Het belangrijkste argument van klimaatsceptici ontkracht

Als het gaat om de klimaatdiscussie die sinds het recente VN-rapport weer volop gevoerd wordt, hoor ik minder vaak ontkenning dan een paar jaar geleden. Behalve een aantal gekken die zeggen dat er niks aan de hand is, zijn de meeste mensen er toch wel van overtuigd dat het echt aan het plaatsvinden is.

De klimaatsceptici blijven wel wat anders beweren. Namelijk: ‘Het klimaat verandert sowieso. Daar heb je geen mensen voor nodig. En de mens kan er ook niks aan veranderen.’

En dat is een oliedomme opmerking.

Ja, het klimaat verandert, maar denken dat 7,5 naakte apen daar niks mee te maken hebben is je hoofd in het zand steken. Deze apen vernietigen namelijk ecosystemen. En ze stoten 51 miljard ton CO2 per jaar uit en CO2 heeft twee ongunstige eigenschappen:
1. Een overschot aan CO2 blijft honderden jaren in de atmosfeer hangen;
2. Het houdt warmte vast op aarde.
Dus misschien dat het klimaat wel langzaam opwarmt de komende 10.000 jaar. Maar de mensheid krijgt het in slechts een paar honderd jaar voor elkaar. En dan gaat het ook nog eens om een veel grotere stijging van gemiddelde temperatuur. Gevolgen: hitte, uitdroging, meer extreem weer, een stijgende zeespiegelstijging en nog veel meer onprettigheden.

Misschien heeft dit laatste ‘argument’ tegen klimaatactie te maken met de klimaat moedeloosheid die velen voelen (zie krantenknipsel). Het probleem is zo reusachtig dat we er toch niks aan kunnen doen. Ook hier kan het geen kwaad om naar de experts te luisteren. Velen van hen zeggen namelijk dat we er nog wel wat aan kunnen doen als we opschieten. Overheden zullen keihard beleid moeten voeren. Bedrijven moeten hun bedrijfsmodellen transformeren. En burgers moeten eisen dat ze dit nu echt gaan doen en tegelijkertijd hun eigen consumptiegedrag veranderen. Verder moet er veel meer geïnvesteerd worden in uitstoot besparende technologie.

Als we deze dingen gaan doen – en snel – kunnen we in 2050 in een CO2-vrije wereld wonen. Er is dan evengoed een klimaatprobleem (dat is er immers nu al) en daar gaan we behoorlijk last van krijgen. Maar de ergste scenario’s hoeven niet uit te komen. Het kan bij de lichtste blijven.

Het is volkomen logisch dat veel van ons ons moedeloos voelen, zeker als we zien dat de politiek geen actie onderneemt. Maar er is nu wel momentum. Laten we hier nou alsjeblieft gebruik van maken en actie eisen. Het is cruciaal het ijzer te smeden als het heet is. En heet is het nu zeker.


Uit Trouw, zaterdag 14 augustus 2021

The Trial of Socrates

The people of Athens with power decided to silence the questioner. Socrates at the age of 70 in the year 399 B.C. was brought to trial on trumped up charges of corruption and impiety.

For a report about the trial and what it tells us about the great philosopher, we turn to Plato’s ethical theory. In Plato’s own thought, no more important starting point in understanding ethics can be found than beginning with the life of Socrates. Here Plato finds a justification for philosophy: in an ethical ideal to which all students of philosophy might aspire. Since Socrates’s life serves as an ideal, Plato insists on writing about Socrates in the writings which bear most directly on ethics. He does this in a sequence of three dialogues called the Apology, the Crito and the Phaedo, which describe the trial, the imprisonment and finally the execution of Socrates.

These three dialogues are based on the events at the end of Socrates’ life. But they’re probably not strict historical records. The statements that are attributed to Socrates undoubtedly resemble what he actually said. Even if we can’t be certain about this, we can be certain about his ethical commitment shown in his trial and death. We can be certain about the connection revealed here between the ethical decisions and the use of reason. Hereto we find Socrates his famous statement, as compelling as it is brief: “The unexamined life is not worth living”.

These words spoken in a time when Socrates his life was at stake demonstrate how powerful the role of reason was for both Socrates and Plato. Not only for theoretical questions, but for the practical question of how one, anyone, ought to live. In the Apology Plato presents a version of Socrates’ speech as he defended himself at his trial. The jury of 500 Athenians, selected by lot, have heard the charges against him. He was accused of corrupting the young people among his followers and of impiety against the Athenian Gods. It was evident that behind these charges, perhaps even more important than the charges themselves, there was a sharp personal animosity against a man who would often challenge and embarrass the leading figures of Athens. It is no surprise then that an attempt was made to silence Socrates, he did damage a lot of egos.

When he spoke in his own defence, Socrates first attempted to explain the antagonism that led to his trial. He did so by relating an episode that involved the Oracle of Delphi, a religious figure revered by the Greeks for her wisdom. Chaerephon, a friend of Socrates, traveled to Delphi once to ask the oracle whether she knew anyone who was wiser than Socrates. The oracle replied ‘no’. Socrates was puzzled for he didn’t consider himself wise. But the oracle would not be wrong either. To find out what she meant, Socrates began to talk to other Athenians. He asked them questions about themselves and their work. In these discussions, he discovered that the people he spoke to – the politicians, the poets, the teachers – were far from the authorities they were supposed to be. They didn’t know what they claimed to know. And Socrates concluded that this would be the basis for what the oracle had said. He didn’t believe that he had had knowledge just like the other Aethenians didn’t have knowledge. But he was wiser because he knew that he didn’t know.

“I gave a thorough examination to this person, I need not mention his name. And in conversation with him I formed the impression that although in many people’s opinion – and especially in his own – he appeared to be wise, while in fact he was not. Then when I began to try to show him that he only thought he was wise and that he was not really so, my efforts were resented both by him and by many of the other people present. However I reflected as I walked away: well, I am certainly wiser than this man. It is likely that neither of us has any knowledge to boast off. But he thinks that he knows something while he does not. Whereas I am quite conscious of my ignorance.”

This profession of ignorance by Socrates has since become known as Socratic irony. In it, ignorance too becomes an object of knowledge. But Socrates’ irony is more than a manner of speaking. Ignorance by itself is for Socrates not exactly harmful. It becomes harmful when a person is not aware that he lacks knowledge. The ignorant person then has no reason to examine himself and to learn. Knowing that one doesn’t know is thus a form of wisdom and Socrates claims this wisdom for himself.

Of course by repeating this claim at his trial, Socrates did only add insult to injury. It surely didn’t help his cause. But the method he used at his trial is the only one he knew. He spoke the truth and directed it at the people who he thought that most needed to hear it. Socrates told the jury: “I am not arguing in my own defense, but rather in yours.”

Nor was Socrates willing to change his opinions or his method because of the possible consequences of what he said. To do this would be to repeat the mistake of not recognizing one’s own ignorance. “Even to fear death my friends is also to think ourselves wise without really being wise. For it is to think that we know what we do not know.”

Socrates’ honesty and consistency were not enough to convince his jury… He was found guilty of the charges and executed by means of a cup of poison he was forced to drink.

Source: The Giants of Philosophy (Plato, Grece ca. 428-348 B.C.)

Corona is een te lichte waarschuwing gebleken…

De linkse partijen leden gisteren een enorme nederlaag. Partij voor de Dieren wist op te schuiven met één zetel naar in totaal zes, maar met 3,6 procent van de stemmen is pijnlijk duidelijk dat weinig Nederlanders de noodzaak zien tot een fundamentele koerswijziging.

In haar boek Dieren kunnen de prest krijgen, en dan? schrijft partijleider Esther Ouwehand van de PvdD over het ontstaan van de coronacrisis en andere infectieziekten van de laatste tien jaar. Wopke Hoekstra noemde corona destijds een Zwarte Zwaan, een totaal onverwachte gebeurtenis met enorme impact.

Dat van die impact klopt, maar een Zwarte Zwaan is het absoluut niet. Corona is een zoönose, een infectieziekte die is overgesprongen van dier op mens. Net zoals eerder gebeurde met SARS, hiv/aids, MERS, ebola, zika, Mexicaanse griep en Q-koorts. De Nederlandse melkgeitenhouderij maakte duizenden mensen ziek, bijna 100 mensen overleden en meer dan 500 mensen worden nooit meer beter. Net zoals bij corona het geval is, worden we bedreigd door een ziekte die is ontstaan door de ongezonde manier waarop de mens zich tot de dieren verhoudt.

Regeringspartijen VVD en CDA weigeren de bio-industrie – die ook heeft geleid tot de stikstofcrisis – aan te pakken. VVD vanwege de economische belangen en CDA omdat de boerenlobby de baas is bij de partij. Het ligt zeer voor de hand dat VVD en D66 met elkaar gaan praten over een formatie na deze verkiezingsuitslag. “Maar ik heb al eerder gezegd dat we ook graag met het CDA samenwerken”, zei VVD-leider Mark Rutte woensdagavond.

Dat betekent ruim baan voor de bio-industrie en de vrije markt. Slecht nieuws voor dieren, natuur en klimaat, maar natuurlijk ook voor de mens. De vraag is namelijk niet of er een nieuwe ziekte-uitbraak komt, maar wanneer die komt. De hoop is gevestigd op D66 om het kabinet nog enigszins te doen beseffen dat het nu aan het dweilen is met de kraan open.

En dat dweilen kost een hoop geld. Een van de meest schokkende verhalen uit het boek van Ouwehand gaat over de nertsenfokkerijen, een sector waar jaarlijks miljoenen dieren vergast worden voor hun vacht. Er was allang geen draagvlak meer voor deze wrede industrie, maar na een aantal corona-uitbraken moesten de fokkers eindelijk hun deuren sluiten. Uiteraard moesten zij wel rijkelijk gecompenseerd worden en dat deed het kabinet door ze een kwart miljard euro!!! (250.000.000) belastinggeld mee te geven. Ook multimiljonairs Jos van Deurzen en de gebroeders Rien en Pierre Leeyen kregen een miljoenenbonus uitgekeerd.

Het kabinet vond het niet nodig om voorwaarden te verbinden aan het geld, zoals dat het niet mocht worden gebruikt om massaal andere diersoorten te gaan fokken en ophokken. Vrije markt hè? En dus, op 19 december 2020 interviewde de Leeuwarder Courant twee voormalige nertsenfokkers die een nieuw bedrijf aan het opzetten waren. Waar hadden ze de afkoopsom in geïnvesteerd? Geiten. In Friesland, de provincie die in 2012 werd getroffen door een grote uitbraak van de Q-koorts. Noem het cynisme. Of gewoon: te bont, schrijft Ouwehand. En dus stevenen we af op een volgende, mogelijk nog veel dodelijkere crisis. We leren het wel. Ooit.

Waarom Baudet Freek Jansen niet wilde afvallen

Normaal schrijf ik niet over populisten vanwege het antifragiel principe. Volatiliteit (waar negatieve aandacht ook onder valt) maakt ze sterker. Dat is de reden dat Trump – met behulp van wat Russische troll farms – de verkiezingen van 2016 heeft gewonnen. Maar ja, mijn blog wordt toch niet veel gelezen en de belangrijkste functie is om stoom af te blazen. Meestal is dat een ander soort stoom, maar nu de verkiezingen eraan komen kan ik me ondanks mijn filosofie ook wel eens druk maken om dingen.

En populisten zijn er met hun bullshit op uit om sterke emoties en reacties uit te lokken. Baudet is er erg goed in, dat moet ik hem nageven. Hij heeft de kunst goed afgekeken van Trump. En zijn protégé Freek Jansen blijkt ook een talent op dit gebied. Toen hem laatst gevraagd werd naar de racistische appjes in de appgroep van de FvD jongerenafdeling, zei hij: “Dit soort berichten vind je ook in buurtapps, sportapps, studentenapps. Het zijn grappen, provocerende opmerkingen. Gewoon een beetje borrelpraat.”

De nummer zeven op de kieslijst stelt dat er in talloze WhatsApp-gesprekken dezelfde soort grappen worden gemaakt. “De jongeren van VVD en CDA gaan veel verder. Maar daar maak je geen item over”. Dit is een bekende truc van populisten; het eigen gedrag bagatelliseren en het meteen zeggen dat je tegenstanders nog veel ergere dingen doen. Zonder enig bewijs overigens.

Dat is de ware reden dat Baudet nog liever zijn partij opblies dan afstand nemen van zijn vriend Jansen, want dit is duidelijk een natural. Ik voorzie in hem al de volgende populist als de positie van Wilders en Baudet zwakker wordt. Hij is er duidelijk goed in, Baudet ziet dat ook. Hij beheerst nu al het Trumpiaanse populisme en die formule is nog lang niet uitgewerkt.

Hoe moet je hiermee omgaan? Het beste is negeren, want narcisten haten het om geen aandacht te krijgen. Daarom zeggen ze zoveel mogelijk dingen die sterke reacties oproepen. Wat je in elk geval niet moet doen is erop op ingaan met argumenten. Daar bereik je niks mee. Een laatste optie is gewoon zeggen waar het op staat. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: Fuck you Freek Jansen! Rot op met je racistische bullshit! Dat je anaal gegangbanged mag worden door twaalf berggorilla’s!

Zo blaas je wat stoom af en kun je daarna weer over op negeermodus. Ik zou het het liefste aan hem Twitteren, maar mijn account is geblokkeerd….