Dag Sluupie

Sluup
XX-XX-2002 — 04-05-2017

Tot later weer, maatje!

*Een notitie over de dood: Bewustzijn is niet een product van neurobiologische processen in het brein, maar de bron van al het bestaan. Volgens biocentrisme is alles wat we observeren, inclusief ruimtetijd, een constructie binnen de geest (het bewustzijn) en bestaat er geen externe wereld buiten het bewustzijn (voor meer uitleg, lees deze blog). Kortom, tijd bestaat slechts als instrument van de dierlijke geest en heeft geen grondslag in de realiteit. Bij de dood van Sluup is zijn bewustzijn verplaatst, maar niet verdwenen. Er is geen plek waar het naar toe zou kunnen verdwijnen. We hebben zijn levenloze lichaam gezien, maar hij (zijn bewustzijn) was al vertrokken en het lichaam wat overbleef was Sluup niet meer. De dood is een illusie en we leven allemaal voor eeuwig als onderdeel van het grote bewustzijn van de natuur.

Voor wie dit te mooi vindt om waar te zijn moet zeker het werk lezen van wetenschappers Robert Lanza en Stanislav Grof. Het is een zeer heugelijk gegeven!

Advertenties

Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleyngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double split experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant binnenkomt stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristalen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life created the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.

Tonio: De Film

Afgelopen week zag ik deze verfilming van het nu al klassieke boek van A.F.Th. van der A. over de dood van zijn enige zoon Tonio: het gevolg van een aanrijding op eerste Pinksterdag 2010.

Ik vond het een steengoede film met onvergetelijke rollen van Pierre Bokma en Rifka Lodeizen als de ouders, en de jonge Chris Peters als Tonio. Dit is een terechte inzending voor de Oscars volgend jaar.

Maar ik vond het ook een bijzonder moeilijke film om te kijken om twee redenen. Ten eerste is het zo’n persoonlijk en tragisch verhaal waar je in gezogen wordt en met zulke sympathieke hoofdpersonen. Net als het boek slaagt ook de film erin je echt metgezel te maken van de ouders Adri en Mirjam.

Ten tweede wil je zo erg niet dat er gebeurt wat er gebeurt. De politie die aanbelt, de rit naar het ziekenhuis, de artsen die nog proberen Tonio’s leven te redden… Je weet wat er gaat komen, maar toch zit je voortdurend te denken; ‘kom op., laat het toch nog als door een wonder goedkomen. Het was uiteindelijk allemaal maar een nare droom.’ Maar de waarheid is onontkoombaar. En elke keer als je dat laat doordringen als kijker kom je zelf in het rouwproces terecht. Dit is erg knap gedaan van regisseur Paula van der Oest en scenarioschrijver Hugo Heinen.

Net als het boek bestaat de rest van de film uit herinneringen van de ouders aan hun verlegen en sympathieke zoon Tonio, en uit hun beginnende rouwproces. Adri stort zich op het schrijven en zoekt tegelijkertijd als een bezetene uit wat zich tijdens de fatale nacht heeft afgespeeld. Mirjam probeert zich staande te houden en is vooral bang dat de dood van Tonio haar en Adri uit elkaar zal drijven. Uiteindelijk weet je dat ze het gaan redden samen hoe moeilijk dit ook zal gaan.

De film eindigt te abrupt, maar dat zal een bewuste keuze geweest zijn. Je wilt niet dat het voorbij is; je wilt in de herinneringen blijven hangen. De tijd rekken – net als de vader probeert met zijn schrijven – om Tonio zo lang mogelijk in leven te houden.

Maar dan wordt het beeld zwart en moet het echte rouwproces – zal het ooit overgaan? – toch echt beginnen. Diep respect voor de ouders om dit belangrijke verhaal te delen, en chapeau voor de filmmakers die geen betere verfilming hadden kunnen maken. Tonio blijft in mijn hart en dat zal voor vele mensen gelden.

tonio-de-film

Doodsvonnis

Vannacht had ik een angstaanjagende droom. Een zekere dr. de Kruijk (Loesje’s oude neuroloog, grappig hoe in dromen fantasie en herinneringen door elkaar lopen) vertelde me dat ik dodelijk ziek was. Het enige wat ze nog konden doen was …………………… ……………………….(ik hoorde hem niet meer). Toen ik thuis was, was de enige conclusie die ik met deze onvolledige informatie kon trekken dat ik niet meer lang te gaan had. Toen moest ik dat nieuws gaan vertellen aan mijn vrouw en mijn ouders. En dat was misschien nog erger dan het nieuws zelf.

Het is niet zo gek dat ik juist vannacht die droom had; ik had gisteravond fragmenten gezien uit ‘Over mijn lijk’ waarin de slechts 18-jarige Matthijs afscheid moest nemen van het leven en zijn familie. Ik kon het laatste bezoek van presentator Valerio aan Matthijs niet aanzien en heb het uitgezet, maar het zaadje voor mijn levensechte nachtmerrie was gelegd. Uiteindelijk zijn we allemaal terminaal. De enige vraag is wanneer we gaan.

Waarom zijn mensen zo bang voor de dood? Een belangrijke reden van voor mij is afscheid te moeten nemen van mijn familie en de gedachte dat mijn dochter op moet groeien zonder mij. Ook ben ik gewoon nog niet klaar met mijn leven. Volgens Ernest Becker (schrijver ‘The Denial of Death’) is angst voor de dood de meest fundamentele drijfveer van mensen en is onze strategie hoe we met deze angst omgaan de reden dat we een beschaving hebben opgebouwd. Alle menselijke prestaties komen voort uit onze doodsangst (een soort tegengif tegen deze death anxiety), maar ook conflicten zoals oorlog komen eruit voort, aldus Becker. Vele psychologen zijn het met hem eens.

En wat is de betekenis van het leven? Ik heb al twee keer zo lang geleefd als de dappere Matthijs, dus ik kan mijn leven wat dat betreft al bijzonder geslaagd noemen. Maar wat zou je tegen mij – of tegen een ieder die een doodvonnis heeft gekregen – kunnen zeggen over de betekenis van het leven? Waar is het allemaal goed voor? Een antwoord komt van psycholoog en concentratiekamp-overlever Viktor E. Frankl in zijn boek ‘Man’s Search for Meaning’. Als het noodlot toeslaat en je verplicht moet wachten op de dood, kun je er nog altijd voor kiezen hoe je die dood tegemoet treedt. Die innerlijke vrijheid kan niemand je afnemen – ook de beulen in het concentratiekamp niet. En dat – op zichzelf – is al betekenis genoeg.

En toen werd ik wakker; ik ga niet dood. Maar ik blijf leven alsof dat wel zo is.

Doodsvonnis