Mijn 15 favoriete boeken aller tijden

15. Swag (1976)
door Elmore Leonard

Elmore Leonard, bekend om zijn scherpe westerns en misdaadromans, zag veel van zijn werk verfilmd, zoals ‘Get Shorty’ en ‘Rum Punch’ (als Jackie Brown). ‘Swag’ is echter het beste boek dat ik van hem heb gelezen. Het volgt twee kleine criminelen, Frank en Ernest, die besluiten dat gewapende overvallen op drankwinkels en cafés de ideale route zijn naar crimineel succes: hoge opbrengsten met een minimale pakkans. Hun carrière bloeit even op, en ze genieten volop van de vruchten die dit afwerpt, maar al snel worden Frank’s ogen groter dan zijn maag en vergeten ze de 10 gouden regels die ze in het begin van hun korte carrière hadden opgesteld. Fantastisch plot en dito personages. Leest als een trein!

14. Ubik (1969)
door Philip K. Dick

Philip K. Dick heeft veel memorabele boeken op zijn naam staan, maar ‘Ubik’ is wel zijn meesterwerk. In het toen nog toekomstige 1992 zijn psychische krachten gemeengoed. Ook worden sommige overledenen beheerd in ‘half-leven’, een toestand van gelimiteerd bewustzijn. Hoofdpersoon Joe Chip wordt op een maanmissie gestuurd met tien collega’s. Ze overleven een explosie en beginnen daarna vreemde veranderingen in hun realiteit te ervaren: objecten vergaan veel sneller en ze lijken zich terug in de tijd te bewegen in plaats van vooruit. Het enige dat tijdelijk helpt, is het goedje Ubik, dat in spuitbusvorm voorhanden is. Dit alles leidt tot een briljante conclusie. Een fantastische plot over Dick’s favoriete thema: wat is echt? Het boek diende als inspiratie voor de briljante Marvel-serie WandaVision.

13. Het gouden ei (1984)
door Tim Krabbé

Deze dunne thrillerroman – typisch iets wat je op de middelbare school op je examen leeslijst zet – is een fascinerend en huiveringwekkend meesterwerkje. Voor wie het niet kent, en de conclusie niet weet, ga het lezen. Je zult nog lang blijven doormalen over de uiterst verontrustende ontknoping. Uitstekend verfilmd als Spoorloos / The Vanishing in 1988, een eveneens afschuwelijke ervaring, maar boeken weten nu eenmaal net iets dieper onder je huid te kruipen en de psychologische impact van ‘Het gouden ei’ is ongekend.

12. American Psycho (1991)
door Bret Easton Ellis

Dit is een buitengewoon verontrustend boek: een scherp commentaar op het kapitalisme, verpakt in een horrorvertelling. Patrick Bateman, een beurshandelaar met een leeg bestaan en een even lege persoonlijkheid, neemt ons mee in zijn leven vol vlakke, oppervlakkige observaties. Totdat zijn ware aard langzaam maar zeker aan het licht komt. Hij blijkt een gruwelijke seriemoordenaar, die zijn slachtoffers op buitengewoon sadistische manieren om het leven brengt. De grafische horror in dit boek tart elke verbeelding en is moeilijk, zo niet onmogelijk, om ooit nog uit je hoofd te krijgen. Een gestoord meesterwerk dat de zieke geest van een psychopaat blootlegt – en misschien wel dichter bij onze huidige samenleving staat dan we durven toe te geven.

11. Out (1997)
door Natsuo Kirino

‘Out’ – de Nederlandse vertaling heet ‘De Nachtploeg’ – van de Japanse auteur Natsuo Kirino is een meedogenloos spannende thriller die de levens volgt van vier vrouwen die ’s nachts werken in een fabriek voor voorverpakte maaltijden in Tokio. Wanneer een van hen in een vlaag van zelfverdediging haar gewelddadige man vermoordt, besluiten de vrouwen – onder leiding van de sterke Masako – samen het lichaam te verbergen. Maar als een zak met lichaamsdelen wordt ontdekt, komen ze niet alleen in het vizier van de politie, maar ook van een gevaarlijke seriemoordenaar die de stad onveilig maakt. Kirino weeft een claustrofobisch en beklemmend verhaal, waarin de desperatie, loyaliteit en wreedheid van de vrouwen centraal staan. De lugubere sfeer, scherpe dialogen en onvoorspelbare plotwendingen maken ‘Out’ tot een ijzersterke, ongemakkelijke thriller die je nog lang bijblijft. Absoluut lezen!

10. Ready Player One (2011)
door Ernest Cline

‘Ready Player One’, het debuut van Ernest Cline, is als de ‘Sjakie en de Chocoladefabriek’ voor de digitale generatie. In een dystopische toekomst, waar de echte wereld is verpest door klimaatverandering en sociale onrust, vlucht bijna iedereen in de OASIS – een uitgestrekte, met popcultuur doordrenkte metaverse. Hoofdpersoon Wade Watts, een verarmde tiener, probeert zijn troosteloze bestaan te ontvluchten door als eerste de drie verborgen sleutels te vinden die leiden naar het miljardenfortuin van James Halliday, de excentrieke schepper van de OASIS. Cline’s meeslepende verhaal is niet alleen razend spannend, maar ook een feest der herkenning voor liefhebbers van ’80s- en ’90s-popcultuur, videogames, muziek en films. Wade’s epische zoektocht – vol puzzels, gevechten en onverwachte bondgenoten – is onweerstaanbaar. Het is lang geleden dat ik zoveel plezier had in het lezen van een boek.

9. Charlie and the Chocolate Factory (1964)
door Roald Dahl

De meeste boeken van Roald Dahl verdienen een plekje in deze lijst, maar als ik er één moet kiezen, ga ik voor dit onbetwiste meesterwerk van de kinderliteratuur. Het verhaal volgt Sjakie Stevens, een arme maar dappere jongen die meedoet aan de ultieme wedstrijd: het vinden van een van de vijf gouden wikkels in chocoladerepen, die hem toegang geeft tot de mysterieuze fabriek van Willy Wonka. Zoveel het magische begin over de ultieme competitie als de doldwaze avonturen in de fabriek, stimuleren maximaal de verbeelding. Een onvergetelijk avontuur dat generaties blijft betoveren.

8. Harry Potter and the Deathly Hallows (2007)
door J. K. Rowling

Het heeft even geduurd voor ik me aan deze serie heb gewaagd, maar toen ik begon was ik al snel verslaafd. De hele reeks is uitzonderlijk goed geschreven: spannend, fantasierijk en betoverend, waarbij elk deel nog beter en meeslepender wordt dan het vorige. Maar dit laatste boek is mijn absolute favoriet. Alles wat in de eerdere delen is opgebouwd, komt hier samen tot een meesterlijke conclusie. Het verhaal is bloedspannend, vol tragische en hartverwarmende momenten, en bewijst dat elke hint, elk detail een doel had. Een tijdloos, magisch slotakkoord dat de hele serie perfect afrondt.

7. Trainspotting (1993)
door Irvine Welsh

‘Trainspotting’ is in het begin moeilijk te lezen door het Schotse dialect en de straattaal, maar als je er eenmaal in zit, blijkt het een meesterwerk. Het boek volgt een groep heroïneverslaafden in Edinburgh en hun chaotische sociale leventjes. Het verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven – zowel mannelijk als vrouwelijk – en zit vol onvergetelijke, hilarische scènes in een rauw, maar briljant taalgebruik. Mark Renton is de hoofdpersoon waarvan we het meest te horen krijgen. Zijn verhaal vormde later de basis voor de iconische filmbewerking uit 1996. Dit boek is onmisbaar voor wie van grimmige humor, sociaal realisme en onvergetelijke personages houdt.

6. The Warlord Chronicles (1995-1997)
door Bernard Cornwell

De Warlord Chronicles, ook wel bekend als de Warlord Trilogy, is een reeks van drie romans (‘The Winter King’ (1995) | ‘Enemy of God’ (1996) | ‘Excalibur’ (1997)) over het Arthuriaanse Groot-Brittannië, geschreven door genre-specialist Bernard Cornwell. Het verhaal is een mix van historische fictie en Arthuriaanse legendes. Ik pikte het derde boek op tijdens een vakantie in Thailand en verdween meteen drie dagen van de kaart. Dit is hoe je een middeleeuwse vertelling met fantasie-elementen tot leven brengt. Eenmaal thuisgekomen heb ik de trilogie opgepikt en sindsdien is dit een van favoriete series aller tijden.

5. The Godfather (1969)
door Mario Puzo

‘The Godfather’ van Mario Puzo is niet alleen de basis voor een van de grootste films aller tijden, maar ook een meesterlijk boek op zich. Hoewel Puzo af en toe bijverhalen toevoegt die misschien niet helemaal passen, is de familiegeschiedenis van de Corleones een van de mooiste en meest epische verhalen ooit verteld. Familie, eer en verraad komen samen in dit dramatische en bloedige maffia-epos, dat Shakespeare waardig is. Puzo’s verhaal is briljant en onvergetelijk – een tijdloos meesterwerk dat blijft fascineren.

4. The Secret History (1992)
door Donna Tartt

‘De verborgen geschiedenis’ is het debuut van de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt. Deze campusroman volgt een hecht groepje van zes studenten Klassieke Talen aan Hampden College, een kleine, elitaire universiteit in Vermont. Het verhaal neemt je mee in een gruwelijke misdaad gepleegd door de studenten zelf, de omstandigheden eromheen en de verwoestende, blijvende gevolgen voor hun academische en sociale isolatie. Tartt vertelt dit verhaal met meesterlijk vakmanschap – sfeervol, intelligent en onweerstaanbaar mooi. Het boek laat een onuitwisbare indruk achter en bewijst waarom het al decennialang als een moderne klassieker wordt beschouwd.

3. IT (1986)
door Stephen King

‘Het’ van Stephen King heeft me al sinds de eerste blik op die onheilspellende cover – met die monsterlijke hand in een straatput – gefascineerd. Toen ik eenmaal begon met lezen, groeide die fascinatie alleen maar. Hoe angstaanjagend en wreed het verhaal ook is, ik herken er tegelijkertijd iets hoopvols en magisch in – iets wat alleen een kindergeest zo puur kan bevatten. The Losers’ Club, die groep kinderen die de strijd aangaan met ‘Het’, belichaamt alles wat jeugd is: vriendschap, angsten, te vroeg opgedrongen volwassen thema’s en de trauma’s die daaruit voortkomen. Maar ook het overwinnen van die angsten – en de erkenning dat de sporen uit je jeugd altijd blijven, en om compassie vragen. King heeft vele meesterwerken geschreven, maar dit is zijn magnum opus – een tijdloos, ontroerend en doodeng epos dat je nooit meer loslaat.

2. The Lord of the Rings (1954)
door J.R.R. Tolkien

The Lord of the Rings films van Peter Jackson zijn meesterlijk, maar de boeken van J.R.R. Tolkien zijn zo mogelijk nog magischer. Geen enkel ander verhaal voelt zo ‘buitenaards’ – de weidse landschappen, de talloze vreemde wezens, de onvergetelijke personages en het epische verhaal zelf zijn adembenemend mooi en overweldigend. Ik heb het twee keer gelezen, en beide keren wist het me helemaal in zijn ban te slaan. Er bestaat simpelweg geen grotere klassieker – een tijdloos meesterwerk dat je altijd bijblijft.

1. Fear and Loathing in Las Vegas: A Savage Journey to the Heart of the American Dream (1971)
door Hunter S. Thompson

Sinds ik het voor het eerst las in Thailand, 2001, is dit mijn absolute favoriete boek. Oorspronkelijk gepubliceerd als een tweedelig verhaal in Rolling Stone, groeide het uit tot het ultieme boek over de vroege jaren ’70 en de countercultuur – een hallucinante zoektocht naar de Amerikaanse droom die geen enkel ander werk zo memorabel heeft vastgelegd. De centrale emoties – angst en walging – spatten van elke pagina, terwijl de psychedelische humor onovertroffen blijft. Thompson’s unieke Gonzo-stem maakt dit tot een van de best geschreven teksten aller tijden – chaotisch, briljant en onverbiddelijk eerlijk, zelfs als de feiten niet altijd letterlijk waar zijn. Nog steeds een grote inspiratie voor verhalen die niet de waarheid hoeven te zijn, maar wel de essentie raken.

Fear and Loathing Drug List

In the ultimate dope novel Fear and Loathing in Las Vegas, Gonzo journalist Raoul Duke travels to Las Vegas with his crazed Samoan attorney Dr. Gonzo to search for the American dream. With them, they carry every type of drug known to civilized man since 1544 A.D.

The List
– 2 bags of grass
– 75 pellets of mescaline
– 5 sheets of high-powered blotter acid
– 1 salt shaker full of cocaine
– 1 galaxy of multi-colored uppers, downers, screamers, laughers
– 1 quart of tequila
– 1 quart of rum
– 1 case of beer
– 1 pint of raw ether
– 24 amyls

“Not that we needed all that for the trip, but once you get locked into a serious drug collection, the tendency is to push it as far as you can.”

Illustrations by Troy Little in Fear and Loathing in Las Vegas – The Comic

Read also: Hunter Goes to Hollywood: Hunter S. Thompson Triple Bill

Waarom 1971 ongemerkt een historisch jaar blijkt te zijn

In 1971 verscheen mijn favoriete boek aller tijden; ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ door Hunter S. Thompson (oorspronkelijk in twee delen gepubliceerd in Rolling Stone Magazine). Maar het jaar was ook economisch zeer significant te noemen; het was het jaar waarin president Nixon (Thompson’s zelfbenoemde aartsvijand) de dollar loskoppelde van de goudstandaard. En dit heeft veel grotere gevolgen gehad dan de meeste mensen zich realiseren.

In zijn boek ‘Keerpunt 1971’, beschrijft econoom Edin Mujagiƈ deze gevolgen. Volgens de econoom heeft het besluit van de Nixon administratie geleid tot eeuwige inflatie, zombiebedrijven, populisme en een middenklasse die er niet langer op vooruit gaat. De enorme geldschepping van de centrale en commerciële banken heeft geleid tot een gigantische schuldenberg en een steeds lagere waarde van onze valuta.

De architect van de Amerikaanse ontkoppeling, Paul Volcker, zei geen spijt te hebben gehad van zijn voorstel destijds. De situatie zoals die was, was volgens hem niet houdbaar. Maar hij was wel ontevreden met het onverantwoordelijke gedrag van de centrale bankiers sindsdien. De geschiedenis leert ons dat wanneer machthebbers geld kunnen scheppen, ze dit vroeg of laat zullen doen als er economische problemen zijn. In de crisissen van 2008 en 2020 zijn er inderdaad astronomische bedragen gecreëerd.

Volgens Mujagiƈ zitten we nu in de laatste fase van een tijdperk, een tijdperk dat begon in 1971. Vroeg of laat zullen de wereldleiders een nieuw systeem moeten ontwerpen dat – in tegenstelling tot het huidige systeem – regels heeft. Toch is de econoom optimistisch. De economie beweegt in grote cyclische golven. En na de grote neergaande golf waar we nu middenin zitten, komt er weer een opgaande golf van nieuwe economische groei. En dankzij de ontwikkeling van een grote verzameling nieuwe technologieën belooft de volgende golf spectaculair te worden met veel vooruitgang voor de mensheid. Maar voor we dit beloofde land kunnen bereiken moet er dus nog wat gebeuren om het kapitalisme te herstellen.

Daarbij is het vooral cruciaal dat het mechanisme van creatieve vernietiging vrij zijn werk kan doen. Crony capitalism, met zijn kenmerken als lobby en invloed van grote bedrijven op de politiek staat daar haaks op. Er moeten volgens Mujagiƈ tenminste drie dingen gebeuren als we het kapitalisme weer willen laten functioneren zoals het hoort:

1) Monopolies en oligopolies moeten worden aangepakt aangezien de aanwezigheid daarvan de economische groei afremt. Hier is een machtige mededingingsautoriteit voor nodig.

2) Het economisch model ‘groei door schuld’ moet verleden tijd zijn en de macht van de centrale banken moet drastisch worden ingeperkt. Misschien moeten ze zelfs wel opgeheven worden, aangezien blijkt dat er meer nadelen dan voordelen aan kleven.

3) Het streven naar aanhoudende inflatie moet van tafel, de markt moet meer ruimte krijgen om prijzen te bepalen, ook, of beter juist, als dat voor deflatie zou zorgen, omdat dalende prijzen dé aanjagers waren van stijgende welvaart na de eerste industriële revoluties.

Overheden hebben sinds 1971 veel te veel ingegrepen in de economie. Dat moet stoppen, behalve op het gebied van klimaatverandering. Dat is een externaliteit die de vrije markt niet gaat oplossen. De vierde industriële revolutie die aanstaande is biedt de kans op een nieuwe welvaarts- en welzijnstijging voor de mensheid, maar alleen als de in 1971 gemaakte weeffout in het geldsysteem hersteld wordt. Volgens Mujagiƈ is dit proces reeds ingezet en – zich baserend op soortgelijke perioden uit het verleden – is hij optimistisch over een positieve uitkomst.

Hunter S. Thompson in de jaren ’80

Generation of Swine is de in 1988 verschenen bundel columns van een van mijn lievelingsschrijvers; gonzo-journalist Hunter S. Thompson. De 100 columns verschenen allemaal in de San Francisco Examiner in de periode 1985 tot 1988. Over Thompson schreef ik eerder o.a.:

Hunter S. Thompson in 1970 – Decadentie en verderfelijkheid in het Zuiden
De Hunter S. Thompson kronieken
Hunter Goes to Hollywood: Hunter S. Thompson Triple Bill

‘I have spent half my life trying to get away from journalism, but I am still mired in it – a low trade and a habit worse than heroin, a strange seedy world full of misfits and drunkards and failures. A group photo of the top ten journalists in America on any given day would be a monument to human ugliness. It is not a trade that attracts a lot of slick people; none of the Calvin Klein crowd or international just set types. The sun will set in a blazing red sky to the east of Casablanca before a journalist appears on the cover of People magazine.’

Zo denkt hij dus over zijn vak. Desondanks is hij er verslaafd aan en met name aan politieke verslaggeving. En dus reist hij door het land van hotelkamer naar hotelkamer om de realiteit van zijn tijd te beschrijven in zijn kenmerkende stijl. Het is de tijd van zure regen, AIDS, een seniele Ronald Reagan, een evil George Bush, Miami Vice, Gorbachev en Thatcher. Veel columns gaan over de midterm verkiezing van 1986 en zijn daarom inhoudelijk minder interessant, maar door Thompson’s waanzinnige pen toch zeer de moeite: ‘German politicians were not the only ones worried about the bent legs of Ronald Reagan last week. There were sounds of babbling and scrambling all over Washington, as many gentlemen of a distinctly rodentlike persuasion either quit or got pushed off the Ship. The Reagan Revolution was beginning to look like a secondhand Studebaker with bald tires.’

Andere columns zijn meer tijdloos: over een ontsnapte walvis in de Sacramento river, de Chinese minnares van Richard Nixon, het journalist-in-de-ruimte-programma van NASA, en uiteraard over zijn geldproblemen: ‘By the time I started having trouble with the hotel accountants I was not in a mood to be reasonable. The government of Tanzania was offering me $1000 a day to go there and help exterminate a herd of “killer crocodiles” that was threatening to turn the Ruvuma into a river of bones and blood, but day after day I was forced by a strange chain of circumstances to postpone my departure from San Francisco.’

Het is interessant om Thompson te lezen in tijden van fake news. Gonzo – de journalistieke stijl die hij heeft uitgevonden – is een subjectieve manier van verslag doen waarin de feiten puur in het hoofd van de verteller tot stand komen. Bijvoorbeeld in deze passage: ‘I could see the C.B.S. man through the warped convex glass of the peephole, and I yelled at him “Get away from here, you giddy little creep! Never bother the working press. Spiro Agnew was right. You people should be put in a cage and poked with sharp bamboo sticks.”

Het lijkt net of Spiro Agnew (vice president van de door Thompson gehate Nixon) dit echt gezegd heeft. Agnew was inderdaad kritisch op de media, en in die zin een voorloper van Trump, maar tv-mensen opsluiten in kooien is puur de interpretatie van de schrijver. En met die methode zit hij vaak dichter op de waarheid dan met conventionele journalistiek.

Generation of Swine is 300 pagina’s gevuld met dergelijk gebazel en pure waanzin. Komt het in de buurt van zijn jaren ‘70 verhalen, zoals het legendarische Fear and Loathing in Las Vegas? Zeker niet, maar Thompson heeft hier nog steeds het Gonzo-vuur en voor de liefhebber van zijn vreemde, maar vaak verbazend accurate beschrijvingen zeker een aanrader.