Over Fragmenten.blog

Welkom op Fragmenten uit het Schemerland, mijn persoonlijke website en content-verzameling. Je vindt hier veel artikelen over films en series in de FilmDungeon. Ook vind je op deze site mijn achtergrondverhaal, een selectie van mijn professionele werk, en een groeiende collectie blogs – fragmenten genaamd – over uiteenlopende onderwerpen. Veel leesplezier en bedankt voor het bezoeken van mijn blog!

— Jeppe Kleijngeld

PS: Bezoek ook eens mijn andere website over bewustzijn en mijn visie op de ware aard van het universum:

The Roaring Twenties (1939)


‘America’s Most Colorful Era!’

Directed by:
Raoul Walsh

Written by:
Jerry Wald (screenplay)
Richard Macaulay (screenplay)
Robert Rossen (screenplay)
Mark Hellinger (story)

Cast:
James Cagney (Eddie Bartlett), Priscilla Lane (Jean Sherman), Humphrey Bogart (George Hally), Gladys George (Panama Smith), Jeffrey Lynn (Lloyd Hart), Frank McHugh (Danny Green), Paul Kelly (Nick Brown), Elizabeth Risdon (Mrs. Sherman), Ed Keane (Henderson), Joe Sawyer (The Sergeant)

The Roaring Twenties opens in the immediate aftermath of World War I, as soldiers James Cagney and Humphrey Bogart return home in 1919. They find a nation grappling with economic hardship and rising living costs just as Prohibition is ratified, turning alcohol into both a forbidden fruit and a lucrative business opportunity.

The film follows Eddie Bartlett (Cagney), a former doughboy who seizes the moment and rises to power in the bootlegging underworld. Along the way, he reconnects with Jean Sherman, a woman he corresponded with during the war, securing her a singing job at a nightclub. His path eventually crosses again with his old comrade George Hally (Bogart), now a rival booze importer. Their partnership sours, and tensions escalate when they double-cross fellow bootlegger Nick Brown.

The movie by Raould Walch, who would ten years later make the best gangster film yet at that point – White Heat – is a trendsetter in more than one way. Walsh crafts The Roaring Twenties with a dynamic, almost documentary-like style. Crisp black-and-white cinematography is punctuated by newsreel-style interludes, lending the film an energetic, GoodFellas-esque rhythm. The story of the ‘working gangster’ feels like a clear influence on Scorsese, blending ambition, a jetset lifestyle, and eventually an ugly downfall.

Cagney delivers another magnetic performance as Eddie Bartlett, a character who begins as a mild-mannered entrepreneur, but grows increasingly volatile as his world unravels. What sets The Roaring Twenties apart is its focus on redemption: Eddie’s final act is a selfless one, driven by love rather than greed. It is a rare moral twist for the genre.

Like most gangster tales, it ends with a memorable line, this time spoken by a dame: “He used to be a big shot.”

Rating:

Quote:
EDDIE BARTLETT: “I just ran into a streak of bad luck, that’s all. I’ll be there on top again. I just got to figure out a new angle.”

Trivia:
Gladys George replaced Ann Sheridan (the female star of Cagney’s previous gangster film Angels with Dirty Faces) who had replaced Lee Patrick who had replaced Glenda Farrell for the character of Panama Smith.

Angels with Dirty Faces (1938)


‘The saga of America’s dirty faced kids… And the breaks that life won’t give them!’

Directed by:
Michael Curtiz

Written by:
John Wexley (screenplay)
Warren Duff (screenplay)
Rowland Brown (story)

Cast:
James Cagney (Rocky Sullivan), Pat O’Brien (Jerry Connolly), Humphrey Bogart (James Frazier), Ann Sheridan (Laury Ferguson), George Bancroft (Mac Keefer), Billy Halop (Soapy), Bobby Jordan (Swing), Leo Gorcey (Bim), Gabriel Dell (Pasty), Huntz Hall (Crab)

Angels with Dirty Faces brings together two screen legends – James Cagney and Humphrey Bogart – in a gangster film that transcends the genre. The chemistry between them is great.

Cagney stars as Rocky Sullivan, a tough kid sent to juvenile prison for petty theft who grows into a hardened criminal. Bogart plays his lawyer, Frazier, while Pat O’Brien portrays Jerry Connolly, Sullivan’s childhood friend turned priest. And the lovely Ann Sheridan stars as Laury, his childhood teasing target who becomes his trusted partner.

When Sullivan befriends a group of street kids who once robbed him, Connolly tries desperately to steer them away from a life of crime. Meanwhile, Frazier orchestrates a betrayal that adds a layer of moral complexity to the story.

Directed by Michael Curtiz (Casablanca), Angels with Dirty Faces feels less like a traditional gangster film (such as The Public Enemy or White Heat) and more like a sharp social commentary. The real focus isn’t just on Sullivan, but on the impressionable youth drawn into his orbit.

Still, it’s a powerful film with standout performances. Cagney’s portrayal of Sullivan foreshadows the unhinged mobster he’d later perfect in White Heat. His influence on the genre is undeniable. The film’s iconic ending remains just as gripping today.

A year later, Cagney and Bogart would reunite for another classic, The Roaring Twenties, but Angels with Dirty Faces stands on its own as a thought-provoking blend of crime and conscience.

Rating:

Quote
ROCKY SULLIVAN: “What do you hear, what do you say?”

Trivia
The scene where Rocky forces a reluctant henchman to take his place in the pharmacy’s phone booth – knowing it will cost him his life – was directly inspired by the real-life death of infamous New York gangster Vincent ‘Mad Dog’ Coll. During a brutal gang war with Dutch Schultz, Coll took refuge in an apartment above a pharmacy, venturing out only to use the phone booth inside to call his girlfriend. Schultz caught wind of this routine and seized the opportunity: when Coll entered the booth for his usual call, Schultz’s gunmen stormed in and fatally shot him.

Het verdienmodel achter manosfeer uitgelegd

In zijn nieuwste documentaire Inside the Manosphere op Netflix doet Louis Theroux wat hij het beste doet: : mensen uit dubieuze gemeenschappen aan het woord laten, zodat ze zichzelf onthullen.

In dit geval duikt hij in de manosfeer, een groep influencers die jonge, onzekere mannen via social media beïnvloedt met anti-feminisme, toxische mannelijkheid, en andere giftige denkbeelden. Deze influencers hebben miljoenen volgers en hun invloed reikt ver.

Maar al bij de eerste manosfeer-vlogger die hij interviewt, de Britse fitness freak Harrison Sullivan (alias HStikkytokky, of HS), wordt duidelijk waar hun ideologie écht om draait: puur en alleen geld verdienen.

In dit social media tijdperk (door Sullivan aangeduid als de attention economy) draait het allemaal om aandacht. Hoe controversiëler de content, hoe meer de algoritmes het promoten. Dus waar kunnen influencers mee scoren? Vooral met boodschappen die veel emoties oproepen. En dus hebben de eerste manosfeer-influencers een ‘filosofie’ bedacht die ze gebruiken om volgers te winnen.

De centrale bewering van de manosfeer is dat de moderne samenleving ‘gynocentrisch’ is (gedomineerd door vrouwelijke belangen) en inherent in het nadeel van mannen is, wat resulteert in de onderdrukking, marginalisering en ‘slachtofferrol’ van mannen. De ideologie van de manosfeer stelt dat feminisme en de strijd voor gendergelijkheid geen rechtvaardigheid hebben gecreëerd, maar mannen juist actief hebben benadeeld, hen hun rechtmatige status hebben ontnomen en een ‘misandristische’ (vooroordelen tegen mannen) cultuur hebben gecreëerd. Deze bewering staven ze met nep-onderzoeken en desinformatie.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom dit standpunt onzekere mannen aanspreekt. De manosfeer stelt dat mannen zonder ‘waarde’ geboren worden – en met waarde bedoelen ze: economische waarde. Vrouwen zouden die wel hebben, in de vorm van hun uiterlijk. Volgens hen kunnen vrouwen hun uiterlijk economisch uitbuiten, terwijl mannen hun ‘dominante rol’ in de samenleving moeten heroveren.

Veel van deze influencers hebben een grote bek over dat ze hun vrouw de afwas laten doen en dat ze een eenzijdig polygamische relatie hebben (zij mogen seks met andere vrouwen, maar hun partner mag geen andere mannen), maar als Louis Theroux ze met hun partner spreekt, blijkt het allemaal gelul te zijn voor de camera.

Want het verspreiden van deze ideologie levert ze bakken met geld op. Wat verkopen ze aan hun volgers? Succestips, datingadvies, crypto- en aandelencursussen, en fitnessprogramma’s. Naast advertentie-inkomsten (bijvoorbeeld via YouTube) betalen volgers ook voor ‘exclusieve’ content, bijvoorbeeld over hoe je geld kunt dienen met trading. Theroux zoekt uit dat de ‘trading’ clubs die ze aanprijzen verschrikkelijk zijn. De negatieve gevolgen zijn groot: uit recent onderzoek blijkt dat de druk van social media twee op de drie Gen Z’ers in de schulden jaagt.

Een ander kenmerk: manosfeer-influencers doen alsof ze staan voor traditionele waarden, maar omringen zich wel voortdurend met schaars geklede vrouwen omdat het kliks oplevert. “I know it’s not good, but I only care about the money”, geeft Harrison toe.

Kortom, manosfeer-influencers zijn ordinaire oplichters die een lucratieve scam hebben ontdekt, perfect afgestemd op dit social media-tijdperk. Geen wonder dat ze fan zijn van de Trumps, een andere oplichtersfamilie die fortuin maakt met toxische online retoriek. Deze documentaire bevestigt een verontrustende waarheid: de verdienmodellen van social media zijn een van de grootste problemen van onze tijd – en het wordt tijd dat daar iets aan gedaan wordt.

Waarom vrouwen altijd de schuld krijgen…

Botje, botje in de zee,
hier is mannetje Timpetee.
Mijn liefste vrouw Elsebil,
wil iets hebben wat ik niet wil.

Bovenstaand rijmpje komt uit het sprookje ‘De visser en zijn vrouw’. In dit verhaal woont een visser met zijn vrouw in een omgekeerde bloempot. De visser vond dat niet erg, maar zijn vrouw was ontevreden. Op een dag ving hij een vis – een botje – die hem vroeg hem terug te gooien in ruil voor een wens.

De man vertelt het aan zijn vrouw en ze draagt hem op om een huis te vragen. Dat doet hij met bovenstaande rijmpje, daarbij implicerend dat de vrouw hem tot iets dwingt omdat ze hebberig is. Het botje vervult de wens, maar na een paar weken wil de vrouw een groter huis, en de visser wordt weer op pad gestuurd.

Zo gaat het door en Timpetee vraagt het botje om dienstmeisjes, een kok, een tuinman. Vervolgens begon zijn vrouw weer te zeuren (zo staat het er echt), en wenst hij namens haar dat ze koningin wil worden en in een paleis wil wonen. Daarna wil ze keizerin worden – en uiteindelijk wil ze god worden. Maar na die wens woont ze weer in een bloempot.

Bovenstaand verhaal is er slechts een van vele waarin de man-vrouw verhoudingen zo geschetst worden. Door de eeuwen heen zijn vrouwen in verhalen, mythes en media vaak afgebeeld als verleidsters, manipulatrices of breukmakers.

Het bekendste voorbeeld is Adam en Eva. God verbiedt hen van de appelboom te eten. Adam houdt zich eraan, maar Eva kan de verleiding niet weerstaan – en haalt hem over om hetzelfde te doen. Zo wordt de vrouw de zondaar, de man het slachtoffer.

Ook in Shakespeares Macbeth is het de vrouw die de man overhaalt tot moord. Macbeth is ambitieus, maar zijn vrouw zet hem aan tot actie. Zij draagt de schuld, hij is slechts een willoos instrument.

Deze verhalen zijn diepgeworteld en beïnvloeden hoe we vrouwen nog steeds waarnemen. Een duidelijk voorbeeld is de Beatles. Yoko Ono krijgt de schuld van het uiteenvallen van de band, maar er speelde van alles dat uiteindelijk tot het einde van de groep heeft geleid. Natuurlijk heeft Yoko invloed gehad, maar John Lennon is uiteindelijk zelf degene geweest die uit de band is gestapt – ook wellicht omdat hij door zijn ouders verlaten was, verbondenheid vond bij de Beatles en dat toen later vond bij Yoko waardoor hij de groep kon loslaten. En vergeet niet, Linda McCartney werd ook gehaat. Haar aanwezigheid als vrouw maakte haar, net als Yoko, een gemakkelijk doelwit voor de frustraties van fans.

Ik heb zelf iets soortgelijks meegemaakt. Toen ik los wilde van mijn oude vriendengroep rond 2008/2009 omdat we voor mijn gevoel uit elkaar waren gegroeid kreeg Loesje er de schuld van dat ze mij ervan overtuigd had dit te doen. Ik geef toe dat mijn communicatie over waarom ik uit de groep wilde niet best was, maar zij kreeg direct alle schuld en onterechte verwijten over zich heen. In plaats van dat mijn oude vrienden inzagen dat relaties complex zijn en beinvloedt worden door talloze factoren werd de vrouw direct als enige schuldige aangewezen en werd ik gezien als het willoze, gemanipuleerde slachtoffer.

Sociaal onderzoek naar schuldtoewijzing bevestigt dat dit echt zo werkt. Studies (zoals die van Psychology of Women Quarterly) tonen aan dat vrouwen vaker de schuld krijgen voor relationele problemen, zelfs als mannen evenveel ‘schuld’ hebben. Dit geldt zowel in persoonlijke relaties als in professionele conflicten.

Onderzoekers hebben ook het ‘Yoko Ono-effect’ gedocumenteerd: vrouwen die zich mengen in mannelijk gedomineerde groepen (zoals bands, sportteams of bedrijven) worden systematisch negatiever beoordeeld dan mannen in dezelfde positie.

Een oorzaak is dat vrouwen traditioneel worden geassocieerd met emoties, relaties en sociale dynamiek, terwijl mannen vaak gezien worden als rationeel, onafhankelijk en stabiel. Als er iets misgaat in een relatie of groep (zoals een vriendschapsband die verslapt of een band die uit elkaar valt), wordt de vrouw sneller gezien als de ‘verstoorder’ – alsof zij de bestaande orde doorbreekt. Mannen worden daarentegen vaker gezien als slachtoffer of als neutrale partij.

In heteroseksuele relaties wordt van vrouwen vaak verwacht dat zij sociale contacten en relaties ‘beheren’. Als een man zijn vrienden minder ziet, wordt aangenomen dat zijn vriendin hem ‘beperkt’ – alsof zij actief zijn sociale leven controleert. Mannen daarentegen worden zelden verantwoordelijk gehouden voor het onderhouden of verwaarlozen van vriendschappen.

Conclusie
De neiging om vrouwen de schuld te geven is diepgeworteld in cultuur, psychologie en sociale structuren. Het is geen toeval, maar het resultaat van langdurige patronen waarin vrouwen worden gezien als verantwoordelijk voor sociale harmonie – en dus ook als schuldig als die harmonie verstoord wordt.

Bronnen voor verdere verdieping:
‘The Psychology of Blame’ (Psychology Today)
‘Why Women Are Blamed More Than Men’ (Harvard Business Review)
‘The Yoko Ono Effect: Gendered Blame in Male-Dominated Groups’ (Journal of Experimental Social Psychology)
‘Gender Stereotypes and Relationship Conflict’ (Psychology of Women Quarterly)