Het mentale universum

“Of course it is happening inside your head, Harry, but why on earth should that mean that it is not real?”
― Albus Dumbledore, Harry Potter and the Deathly Hallows

Met de opkomst van kwantummechanica een eeuw geleden deed het universum een verdwijntruc en het is er sindsdien niet meer solide op geworden. Met zijn uitstekende TED-talk maakt Anil Seth duidelijk dat de neurobiologie het volgende gebied is wat het onvermijdelijke duidelijk maakt; we leven in een mentaal en niet een fysiek universum.

De plaatjes die ons bewustzijn via onze hersenen genereert komen zowel van binnen als van buiten het brein. Als je dit verder doordenkt, ga je je afvragen wat het verschil eigenlijk is tussen die twee. Is er wel een verschil? Ik denk het niet; Robert Lanza heeft gelijk: onze interne wereld en de externe wereld zijn één en dezelfde.

Intuïtief blijft dit een lastig idee omdat we gedeelde ervaringen hebben. Stel, je gaat een schoenenwinkel in met je vrouw (onwaarschijnlijk in het geval van mij en Loesje, maar bij wijze van voorbeeld) en je ziet allebei een paar blauwe sportschoenen. Theoretisch is het mogelijk om mijn brein te modereren, zodat ik in plaats van het paar schoenen twee knalrode kreeften zie. Loesje ziet nog steeds de blauwe schoenen en de schoenenverkoper ziet ze ook, maar ik zie kreeften. Wat zegt dat over die schoenen? Waar bevinden die zich? Puur in onze hoofden, niet in een winkel die buiten ons bewustzijn bestaat. Onze gedeelde ervaringen noemen we de buitenwereld, maar we ervaren hetzelfde – niet omdat er een externe wereld is – maar omdat we allemaal via ons bewustzijn zitten aangesloten op een soort bio-matrix: een oneindig raster van mogelijkheden waar we ons op lineaire wijze bewust van worden.

Voor een Indiaan die 10.000 jaar geleden met een speer in de jungle rondrende was het idee van een mentaal universum makkelijker te accepteren, dan in deze hypermoderne tijd waarin we omringt zijn door auto’s, stoelen, stofzuigers, computerschermen, koffiezetapparaten, sportkleding, McDonalds-drive ins, flatgebouwen, treinen en billboards. Die wekken sterk de indruk dat er echt een externe wereld bestaat, maar het zijn allemaal mentale projecties. Objecten zijn hoopjes moleculen die wij waarnemen als een soort vormen, maar we hallucineren de hele boel bij elkaar. Zelfs onze eigen lichamen en hersenen kunnen we als objecten beschouwen.

Het universum is een mentale wereld die zich via levende wezens van zichzelf bewust wordt. In de wetenschap is het nog steeds niet politiek correct om dit te benoemen en ook de media blijft hangen in het dominante beeld van mechanisch universum, maar de komende decennia gaat dit ongetwijfeld veranderen en komt er meer bewustzijn over deze uiteindelijk veel logischer interpretatie van het leven en de wereld. Anil Seth slaat de spijker op de kop: we zijn onlosmakelijk onderdeel van de natuur, en niet slechts een product uit de natuur. En omdat we onderdeel zijn van de ‘mind-at-large’ kunnen we nooit echt verdwijnen… Een mooie gedachte…

Advertenties

What Schrödinger’s Cat Tells Us About Reality

When you ask someone if it is possible to conduct an experiment in which a cat is both dead and alive simultaneously, she will wonder if you have gone mental (believe me, I tried it at work several times). “Off course this is not possible. That is complete rubbish!”

Or could it be that reality is much weirder than most people realize? In this short essay I will explain how this experiment is possible, why it works like it does, and what it means for our understanding of the world (it will turn out I have indeed gone mental, but in a different way). If you are willing to accept a paradigm shattering worldview, the result is not so crazy at all.

By the way, if you’re not yet familiar with the observer effect of quantum mechanics, check out this video first:

The Experiment
The Austrian quantum physicist Erwin Schrödinger (1887 – 1961) came up with the famous thought experiment to show how ridiculous the widely accepted Copenhagen interpretation of quantum mechanics is. According to this interpretation, physical systems generally do not have definite properties prior to being measured, and quantum mechanics can only predict the probabilities that measurements will produce certain results. The act of measurement causes the set of probabilities to reduce to only one of the possible values immediately after the measurement. This feature is known as wave function collapse.

The experiment works like this: a cat is placed in a sealed box along with a Geiger counter, a bottle of poison and a radioactive particle that may or may not decay after an hour. If the Geiger counter detects that the particle has decayed, it will trigger the smashing of the bottle of poison and the cat will be killed. But because no one is observing the box, the radioactive particle exists in superposition, meaning it exists (or actually doesn’t exist) in all possible states at once. It is not until someone opens the box that the wave function collapses, the particle assumes a definite state and the cat is either killed or not.

The Implications
The paradigm that the world exists as independent reality and we are merely innocent bystanders is smashed by Schrödinger’s experiment. Nevertheless, this is still the dominant worldview today, especially in the West, while these experiments are already a century old. The observer is not observing an independent reality, but is in fact creating it. Not by herself; we are all part of a bigger consciousness that is determining what is manifested reality and what is not. It turns out that we are not living in a material world, but in a mental world. The only way to escape from the weirdness of the dead-alive cat is to accept mind as a property of reality besides matter. Off course I don’t mean mind as created by the material brain, but a mind that is linked to it, but also exists independent of the body.

What quantum mechanics shows us is that reality consists of two levels. One level is the everyday world we observe. Within this level we – as conscious observers – materialize objects within our relative perspectives of space and time. The other level is that of pure potentiality. At this level, everything merely exists as possibility, but nothing exists in a determined state. Within this level – that lies beyond the veil of our perception – space and time don’t exist as independent bedrock realities. And because these dimensions don’t exist, it is no longer possible to separate anything, so at this level we are all one. This is hard to grasp from our individual ego-states, but in special states of consciousness, such as near death, people experience it all the time.

That is the real radical stuff that quantum mechanics tells us, and most physicists don’t like it much. Schrödinger himself wanted to return to the objective worldview in which events were deterministic (meaning that if you have all information about a reality, you can predict what will happen). His experiment has become the perfect vehicle to demonstrate why this deterministic view does not work at all.

Quantum mechanics has shown us that a pure mechanical, material universe without mind could never exist. It has also shown us that living creatures could not have arisen out of dead matter, because without a conscious observer to begin with, matter has no definite place within reality. Consciousness must therefore be the unified basis of all existence.

Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleyngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double split experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant binnenkomt stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristalen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life created the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.

De prestaties van journalistieke software

Things looked bleak for the Angels when they trailed by two runs in the ninth inning, but Los Angeles recovered thanks to a key single from Vladimir Guerrero to pull out a 7-6 victory over the Boston Red Sox at Fenway Park on Sunday.
Guerrero drove in two Angels runners. He went 2-4 at the plate. “When it comes down to honoring Nick Adenhart, and what happened in April in Anaheim, yes, it probably was the biggest hit [of my career], “Guerrero said. “Because I’m dedicating that to a former teammate, a guy that passed away.”
Guerrero has been good at the plate all season, especially in day games. During day games Guerrero has a .794 OPS [on-base plus slugging]. He has hit five home runs and driven in 13 runners in 26 games in day games.

de-prestaties-van-journalistieke-software

Bovenstaand verslag van een sportwedstrijd is indrukwekkend. Niet omdat het goed leesbaar en grammaticaal correct is, maar omdat het geschreven is door een computerprogramma. Veel grote nieuwsdiensten zetten deze software al in voor o.a. sport en financiële verslaggeving, al hangen ze dit niet aan de grote klok.

Dat schrijft Martin Ford in zijn boek ‘Rise of the Robots’. Ford is bezorgd dat de huidige technologische golf voor veel banenverlies gaat zorgen. Wat is het verschil met eerdere golven van technologische vooruitgang? Dat machines/robots/softwareprogramma’s nu kunnen denken. Niet dat ze zo slim zijn als mensen. Maar in gespecialiseerde taken worden ze in een verbazingwekkend tempo veel beter dan mensen. Ford’s zorgen lijken me dan ook meer dan terecht (Lees ook mijn boekbespreking: De robots komen voor onze banen! En kenniswerk blijft niet buiten schot).

Wat betekent dat voor journalisten? Vorig jaar sprak ik iemand die zich bezig houdt met de inzet van big data bij het Financieele Dagblad en hij gaf aan zich voorlopig geen zorgen te maken over banenverlies door technologie bij de krant. Slimme journalistieke software, zoals hierboven beschreven, kan juist het vervelende rapporteren van kwartaalcijfers overnemen van journalisten. “Het cijferseizoen is een morele verplichting voor ons als financieel nieuwsmedium, maar creatief werk is het niet. Het kan voor journalisten best interessant zijn als robotsoftware de basisdekking van dit nieuws overneemt. Dit biedt hen de ruimte voor meer diepgaande onderzoeksjournalistiek. Deze journey gaat dan ook over man én machine, niet man versus machine. Technologie kan de mensen toelaten op hun kracht in zetten.”

Mooi gezegd. De media hebben wel andere zakelijke problemen om zich zorgen over te maken, namelijk een gebroken verdienmodel. En dat komt ook door technologie: het internet. Hoe gaan ze consumenten laten betalen voor content? Voordat ze die vraag hebben beantwoord zullen er nog een hoop banen sneuvelen bij de mediabedrijven.