Interview Dick Swaab: ‘Vrije wil is een prettige illusie’

Ik – of liever gezegd mijn brein – besloot een interview te doen met hersenonderzoeker Dick Swaab, auteur van Wij zijn ons brein: Van baarmoeder tot alzheimer, voor FM.nl. Het onderwerp: vrije wil, ofwel de illusie van vrije wil.

Hoe komt een besluit in de hersenen tot stand?
“De beslissingen worden genomen aan de rechterkant van het brein op basis van alle informatie die dat brein heeft opgedaan. Maar ook door de manier waarop dat brein tot ontwikkeling is gekomen en wat er sindsdien is gebeurd. En wanneer die beslissing is genomen duurt het een halve seconde tot wel zeven seconde voordat die beslissing tot het bewustzijn doordringt. De linkerkant van de hersenen bedenkt daar vervolgens een verhaaltje bij waarvan je denkt dat het klopt. Dus, ik heb dit en dit besloten om die en die reden. Maar het is een verhaaltje achteraf en dus moet je het met een flinke korrel zout nemen. Het stelt mensen in staat te vertellen waarom ze iets besloten hebben. Maar er spelen allerlei onbewuste zaken mee die tijdens de ontwikkeling van het brein zijn vastgelegd. Die invloed is enorm groot en kun je onmogelijk overzien, en de beslissing is uiteindelijk onbewust.”

Wat is het nut van dat verhaaltje, zoals u het noemt?
“Het feit dat je dat verhaal vertelt, geeft je het idee dat je alles in de hand hebt. Dat je alles goed hebt overwogen. En dat je vrije wil hebt. Maar in feite is het slechts een verhaaltje achteraf. Het is een plezierige illusie, want als je het niet hebt, ontstaat het idee dat anderen je besturen. Er zijn schizofrene patiënten die deze illusie niet hebben. Die hebben het idee dat ze bestraald worden vanuit het universum of dat er allerlei elektrische activiteit op ze af wordt gestuurd die hun brein overneemt. Dat is het voordeel van die illusie van vrije wil. Maar het maakt ook duidelijk dat er bij een beslissing allemaal onbewuste processen aan de gang zijn waardoor heel verstandige mensen hele wonderlijke beslissingen kunnen nemen.”

Lees het volledige interview op FM.nl. 

Advertenties

Het persoonlijkheidskenmerk dat leidt tot de grootste prestaties

Wat bepaalt of iemand succesvol zal worden? Traditioneel keek men vooral naar natuurlijk talent. Onderzoekster Angela Duckworth ontdekte een veel belangrijker persoonlijkheidskenmerk voor succes.

Het gaat om ‘grit’. In haar boek ‘Grit: The Power of Passion and Perseverance’ beschrijft ze grit als een combinatie van passie en doorzettingsvermogen.

Uitstekende resultaten zijn zelden het directe resultaat van natuurlijk talent, maar volgen uit een complex geheel van ingeslepen gewoonten. Bijvoorbeeld; een Olympisch zwemmer die een gouden medaille wint, heeft een hele geschiedenis van talloze uren oefening, coaching en wedstrijden achter zich. Maar wij zien alleen dat ene moment. Natuurlijk kan niet iedereen een Michael Phelps worden, maar het instapmoment ligt waarschijnlijk veel lager dan we denken.

Oefening baart kunst. Wanneer je een nieuwe vaardigheid gaat oefenen ontstaan er nieuwe verbindingen in de hersenen. Hoe meer je oefent, hoe dieper deze etsen in het centrale zenuwstelsel worden. Er ontstaan langzaam maar zeker gespecialiseerde zenuwbanen voor alle vaardigheden waar je veel aandacht aan besteedt. Stel je zo’n zenuwbaan voor als een paadje in je hersenen. Eerst is het piepklein zandweggetje en na verloop van tijd een zesbaanssnelweg. De vaardigheid is je tweede natuur geworden. En voor welke vaardigheden ben je bereid zoveel tijd op te offeren? De vaardigheden waar je een passie voor hebt. Denk aan je grootste passie en je voelt de energie door je lichaam stromen. Je vindt het niet erg vroeg op te staan voor die passie. Wanneer je hier dagelijks mee aan de slag kunt heb je je roeping gevonden.

Is natuurlijk talent helemaal niet belangrijk? Tuurlijk wel. Neem bijvoorbeeld The Beatles, die zijn van nature al erg muzikaal. Maar ze hebben ook erg veel geoefend. Toen ze nog The Quarrymen heten werden The Beatles geselecteerd voor een clubtour in Hamburg. Daar speelden ze avond aan avond wel acht uur achter elkaar. Dit dwong ze een enorm repertoire op te bouwen en zich te bekwamen in live optreden. Er was na deze periode geen band te vinden die beter op elkaar ingespeeld was én die een groter uithoudingsvermogen had.

De kans om zoveel te oefenen is onbetaalbaar, ervoer ook Bill Gates die op de enige universiteit ter wereld terecht kwam waar hij bijna onbeperkt kon oefenen in programmeren (computers – die toen nog een hele kamer in beslag namen – waren zeer schaars).

Volgens Duckworth zijn veel mensen geobsedeerd door natuurlijk talent. En dus filteren we de inspanning eruit die iemand voor een topprestatie heeft geleverd. Terwijl het juist die inspanning is die dubbel telt. Na ruim tien jaar onderzoek is dit de formule die Duckworth ontwikkelde om van talent naar prestatie te komen:

Talent X Inspanning = Vaardigheid

Vaardigheid X Inspanning = Prestatie

In deze formule staat talent voor hoe snel je vaardigheden kunt verbeteren als je ergens moeite voor doet. Presteren gebeurt wanneer je dat talent omzet in de ontwikkeling van vaardigheden en die gebruikt om consequent naar een hoger doel toe te werken. En dat vergt doorzettingsvermogen. De 10.000 uur regel – de tijd die je nodig hebt om meesterschap te bereiken in een vak – is een bekend gegeven. Jobhoppers die steeds nieuwe opdrachten aangaan die weer andere vaardigheden vergen, bereiken nooit die 10.000 uur en zijn dan ook niet gritty.

In de geschiedenis zijn talloze voorbeelden te vinden van veronderstelde genieën die eigenlijk door grit hun prestaties hebben geleverd. In zijn boek ‘Mastery’ (meesterschap) rekent Robert Greene af met het idee van ‘genieën’. Volgens zijn uitgewerkte theorie – gebaseerd om neuro- en cognitieve wetenschap en talloze biografieën van uitblinkers – zijn bijzonder bekwame mensen, zoals Mozart, Da Vinci en Darwin, zo goed geworden omdat ze hun roeping hadden gevonden en in de gelegenheid kwamen om heel veel te oefenen. In het bereiken van meesterschap volgden zij allemaal hetzelfde pad, betoogt Greene.

Het goede nieuws is dat grit ontwikkeld kan worden. Vind je passie, ga belachelijk veel oefenen en geeft niet op. Dan komen die topprestaties (bijna) vanzelf.

Het moeilijke probleem van bewustzijn

In deze TED-talk legt David Chalmers het probleem uit waar hij beroemd mee is geworden: the hard problem of consciousness. Hoe leidt de activiteit van miljoenen fysieke zenuwcellen in de hersenen tot subjectieve ervaringen? Waarom hebben we überhaupt ervaringen en zijn we geen zombies?

Voor een aantal neurowetenschappers bestaat er geen moeilijk probleem. Subjectieve ervaringen ontstaan vanzelf uit hersenactiviteiten (emergentie) en computersimulaties in de toekomst zullen dit aantonen. En dan zijn er filosofen als Daniel Dennett die het bestaan van bewustzijn volledig ontkennen en hier nog trots op lijken te zijn ook.

Chalmers vermoedt dat bewustzijn iets universeels is, zoals zwaartekracht, en dat de wetenschap het ook zo moet behandelen. Hiermee lijkt hij te neigen naar het idealisme, een filosofische stroming die zegt dat alles in bewustzijn plaatsvindt en niks erbuiten. Voor mij is dit de simpelste verklaring voor onze innerlijke wereld.

Sceptici zullen wellicht aanvoeren dat het belachelijk is te stellen dat de wereld verdwijnt wanneer je niet kijkt, maar de echte scepticus zou juist moeten denken: wat voor bewijs is er voor dat de wereld nog bestaat als we niet kijken? Accepteren dat juist het fantaseren van een externe wereld een onnodige aanname is (Ockhams scheermes) en dat wanneer die aanname verdwijnt, we opeens verklaringen hebben voor een heel scala aan moeilijk verklaarbare fenomenen, waaronder bewustzijn.

Ongelijkheid & Emotie

Emoties zijn net algoritmen. Een algoritme is een formule: Als dit, dan dat…

Een kroket uit de muur trekken bij de FEBO is een algoritme: Indien 1,40 in gleuf A wordt geworpen, hef vergrendeling luikje A op, indien meer dan 1,40 ingeworpen, keer wisselgeld uit zodat totaalbedrag 1,40 bedraagt. Zoiets.

Dat is niet veel anders dan woedend worden als iemand zegt dat hij je nieuwe schoenen lelijk vindt. Wat gebeurt er? De versimpelde versie: Het primitieve deel van je brein (de amygdala) ontvangt de boodschap, slaat alarm, adrenalineklieren krijgen de boodschap door en schieten adrenaline het lichaam in, dit geeft spieren een boost zodat ze wild in actie worden geroepen en dit veroorzaakt het luider worden van het stemgeluid.

Zo dus:

Dit algoritme is wel complexer dan de FEBO-kroket, maar toch is het principe hetzelfde.

We hebben deze algoritmen gekregen om ons te helpen overleven op deze vaak vijandige planeet. Tijdens de evolutie zijn ze ingebakken in onze zenuwstelsels. Een heel bijzonder algoritme gaat over onrechtvaardige behandeling.

Een bekend economisch experiment – the ultimatum game – illustreert goed het resultaat van algoritme. Het werkt als volgt: Er zijn twee deelnemers aan het eenmalig gespeelde spel. De eerste speler krijgt 100 euro en mag dit naar wens verdelen onder zichzelf en zijn medespeler. De tweede speler kan het eenmalige aanbod accepteren – dan houden beide spelers het geld – of afwijzen – dan krijgen beide spelers niets.

Een traditionele econoom zou de volgende verdeling voorstellen: 1-99. 1 euro is beter dan niks, toch? Dit zou alleen iemand denken die nooit zijn laboratorium verlaat. In de echte wereld werkt het anders. Bij een verdeling van, laten we zeggen 90-10, zou de tweede speler zich waarschijnlijk dermate benadeeld voelen dat hij het bod stellig zou afwijzen. Liever beide niks, dan als sukkel behandeld worden. Alleen een bod dat dicht bij 50-50 komt heeft zeer grote kans geaccepteerd te worden.

De Amerikaans-Nederlandse bioloog Frans de Waal deed een soortgelijk experiment met capucijneraapjes en wat bleek? Die reageerden precies hetzelfde. Bekijk het hilarische experiment hieronder:

In eerste instantie vonden de apen het prima om komkommer als beloning te krijgen voor hun taak, maar toen de ene aap opeens de hoger gewaardeerde druiven kreeg, werd het ontvangen van komkommer een grove belediging. Deze aap is geen sukkel.

Het nut van dit algoritme is helder. Als je een te laag bod accepteert in de natuur, zul je waarschijnlijk van de honger omkomen. Te grote ongelijkheid is nooit acceptabel.

Bron: Homo Deus