Lucid in the Sky with Diamonds

Het is ochtend of middag. Ik ben in mijn oude vertrouwde ouderlijk huis in Heiloo. Hoe ik hier terecht ben gekomen weet ik niet. Ik loop de trap af, de woonkamer in en richting de keuken. En dan zie ik opeens door het keukenraam een gigantische komodovaraan lopen. Ik draai me om en zie dat er twee kleinere exemplaren op de paarse bank zitten – dezelfde bank waar ik het die middag met mijn vader over gehad heb, de bank die mijn ouders opnieuw gaan laten bekleden.

Ik wil mijn ontdekking graag delen en begin te roepen: ‘Papa, mama, Loesje, Rosa!’. Niemand reageert. Ik loop snel naar het halletje en zie Rosa en mijn moeder vanuit de voortuin richting het huis komen samen met een hippievrouw. Ze dragen kartonnen dozen. ‘Kom snel’, roep ik. Rosa komt met me mee naar de keuken en mijn vader is er ook opeens. In de keuken wijs ik door het raam naar buiten en zij zien nu ook de gigantische groene draak lopen.

Dan bedenk ik me opeens in paniek dat komodo’s, wanneer ze hongerig zijn, ook mensen eten. Ik sprint naar het halletje en sluit mijn moeder en de hippievrouw op. Dan ren ik terug naar de keuken en sluit ik mezelf, Rosa en m’n vader op. Vervolgens trek ik twee messen uit het keukenblok. De adrenaline giert door m’n lijf. ‘Jij maakt je druk’, zegt mijn pa. ‘Ja, natuurlijk maak ik me druk’, roep ik. ‘Dat zijn komodovaranen!’

Dan krijg ik een raar gevoel, er iets iets vreemds aan dit hele scenario. Hoezo zijn er komodo’s in Heiloo? En dan – in een flits – weet ik het: dit is een droom! Ik geef mezelf een knipoog. Wat nu? Eerst stabiliseren. Ik draai 360 graden en roep ‘stabilize!’. Zo, mijn droomomgeving wordt stabiel (minder wazig). Nu kan ik mijn plan uitvoeren. Ik heb van te voren met mezelf afgesproken wat ik zou doen als ik lucide zou worden, namelijk vliegen in Schermerhorn. Ik geeft Rosa een kus op haar wang en loop de keuken uit. Ik sta nu in een soort witte gang waar verder helemaal niks is: het doet denken aan The Matrix. Aan het einde van de gang is een soort energierooster. Ik ren er op af en spring er doorheen….

Dan ben ik in Schermerhorn, het nieuwbouwgedeelte. Yes, het is gelukt. Ik ben enorm opgewonden; ik zie voetgangers lopen, allemaal creaties van mijn eigen geest. Dan begin ik met vliegen – de op één na favoriete bezigheid van lucide dromers. Maar in plaats van rustig op te stijgen, ga ik af als een raket. Hier heb ik over gelezen. Je hebt invloed over een deel van je droomomgeving als je lucide bent, maar veel dingen gebeuren ook vanzelf. Bovendien is vliegen echt een vaardigheid waarvoor je eerst op les moet.

Ik zie het dorp onder me steeds kleiner worden en gil alsof ik in een achtbaan zit (ik gil alleen in mijn droom, van de buitenkant is er behalve REM-slaap niks aan lucide dromers te zien). Voor het eerst hoog vliegen is doodeng, maar ik vertel mezelf steeds; je kunt niet te pletter vallen. Ik droom. Rustig maar. Ik geniet van de rest van mijn vlucht boven het dorp en prachtige bloemenvelden. Het voelt 100 procent echt! Dan ben ik weer op de grond. Ik zweef nog een stukje over de straat en dan wordt ik wakker. ‘Yes, het is gelukt!’

Hoe word je lucide?
Mijn eerste lucide droom kreeg ik spontaan nadat ik van mijn neef Quinten had gehoord over de mogelijkheid. Daarna heb ik het boek A Field Guide to Lucid Dreaming gelezen over hoe je lucide dromen kunt opwekken. Ik heb er een maand en vijf dagen over gedaan om dit resultaat te bereiken.

De volgende vier technieken zijn cruciaal om lucide te dromen:

1. Dream recall: Alle dromen noteren in de dagboek en er bewust aan werken ze te onthouden. Dit doe je door niet meteen op te staan, maar even te blijven liggen na het wakker worden en alles naar boven te halen van de afgelopen nacht. Vervolgens noteer je ze zo gedetailleerd mogelijk in je droomdagboek. Na een tijdje leer je droomsignalen herkennen (mensen, symbolen en situaties die vaak in je dromen voorkomen) en die kunnen vervolgens triggers zijn van het Aha-moment.

2. Reality checks: Vraag je gedurende de dag steeds af; droom ik nu of niet? Stel vast of je je in een Newtoniaanse omgeving bevindt waar alles vast lijkt, of dat de omgeving steeds verandert. Probeer te zweven. Probeer je vinger door je handpalm te steken. Houd je adem in en kijk of dit een probleem is. Wanneer je dit 10-20 keer per dag doet, ga je het vanzelf ook in je dromen doen.

3. Visualiseren van Aha-moment: Net als een topskiër een afdeling vele malen visualiseert in zijn hoofd, doe je dat ook met lucide dromen. Gebruik al je zintuigen om in te beelden hoe je ontdekt dat je droomt en wat je vervolgens gaat doen. Je hersenen maken niet het onderscheid tussen visualiseren en de echte ervaring.

4. Wake-back-to-bed: Lucide dromen vinden uitsluitend plaats in REM-slaap, en die cycli zijn ‘s ochtend het langste. Ga twee uur voor je op moet een kwartier uit bed en maak je linker, analytische hersenhelft wakker door bijvoorbeeld wat te lezen over lucide dromen. Ga wel rustig zitten zodat je lichaam moe blijft. Ga vervolgens weer slapen. Mijn lucide droom kwam ook na een wake-back om 7:45 ‘s ochtends.

Deze korte ervaring is alle moeite meer dan waard geweest, en ik ben mijn volgende expeditie al aan het plannen. Nu nog het hoofdstuk over vliegen een keer doorlezen…

Advertenties

De formatieve jaren van David Lynch

“David, het lijkt me het beste als jij geen kinderen neemt”. Dat zei zijn vader tegen hem nadat hij hem een kelder vol met rottend fruit en ontbindende muizenlijken had laten zien.

Het was één van de drie bepalende momenten tussen zijn vader en David Lynch, de schilder en filmmaker die na zijn cultdebuut ‘Eraserhead’ bekendheid verwierf met zijn donkere, bizarre droomachtige films en kunst. ‘David Lynch: The Art Life’ is een intiem portret van de kettingrokende surrealist.

Een tweede herinnering aan zijn vader vond plaats toen Lynch een studio huurde die zijn vader voor de helft betaalde. Hier beoefende hij zich in de schilderkunst (“ik wist dat mijn werk waardeloos was, maar ik probeerde iets te vinden”). Toen zijn vader te kennen gaf dat David ’s avonds 11 uur thuis moest zijn kregen ze enorme ruzie en verklaarde zijn vader dat David ‘geen onderdeel meer was van de familie’. Iets later belde de kunstenaar waarvan hij de studio huurde zijn vader op en vertelde hij hem dat David heel erg serieus aan het werk was en absoluut niet aan het klootviolen. Daarna kon hij zo lang wegblijven als hij wilde.

De derde herinnering vond plaats in L.A. waar David aan de filmacademie studeerde. Hij kon gebruik maken van hele grote stallen waar hij gedurende vier jaar werkte aan zijn eerste lange, experimentele speelfilm ‘Eraserhead’ (1977). Zijn vader en broer kwamen langs en zeiden: ‘stop met de film. Je hebt nu een kind* om voor te zorgen en het gaat toch niet gebeuren.’

Dit raakte hem diep, te meer omdat hij niet van plan was om te stoppen. ‘Eraserhead’ was zijn gelukkigste ervaring in film. Hij kon een wereld uit zijn verbeelding bouwen voor nauwelijks geld. Rond de stallen stonden fabrieken die de donkere, industriële droomwereld van ‘Eraserhead’ in zijn verbeelding deden ontwaken.

Bij de studie naar succesvolle filmmakers kom ik altijd op dezelfde elementen die het succes veroorzaken:
– Een bijzonder talent en een bijzondere geest.
– Een enorme passie voor iets en daar volledig in opgaan en er heel heel veel tijd in steken.
– Ze laten zich door niemand tegenhouden, ook niet door zichzelf.
– Fouten maken is goed. Lynch werkte eens twee maanden aan een animatie en ontdekte toen dat hij niks had opgenomen. Maar hij hield er wel een idee voor een short aan over (‘The Alphabet’). Je eerste productie kan niet goed zijn. Maak dus vooral een slechte film om van te leren.
– Toeval: Lynch maakte een korte film en iemand met invloed zag er wat in. Hij kreeg toen een toelage voor zijn volgende project. “Dat veranderde alles…”

* Ten tijde van de opmerking van zijn vader over het ‘geen kinderen krijgen’ was Lynch zijn toenmalige vriendin net zwanger.

Lucid Dreaming

Onlangs heb ik m’n eerste, korte ‘lucid dream’ meegemaakt; een droom waarin je je ervan bewust bent dat je droomt en waarin je min of meer zelf bepaalt wat je gaat doen en met wie. Ik liep over een grasveld, en besefte opeens dat ik droomde. Toen was ik aan het zweven zoals ik wel vaker doe in dromen. Dit koos ik niet zelf, maar ik besloot dat ik het wel tof vond om te zweven. Ik dacht ook; ‘wat zal ik eens gaan doen in deze droom?’ Ik stak drie joints tegelijk op (wederom niet bewust besloten) en moest lachen. Al deze tijd bleef ik me er bewust van dat ik droomde. Toen voelde ik me wat eenzaam worden en daar verschenen Loesje en Rosa. Ik omhelsde Rosa en mijn geest slipte langzaam terug weer in het onderbewuste. Dit was een korte lucid dream die naar meer smaakte. Dankzij mijn neefje Quinten heb ik tips hoe ik mijn geest hiertoe kan trainen:

1. Een droomjournaal bijhouden waarin je dromen en de emoties die je voelde meteen na het ontwaken noteert.
2. Vraag jezelf elke paar uur als je wakker bent; droom ik nu? Met genoeg oefening, ga je dit jezelf ook in dromen afvragen.
3. Herhaal voor je gaat slapen: ik zal me er bewust van zijn als ik droom. Blijf dit herhalen totdat je bewustzijn langzaam overgaat in slaapmodus.
4. Leer droomsignalen herkennen. Lees door je journaal en zoek naar droomsignalen: situaties of gevoelens die je zou kunnen herkennen als je droomt. Voor mij is door de lucht zweven er zo een.
5. Overweeg een lichtalarm aan te schaffen. Lichte stimulansen tijdens REM-slaap, zoals licht of geluid, kunnen de dromer ervan bewust maken dat hij droomt.

Via: http://www.wikihow.com/Lucid-Dream

Doodsvonnis

Vannacht had ik een angstaanjagende droom. Een zekere dr. de Kruijk (Loesje’s oude neuroloog, grappig hoe in dromen fantasie en herinneringen door elkaar lopen) vertelde me dat ik dodelijk ziek was. Het enige wat ze nog konden doen was …………………… ……………………….(ik hoorde hem niet meer). Toen ik thuis was, was de enige conclusie die ik met deze onvolledige informatie kon trekken dat ik niet meer lang te gaan had. Toen moest ik dat nieuws gaan vertellen aan mijn vrouw en mijn ouders. En dat was misschien nog erger dan het nieuws zelf.

Het is niet zo gek dat ik juist vannacht die droom had; ik had gisteravond fragmenten gezien uit ‘Over mijn lijk’ waarin de slechts 18-jarige Matthijs afscheid moest nemen van het leven en zijn familie. Ik kon het laatste bezoek van presentator Valerio aan Matthijs niet aanzien en heb het uitgezet, maar het zaadje voor mijn levensechte nachtmerrie was gelegd. Uiteindelijk zijn we allemaal terminaal. De enige vraag is wanneer we gaan.

Waarom zijn mensen zo bang voor de dood? Een belangrijke reden van voor mij is afscheid te moeten nemen van mijn familie en de gedachte dat mijn dochter op moet groeien zonder mij. Ook ben ik gewoon nog niet klaar met mijn leven. Volgens Ernest Becker (schrijver ‘The Denial of Death’) is angst voor de dood de meest fundamentele drijfveer van mensen en is onze strategie hoe we met deze angst omgaan de reden dat we een beschaving hebben opgebouwd. Alle menselijke prestaties komen voort uit onze doodsangst (een soort tegengif tegen deze death anxiety), maar ook conflicten zoals oorlog komen eruit voort, aldus Becker. Vele psychologen zijn het met hem eens.

En wat is de betekenis van het leven? Ik heb al twee keer zo lang geleefd als de dappere Matthijs, dus ik kan mijn leven wat dat betreft al bijzonder geslaagd noemen. Maar wat zou je tegen mij – of tegen een ieder die een doodvonnis heeft gekregen – kunnen zeggen over de betekenis van het leven? Waar is het allemaal goed voor? Een antwoord komt van psycholoog en concentratiekamp-overlever Viktor E. Frankl in zijn boek ‘Man’s Search for Meaning’. Als het noodlot toeslaat en je verplicht moet wachten op de dood, kun je er nog altijd voor kiezen hoe je die dood tegemoet treedt. Die innerlijke vrijheid kan niemand je afnemen – ook de beulen in het concentratiekamp niet. En dat – op zichzelf – is al betekenis genoeg.

En toen werd ik wakker; ik ga niet dood. Maar ik blijf leven alsof dat wel zo is.

Doodsvonnis