De opkomst en ondergang van wereldmachten

Voor MenA.nl schreef ik onlangs een stuk over het nieuwste boek van topinvesteerder Ray Dalio: Principles For Dealing With a Changing World Order: Why Nations Succeed and Fail. Hierin deelt de oprichter van Bridgewater Associates, één van de grootste hedgefondsen wereldwijd, de patronen die hij ziet in de opkomst en ondergang van wereldmachten.

Volgens Dalio herhalen zich steeds dezelfde patronen, waarbij een machtig land of keizerrijk eerst tot bloei komt, waarna problemen ontstaan in de vorm van politiek en sociaal conflict en verslechterende financiën. Die problemen leiden uiteindelijk tot een revolutie en/of oorlog waarna meestal een andere wereldmacht de dominante positie op het wereldtoneel overneemt.

Cycli zijn de norm, schrijft Dalio. Dus als professionals en investeerders kunnen we ze zien aankomen en erop anticiperen. Vaak denken mensen dat de toekomst een licht gemodificeerde versie van het verleden is, en dus profiteren ze niet van de ups en downs. De generatie die de Tweede Wereldoorlog meemaakte was somber gestemd en profiteerde nauwelijks van de post-oorlog boom periode op de beurs. Omgekeerd, mensen van de boom periode leenden erg veel terwijl wat historisch gezien leidt tot een periode van neergang. De omslag in een Grote Cyclus komt, in tegenstellingen tot de kleinere cycli, vaak maar één keer in je leven voorbij, dus je eigen verleden heeft je hier niet op voorbereid. Door de geschiedenis te bestuderen, kun je hier wel op voorbereid zijn.

De typische Grote Cyclus van wereldmachten
De opkomst van wereldmachten wordt gekenmerkt door een aantal factoren, zoals het niveau van educatie, innovatie, technologische vooruitgang, samenwerking tussen kapitaal en politieke macht, effectieve financiële markten, sterk leiderschap en militaire macht. Al deze zaken leiden tot een snellere en grotere toename van de productiviteit en als investeerder wil je weten waar dit de aankomende periode gaat plaatsvinden.

Succesvolle landen of keizerrijken kunnen de cyclus wel 200 of 300 jaar laten duren. De voorspoedige perioden duren daarmee veel langer dan de slechte, volgens Dalio. Deze slechte perioden ontstaan doordat de rijken meer rijkdom naar zich toe trekken, inclusief de productiemiddelen. Als de welvaart toeneemt, nemen ook de consumptie en decadentie toe en de productiviteit juist af. Er wordt meer geleend en er ontstaan bubbels. Wanneer het vervolgens economisch minder gaat vangen de minder welvarende mensen de klappen op en ontstaan er conflicten. Deze conflicten leiden vervolgens vaak tot revolutie en of oorlog, waarna er een nieuwe wereldorde wordt gecreëerd. Deze cycli blijven volgens Dalio bestaan omdat de menselijke natuur niet fundamenteel wijzigt. De mens heeft de neiging dingen tot extremen door te voeren waardoor het equilibrium verstoord wordt wat leidt tot een slinger de andere kant op.

De slechte tijden kunnen we zien als perioden van transitie. Het zijn reinigende stormen die ons verlossen van de excessen, zoals een te hoge schuldenlast, waarna we kunnen terugkeren naar onze fundamenten. Deze periode eindigt in een nieuwe politieke orde met een duidelijke machtsdistributie. Voor mensen zijn de voorspoedige tijden uiteraard prettiger, maar beide perioden hebben een functie, namelijk ons verder brengen in de evolutie en in die zin zijn ze niet ‘goed’ of ‘fout’, aldus Dalio. De tekenen van een verschuivende wereldorde zijn nu overal om ons heen zichtbaar; enorme welvaartskloven, de historische lage rentes, een groeiende schuldenlast, het massale drukken van geld (vooral sinds de covid-pandemie), toenemend populisme en politiek conflict en een enorm uit de hand lopende klimaat en biodiversiteitscrisis.

Relatieve neergang van de Verenigde Staten en de opkomst van China
De huidige nieuwe wereldorde ontstond in 1945 en de volgende verschuiving is nabij. Het verzwakken van het ene keizerrijk kan samenvallen met de opkomst van een andere. Dat is precies wat we nu zien: een rijzende wereldmacht (China) die concurreert met de huidige wereldmacht (de VS) in handel, technologie, kapitaalmarkten en geopolitiek. De VS verkeert nu in fase 5 van 6, stelt Dalio. Het land heeft zeker nog een aantal krachten, waaronder innovatie in technologie en militaire macht, maar dit is relatief minder aan het worden. China zit in fase drie, de bloeiperiode, en doet er goed aan deze fase zo lang mogelijk te laten duren.

Dalio maakt zich vooral zorgen over de groeiende tegenstellingen in de VS en de verslechterende financiële situatie. Bij zowel de democraten als republikeinen krijgen meer extreme visies de overhand en verdwijnen de gematigde meningen. In een onderzoek uit 2019 gaf 42 procent van de aanhangers van beide partijen aan de oppositie als ‘ronduit slecht’ te beschouwen. Onderzoek wijst uit dat de kans dat de twee partijen daardoor ver gaan komen in het gezamenlijk vinden van oplossingen voor de grote problemen in het land zeer klein is. De volgende fase voor de VS is een staat van burgeroorlog. Het hoeft geen ‘echte’ oorlog te betekenen; een vreedzame revolutie waarin de schulden worden geherstructureerd (een soort ‘Great Reset’) is ook mogelijk. Maar als gewelddadige conflicten toenemen (denk aan de bestorming van het Capitool) weet je dat een land in de problemen zit. Dalio schat de kans op een binnenlandse oorlog in de VS op 30 procent de komende 10 jaar. Kunnen de Amerikanen dit omkeren? Alleen als ze zich verenigen en de ongelijke verdeling van welvaart daadwerkelijk aanpakken.

Conflicten van de interne orde gaan vaak samen met conflicten van de externe orde. De handelsoorlog tussen de VS en China is een goed voorbeeld. Het meest explosieve conflict in potentieel is de confiscatie van Taiwan door China en de reactie van de VS daarop. Kan dit leiden tot een derde wereldoorlog? Dit is erg lastig te voorspellen, maar zeker niet uit te sluiten. Het is lastig voor te stellen hoe een dergelijke oorlog zich zou voltrekken met moderne oorlogsmiddelen, maar het lijdt geen twijfel dat het buitengewoon vernietigend zou zijn voor alle betrokken landen. Vele winnaars uit het verleden, zoals Duitsland en Japan, hebben dergelijke perioden van enorme welvaartsvernietiging meegemaakt.

Het is van het grootste belang dat deze daadwerkelijke, militaire oorlog koste wat het kost vermeden wordt. In dat geval hoeft het begin van een nieuwe Grote Cyclus niet zo erg te zijn. Er zal een grote herstructurering van schulden en herverdeling van macht en welvaart plaatsvinden, maar daarna kan een land of keizerrijk weer met een schone lei beginnen en heeft de centrale bank weer de middelen om de economie te stimuleren. En we kunnen waardevolle lessen leren. Dat is evolutie – volgens Dalio dé stabiele kracht in het universum. We moeten vooral leren om niet bij ons eigen perspectief te blijven, maar ook de oogpunten van anderen te leren begrijpen. Iedere fase van de cyclus heeft een andere visie die het beste werkt. Deze verschillende perspectieven leren begrijpen kan een hoop waardevernietiging voorkomen.

Is onze ramkoers met vernietiging onvermijdelijk?

People are crazy and times are strange.
I’m locked in tight, I’m out of range.
I used to care, but things have changed.
>>> Bob Dylan, Things Have Changed

In de klimaatdiscussie hink ik op twee benen. Enerzijds ben ik een optimist die gelooft dat de mensheid er uiteindelijk in gaat slagen de enorme transitie naar CO2-neutraal te maken. Weliswaar gaan we tot die tijd (circa 2050) nog enorm veel uitstoten – en zullen we van de klimaatverandering die er al is – en nog erger gaat worden – heel veel last hebben, maar we gaan niet ten onder. Anderzijds heb ik af en toe wanhopige momenten waarin ik geloof dat de huidige mensheid te dom is om te overleven.

Zoals ik op deze blog heb aangegeven: ik geloof in de evolutie van bewustzijn. En dat de mensheid uiteindelijk leert om in vrede samen te werken aan continue vooruitgang. Noem het optimistisch Star Trek denken. Maar evolutie is een heel traag proces…

De Veda’s hebben het al voorspeld: dit is een tijdperk van een laag niveau van bewustzijn. En dat is duidelijk te zien in de politiek, het publieke debat, en waar mensen zich over het algemeen mee bezig houden. Kijk op social media en je ziet wat ik bedoel.

Uit het laatste klimaatrapport van de VN, en het recente extreme weer in Nederland, België, Griekenland, Canada, blijkt dat we afstevenen op rampspoed als we niet heel snel stoppen met het uitstoten van CO2 en het over-exploiteren van de aarde. Het bewijs is er, we kunnen het met onze eigen ogen aanschouwen. En dan nóg zijn de meeste mensen niet aan boord. Niet echt.

Wat we nodig hebben zijn talentvolle leiders met visie die ons naar een veilige toekomst gaan leiden. Maar we hebben Rutte met zijn visie dat we vooral ‘moeten blijven kunnen barbecueën’. Precies het soort lage bewustzijn waar de Veda’s het over hadden. Rutte heeft zich laten gijzelen door de populisten. Types als Baudet en Wilders die ontkennen dat er iets moet gebeuren aan het klimaat en de natuur.

Ik hoop dat mijn positieve versie gelijk krijgt, maar het zou me niet verbazen als de natuur even grote schoonmaak gaat houden. Corona was een heel mild begin. De overstromingen en hittegolven zijn de volgende fase. Misschien dat omdat we ons niet sneller aanpassen, de natuur ons dan maar een handje gaat helpen door een paar miljard mensen uit te roeien. Evolutie vraagt soms om massale vernietiging om weer verder te komen. Kijk maar naar de dinosaurussen.

Maar hier ga ik me niet zonder meer bij neerleggen. We zijn het aan de volgende generatie verplicht om onze maximale efforts erin te steken. De grootste impact moeten bedrijven en overheden maken. Maar zij gaan het uit zichzelf niet doen, niet snel genoeg in elk geval. We zullen ze ertoe moeten dwingen.

Het belangrijkste argument van klimaatsceptici ontkracht

Als het gaat om de klimaatdiscussie die sinds het recente VN-rapport weer volop gevoerd wordt, hoor ik minder vaak ontkenning dan een paar jaar geleden. Behalve een aantal gekken die zeggen dat er niks aan de hand is, zijn de meeste mensen er toch wel van overtuigd dat het echt aan het plaatsvinden is.

De klimaatsceptici blijven wel wat anders beweren. Namelijk: ‘Het klimaat verandert sowieso. Daar heb je geen mensen voor nodig. En de mens kan er ook niks aan veranderen.’

En dat is een oliedomme opmerking.

Ja, het klimaat verandert, maar denken dat 7,5 naakte apen daar niks mee te maken hebben is je hoofd in het zand steken. Deze apen vernietigen namelijk ecosystemen. En ze stoten 51 miljard ton CO2 per jaar uit en CO2 heeft twee ongunstige eigenschappen:
1. Een overschot aan CO2 blijft honderden jaren in de atmosfeer hangen;
2. Het houdt warmte vast op aarde.
Dus misschien dat het klimaat wel langzaam opwarmt de komende 10.000 jaar. Maar de mensheid krijgt het in slechts een paar honderd jaar voor elkaar. En dan gaat het ook nog eens om een veel grotere stijging van gemiddelde temperatuur. Gevolgen: hitte, uitdroging, meer extreem weer, een stijgende zeespiegelstijging en nog veel meer onprettigheden.

Misschien heeft dit laatste ‘argument’ tegen klimaatactie te maken met de klimaat moedeloosheid die velen voelen (zie krantenknipsel). Het probleem is zo reusachtig dat we er toch niks aan kunnen doen. Ook hier kan het geen kwaad om naar de experts te luisteren. Velen van hen zeggen namelijk dat we er nog wel wat aan kunnen doen als we opschieten. Overheden zullen keihard beleid moeten voeren. Bedrijven moeten hun bedrijfsmodellen transformeren. En burgers moeten eisen dat ze dit nu echt gaan doen en tegelijkertijd hun eigen consumptiegedrag veranderen. Verder moet er veel meer geïnvesteerd worden in uitstoot besparende technologie.

Als we deze dingen gaan doen – en snel – kunnen we in 2050 in een CO2-vrije wereld wonen. Er is dan evengoed een klimaatprobleem (dat is er immers nu al) en daar gaan we behoorlijk last van krijgen. Maar de ergste scenario’s hoeven niet uit te komen. Het kan bij de lichtste blijven.

Het is volkomen logisch dat veel van ons ons moedeloos voelen, zeker als we zien dat de politiek geen actie onderneemt. Maar er is nu wel momentum. Laten we hier nou alsjeblieft gebruik van maken en actie eisen. Het is cruciaal het ijzer te smeden als het heet is. En heet is het nu zeker.


Uit Trouw, zaterdag 14 augustus 2021

The Trial of Socrates

The people of Athens with power decided to silence the questioner. Socrates at the age of 70 in the year 399 B.C. was brought to trial on trumped up charges of corruption and impiety.

For a report about the trial and what it tells us about the great philosopher, we turn to Plato’s ethical theory. In Plato’s own thought, no more important starting point in understanding ethics can be found than beginning with the life of Socrates. Here Plato finds a justification for philosophy: in an ethical ideal to which all students of philosophy might aspire. Since Socrates’s life serves as an ideal, Plato insists on writing about Socrates in the writings which bear most directly on ethics. He does this in a sequence of three dialogues called the Apology, the Crito and the Phaedo, which describe the trial, the imprisonment and finally the execution of Socrates.

These three dialogues are based on the events at the end of Socrates’ life. But they’re probably not strict historical records. The statements that are attributed to Socrates undoubtedly resemble what he actually said. Even if we can’t be certain about this, we can be certain about his ethical commitment shown in his trial and death. We can be certain about the connection revealed here between the ethical decisions and the use of reason. Hereto we find Socrates his famous statement, as compelling as it is brief: “The unexamined life is not worth living”.

These words spoken in a time when Socrates his life was at stake demonstrate how powerful the role of reason was for both Socrates and Plato. Not only for theoretical questions, but for the practical question of how one, anyone, ought to live. In the Apology Plato presents a version of Socrates’ speech as he defended himself at his trial. The jury of 500 Athenians, selected by lot, have heard the charges against him. He was accused of corrupting the young people among his followers and of impiety against the Athenian Gods. It was evident that behind these charges, perhaps even more important than the charges themselves, there was a sharp personal animosity against a man who would often challenge and embarrass the leading figures of Athens. It is no surprise then that an attempt was made to silence Socrates, he did damage a lot of egos.

When he spoke in his own defence, Socrates first attempted to explain the antagonism that led to his trial. He did so by relating an episode that involved the Oracle of Delphi, a religious figure revered by the Greeks for her wisdom. Chaerephon, a friend of Socrates, traveled to Delphi once to ask the oracle whether she knew anyone who was wiser than Socrates. The oracle replied ‘no’. Socrates was puzzled for he didn’t consider himself wise. But the oracle would not be wrong either. To find out what she meant, Socrates began to talk to other Athenians. He asked them questions about themselves and their work. In these discussions, he discovered that the people he spoke to – the politicians, the poets, the teachers – were far from the authorities they were supposed to be. They didn’t know what they claimed to know. And Socrates concluded that this would be the basis for what the oracle had said. He didn’t believe that he had had knowledge just like the other Aethenians didn’t have knowledge. But he was wiser because he knew that he didn’t know.

“I gave a thorough examination to this person, I need not mention his name. And in conversation with him I formed the impression that although in many people’s opinion – and especially in his own – he appeared to be wise, while in fact he was not. Then when I began to try to show him that he only thought he was wise and that he was not really so, my efforts were resented both by him and by many of the other people present. However I reflected as I walked away: well, I am certainly wiser than this man. It is likely that neither of us has any knowledge to boast off. But he thinks that he knows something while he does not. Whereas I am quite conscious of my ignorance.”

This profession of ignorance by Socrates has since become known as Socratic irony. In it, ignorance too becomes an object of knowledge. But Socrates’ irony is more than a manner of speaking. Ignorance by itself is for Socrates not exactly harmful. It becomes harmful when a person is not aware that he lacks knowledge. The ignorant person then has no reason to examine himself and to learn. Knowing that one doesn’t know is thus a form of wisdom and Socrates claims this wisdom for himself.

Of course by repeating this claim at his trial, Socrates did only add insult to injury. It surely didn’t help his cause. But the method he used at his trial is the only one he knew. He spoke the truth and directed it at the people who he thought that most needed to hear it. Socrates told the jury: “I am not arguing in my own defense, but rather in yours.”

Nor was Socrates willing to change his opinions or his method because of the possible consequences of what he said. To do this would be to repeat the mistake of not recognizing one’s own ignorance. “Even to fear death my friends is also to think ourselves wise without really being wise. For it is to think that we know what we do not know.”

Socrates’ honesty and consistency were not enough to convince his jury… He was found guilty of the charges and executed by means of a cup of poison he was forced to drink.

Source: The Giants of Philosophy (Plato, Grece ca. 428-348 B.C.)