De Hunter S. Thompson kronieken

‘Absolute truth is a very rare and dangerous commodity in the context of professional journalism’
-The Great Shark Hunt

Hunter Stockton Thompson (18 juli, 1937 – 20 februari, 2005)

De Hunter S. Thompson Kronieken 1

Introductie
Vandaag exact 10 jaar geleden overleed Hunter S. Thompson, één van mijn grootste inspiratiebronnen, aan een zelf toegebracht schot in het hoofd. Ik herinner me zijn dood nog goed. Ik werkte toen op de persafdeling van het International Film Festival in Rotterdam en kreeg een sms’je van een vriend dat Thompson zelfmoord had gepleegd. De rest van de middag heb ik op internet overlijdensberichten en steunbetuigingen gelezen. Dat doe ik niet voor iedere ‘ster’ die overlijd, dus wat had Thompson precies dat mij – en miljoenen anderen – zo getroffen heeft? Wat wist ik toen eigenlijk van hem, behalve dat hij schrijver was van het briljante ‘Fear and Loathing in Las Vegas?’ Niet veel. Nu, een decennium na zijn dood, vond ik het eens tijd om uit te zoeken wie de man was, wat hij gedaan heeft, en wat het geheim is van zijn populariteit. Mijn bevindingen heb ik in deze ‘kronieken’ opgetekend.

Ontbijt
Één van de vele dingen waar Hunter S. Thompson om bekend stond was zijn uitgebreide ontbijtritueel. Dit kan hij zelf het beste uitleggen:
‘Breakfast is the only meal of the day that I tend to view with the same kind of traditionalized reverence that most people associate with lunch and dinner. I like to eat breakfast alone, and almost never before noon; anybody with a terminally jangled lifestyle needs at least one psychic anchor every twenty-four hours, and mine is breakfast. In Hong Kong, Dallas or at home – and regardless of whether or not I have been to bed – breakfast is a personal ritual that can only be properly observed alone, and in the spirit of genuine excess. The food factor should always be massive: four bloody marys, two grapefruits, a pot of coffee, Rangoon crêpes, a half-pound of either sausage, bacon or corned beef hash with diced chillies, a Spanish omelette or eggs Benedict, a quart of milk, a chopped lemon for random seasoning, and something like a slice of key lime pie, two margaritas and six lines of the best cocaine for dessert . . . .’

Jeugd
‘Je moet terug naar Louisville, Kentucky, om Hunter te begrijpen’, aldus zijn biograaf Douglas Brinkley in de documentaire ‘Gonzo: the Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson‘. ‘Zijn vader stierf toen hij klein was. Z’n moeder moest haar drie zonen opvoeden met een bibliothecaresseloontje. Hij leefde een lagere middenklassebestaan. Zijn vriendjes in Louisville waren rijk en genoten allerlei privileges. Hij stond aan de andere kant van de spoorweg. Hunter was van nature intelligent, maar voelde zich een buitenbeentje. Een beslissende ervaring was toen hij met vrienden rookte en dronk en opgepakt werd. De rijkeluiszoontjes kwamen weer vrij, maar Hunter miste zijn diploma-uitreiking.’ Zijn walging voor politiek machtsmisbruik moet hier begonnen zijn.

Dualiteit
Over Thompson’s karakter wordt gezegd dat hij twee extreme kanten had. Zijn eerste vrouw Sondi Wright beschrijft hem als gul, liefhebbend, maar ook buitengewoon gemeen. Zijn tweede vrouw Anita erkent dit beeld. ‘Hunter had twee extreme, met elkaar conflicterende, kanten. Hiervan was hij zich bewust. Ik weet niet of hij altijd controle had over deze twee kanten.’

Een prachtig voorbeeld van zijn zachte kant is hoe Thompson alles in zijn macht heeft gedaan om Lisl Auman te helpen, een vrouw uit Colorado die in 1997 tot een levenslange celstraf werd veroordeeld voor de moord op een politieman, ondanks dubieus bewijs en tegenstrijdige getuigenissen. Thompson’s enorme inspanningen hebben er uiteindelijk toe geleid dat het vonnis – kort na zijn dood in 2005 – nietig is verklaard. Ingewijden stellen dat zonder Thompson’s steunacties en publiciteit Auman’s vrijlating nooit gelukt zou zijn.

Thompson kon zich ook als echte klootzak gedragen. Dat was zijn andere kant. Alle mensen die dichtbij hem stonden kunnen hiervan getuigen. Ook was hij een enorme narcist, aldus Alex Gibney, regisseur van de documentaire ‘Gonzo: the Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson’. Hij vond zichzelf wel heel belangrijk en dat zie je terug in veel van zijn werk en zijn begrafenis. De plannen hiervoor maakte hij al 30 jaar voor zijn dood. Thompson’s as werd daarbij afgeschoten uit een reusachtige ‘Gonzo-vuist’ en verspreid over de vallei bij zijn huis in Colorado. De kosten van dit laatste eerbetoon bedroegen 1 miljoen dollar en werden gedragen door Thompson’s vriend Johnny Depp.

1955-1965 – Begin schrijverscarrière
Toen hij begin 20’ was ging Thompson in dienst. In het leger kreeg hij zijn eerste baan als sportjournalist voor een legerblad. Hij leerde schrijven door ‘The Great Gatsby‘ keer op keer over te tikken en zo de muziek, het ritme, van het meesterwerk van F. Scott Fitzgerald te pakken te krijgen. Douglas Brinkley: ‘The Great Gatsby’ is vervuld van woede over de valsheid van de Amerikaanse droom. Hunter identificeerde zich meer dan met wie dan ook met Fitzgerald. Het verschil was dat Fitzgerald binnen in de snoepwinkel in de etalages van de rijken keek. Hunter wilde de ramen inslaan.’

Begin jaren 60’ bracht Hunter S. Thompson wat tijd door in Zuid Amerika, waar hij onder meer werkte als sportverslaggever. Terug in de Verenigde Staten schreef hij zijn eerste twee boeken: ‘Prince Jellyfish’ en ‘The Rum Diary’. Beide boeken werden niet uitgegeven. ‘The Rum Diary’ is uiteindelijk pas in 1998 verschenen, bijna 30 jaar nadat Thompson bekend is geworden.

1967 – Hell’s Angels
In de lente van 1965 begon Hunter S. Thompson rond te hangen met de Hell’s Angels motorclub. Halverwege de zomer was hij zo betrokken bij de outlaws dat hij niet langer zeker wist of hij alleen maar onderzoek deed naar de angels of door ze geabsorbeerd was. Zijn ervaringen met de motorbende staan beschreven in ‘Hell’s Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs’, het boek dat Thompson’s naam als journalist in 1967 op de kaart zette. In dit boek is Thompson duidelijk op zoek naar een stijl. Het is nog geen Gonzo, maar Thompson participeert wel nadrukkelijk in de gebeurtenissen. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de geschiedenis van de motorbende en waar ze hun gevaarlijke reputatie vandaan hebben. In deel 2 – dat Thompson volgens zijn vrouw Anita in vier dagen en vier nachten geschreven heeft toen de deadline nabij was – beschrijft hij zijn eigen ervaringen met de Angels, inclusief een roemruchte bijeenkomst van de volledige bende in Bass Lake in de zomer van 1965.

Owl Farm, Aspen
In 1969 kocht Thompson van een deel van de verdiensten van zijn boek ‘Hell’s Angels’ een huis met grond in Woody Creek te Aspen, Colorado. Hij noemde het Owl Farm en zou hier de rest van zijn leven blijven wonen. Toen Thompson beroemd werd in de decennia daarna, werd Owl Farm een soort bedevaartsoord waar drommen acteurs, schrijvers, journalisten, tegencultuurfiguren, juristen, CEO’s en politici naar toe kwamen. Thompson zag zijn huis als zijn toevluchtsoord. Waar hij ook geweest was en wat hij ook gedaan had, als hij thuis kwam wist hij dat hij veilig was. Het huis lag afgelegen in een berggebied, dus Thompson kon hier naar hartenlust schieten (shotgun golf was een favoriet spel) en dingen opblazen.

Wat veel mensen, mijzelf inclusief, nog wel eens verbaasd is dat Thompson al in deze tijd getrouwd was en een zoon had: Juan. Dit is verbazend omdat hij duidelijk een man was die zich altijd omringde met mooie vrouwen en hier ook zeker gebruik van maakte. Hunter Thompson was dan ook geen modelvader en echtgenoot. ‘Hij was zelden thuis en deed nooit iets met zijn zoon’, aldus zijn eerste vrouw Sondi Wright.

1970 – Kentucky Derby
In zijn eerste echte Gonzo verhaal keert Thompson terug naar de woonplaats uit zijn jeugd: Kentucky. Hij heeft de opdracht verslag te doen van de lokale paardenrace ‘the Kentucky Derby’. Dit resulteert in een artikel – ‘The Kentucky Derby is Decadent and Depraved’ – een artikel dat alles beschrijft behalve de race. In plaats daarvan krijgt de lezer de drinkenbroers, de ‘door inteelt verwekte’ lokalen en Thompson’s escapades met de Britse illustrator Ralph Steadman, die Thompson hier voor het eerst ontmoet en met wie hij nog vaak zou samenwerken. Het is mooi hoe Thompson de artiest Steadman opvoert als personage in het verhaal en zijn uitdaging om het perfecte ‘Kentucky Derby gezicht te tekenen’ uitlegt. Hierdoor komen de illustraties van Steadman maximaal tot uitdrukking.

Thompson zag het artikel als een mislukking, maar kreeg toen een brief van vriend en collega-journalist Bill Cardoso die schreef: ‘Hey Hunter, mooi artikel. Pure Gonzo.’ Hunter besloot toen dat dit is wat hij zou gaan doen. Vanaf dat moment begon de Gonzo-trein in volle vaart te rijden.

Gonzo journalistiek
‘The time has come to get full bore into heavy Gonzo Journalism, and this time we have no choice but to push it all the way out to the limit’
-Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72

Gonzo Journalistiek is een stijl van rapportages maken gebaseerd op het idee van William Faulkner dat de beste fictie veel meer waarheid bevat dan welke vorm van journalistiek dan ook. De Gonzo Journalist beschrijft niet alleen de gebeurtenissen, maar participeert er ook in. Niet puur schrijven, maar optreden dus. Een analogie is een filmregisseur die zijn eigen scripts schrijft, zelf de camera bedient en zichzelf in actie weet vast te leggen als protagonist of in ieder geval als belangrijk personage in het verhaal.

Thompson genoot ervan over zijn eigen belevenissen te schrijven. Sterker nog, als hij geen rol in het verhaal speelde vond hij het niet de moeite er verslag van te doen. Zo is feitelijk de nu legendarische Gonzo-stijl ontstaan. In nagenoeg al Thompson’s werken past hij deze stijl toe. Het meest extreme voorbeeld is ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, waarin het oorspronkelijke onderwerp (een motorrace) volledig uit beeld verdwijnt en alleen nog de avonturen van Thompson’s alter ego Raoul Duke centraal staan. Ook lopen in dit boek – dat algemeen beschouwd wordt als zijn meesterwerk – fictie en werkelijkheid door elkaar, nog een element van sommige Gonzo-verhalen. Dit zou Thompson – weliswaar in beperktere mate – ook toepassen in andere verhalen, zoals ‘The Curse of Lono’.

‘My way of joking is to tell the truth. That is the funniest joke in the world.’ Volgens Thompson is deze uitspraak van legendarisch bokser Muhammad Ali de beste definitie van Gonzo journalistiek die hij ooit heeft gehoord. Dat schrijft hij in een artikel over Ali, genaamd ‘Last Tango in Vegas: Fear and Loathing in the Far Room’, waarin hij zichzelf weer eens tot hoofdpersoon bombardeert. Gonzo gaat vooral over de waarheid. De traditionele journalist verzameld feiten en meningen en voegt dit samen tot verslag. Thompson beschrijft de waarheid puur vanuit zijn eigen bevindingen. Zijn stukken zijn daarom vaak niet al te feitelijk, maar des te meer accuraat.

Liefde voor geweren
Wie schrijft over Thompson moet ook zijn liefde voor wapens adresseren. Waar kwam die fascinatie voor geweren en explosieven vandaan? Volgens zijn vriend Ralph Steadman, die illustraties maakte voor veel van zijn boeken, houden wapens en geweld nauw verband met het produceren van goede Gonzo. Hij legt het helder uit in een interview met Nigel Finch (regisseur BBC-documentaire ‘Fear and Loathing on the Road to Hollywood’) in zijn boek ‘The Joke’s Over: Memories of Hunter S. Thompson’.

Nigel: ‘What about the violent side of him – the firearms, the mace, the aggression?’
Ralph: ‘Well, as far as I know he’s never shot anyone. I think that’s all part of the Gonzo spirit. The spirit of Gonzo is in all these implements just being used, they’re all there to use and they’re all parts of the same fire and punch and intensity that his words are trying to get over. He probably needs those things but they’re all shot off into outer space. He might shoot them into the hillside. I don’t think he’s even maced anyone, except me, off course, although he’s talked about doing it. I mean, I’d be very unhappy about some of the people I have met who would tote guns and, you know, you’d feel that they were doing it with a certain malevolence, which is certainly not the case with Hunter.’

1970 – Thompson voor sheriff
In 1970 stelde Hunter S. Thompson zich kandidaat voor sheriff van zijn woonplaats Aspen, waarvan hij zelf de bekendste inwoner was. Thompson was vrijwel zeker de vreemdste kandidaat die ze ooit gekend hebben in deze lokale verkiezingen. En hij vormde met zijn ‘freak power’ beweging een enorme bedreiging voor de gevestigde orde.

Wat voor plannen had hij voor de gemeente Aspen? Hij wilde allereerst de naam van de stad veranderen in Fat City om grote corporaties tegen te werken die het gebied wilden uitbaten als toeristische trekpleister. Ook wilde hij wekelijks een drugstribunaal organiseren voor het kantoor van de sheriff, waar mensen terecht konden met klachten over slechte drugs. Oneerlijke drugdealers zouden voor straf in kooien op het marktplein tentoongesteld worden. Thompson wilde ook alle auto’s in Aspen verbieden, behalve auto’s die dienden voor noodzakelijke dienstverlening, zoals winkels bevoorraden en de post rondbrengen.

Geen slechte plannen. Er werd door veel mensen dan ook positief aangekeken tegen Thompson’s campagne. Een radiocommentaar: ‘Hunter Thompson is een moralist die zich immoreel voordoet. Nixon is een immoralist vermomd als moralist. Dit is James Saltzer. In Aspen zie je hoe dan ook dieven en autowrakken, maar Hunter staat voor iets wat hem verschillend maakt van de anderen: ideeën en sympathie voor de jonge, vrijgevige, marihuanarokende groep, die als enige de technologische nachtmerrie onder ogen wil zien. Z’n enige minpunt is dat hij visionair is. Hij wil een te pure wereld.’

Zijn eerste vrouw Sondi Wright zegt: ‘Volgens mij was dat Hunter z’n glorietijd. Hij bezat de passie om mensen te motiveren en hun denken te beïnvloeden en hen tot actie aan te zetten. Ze moesten naar buiten treden. Niet om zoveel drugs te nemen als ze wilden, maar om het verschil te maken door het bestaande bestel te wijzigen en behoorlijk te laten werken, om er een goed bestel van te maken. Dat had hij in zich.’

Thompson verloor de campagne van de andere kandidaat met een heel klein verschil.

1971-1972 – Creatief hoogtepunt
Begin jaren 70’ was Hunter productiever dan ooit en leverde hij zijn twee beste werken af, de boeken waarmee hij definitief zou doorbreken: ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ en ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trial 72’’.

Eerst kwam het Vegas verhaal. Jann Wenner, hoofdredacteur van Rolling Stone Magazine – waar het verhaal als eerste in verscheen – herinnert zich dat Thompson hem vroeg om een rode Cadillac voor ‘Fear and Loathing in Las Vegas’. Wenner zei ‘nee’. Toen zei Thompson: ‘Je begrijp er niks van. Ik kan de Amerikaanse droom toch niet verslaan vanuit een Volkswagen?’ ‘Daar had hij natuurlijk wel weer gelijk in’, aldus Wenner.

In 1972’ volgde Thompson een jaar lang de Amerikaanse presidentverkiezingen voor Rolling Stone Magazine. Zijn briljante politieke commentaren leverde hem landelijke bekendheid op.

De Hunter S. Thompson Kronieken 2

De donkere zijde
Richard Milhous Nixon (1913 – 1994), de 37e president van de Verenigde Staten van 1969 tot 1974, was Thompson’s aardvijand zijn leven lang. In nagenoeg alle boeken van Thompson is ook een rol weggelegd voor deze vileine slechterik. Nixon stond voor alles waar Thompson tegen was. Een veelzeggende omschrijving die Thompson over Nixon deed (in ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72’) is; ‘It is Nixon himself who represents that dark, venal and incurably violent side of the American character that almost every country in the world has learned to fear and despise.’

In de documentary ‘Fear and Loathing on the Road to Hollywood’ voegt hij hier het volgende aan toe: ‘Richard Nixon represents the dark side of the American Dream. He stands for everything that I wouldn’t want to happen to myself or be or be around: Greed, treachery, stupidity, cupidity, total contempt for any set of human, constrictive political instinct. Nixon represents everything that’s wrong with this country down the line.’

Verval
Ondanks zijn afkeer voor Nixon kon Thompson zich in hem inleven. Hij begreep het duistere van de Amerikaanse geest. Of het nu om politiek ging of de Amerikaanse droom, bij ieder onderwerp waar hij over hij schreef had hij oog voor het duistere en het hoopvolle. Maar tijdens zijn leven leek het wel of de duistere machten triomfeerden. In 1972 – toen Nixon president werd – begon hij gedesillusioneerd te raken, en is ook zijn verval ingetreden.

Door zijn werk op de campaign trail werd Hunter zo bekend als een popster. Zijn huwelijk werd turbulent, hij dronk teveel en gebruikte teveel drugs. Zijn anonimiteit was hij kwijt en dat was zijn grootste kracht geweest in zijn journalistieke werk. Het werd voor zijn werkgever Rolling Stone dan ook steeds moeilijker om opdrachten te vinden. In 1974 stuurden ze hem naar Zaïre om de match tussen George Foreman en Muhammad Ali te verslaan. Thompson gaf de ringside kaartjes weg, belandde in het zwembad en leverde geen verhaal op. Dit terwijl de match – waarin Ali uiteindelijk won door knock-out in de achtste ronde – gezien wordt als de één van de belangrijkste sportgebeurtenissen in de 20ste eeuw.

Dit was Thompson’s eerste grote mislukking. Het wordt zelfs de grootste mislukking in de journalistiek ooit genoemd. Hij was zijn grip aan het verliezen. Het probleem voor Thompson was vooral dat het in zijn boeken gecreëerde personage Thompson (of Raoul Duke) bekendheid verwierf. Wanneer hij gevraagd werd te spreken op een universiteit of diner, vroegen ze eigenlijk het personage. Daar kreeg hij het moeilijk mee. De mythologie die hij zelf gecreëerd had begon de overhand te nemen en hij wist de scheidslijnen tussen zichzelf en het personage steeds moeilijker te onderscheiden. Vriend Ralph Steadman zei dat Thompson steeds moest opleven tegen het personage en dat hij op den duur het plezier daarin verloor.

1980 – Hollywood
‘It never got weird enough for me’
– ‘Where the Buffalo Roam’ (1980)

Zijn hele leven zat het er al aan te komen: een Hollywood film. Art Linson, regisseur van ‘Where the Buffalo Roam’ zei over Thompson; ‘He’s drugged, he’s armed. Who wouldn’t want to make a film about him?’ En er waren voldoende acteurs die hem wilde spelen. Schrijvers zijn meestal niet de traditionele helden in Hollywood, maar Thompson had in zijn boeken zo’n legendarisch personage van zichzelf gemaakt, dat het voor veel acteurs een droom was om hem te mogen spelen.

De eerste film over Thompson werd dus ‘Where the Buffalo Roam’. Aan de basis van het scenario stond een overlijdensbericht dat Thompson schreef voor zijn beroemde advocaat Oscar Zeta Acosta, getiteld: ‘Banshee Screams for Buffalo Meat’ (dat in 1971 verscheen in Thompson’s gebundelde journalistieke werk ‘The Great Shark Hunt’). Maar in het verhaal wordt geput uit divers werk van Thompson, zoals ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ (o.a. de vleermuizen en de lifter die ze oppikken). Het is opvallend dat de makers ervoor kozen om niet direct werk van Thompson te adapteren, maar zelf een interpretatie van zijn leven te maken en het fenomeen Thompson aan het algemene publiek proberen uit te leggen. De film is daardoor misschien wel geslaagd, of juist mislukt.

Voor de hoofdrollen hadden de producenten oorspronkelijk Dan Aykroyd en John Belushi in gedachten, maar toen die ‘The Blues Brothers’ gingen doen kregen Bill Murray en Peter Boyle de hoofdrollen. Murray kreeg veel positieve kritiek op de manier waarop hij in de huid van Thompson kroop. De film zelf kreeg nogal wat commentaar, maar ondanks de ‘fouten’ zette de film Thompson wel neer als legendarisch figuur voor zijn generatie. En ook was de film een ware tijdcapsule naar de jaren 70’, het tijdperk dat Thompson belichaamde.

Nieuwe publicaties
Thompson bleef tot vlak voor zijn dood schrijven. Zo verscheen in 1983 zijn diepzee avontuur ‘The Curse of Lono’, een prima boek, maar geen nieuwe publicaties konden de klassiekers uit zijn hoogtijdagen evenaren. Volgens zijn ex-vrouw Sondi Wright kwam dat vooral door de toestroom mensen die sinds de vroege jaren 70’ voortdurend naar Owl’s Farm afreisde om feest te vieren met Hunter. Dat maakte het lastig om de concentratie te vinden die nodig was om echt goed werk af te leveren. Toen hij overleed in 2005 zat Thompson dan ook bepaald niet aan zijn hoogtepunt, aldus Wright in de documentaire ‘Gonzo’. Integendeel zelf. Wright zegt verder zijn zelfmoord geen moedige daad te vinden. ‘We zouden een evenwichtige Hunter goed kunnen gebruiken in deze tijd (toen Bush nog aan de macht was). Hij zou zelfs het verschil kunnen maken’, besluit ze.

Thompson’s geheim
Hunter was a different animal. He seemed to gain strength from rakish marathons. I am certain he learned the secret of maintaining a drug-racked body from an old Indian in the Appalachian mountains. He learned the balance between living out on the edge of lunacy and apparently normal discourse with everyday events’
-The Joke’s Over: Memories of Hunter S. Thompson (By Ralph Steadman)

Thompson was een rebel, een clown, een poëet, een filosoof, een legende, een uniek specimen. Hij was een anarchist die niet geloofde in instituties. Wat vooral bijzonder is, is hoe een non-fictie schrijver – op de gebieden sport, politiek en tegencultuur – zo’n grote mythe rond zichzelf wist te creëren, waarin nooit meer helemaal duidelijk wordt wat fictie is en wat werkelijkheid. ‘Over 100 jaar bestuderen ze Thompson nog en dat wist hij tijdens zijn leven al’, aldus zijn vriend Benicio del Toro.

Het is dus niet gek dat ik een fascinatie voor de man heb ontwikkeld. Uit zijn levensgeschiedenis blijkt dat hij een groot talent had om ‘volgers’ aan te trekken. Hij veroorzaakte weliswaar opschudding in de politiek en journalistieke wereld, maar was ook een bijzonder charmante man. Daarom volgden zelfs serieuze journalisten en verslaggevers hem. Zij wilden iets van zijn magie meepakken. Hij had iets, wat dat ook geweest mag zijn.

Mijn stelling: Het geheim van Hunter zit in zijn gedrag. Gedrag dat hem uniek maakt en dat hij omschrijft in zijn eigen journalistieke werk. Sterker nog, zijn gedrag was zijn werk. Ralph Steadman schreef over zijn eerste ontmoeting met Hunter: ‘One hand held the wheel, the other his cigarette holder and a beer can. Between his legs, or resting on the seat, he kept a tall glass full of ice and whiskey. His consumption of each was carried out in nervous progressions.’

Het is dit soort gedrag – en de beschrijvingen ervan – die Thompson tot legende hebben gemaakt. Hij was net zoveel personage als echt persoon, en de lijn tussen die twee werd steeds dunner en dunner. Was er nog verschil? Excessen in drank en drugs, geweren, dingen opblazen, aanvaringen met politie, boottochtjes door de haven en ‘fuck the pope’ op een schip schilderen. Bij ieder ander journalist zou het niet veel te betekenen hebben, maar bij Thompson kreeg het vreemde gedrag betekenis en wekte het fascinatie bij een grote groep fans. Een fascinatie die tien jaar na zijn dood nog verre van voorbij is. Del Toro had helemaal gelijk.

Eerdere publicaties over Hunter S. Thompson
Nieuwsgierig naar meer blogs over de Gonzo koning? Lees verder:
Dromen en dronken deliriums in San Juan (Over ‘The Rum Diary’ van Hunter S. Thompson)
Een authentieke dichtbij-opname van de Hell’s Angels (door Hunter S. Thompson)
Hunter S. Thompson in 1970 – Decadentie en verderfelijkheid in het Zuiden
Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de jaren 70′
Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72
Instructies voor het lezen van Gonzo Journalistiek
‘The Great Shark Hunt’ – Gebundelde waanzin van Hunter S. Thompson
‘The Curse of Lono’ – Het Hawaii avontuur van Hunter S Thompson

● En bekijk ook het afbeeldingenbord op Pinterest.

Overlijdensberichten (klik erop voor ware grootte)

De Hunter S. Thompson Kronieken 3 De Hunter S. Thompson Kronieken 4

Advertenties

‘The Great Shark Hunt’ – Gebundelde waanzin van Hunter S. Thompson

Door Jeppe Kleyngeld

‘I have already lived and finished the life I planned to live – (thirteen years longer, in fact) – and everything from now on will be A New Life, a different thing, a gig that ends tonight and starts tomorrow morning.’
– The Great Shark Hunt (1979)

The Great Shark Hunt 1

In 1979 publiceerde gonzo journalist Hunter S. Thompson een verzamelde bundel werk vanaf 1958 tot 1979 onder de titel ‘The Great Shark Hunt’. De verhalen komen uit verschillende bronnen, waaronder The New York Times en natuurlijk Rolling Stone Magazine. Dit kan wel beschouwd worden als de ultieme collectie korte verhalen en journalistieke werken van Thompson omdat ze uit het tijdperk komen waar hij voor geboren was: de jaren 60’ en 70’.

Het rijk gevulde volume bevat sportverhalen, zoals Thompson’s verslag van de Superbowl van 1974 voor Rolling Stone Magazine (‘Fear and Loathing at the Super Bowl’). Voor het meer obscure Scanlan’s Monthly schreef hij ook een aantal verhalen, waaronder het eerder besproken ‘The Kentucky Derby is Decadent and Depraved’, maar ook een commentaar op de commerciële carrière van wereldberoemd Olympisch skiër Jean-Claude Killy. Ook schrijft hij veel over Zuid-Amerika voor The National Observer, waarvoor hij in het begin van zijn carrière correspondent was.

‘The Great Shark Hunt’ kent behalve de Gonzo journalist een aantal terugkerende personages, zoals de Britse cartoonist Ralph Steadman. Hij wordt afgeschilderd als dronken pechvogel en komt in verschillende artikelen terug, zoals ‘Fear and Loathing at The Watergate: Mr. Nixon Has Cashed His Check’ en in een hilarisch interview met Thompson over ‘America’, een grafisch boek van Steadman waarin hij zijn ervaringen over de Verenigde Staten deelt.

Ook Thompson’s beroemde advocaat Oscar Zeta Acosta, die eerder model stond voor Dr. Gonzo in ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, komt aan bod. Allereerst in ‘Strange Rumblins in Aztlan’ (zie verderop) en daarna in ‘The Banshee Screams For Buffalo Meat’, een artikel dat in 1977 in Rolling Stone Magazine verscheen en gaat over de verdwijning van Acosta en geruchten over zijn terugkeer. Dit artikel vormde de basis van de eerste film over Hunter S. Thompson ‘Where the Buffalo Roam’ uit 1981.

Het artikel staat vol met memorabele beschrijvingen van zijn befaamde advocaat. De meest bekende is later gebruikt in de verfilming van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ en luidt: ‘Oscar was one of God’s own prototypes – a high powered mutant of some kind who was never even considered for mass production. He was too weird to live and too rare to die.’ Prachtig, maar ook mooi vind ik: ‘Any combination of a 250-pound Mexican and LSD-25 is a potentially terminal menace for anything it can reach – but when the alleged Mexican is in fact a profoundly angry Chicano laywer with no fear at all of anything that walks on less than three legs and a de facto suicidal conviction that he will die at the age of thirty-three – just like Jesus Christ – you have a serious piece of work on your hands.’

Maar Thompson is niet eenzijdig lovend over zijn advocaat en vriend die waarschijnlijk vermoord is in Mexico in 1974. Een minder eerbiedige uitspraak is bijvoorbeeld; ‘We should have castrated that brain-damaged thief! That shyster! That blasphemous freak! He was ugly and greasy and he still owes me thousands of dollars!’ Maar ja, zo praatte (en schreef) Thompson nou eenmaal. Hij had wel degelijk bewondering voor Acosta die een krachtig advocaat was, maar geen advocaat meer wilde zijn maar een profeet voor zijn volk. Dat was waarschijnlijk de reden dat hij goedkeuring verleende voor de publicatie van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ waarin hij wordt afgeschilderd als drugsmisbruikende, criminele maniak. Het kon hem niks schelen dat hij geroyeerd kon worden. En daarmee is het laatste gezegd over deze advocaat, in het werk van Thompson althans.

Meer dan een bijpersonage is natuurlijk Nixon, die in het leeuwendeel van de verhalen de antagonist van Thompson is. Bijvoorbeeld in ‘Memoirs of a Wretched Weekend in Washington’ over de inhuldiging van Nixon in 1969. Thompson: ‘My First idea was to load up on LSD and cover the inauguration that way, but the possibilities were ominous: a scene that bad could only be compounded to the realm of mega-horrors by something as powerful as acid. No . . . it had to be done straight, or at least with a few joints in calm moments . . . like fast-stepping across the mall, bearing down on the Smithsonian Institution with a frenzied crowd chanting obscenities about Spiro Agnew . . . mounted police shouting ‘Back! Back!’… and the man next to me, an accredited New York journalist, hands me a weird cigarette, saying, ‘why not? It’s all over anyway . . . ’

Het meest memorabele verhaal in het boek is ‘Strange Rumblins in Aztlan’, het enige echte Fear & Loathing verhaal van Thompson dat geen Fear & Loathing in de titel heeft. De Gonzo journalist doet hierin verslag van de periode in Oost Los Angeles na de moord op Chicano journalist Ruben Salazar. Salazar was naar verluidt door de politie vermoord, na diverse malen gewaarschuwd te zijn over het publiceren van zijn onthullende verhalen over hoe de machtige blanke machtstructuur de Chicano gemeenschap onderdrukte in die tijd. De Chicano’s kwamen masaal in opstand, bijgestaan door Oscar Zeta Acosta.

The Great Shark Hunt 2

Een artikel dat nu op een nare manier profetisch lijkt is ‘What lured Hemingway to Ketchum?’ dat gaat over de onbetekenende plaats in Idaho, waar beroemd schrijver Ernest Hemingway zijn laatste dagen sleet. Het wat sombere verhaal eindigt met: ‘So finally, and for what he must have thought the best of reasons, he ended it with a shotgun.’ Dat schreef Thompson in 1964, iets meer dan 40 jaar voor hij hetzelfde deed. Dat doet je bijna afvragen hoeveel van zijn legende hij van te voren bedacht heeft.

Het titelverhaal is een hilarische omschrijving van een über decadente viscompetitie waarvoor Thompson verslag uitbracht voor Playboy Magazine. Het is een echt Gonzo-verhaal, dus volstrekt onduidelijk wat echt, fantasie, observatie of door drugs opgewekte waanbeelden zijn. Thompson: ‘All I could think about was ice – throwing one cupload after another into the back seat. The acid, by this time, had fucked up my vision to the point where I was seeing square out of one eye and round out of the other. It was impossible to focus on anything; I seemed to have four hands…’

De traditionele journalist zou bij een dergelijke opdracht bovenop de actie zitten, maar Thompson valt in slaap on een strand en mist de boot. ‘Deep-sea fishing is not one of your king hell spectator sports. I have watched a lot of bad acts in my time, but I’m damned if I can remember anything as insanely fucking dull as that Third Annual International Cozumel Fishing Tournament.’

Vissen zou ook een belangrijke spelen in het volgende boek van Thompson, genaamd ‘The Curse of Lono’.

Typemachine

Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de jaren 70′

Door Jeppe Kleyngeld

‘Uppers are no longer stylish. Methedrine is almost as rare, on the 1971 market, as pure acid or DMT. ‘Consciousness Expansion’ went out with LBJ (Lyndon B. Johnson, red.). . . and it is worth noting, historically, that downers came in with Nixon.’
– Fear and Loathing in Las Vegas: A Savage Journey to the Heart of the American Dream (1971)

Deze must-read klassieker wordt wel samen met ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ‘72‘ beschouwd als Gonzo journalist Hunter S. Thompson’s meesterwerk (het is mijn favoriete boek aller tijden). Beide boeken schreef hij in zijn hoogtijdagen begin jaren 70′, een bijzondere, vreemde en bewogen periode waarin Thompson’s creativiteit en talent tot geniale wasdom kwam.

‘We were somewhere around Barstow on the edge of the desert when the drugs began to take hold.’ Dit zijn de beruchte eerste woorden van deze literaire sensatie die veel weg heeft van een op hol geslagen hersenspinsel van Thompson. Zo omschrijft hij het een jaar later dan ook (min of meer) zelf op in ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail 72’. ‘I have a bad tendency to rush off on mad tangents and pursue them for fifty of sixty pages that get so out of control that I end up burning them, for my own good. One of the few exceptions to this rule occurred very recently, when I slipped up and let about two hundred pages go into print… ‘ Hiermee doelt Thompson op de oorspronkelijke tweedelige publicatie van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ in Rolling Stone Magazine op 11 en 25 november 1971.

Ter inspiratie van het Fear and Loathing manuscript gebruikte Thompson twee tripjes naar Las Vegas met goede vriend Oscar Zeta Acosta. Deze latino-activist vormde de basis voor het centrale personage Dr. Gonzo. Het werd een krankzinnig, met drugs en ether doordrenkt verhaal, dat als metafoor diende voor Amerika’s ‘Season in Hell’. De vredige jaren 60′ waren voor veel Amerikanen, waaronder Thompson, geëindigd in een complete depressie. Nixon was gekozen tot president en de volledig uit de klauwen gelopen Vietnam oorlog eiste steeds meer slachtoffers.

‘Fear and Loathing in Las Vegas’ vertelt het verhaal van de heilige missie van twee vrienden, de freak journalist Raoul Duke en zijn psychopathische advocaat Dr. Gonzo, om de Amerikaanse droom te vinden. Als die überhaupt nog bestond. Ze trekken naar Las Vegas (het zenuwcentrum van de Amerikaanse droom) om een woestijnrace te verslaan, maar al snel verlaten ze het werk en maken ze een serie bizarre en beangstigende trips mee. Daarbij trashen ze hotelkamers, komen ze in extreem angstaanjagende en paranoïde situaties terecht, hebben ze bizarre aanvaringen met representanten van de lokale gemeenschap en moeten ze elkaar behoeden voor totale zelfvernietiging.

De Britse cartoonist Ralph Steadman maakte de geniale tekeningen bij het boek

De Britse cartoonist Ralph Steadman maakte de geniale tekeningen bij het boek.

Het is een van de grappigste boeken ooit geschreven. Thompson’s gestoorde en paranoïde gedachtegangen zijn zo hilarisch dat ik het boek vaak moest wegleggen omdat ik te hard moest lachen. Vooral (voormalig) drugsgebruikers zullen zich goed kunnen verplaatsen in Thompson’s waanzinnige observaties en belevenissen. ‘By the time I got to the terminal I was pouring sweat. But nothing abnormal. I tend to sweat heavily in warm climates. My clothes are soaking wet from dawn to dusk. This worried me at first, but when I went to a doctor and described my normal daily intake of booze, drugs and poison he told me to come back when the sweating stopped.’

Bij het herlezen van het boek, vroeg ik me wederom af hoeveel van het verhaal echt is en hoeveel verzonnen. Het antwoord staat (min of meer) in ‘The Great Shark Hunt’, een verzameling eerder gepubliceerd werk van Thompson uitgegeven in 1979. Zoals bij vele klassieke verhalen is de ontstaansgeschiedenis van Fear and Loathing een interessant verhaal op zichzelf. Thompson werkte in deze turbulente dagen van de Amerikaanse geschiedenis aan een artikelenreeks over Ruben Salazar, een Mexicaans-Amerikaanse journalist die naar verluidt was vermoord door een Los Angeles hulpsheriff tijdens een anti-Vietnam demonstratie.

Een van de belangrijkste bronnen van het verhaal was Acosta, maar Thompson kon nauwelijks met hem praten omdat diens militante volgelingen geen blanken dulden in hun omgeving, of die van hun leider. Thompson en Acosta besloten naar Las Vegas te gaan waar Thompson de opdracht had om een verhaal te schrijven over de Mint 400 woestijnrace. Hier konden ze ontspannen praten over de kwestie Salazar. Wat volgde is allemaal in het boek… Met de nodige toegevoegde waanzin uiteraard.

In het artikel over Fear and Loathing in ‘The Great Shark Hunt’ beschrijft Thompson dit boek als een mislukt experiment in Gonzo Journalistiek. Zijn idee was een notitieblok te kopen en daarin alles op te nemen zoals het gebeurde. Vervolgende wilde hij het notitieblok insturen voor publicatie, zonder enige aanpassing of opmaking. Het oog en de geest van de journalist zouden zo functioneren als de camera. Maar dit is verdomd moeilijk, stelt Thompson. Dus werd het een ander soort verhaal als hij oorspronkelijk in gedachten had.

Het magazine Sport Illustrated, waarvoor hij het Mint 400 verhaal zou schrijven, weigerden het manuscript en wilden Thompson geen cent van zijn kosten vergoeden. Na het vertrek van Acosta uit Vegas zat Thompson daar met een hotelschuld die hij niet kon betalen. Hij vluchtte uit Nevada en dook onder in Arcadia, nabij Los Angeles. In een week van slapen en schrijven tekende hij het Salazar verhaal op. Maar elke avond rond middernacht werkte hij ter ontspanning een paar uurtjes aan het ‘gestoorde’ Las Vegas verhaal.

Toen hij weer in San Francisco kwam bij het hoofdkwartier van Rolling Stone Magazine om het Salazar verhaal door te lopen, nam uitgever Jann Wenner het Vegas manuscript, dat inmiddels 5.000 woorden omvatte, serieus als losstaande publicatie. Thompson kreeg een publicatiedatum en geld om er verder aan te werken. Het eindresultaat kan ik onmogelijk beter omschrijven dan Thompson zelf; ‘Fear and Loathing in Las Vegas will have to be chalked off as a frenzied experiment, a fine idea that went crazy about halfway through… a victim of its own conceptual schizophrenia, caught & finally crippled in that vain, academic limbo between ‘journalism’ & ‘fiction’. And then hoist on its own petard of multiple felonies and enough flat-out crime to put anybody who’d admit to this kind of stinking behavior in the Nevada State Prison until 1984.’

In de oorspronkelijke publicatie in Rolling Stone Magazine stond ‘geschreven door Raoul Duke’. Thompson was bang in de problemen te raken als hij onder zijn eigen naam zou publiceren, omdat hij zichzelf in het verhaal toch afschildert als dronken, hallucinerende crimineel. Toen het boek uitkwam in 1971 waren de kritieken wisselend, maar er waren veel critici die het werk herkende als belangrijke Amerikaanse literatuur. Daarnaast werd het boek een groot cult succes. ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ grijpt perfect de zeitgeist van de periode na de jaren 60’ en veel fans voelden zich hierdoor aangetrokken.

In 1996 kwam er een audioboek versie uit van Margaritaville Records and Island Records om het 25 jarige bestaan van het boek te vieren. De stemmen werden verzorgd door Harry Dean Stanton (verteller/Hunter S. Thompson), Jim Jarmusch (Raoul Duke) en Maury Chaykin (Dr. Gonzo). Misschien komt omdat ik de film vaak gezien hebt met de briljante optredens van Johnny Depp en Benicio Del Toro, maar ik vond het een erg slechte audio adaptatie. De stemmen kloppen niet bij de karakters die verbeeld worden en de acteurs lijken zich niet echt in te leven in de teksten.

Het boek was ook voorbestemd om ooit verfilmd te worden. Dit duurde echter een lange tijd. Beroemd animator Ralph Bakshi wilde er een tekenfilm van maken in de stijl van cartoonist Ralph Steadman die de briljante illustraties bij het boek verzorgde, maar dit ging niet door. Tijdens het langdurige ontwikkeltraject van de film zijn verschillende acteurs overwogen. In eerste instantie waren dat Jack Nicholson en Marlon Brando als Raoul Duke en Dr. Gonzo, maar zij werden te oud. Daarna werden Blues Brothers Dan Aykroyd en John Belushi overwogen, maar dat idee ging overboord toen Belushi overleed. Later werd John Malkovich overwogen voor de rol van Duke, maar ook hij werd te oud. Daarna werd John Cusack overwogen die een toneelversie van Fear and Loathing had geregisseerd. Maar toen ontmoette Thompson Johnny Depp en hij raakte ervan overtuigd dat Depp de aangewezen persoon was om Duke te spelen.

De film, geregisseerd door Terry Gilliam, en met Johnny Depp en Benicio Del Toro (als Dr. Gonzo) kwam uit in 1998 en werd – net als het boek – een groot cult succes.

Icon 15 - Bats

Hunter S. Thompson in 1970 – Decadentie en verderfelijkheid in het Zuiden

‘Just pretend you’re visiting a huge outdoor loony bin. If the inmates get out of control we’ll soak them down with mace.’
– The Kentucky Derby is Decadent and Depraved (1970)

‘The Kentucky Derby is Decadent and Depraved’ is een sportartikel dat Thompson schreef in 1970 voor het controversiële blad Scanlan’s Monthly, dat slechts een kort leven beschoren was (1970-1971).

Normaal wijd ik alleen blogs aan Thompson’s boeken (tot duver over ‘Hell’s Angels’ en ‘The Rum Diary’), maar voor dit artikel van Thompson maak ik een uitzondering. Hier zijn twee redenen voor; 1.) Het is misschien wel het eerste echte Gonzo-verhaal dat Thompson schreef en 2.) Thompson ontmoet in dit verhaal de Britse cartoonist Ralph Steadman, met wie hij een levenslange vriendschap en samenwerking zou ontwikkelen. Steadman zou ook een (bij)personage worden in veel van Thompson’s latere verhalen, zoals ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72’ en ‘The Curse of Lono’.

In het verhaal doet Thompson verslag van een beroemde jaarlijkse paardenrace, ‘The Kentucky Derby’, die plaatsvindt in Louisville, Kentucky, Thompson’s geboorteplaats. Het verslag lijkt op een voorproefje op ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, dat immers ook begint als rapportage van een race (The Mint 400).

In plaats van de Zuiderse paardenrace zelf te verslaan, focust Thompson zich puur op de dronken, ellendige, door inteelt verwekte bezoekers van de race. Hij doet dit samen met zijn nieuwe partner in crime, Ralph Steadman, die vanuit London is gestuurd om sketches te maken van het paardenspektakel.

Ook Steadman is vooral geïnteresseerd in het tekenen van bezoekers. Gedurende het verhaal zoeken Thompson en Steadman doorlopend naar het perfecte ‘Kentucky Derby’ varkensgezicht voor de hoofdillustratie. Maar op het einde van het evenement, na dagen van alcoholconsumptie, kijken ze in de spiegel en constateren ze dat ze zelf de figuren zijn geworden die ze wilden karakteriseren.

Het artikel werd niet wijdverspreid, maar trok wel de aandacht van veel journalisten vanwege de ongewone en bijzondere stijl. Bill Cardoso (redacteur van The Boston Globe Sunday Magazine) noemde het artikel een doorbraak. ‘This is it, this is pure Gonzo. If this is a start, keep rolling.’ En zo geschiede…

Icon 13 - Gonzo