
Tijdens mijn recente vakantie in Italië las ik ‘Devil in the White City: Murder, Magic and Madness at the Fair That Changed America’ van Erik Larson – een fascinerend non-fictie boek dat leest als een historische roman.
Het vertelt het waargebeurde verhaal van twee mannen die aan het einde van de 19e eeuw een cruciale, maar tegengestelde rol speelden in de Amerikaanse geschiedenis: de een als schepper, de ander als vernietiger.
De eerste is Daniel Burnham, een gerenommeerd architect die samen met zijn partner John Root een succesvol bureau runde in het opbloeiende Chicago. Zij ontwierpen onder meer het Home Insurance Building, vaak beschouwd als de eerste wolkenkrabber ter wereld.
Toch was hun grootste uitdaging nog in aantocht: toen de Verenigde Staten besloot een wereldtentoonstelling te organiseren ter ere van de 400e verjaardag van Columbus’ aankomst in Amerika, werd Chicago gekozen als locatie.
De World’s Columbian Exposition van 1893 moest de Franse tentoonstelling van 1889 (met de Eiffeltoren) overtreffen – en Burnham kreeg de taak om in slechts twee jaar een hele stad uit de grond te stampen.
Het andere centrale personage is H.H. Holmes (echte naam: Herman Webster Mudgett), een charmante maar meedogenloze zwendelaar en seriemoordenaar. Holmes vergaarde rijkdom door een apotheek over te nemen en talloze oplichtingspraktijken, vaak gekoppeld aan huwelijken, levensverzekeringen en moord.
Toen hij hoorde van de wereldtentoonstelling, bouwde hij aan de rand van het terrein zijn eigen ‘World’s Fair Hotel’ – een labyrintisch gebouw met geluiddichte kamers, gaskamers en valse deuren. De bouw werd uitgevoerd door steeds wisselende aannemers, die hij nooit betaalde. Waarom had iemand een geluidsdichte kluis in een hotel nodig? En waarom verdwenen zoveel vrouwen die in zijn apotheek werkten, vaak met al hun bezittingen achtergelaten?

Dezelfde snor, verschillende karakters: Daniel Burnham (links) en H.H. Holmes (rechts)
Larson beschrijft hoe Burnham, ondanks tegenslagen – zoals de plotselinge dood van zijn partner Root aan een longontsteking – de ‘Witte Stad’ (White City) realiseerde: een indrukwekkend complex van 200 neoklassieke gebouwen, kanalen en innovaties, waaronder elektrische verlichting (dankzij Westinghouse en Tesla).
Lang was onduidelijk hoe de tentoonstelling de Eiffeltoren kon evenaren. Burnham concludeerde dat een toren onmogelijk te overtreffen was. Toen kwam ingenieur George Washington Gale Ferris Jr. met een revolutionair idee: een gigantisch draaiend wiel waarin bezoekers konden plaatsnemen. Met het eerste Ferris Wheel kreeg de tentoonstelling alsnog een iconisch symbool dat de Eiffeltoren waardig was.
Maar terwijl Chicago juichte om zijn trots, huisvestte de stad ook een duister geheim: Holmes’ moordkasteel. De politie leek blind voor de talloze vermiste vrouwen in zijn omgeving. Uiteindelijk werd Holmes ontmaskerd en vastgesteld dat hij minstens negen mensen had vermoord, waaronder drie kinderen, vaak door slachtoffers op te sluiten in luchtdichte ruimtes en gas in te leiden. Het werkelijke aantal slachtoffers blijft onbekend.
‘Devil in the White City’ is meer dan een waargebeurd misdaadverhaal: het schetst een portret van een tijdperk – een era van vooruitgang en wreedheid, waarin Chicago herrees na de Grote Brand van 1871 (17.000 verwoeste gebouwen, 300 doden) en een tyfusepidemie die 10 procent van de bevolking wegvaagde.
De schrijver reconstrueert twee van Holmes zijn moorden, maar het zou nog fascinerender zijn om dieper in Holmes’ psyche door te dringen. Het is dan ook een droomproject voor Martin Scorsese, met Leonardo DiCaprio in de rol van Holmes. In 2010 verwierf DiCaprio de filmrechten.
Toch zijn er nog geen tekenen dat de verfilming er komt. De leeftijd van de betrokken legendes speelt een rol, maar de hoop blijft. Zo’n film zou de magie van dit fascinerende stuk Amerikaanse geschiedenis voor een nieuwe generatie tot leven kunnen wekken.

De World’s Columbian Exposition van 1893