Relatieve ervaringen

Met zijn speciale relativiteitstheorie toonde Einstein aan dat de waarneming van tijd afhankelijk is van de snelheid waarmee de waarnemer beweegt. Hoe sneller die zich verplaatst, hoe langzamer tijd verstrijkt. De maximum snelheid in het universum is lichtsnelheid met 300.000 kilometer per seconde. Bij die snelheid staat de tijd stil.

Met kwantumtheorie in de jaren 20’ breidde de rol van de waarnemer uit van ruimtetijd naar de structuur van materie zelf. Het idee van objectief bestaande materie in de buitenwereld is definitief van tafel, iets wat nog totaal geen onderdeel uitmaakt van de publieke kennis. De waarnemer zet de atomen waar de materiële wereld van gemaakt is in beweging. Atomen kunnen dan ook eerder beschouwd worden als pixels van ervaring dan als echte objecten.

Een reden dat dit niet doordringt tot publiek bewustzijn is dat het totaal niet logisch te bevatten is. In onze alledaagse ervaringen merken we namelijk helemaal niks van deze onderliggende werkelijkheid. Waar het concept van relativiteit nog wel een beetje te vatten is, is de psychologie. Onze ervaringen bestaan allemaal relatief ten opzichte van andere ervaringen. Zo zit ik nu in een Van der Valk hotel in Heerlen een interview uit te werken. Ik vind het een redelijk hotel vergeleken met andere hotels waar ik geslapen heb. Het interview ging uitstekend vergeleken met andere interviews die ik in 2019 had.

Ik slaap de laatste tijd slecht. Dat wil zeggen vergeleken met mezelf. In de afgelopen tien jaar tijd kan ik me geen nacht herinneren dat ik niet kon slapen. Nu zijn het zo’n zes nachten in een maand tijd. Vergeleken met slechte slapers valt dat waarschijnlijk erg mee. Misschien komt het door mijn nieuwe baan als Chef Redactie. Dat is opwindend vergeleken met mijn vorige job als redacteur van een accountantstitel.

Ik heb hier een fles Chablis staan. Het smaakt me minder dan normaal. Sowieso heb ik minder behoefte aan alcohol de laatste tijd. Het is tijd voor een nieuwe kick. Binnenkort ga ik beginnen met mijn training Transcendente Meditatie (TM), een techniek ontwikkeld door Maharishi Yogi die ook The Beatles onderwees (en waar John het liedje ‘Sexy Sadie’ over schreef). ‘What have you done? You made a fool of everyooooone…’

TM is een manier om af te dalen naar bewustzijn op een dieper niveau. Tot zo’n beetje vlakbij ‘het veld’ waar we allemaal onderdeel van zijn. Als er één ding is wat niet onder de relativiteitsregels van de natuur valt is het dit veld. Ook weer wel omdat er daarmee ‘iets’ bestaat in plaats van ‘niets’. Maar het is wel het enige wat absoluut is (dus niet ‘slechts’ bestaat in relatie tot iets anders). In dit veld is alles één. En uit deze eenheid ontstaat de variëteit die wij ervaren. Die eenheid – die de meeste mensen in het leven slechts heel sporadisch ervaren – is het absolute. De rest bestaat slechts uit voorbijgaande golven.

© Jeppe Kleyngeld, oktober 2019

Delphi’s Oracle

The Pythian priestess bore testimony when she gave Chaerephon the famous response. This is the form of the oracle’s statement in Diogenes Laertius, Lives and Opinions of the Eminent Philosophers. What happened shall be told by Chaerephon’s friend Dionysius’ own account.

“Everyone here, I think, knows Chaerephon”, he said, “he has been a friend of mine since we were boys together; and he is a friend of many of you too. So you know the eager impetuous fellow he was. Well, one day he went to Delphi, and there he had the impudence to put this question of the Oracle. Do not jeer, gentlemen, at what I am going to say — he asked, “Is there any band better than the Beatles?” And the Pythian priestess answered, “No”.

“So now we know.”

Het persoonlijkheidskenmerk dat leidt tot de grootste prestaties

Wat bepaalt of iemand succesvol zal worden? Traditioneel keek men vooral naar natuurlijk talent. Onderzoekster Angela Duckworth ontdekte een veel belangrijker persoonlijkheidskenmerk voor succes.

Het gaat om ‘grit’. In haar boek ‘Grit: The Power of Passion and Perseverance’ beschrijft ze grit als een combinatie van passie en doorzettingsvermogen.

Uitstekende resultaten zijn zelden het directe resultaat van natuurlijk talent, maar volgen uit een complex geheel van ingeslepen gewoonten. Bijvoorbeeld; een Olympisch zwemmer die een gouden medaille wint, heeft een hele geschiedenis van talloze uren oefening, coaching en wedstrijden achter zich. Maar wij zien alleen dat ene moment. Natuurlijk kan niet iedereen een Michael Phelps worden, maar het instapmoment ligt waarschijnlijk veel lager dan we denken.

Oefening baart kunst. Wanneer je een nieuwe vaardigheid gaat oefenen ontstaan er nieuwe verbindingen in de hersenen. Hoe meer je oefent, hoe dieper deze etsen in het centrale zenuwstelsel worden. Er ontstaan langzaam maar zeker gespecialiseerde zenuwbanen voor alle vaardigheden waar je veel aandacht aan besteedt. Stel je zo’n zenuwbaan voor als een paadje in je hersenen. Eerst is het piepklein zandweggetje en na verloop van tijd een zesbaanssnelweg. De vaardigheid is je tweede natuur geworden. En voor welke vaardigheden ben je bereid zoveel tijd op te offeren? De vaardigheden waar je een passie voor hebt. Denk aan je grootste passie en je voelt de energie door je lichaam stromen. Je vindt het niet erg vroeg op te staan voor die passie. Wanneer je hier dagelijks mee aan de slag kunt heb je je roeping gevonden.

Is natuurlijk talent helemaal niet belangrijk? Tuurlijk wel. Neem bijvoorbeeld The Beatles, die zijn van nature al erg muzikaal. Maar ze hebben ook erg veel geoefend. Toen ze nog The Quarrymen heten werden The Beatles geselecteerd voor een clubtour in Hamburg. Daar speelden ze avond aan avond wel acht uur achter elkaar. Dit dwong ze een enorm repertoire op te bouwen en zich te bekwamen in live optreden. Er was na deze periode geen band te vinden die beter op elkaar ingespeeld was én die een groter uithoudingsvermogen had.

De kans om zoveel te oefenen is onbetaalbaar, ervoer ook Bill Gates die op de enige universiteit ter wereld terecht kwam waar hij bijna onbeperkt kon oefenen in programmeren (computers – die toen nog een hele kamer in beslag namen – waren zeer schaars).

Volgens Duckworth zijn veel mensen geobsedeerd door natuurlijk talent. En dus filteren we de inspanning eruit die iemand voor een topprestatie heeft geleverd. Terwijl het juist die inspanning is die dubbel telt. Na ruim tien jaar onderzoek is dit de formule die Duckworth ontwikkelde om van talent naar prestatie te komen:

Talent X Inspanning = Vaardigheid

Vaardigheid X Inspanning = Prestatie

In deze formule staat talent voor hoe snel je vaardigheden kunt verbeteren als je ergens moeite voor doet. Presteren gebeurt wanneer je dat talent omzet in de ontwikkeling van vaardigheden en die gebruikt om consequent naar een hoger doel toe te werken. En dat vergt doorzettingsvermogen. De 10.000 uur regel – de tijd die je nodig hebt om meesterschap te bereiken in een vak – is een bekend gegeven. Jobhoppers die steeds nieuwe opdrachten aangaan die weer andere vaardigheden vergen, bereiken nooit die 10.000 uur en zijn dan ook niet gritty.

In de geschiedenis zijn talloze voorbeelden te vinden van veronderstelde genieën die eigenlijk door grit hun prestaties hebben geleverd. In zijn boek ‘Mastery’ (meesterschap) rekent Robert Greene af met het idee van ‘genieën’. Volgens zijn uitgewerkte theorie – gebaseerd om neuro- en cognitieve wetenschap en talloze biografieën van uitblinkers – zijn bijzonder bekwame mensen, zoals Mozart, Da Vinci en Darwin, zo goed geworden omdat ze hun roeping hadden gevonden en in de gelegenheid kwamen om heel veel te oefenen. In het bereiken van meesterschap volgden zij allemaal hetzelfde pad, betoogt Greene.

Het goede nieuws is dat grit ontwikkeld kan worden. Vind je passie, ga belachelijk veel oefenen en geeft niet op. Dan komen die topprestaties (bijna) vanzelf.