Weblog van redacteur J. Kleyngeld

Jeppe Kleyngeld (1980) is in het dagelijks leven redacteur voor een aantal zakelijke platformen, zoals FM.nl (Financieel-Management) en AccountantWeek.nl.

Fragmenten uit het Schemerland is zijn persoonlijke content portal: een centrale verzamelplaats van inhoud in vele vormen: van lijstjes, essays en persoonlijke verhalen tot recensies, recepten en fotoseries. Er is geen overkoepelend thema, maar het gaat over alles wat hem zoal bezighoudt; films, documentaires, filosofie, psychologie, wetenschap, ondernemerschap, muziek, enzovoorts. Neem vooral wat fragmenten tot je voordat je weer verder trekt de wijde cyberwereld in. Wil je meer weten over wat Jeppe in het (zakelijk) leven doet, kijk dan hier…

Advertenties

De dag dat John Lennon doodging

37 jaar geleden in mijn geboortejaar 1980 werd John Lennon – samen met mede-Beatle Paul McCartney mijn favoriete artiest allertijden – vermoord voor zijn appartement in New York. Hij werd 40 jaar.

De vrouw van John Lennon, kunstenares Yoko Ono, maakte later een kunstwerk gerelateerd aan de moord: een glasplaat met een kogelgat dat je aan twee kanten moet bekijken. Als je aan de ene kant staat ben je het slachtoffer, en aan de andere kant ben je de moordenaar.

Het kogelgat kende ze van die verschrikkelijke avond voor het Dakota-appartement waar ze woonde met John en hun zoontje Sean. De eerste kogel die Mark David Chapman op Lennon afvuurde miste zijn doel en vloog door het raam heen. De overige vier kogels raakte John in zijn rug en schouder.

De psychotische Mark Chapman was geobsedeerd door The Beatles en vooral door Lennon. Hij identificeerde zich met Holden Caulfield, hoofdpersoon van het boek ‘Catcher in the Rye‘ van J.D. Salinger. Hij kreeg later een afkeur van Lennon en noemde hem phony, de favoriete belediging van Caulfield. Hij had een exemplaar van het boek bij zich op de avond van de moord waarin stond: ‘this is my statement’.

John liep naar binnen en riep “I’m shot, I’m shot”, en stortte vervolgens in elkaar. De politie arriveerde snel en besloot niet op de ambulance te wachten, maar hem direct naar het ziekenhuis te rijden. De behandelende arts constateerde al snel dat de kogels de bloedvaten rond zijn hart compleet hadden vernietigd; alle kogelinslagen op zichzelf waren hem al fataal geworden. Om 23:15 werd hij doodverklaard.

Er ging eens schokgolf door de wereld. Lennon was niet alleen wereldberoemd door The Beatles, maar ook door zijn rol als vredesactivist. 80 procent van John zat in zijn muziek: mensen die hem dachten te kennen, kenden hem dus ook in zekere zin. Tenminste drie Beatles-fans pleegden zelfmoord na de moord, waarna Ono opriep om niet toe te geven aan wanhoop.

De dag na de moord bracht Yoko Ono de volgende verklaring naar buiten: ‘There is no funeral for John. John loved and prayed for the human race. Please do the same for him. Love, Yoko and Sean.’

Nog wat (vreemde) feiten rond de moord:

● Lennon-fan en amateur fotograaf Paul Garesh maakte een foto van John toen die een handtekening zette op een plaat van zijn latere moordenaar Mark David Chapman.
● In het ziekenhuis werd een Beatles-liedje gedraaid toen John net was gearriveerd: All My Loving.
● De dag van de moord had John gitaar ingespeeld voor een nummer van zijn vrouw: Walking on Thin Ice. Het liedje ging over hoe John en Yoko herinnerd zouden worden – als ze herinnerd zouden worden – als ze tot as waren geworden. Het was intuïtief tot haar gekomen.
● Paul McCartney was blij dat tenminste hun vriendschap weer hersteld was na de breuk van The Beatles in 1970. Hij scheef een gedicht over Chapman: Jerk of all Jerks.
● In de film ‘Chapter 27‘ over de moord wordt de rol van Lennon gespeeld door Mark Lindsay Chapman, bijna exact de naam van zijn moordenaar.

Stanley’s First

Legendary filmmaker Stanley Kubrick started his career as a photographer. In 1945, one day after president Franklin Delano Roosevelt passed away, he took this superb picture from a mourning news vendor. He had it developed straight away and sold it to Look Magazine for 25 dollars. A small taste of what was to come…

See also: Stanley Kubrick’s Favorite Movie

Paul McCartney’s Begrafenis

The Beatles, vooral John Lennon, stoorden zich vaak aan journalisten die op het bizarre af zochten naar betekenis in hun songteksten. Vaak was die er helemaal niet. Lennon en McCartney bedachten bij het schrijven meestal gewoon woordcombinaties en uitdrukkingen die mooi klonken en intrigeerden, maar betekenis? Lennon schreef het liedje Glass Onion over de obsessie van fans en journalisten met het ontdekken van verborgen boodschappen in hun liedjes (‘The Walrus is Paul’).

Een van de bekendste Beatles geruchten was dat Paul in 1966 zou zijn overleden in een auto-ongeluk en sindsdien zou zijn vervangen door een nieuwe Beatle. Dit gerucht ontstond in 1969 nadat verslaggever Fred LaBour van The Michigan Daily een opsomming gaf van aanwijzingen die op diverse Beatles albums te vinden zou zijn. Zo begon een obsessie onder Beatles-fans met de zoektocht naar aanwijzingen die dit bizarre verhaal ondersteunden.

Bijvoorbeeld, in de film ‘Magical Mystery Tour‘, bij het vertolken van Your mother should know, hebben alle Beatles een rode roos in hun witte pak gestoken, behalve Paul: hij draagt een zwarte roos. En op het einde van Strawberry Fields Forever lijkt John “I buried Paul” te zeggen. John Lennon verklaarde achteraf echter dat hij “Cranberry sauce” zei.

Er zijn talloze andere aanwijzingen voor de dood en vervanging van Paul. Onzin natuurlijk, maar de beroemde cover van Abbey Road, het album uit 1969 dat LaBour in zijn artikel eigenlijk moest recenseren, is wel degelijk symbolisch.

Het is een begrafenisstoet. John loopt voorop in het wit als een heilig figuur of God zelf. Daarachter loopt een plechtige Ringo die de kistdrager of begrafenisondernemer moet voorstellen. En dan komt de overledene: Paul. Het valt niet te ontkennen dat hij er wat zombie-achtig bijloopt op blote voeten, een niet gefocuste blik, een sigaret (‘coffin nail’) in zijn rechterhand (terwijl hij links is) en uit de pas lopend met de andere Beatles. De stoet wordt afgesloten door George die denim draagt: juist, hij symboliseert de doodgraver in zijn werkkleren.

Paul ontkende, zoals gewoonlijk, dat er enige waarheid schuilde in dit verhaal. De outfits en volgorde zouden toeval zijn geweest. Hmmmm, ik weet niet. Normaal ben ik niet zo’n complotdenker rond The Beatles, maar ik heb de laatste tijd teveel over symboliek gelezen om dit als toeval te kunnen beschouwen.

Aan de andere kant was het verhaal van Paul geloofwaardig; de fotoshoot voor Abbey Road gebeurde vrij spontaan en de kleren hadden ze niet eens zelf uitgezocht. Bovendien, als je symboliek gaat interpreteren: John loopt voorop in het wit; de kleur van de dood in Oud-Egypte en veel Aziatische culturen. John zou de eerste Beatle worden die de reis naar de andere wereld zou maken. Toeval?

Gelukkig leefde Paul in 1969 nog wel en was de echte tragedie van Abbey Road dat het het laatst opgenomen Beatles album zou blijken. Dit werd gesymboliseerd door de scheur door de naam ‘Beatles’ op de achterzijde…

Ook toeval dat het laatste nummer The End heet?

De formatieve jaren van David Lynch

“David, het lijkt me het beste als jij geen kinderen neemt”. Dat zei zijn vader tegen hem nadat hij hem een kelder vol met rottend fruit en ontbindende muizenlijken had laten zien.

Het was één van de drie bepalende momenten tussen zijn vader en David Lynch, de schilder en filmmaker die na zijn cultdebuut ‘Eraserhead’ bekendheid verwierf met zijn donkere, bizarre droomachtige films en kunst. ‘David Lynch: The Art Life’ is een intiem portret van de kettingrokende surrealist.

Een tweede herinnering aan zijn vader vond plaats toen Lynch een studio huurde die zijn vader voor de helft betaalde. Hier beoefende hij zich in de schilderkunst (“ik wist dat mijn werk waardeloos was, maar ik probeerde iets te vinden”). Toen zijn vader te kennen gaf dat David ’s avonds 11 uur thuis moest zijn kregen ze enorme ruzie en verklaarde zijn vader dat David ‘geen onderdeel meer was van de familie’. Iets later belde de kunstenaar waarvan hij de studio huurde zijn vader op en vertelde hij hem dat David heel erg serieus aan het werk was en absoluut niet aan het klootviolen. Daarna kon hij zo lang wegblijven als hij wilde.

De derde herinnering vond plaats in L.A. waar David aan de filmacademie studeerde. Hij kon gebruik maken van hele grote stallen waar hij gedurende vier jaar werkte aan zijn eerste lange, experimentele speelfilm ‘Eraserhead’ (1977). Zijn vader en broer kwamen langs en zeiden: ‘stop met de film. Je hebt nu een kind* om voor te zorgen en het gaat toch niet gebeuren.’

Dit raakte hem diep, te meer omdat hij niet van plan was om te stoppen. ‘Eraserhead’ was zijn gelukkigste ervaring in film. Hij kon een wereld uit zijn verbeelding bouwen voor nauwelijks geld. Rond de stallen stonden fabrieken die de donkere, industriële droomwereld van ‘Eraserhead’ in zijn verbeelding deden ontwaken.

Bij de studie naar succesvolle filmmakers kom ik altijd op dezelfde elementen die het succes veroorzaken:
– Een bijzonder talent en een bijzondere geest.
– Een enorme passie voor iets en daar volledig in opgaan en er heel heel veel tijd in steken.
– Ze laten zich door niemand tegenhouden, ook niet door zichzelf.
– Fouten maken is goed. Lynch werkte eens twee maanden aan een animatie en ontdekte toen dat hij niks had opgenomen. Maar hij hield er wel een idee voor een short aan over (‘The Alphabet’). Je eerste productie kan niet goed zijn. Maak dus vooral een slechte film om van te leren.
– Toeval: Lynch maakte een korte film en iemand met invloed zag er wat in. Hij kreeg toen een toelage voor zijn volgende project. “Dat veranderde alles…”

* Ten tijde van de opmerking van zijn vader over het ‘geen kinderen krijgen’ was Lynch zijn toenmalige vriendin net zwanger.