gebeurtenissen zijn dit waarschijnlijk wel, zeker zolang de bewuste agenten zich totaal niet bewust zijn van hun invloed op het tot stand brengen van de collectieve realiteit. Verder toekomstig onderzoek moet uitwijzen of deze theorie echt klopt en hoever de invloed van de menselijke geest reikt. Wie weet ontdekken we dan dat we met intentie veel meer kunnen bereiken dan we ons nu kunnen voorstellen, zoals misschien wel het impactpunt van een kogel bepalen.

Voor Vega maakt het niet meer uit. In tegenstelling tot Winnfield, veranderde hij niet van koers na de goddelijke interventie. Kort daarna liep hij tegen een met machinegeweer gewapende Bruce Willis op. We kennen allemaal het resultaat van deze interactie. En in de kwantumwereld is de uitkomst kennen hetzelfde als hem creëren.

Bronnen:
The Quantum Astrologer’s Handbook (Michael Brooks)
& Reality is not what it seems (Carlo Rovelli)