De oorsprong van ons bewustzijn

“Bewustzijn is het grootste mysterie.”
― David Chalmers, Filosoof

Hoe begin je een essay dat over alles gaat? Niet letterlijk over alles natuurlijk, maar het onderwerp van dit essay – bewustzijn – zou er niet dichter op kunnen zitten. Zelfs wanneer je denkt dat bewustzijn slechts een biologisch proces is dat in het brein plaatsvindt, dan nog is het onze lens naar zowel onze binnen- als buitenwereld. Zonder bewustzijn zou er net zo goed niks kunnen zijn.

Bewustzijn is een vanzelfsprekendheid voor ons. Slechts weinig mensen vragen zich regelmatig af; waarom ben ik eigenlijk geen zombie? Goede kans dat jij jezelf deze vraag nog nooit gesteld hebt. Dus bij deze: waarom ben jij eigenlijk geen zombie? Tenminste, ik ga er vanuit dat je geen zombie bent en dat je continu persoonlijke, subjectieve ervaringen beleeft. Stel bijvoorbeeld dat je je blik richt op een een bord spaghetti met tomatensaus. Dan verwacht ik dat dit object bij je binnenkomt. Daarmee bedoel ik niet alleen dat er een visueel plaatje in je hoofd verschijnt. Bewustzijn gaat over de volledige subjectieve beleving. Je ervaart hoe het is om naar het bord spaghetti te kijken.

Dit persoonlijk beleven van de wereld gaat zo automatisch en vloeiend dat we niet stilstaan bij de uniekheid van dit vermogen. Met onze zintuigen nemen we de wereld waar en dat gaat gepaard met een subjectief gevoel. So what? Nog een vanzelfsprekendheid, zeker in onze Westerse maatschappij, is dat bewustzijn uit de hersenen komt. Als je iemand met een hamer een flinke klap op zijn hoofd uitdeelt, houdt het bewustzijn van die persoon op. Daaruit kun je opmaken dat de hersenen verantwoordelijk zijn voor het produceren van bewustzijn. Er zijn weinig neurowetenschappers en medici te vinden die geloven dat dit niet het geval is.

Dit kenmerkt ons huidige wereldbeeld. Subjectief bewustzijn wordt nauwelijks meer als mystiek fenomeen beschouwd, maar als ‘gewoon’ onderdeel van de hersenwetenschap. Deze paradigmaverschuiving heeft zijn oorsprong in de wetenschappelijke revolutie van de 17e eeuw. Het was de eeuw waarin de briljante Isaac Newton de zwaartekracht en andere natuurwetten beschreef waarmee hij de grondlegger van de klassieke mechanica werd. In Newton’s theorie opereert het universum als een soort machine waarin objecten zich voortbewegen als biljartballen, volledig voorspelbaar door natuurlijke krachten en wetten van beweging. Bewustzijn of geest hebben geen rol in deze wereld van oorzaak en gevolg.

De wetten van Newton, en vooral de mechanistische mindset die ermee gepaard ging, stelde de mensheid in staat grote technologische vooruitgang te realiseren de eeuwen daaropvolgend. De industriële revolutie heeft de wereld ingrijpender veranderd dan welke gebeurtenis in de geschiedenis dan ook. En deze omwenteling hadden we allemaal te danken aan objectieve, wetenschappelijke kennis. De mogelijkheid om met wiskundige precisie voorspellingen te doen over welke reactie volgt op iedere actie. Zaken van de geest – religie, filosofie en mystiek – hebben hier geen enkele rol in gespeeld.

In de negentiende eeuw volgde een nieuwe mokerslag voor het mystieke bewustzijn. Darwin’s evolutietheorie maakte duidelijk dat diersoorten nooit kant- en klaar zijn afgeleverd op aarde, maar zich voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden. Als dat geldt voor fysieke kenmerken, waarom dan niet ook voor bewustzijn? Deze aardverschuiving in denken, gepaard met de steeds striktere scheiding van kerk en wetenschap, heeft ertoe geleid dat wetenschappers de verklaring voor bewustzijn puur zijn gaan zoeken in de voorspelbare, materiële wereld. Hun uitdaging in de laatste decennia is geworden om aan te tonen hoe fysieke hersenprocessen subjectieve ervaringen veroorzaken. Dit lijkt misschien niet zo lastig, maar het is één van de meest onmogelijke problemen van de wetenschap en filosofie gebleken.

Om je een idee te geven waarom het zo moeilijk is, doen we een gedachte-experiment. Stel je voor dat je een formidabele computerprogrammeur bent. Je besluit op een dag een virtuele wereld te ontwerpen, Gewoon puur om te kijken hoe echt je zo’n wereld kunt laten functioneren. Je bouwt een virtuele omgeving met alle dingen die je ook in de echte wereld aantreft: bomen, huizen, straten, wolken, een blauwe lucht, een zon die opkomt en ondergaat, en levende wezens die deze wereld bevolken. In het begin lopen deze wezens – mensen, katten, honden en paarden – een beetje doelloos rond. Maar ze functioneren wel uitstekend. Zo kunnen ze inkomende objecten, zoals auto’s, prima vermijden. Middels een taalsysteem kunnen ze met elkaar communiceren. En ze zijn zelflerend. Dat wil zeggen, ze verzamelen feedback om beter te worden waarin ze beter willen worden; in overleven, hun virtuele werk en in interacteren met hun omgeving.

Toch ben je nog lang niet tevreden. Je besluit de personages een unieke persoonlijkheid mee te geven. Dat doe je door aan hun gedrag te sleutelen. Zo maak je van sommige mensen opgewonden standjes. Zodra een ander personage iets asociaals doet, laat je ze in woede ontsteken. Ook maak je de menselijke personages introvert of extrovert. Ze vermijden drukte of zoeken deze juist op. Je blijft flink doorprogrammeren en de wereld wordt steeds complexer en interactiever. Het lijkt zelfs sterk op de echte wereld.

Toch ontbreekt er iets. Niemand zou deze complexe personages ooit menselijk of dierlijk noemen. Hun acties zijn het gevolg van code, ook al heeft het personage die deels zelf geschreven. Emoties of innerlijke ervaringen zijn helemaal afwezig. De personages doen van alles, maar hebben geen geest. Het zijn alleen maar algoritmes die volgens bepaalde regels opereren. Als het gras (ook gemaakt van computercode) tot een bepaalde hoogte is gegroeid, pakt een bewoner van de stad een grasmaaier en gaat zijn tuin maaien. Maar er is geen enkele beleving. De man heeft geen idee wat hij aan het doen is. Laat staan dat hij filosofische vragen stelt als; waarom ben ik eigenlijk hier in deze wereld? Je wilt graag dat je personages gevoelens ontwikkelen en nadenken over hun keuzes. Maar hoe kun je hen gedachten geven? Wat zijn dat eigenlijk, gedachten? En hoe zit het met emoties? Stel, we willen onze hoofdpersoon verliefd laten worden op een ander personage. We kunnen verliefd gedrag programmeren, kusjes geven, bloemen sturen, liefdesliedjes afspelen… Maar hiermee zijn we geen stap dichterbij dat gevoel. Hetzelfde probleem ontstaat bij mensen van vlees en bloed. We weten dat bij verliefdheid een hormoon wordt afgegeven, maar hoe leidt dat fysieke spul tot dat specifieke gevoel van verliefdheid? En waarom dat gevoel en niet een ander gevoel? Als we dat zouden begrijpen zouden we het ook in robots kunnen inprogrammeren. Maar dat kunnen we niet.

Als ontwerper raak je gefrustreerd. Je wilde een model maken van een echte wereld. Maar in plaats daarvan heb je een zombieparadijs gecreëerd. Het is een prachtige wereld, maar de enige die het kan waarderen ben jij zelf; de enige met bewustzijn. En we keren weer terug bij de eeuwenoude vraag; hoe komen we aan dit bewustzijn? Hersenwetenschappers veronderstellen vaak dat zodra er voldoende complexiteit in de hersenen plaatsvindt, bewustzijn vanzelf volgt. Maar dit lijkt tegenstrijdig met je experiment. Je hebt je personages behoorlijk complex gedrag gegeven, maar van bewustzijn is geen sprake. Waarom zouden subjectieve ervaring moeten arriveren? Een hardcore evolutionist zal redeneren dat het verschenen is omdat het een overlevingsdoel dient, maar dit is niet direct duidelijk. De mensen kunnen prima leren overleven zonder bewustzijn. Als er een auto op ze afkomt, duiken ze weg. Als een algoritme aangeeft dat ze honger hebben, gaan ze op zoek naar eten. Voortplanten kan ook als je het in het algoritme stopt. De conclusie is dat bewustzijn nooit vanzelf ontstaat. Het is inherent aanwezig in leven. Daarbuiten tref je het nooit aan.

Dit onmogelijke probleem – hoe creëert hersenactiviteit subjectieve ervaringen – staat bekend als ‘het moeilijke probleem van bewustzijn’. Het vinden van een objectieve verklaring voor een subjectief verschijnsel. Deze vraag is onderdeel van het grootste filosofische probleem allertijden: het lichaam-geestprobleem. De studie van de immateriële geest en de relatie met de fysieke wereld. Er zijn in de basis drie posities die je in dit verhitte debat kunt innemen:

De fysieke benadering van het lichaam-geestprobleem – fysicalisme genaamd (ook wel materialisme) – is in het rationele Westen de populairste benadering geworden. Zoals de term suggereert gaat het fysicalisme uit van een fundamenteel fysische (materiële) wereld waaruit de geest is voortgekomen. De geest is in deze denkwijze dus eigenlijk niet meer dan een bijverschijnsel. Mensen, en andere levende wezens, kunnen prima beschouwd worden als biologische robots en de mentale ervaringen zijn gedurende de evolutie verschenen als vooral praktische vermogens om te kunnen overleven. Kortom, volgens de fysicalisten werd de aarde vroeger bevolkt door zombiewezens, voordat de hersenen na verloop van tijd bewust van zichzelf werden.

Het dualisme stelt dat er twee substanties zijn, lichaam en geest, die met elkaar interacteren. Hoe ze dat precies doen is niet helemaal duidelijk. Deze stroming is vooral in mainstream religies, zoals het christendom en de Islam, nog erg in trek. Je hebt je stoffelijke, vergankelijke lichaam en daarnaast je eeuwige ziel die bij goed gedrag de hemel mag betreden na je dood. Een bekende dualist was de filosoof René Descartes die eigenlijk fysicalist was, maar geen mechanisme kon vinden in het lichaam waardoor de geest zou ontstaan. Zijn beroemdste uitspraak is: ‘Ik denk, dus ik ben’. Een uitspraak over het unieke fenomeen van subjectieve ervaring.

Er is nog een derde positie in het lichaam-geestdebat die nagenoeg van de filosofische kaart is verdwenen: idealisme. Deze naam verwijst naar ideeën en niet idealen (ideeisme bekte niet zo lekker). Zoals je in afbeelding 1 kunt zien is volgens idealisme ieder fysiek object – in dit geval een brein – slechts een visueel verschijnsel dat zweeft binnen de geest. Volgens het idealisme delen we allemaal één bewustzijn en trekken allemaal een vleespak aan (ons lichaam is ook slechts een avatar) zodat we in deze 4D-realiteit kunnen deelnemen. Maar de volledige fysieke wereld met alles erin speelt zich af binnen geest. Kortom, alleen ons bewustzijn is fundamenteel.

Er zijn vandaag de dag nagenoeg geen idealisten meer te vinden. Niet omdat de filosofie geen sterke argumenten in huis heeft, maar omdat het simpelweg niet meer in de mode is. Het is volledig verdrongen door fysicalisme. Hoe belabberd het idealisme ervoor staat illustreert het boek De vijfde revolutie, dat gaat over vorderingen in hersenwetenschap. Deze revolutie zal de mensheid leren dat ons bewustzijn niets meer is dan de uitwisseling van chemische stoffen en elektrische signalen, aldus de tekst op de achterzijde.

Volgens de auteur, de Deense wetenschapsjournalist en neurobioloog Lone Frank, zal deze revolutie de mensheid in twee groepen splitsen. De groep ‘neurocentristen’ die de mens als ‘slechts een pakket zenuwcellen’ accepteert en zelfs omarmt. En de groep die zich tegen deze onontkomelijke waarheid blijft verzetten. Die tweede groep heeft volgens Frank geen keuze dan zich bij een fundamentalistische religieuze groep aan te sluiten. Groepen die per definitie dogmatisch zijn en wetenschappelijke feiten negeren, ontkennen of verwerpen.

Het is toch triest gesteld met de mensheid wanneer dat de enige opties zouden zijn. Want als Frank gelijk heeft, dan heeft het universum geen enkele inherente betekenis. Dan zijn mensen slechts mechanische robots zonder enige vrije wil. En als ze dood gaan is het helemaal afgelopen. Atheïsten als Frank vinden dat dit het enige rationele wereldbeeld is en dat we het dus moeten najagen. Het gebrek aan betekenis kunnen we opvullen door zelf betekenis te geven aan onze levens. Het alternatief, een dogmatische religie, is ook geen aantrekkelijk idee. Want waarom zou iemand die goed bij zijn hoofd is wetenschap willen ontkennen?

Wat Frank echter helemaal niet noemt in haar boek is idealisme. Niet bewust waarschijnlijk. Zoals gezegd liggen de hoogtijdagen van deze filosofie al lang achter ons. Echter, het vergeten idealisme biedt uitkomst. Uitkomst voor mensen, zoals ik, die geloven in zowel wetenschap als het unieke fenomeen van de dierlijke, en oneindige, geest. En die niet geloven, maar uit ervaring weten, dat het universum vol betekenis is. Idealisme biedt uitkomst omdat het ‘het moeilijke probleem van bewustzijn’ – hoe het brein bewustzijn creëert – volledig laat verdwijnen. Het brein creëert het bewustzijn namelijk helemaal niet. Vanuit idealisme is het brein een heel mooi plaatje van bewustzijn in ruimtetijd. Wij zijn de betekenisgevers van dingen. Dat wij een brein waarnemen, en er een naam aan geven, wil helemaal niet zeggen dat het ding echt bestaat. Er bestaat ‘iets’, dat is duidelijk. Maar niemand zegt dat het in de verste verte hoeft te lijken op datgene dat wij als brein observeren. Sowieso is het hele idee dat het ergens op zou moeten lijken bedacht vanuit een subjectieve geest die niet anders kan dan denken in objectieve plaatjes en symbolen.

Het probleem van idealisme is dat het zo radicaal klinkt, dat de meeste mensen het direct verwerpen als serieuze mogelijkheid en er niet meer op terugkomen om het opnieuw te overwegen. En dus is het debat de laatste eeuw bijna uitsluitend gevoerd door materialisten en dualisten. De materialisten die zeggen dat we puur ons brein zijn en de dualisten die hier niet aan willen omdat we ‘meer zijn dan dat’. Maar beide kampen hebben een probleem om de volledige realiteit uit te leggen aan de hand van hun positie. Fysicalisten kunnen niet verklaren hoe bewustzijn ontstaat uit materie. En dualisten slagen er niet in logisch uit te leggen waar die andere substantie van geest dan vandaan zou moeten komen en hoe het met onze lichamen interacteert. Kortom, er is nogal een ‘uitleg-probleem’ als het gaat om het vinden van een logische verklaring voor bewustzijn.

De oplossing is misschien wel heel simpel. Misschien lukt het wel niet om subjectieve ervaringen vanuit iets anders te willen verklaren (‘het is een hersenproces’), omdat er niets bestaat buiten onze waarnemingen. Want hoe weten we eigenlijk dat er nog iets is als we niet kijken? De eerste keer dat ik dit hoorde – in een hoorcollege over de grondlegger van het idealisme, bisschop Berkeley – vond ik het belachelijk. Dus als ik m’n koelkast dicht doe ligt er niks meer in? Natuurlijk ligt alles er nog. Dat weet ik, omdat als ik hem open maak om te kijken, alles er nog ligt. Het kan dus niet verdwenen zijn.

Er is een andere manier om hier naar te kijken. Namelijk door te kijken naar wat er gebeurt als je waarneemt. Is het kijken naar wat er in je ijskast ligt een passieve registratie of een actief proces? Wetenschap heeft er heel wat voor te zeggen dat het een volledig actief proces is en dat je de dingen die je ziet allemaal triggert met je gedachten. Mijn stelling is dat we de afgelopen eeuwen op een verkeerde manier tegen bewustzijn zijn gaan aankijken. Het is geen hersenproces dat gedurende de evolutie is verschenen. De waarheid is veel vreemder, maar uiteindelijk veel logischer en intuïtiever. Vele grote filosofen hebben het al lang en vaak gezegd. Ons bewustzijn zit ingebakken in de structuur van de kosmos. Het universum bestaat alleen door een mentaal filter en kan niet los gezien worden van onze perceptie ervan. Het universum kan niet zozeer als een plek worden beschouwd, maar als een actief proces waar ons bewustzijn onderdeel van is.

Iedere waarnemer is verbonden aan ieder object via een mentaal proces dat wij ‘bewustzijn’ noemen. Ons mentale filter is via onze hersenen zo ingesteld dat de realiteit heel normaal is. Het lijkt op The Matrix in de zin dat het heel goed in elkaar zit. Als er steeds programmeerfouten zouden optreden, zoals objecten die opeens vanzelf teleporteren naar een andere plek, dan zou je gaan twijfelen aan de realiteit. Nu lijkt het alsof alles een apart onderdeeltje is. Als je niet het gevoel had dat je buurman een ander mens dan jou was, hoe zou je dan met hem kunnen omgaan? Hoe zou je een kopje koffie kunnen drinken dat je niet apart van jezelf ervaart? Iedere afscheiding in de realiteit heeft een functie, namelijk ervaringen mogelijk te maken.

Als je steeds voor een kwart zou samenvoegen met iedereen waar je te dichtbij kwam, zoals een plumpudding, dan zou je niet een heel prettige ervaring hebben. Iedere overtuigende afscheiding is 100% noodzakelijk. Je wilt jezelf zijn, afgebakend van al het andere. En bewustzijn haalt een illusie uit door je te laten geloven dat je dat ook echt bent. Toch roept dit een aantal prangende vragen op. Zo zullen de fysicalisten zeggen. Hoe kan het dan dat de aarde en het universum al veel langer bestaan dan dat er bewuste dieren op aarde waren? De denkfout is te denken dat, omdat ons bewustzijn ons de illusie van tijd geeft, we denken dat die tijd echt bestaat. Dit is echt een mindfuck. Je geest is als een motor die nooit stopt en die je de illusie van flow geeft. Alles beweegt en gaat vooruit. Maar ook dit is, net als het waarnemen, een proces dat volledig mentaal is. Er bestaat niets buiten je waarneming ervan.

Dit is lastig te accepteren. Maar de alternatieven zijn dat ook. Zeggen dat ‘god het gedaan heeft’ is geen uitleg. Bovendien is het niet te bewijzen. En het fysicalisme is, als je er goed over nadenkt, absurd. Is er een scenario denkbaar waarin een levenloos universum, dat volledig bestaat uit rondzwevende, dode en domme deeltjes materie en waar geen ordenende krachten werkzaam zijn, ons bewustzijn voortbrengt? Puur door de eindeloze toevallige botsingen van onintelligente atomen en moleculen (die bovendien niet blijken te bestaan volgens moderne natuurkunde, maar voortkomen uit iets fundamentelers)? Ik denk dat we heel veilig kunnen stellen dat dit niet is wat er is gebeurd. En zelfs als we een vrijwel oneindig aantal containers zouden hebben (parallelle universa, een bekende truc van atheïsten om God buiten de deur te houden) zou dit in geen van deze universa gebeurd zijn.

De conclusie die we daaruit kunnen trekken is dat bewustzijn niet uit de hersenen komt. Bewustzijn komt voor het bestaan van hersenen. Het is primair. En dat is voor ons lineair denkende wezens een hele grote mentale hobbel om te nemen. Maar wie erin slaagt het normale lineaire denken om te draaien en dus te beginnen bij bewustzijn, zal al snel merken dat dit wereldbeeld verenigbaar is met alle bevindingen uit moderne wetenschap en dus de beste basis vormt voor een theorie van alles.

De oorsprong van ons ego-bewustzijn is primair bewustzijn waarin alles één is. Dit is het beste verwoord door Max Planck, nota bene degene die ooit de deuren opende voor de kwantummechanica, de meest succesvolle fysieke theorie van de mensheid. Hij zei: “Ik beschouw bewustzijn als fundamenteel. Ik beschouw materie als een afgeleide van bewustzijn. We kunnen niet achter bewustzijn komen. Alles waarover we praten, alles wat we als bestaand beschouwen, postuleert bewustzijn.”

Postuleren = vooronderstellen. Bewustzijn is primair, de rest bestaat letterlijk alleen in onze waarnemingen.

⟿ Jeppe Kleijngeld, mei 2022

The Verdict: Army of the Dead

When the great zombie revival began with Danny Boyle’s 28 Days Later (2002), director Zack Snyder (300, Man of Steel) was one of the first to capitalize on it with a remake of Dawn of the Dead (2004). His innovation: running zombies. While it took some getting used to, it added to the suspense. In Army of the Dead, another breed of zombies is introduced: the Alphas. They’re some type of intelligent zombies. While the master of the genre George A. Romero experimented with this idea in Day of the Dead (1985) and Land of the Dead (2005), the Alphas are definitely the most advanced flesh eaters yet. They can communicate, they can hunt every effectively, and I’ll admit: they’re pretty creepy. There are also ‘normal’ zombies present in this apocalypse by the way.

The pandemic occurred in Las Vegas this time, and the US government managed to maintain it within the city borders. As they are about to nuke Vegas, a group of mercenaries go in to steal 200 million dollars from a casino safe before the city is destroyed. These bad asses have to deal with normal zombies, Alphas and double crossers amongst their own ranks. As can be expected, Snyder throws in his usual visual eye candy, and admittedly, Army of the Dead looks pretty stunning. Unfortunately, it appears as though they’ve fired their continuity officer before the shoot began. There are a bunch of really major errors, even for a film of this kind. However, a campy story like this is too delicious to resist and the largely unknown cast definitely do a great job. There is also no lack of gory zombie extermination action and funny side gags along the way (this is Vegas, so an Elvis zombie and tiger zombie – from Siegfried & Roy – are present). Snyder is having a good time again and it shows.

Army of the Dead is now available on Netflix

The verdict: to stream or not to stream? To stream.

Cult Radar: Part 10

The final one?

FilmDungeon.com is glad to explore the video trenches to find that oddball treasure between the piles of crap out there. Off course a treasure in this context can also be a film that’s so shockingly bad it’s worth a look, or something so bizarre that cult fans just have to see it. Join us on our quest and learn what we learn. Hopefully we’ll uncover some well-hidden cult gems.

Researched by: Jeppe Kleijngeld

Westworld (USA, 1973)

Directed by: Michael Crichton
Written by: Michael Crichton
Cast: Yul Brynner, Richard Benjamin, James Brolin

Before the big budget HBO-series, there was the cult movie Westworld. And it’s a blast also! Delos Vacation is the vacation of the future today. Go to Roman World, Medieval World or Westworld to fuck and kill. But, as usually happens in movies about AI, robots get tired of being humanity’s servants and go rogue. The decadent will pay for their behaviour! Much like the vacation advertised by Delos, Westworld is Big Fun.

Enemy Territory (USA, 1987)

Directed by: Peter Manoogian
Written by: Stuart Kaminsky, Bobby Liddell
Cast: Gary Frank, Ray Parker Jr., Jan-Michael Vincent

An insurance agent and phone repairman get trapped at night in a massive tower building. This is the territory of the Vampires, a deadly gang. What follows is the typical ‘stalk and kill’ scenario. Unfortunately, the movie did not age well and is thus not very tense by today’s standards. The acting is also poor, so unfortunately there is not much to recommend this for.

Starship Troopers: Invasion (Japan / USA, 2012)

Directed by: Shinji Aramaki
Written by: Flint Dille (screenplay), Robert A. Heinlein (novel)
Cast (voices): Leraldo Anzaldua, Shelley Calene-Black, Luci Christian

Third sequel to Paul Verhoeven’s original sci-fi classic Starship Troopers from 1997 and this time it is animated. Want to know more? The first sequel was horrible and the second was not all that great. This one is a pretty decent made-for-DVD flick, much like Clone Wars is for the Star Wars prequel trilogy. The first part is mostly marine macho bullshit, but the animated girls make it all worthwhile (all the animation is pretty well done). In the second part, the makers actually manage to add a story worth adding to this bug-infested universe. Could have done with a little more suspense and over the top gore, but it is certainly worth a look.

Zombie Flesh Eaters 2 (Italy, 1988)

Directed by: Lucio Fulci
Written by: Claudio Fragasso (story), Claudio Fragasso (screenplay)
Cast: Deran Sarafian, Beatrice Ring, Ottaviano Dell’Acqua

This masterpiece (originally called Zombi 3 in Italy) is a cash-in on Zombie Flesh Eaters/Zombi 2 which was made to profit from the zombie-rage caused by Romero’s Dawn of the Dead, which was released as Zombi in Italy. Still with me? This one is about an infection on a small island caused by the military working on bacterial weapons (again). The virus causes people to eat each other. The zombies in this film are the first fast & furious zombies(*1) I’ve seen, that would later appear in films such as 28 Days Later that resurrected the genre. And some of them even talk. Not that surprising though, this was three years after Bub(*2) after all. They are killed pretty easily though. No brain impalement required. Though not as atmospheric as the original Zombie Flesh Eaters, Fulci still delivers in terms of shocks and bad taste. To be concluded by Zombie Flesh Eaters 3/Zombi 4.

*1 At least some of them are. Others are as slow and dumb as ever.
*2 Of Day of the Dead fame

Zombie Flesh Eaters 3 (Italy, 1989)

Directed by: Claudio Fragasso
Written by: Rossella Drudi, Rossella Drudi
Cast: Jeff Stryker, Candice Daly, Massimo Vanni

Whoever green-lit this dog? Exploiting the extremely capable zombie master Romero is one thing, but at least come up with a rip-off that delivers some of the goodies. The acting in this Italian piece of trash is HORRIBLE and so are the dialogues. The direction is a complete joke now that Fulci left. This distracts so much that watching it is a complete waste of time. Only for the braindead, others avoid at all costs.

Westworld

Enemy Territory

Starship Troopers: Invasion

House on the Edge of the Park (Italy, 1980)

Directed by: Ruggero Deodato
Written by: Gianfranco Clerici, Vincenzo Mannino
Cast: David Hess, Annie Belle, Christian Borromeo

From the director of Cannibal Holocaust comes an early home invasion flick, very much like Funny Games. A psycho and his simpleton buddy crash a party of young folks and as the night progresses, they use (sexual) violence on them. Often quite unpleasant to watch, but the acting is pretty decent. With a nice little twist at the end.

The Cars That Ate Paris (Australia, 1974)

Directed by: Peter Weir
Written by: Peter Weir, Keith Gow, Piers Davies
Cast: John Meillon, Terry Camilleri, Kevin Miles

Ozploitation flick about the small town of Paris, where the inhabitants cause fatal car crashes to plunder the vehicles. Strange early creation of Australian director Peter Weir, who went on to make great films like The Truman Show, Fearless and Dead Poet Society. This one provides in mood and production design (low budget, but cool), but misses the finer touches that Weir displayed in his later work. A must see? No. But interesting and entertaining enough.

Space Shift (USA / UK, 1992)

Directed by: Anthony Hickox
Written by: Anthony Hickox
Cast: Zach Galligan, Monika Schnarre, Martin Kemp

This masterpiece, also known as Waxwork II: Lost in Time, is a sequel to the 1988 film, Waxwork. After dealing with evil waxwork, this time the heroes travel through time in what appears to be a horror reenactment game. They become part of stories like Frankenstein, Alien and Invasion of the Body Snatchers. The writing of this homage is not very well done. But is does feature legend Bruce Campbell in an amusing role.

Mega Force (Hong Kong / USA, 1982)

Directed by: Hal Needham
Written by: Bob Kachler, James Whittaker, Albert S. Ruddy, Hal Needham, Andre Morgan
Cast: Barry Bostwick, Michael Beck, Persis Khambatta

From the director of Smokey and the Bandit comes another hilarious eighties classic. About a phantom force, armed with the latest technology, that is called into action whenever geopolitical problems arise. The leader of the team: Ace Hunter! And the action, stunts and gadgets can compare with James Bond… almost. Worth watching if only for the soundtrack and images of the ‘MegaForce’ on their special motorcycles.

Assault on Precinct 13 (USA, 1976)

Directed by: John Carpenter
Written by: John Carpenter
Cast: Austin Stoker, Darwin Joston, Laurie Zimmer

Suspenseful early flick from great horror maestro John Carpenter. About L.A. gangs who team up to assault a nearly abandoned police station kamikaze-style. Very tense atmosphere and excellent character building. Remade in 2005 with Ethan Hawke, Laurence Fishburne and Gabriel Byrne, but the original is better.

House on the Edge of the Park

Space Shift

Mega Force

© FilmDungeon.com, october 2019

Note: FilmDungeon.com is currently still live and will be removed from the web on 15 august, 2020. Obituary will follow. The site’s content will be re-published in the form of e-books on ISSUU. Links can be found on this blog and directly on ISSUU.

My 10 Favorite Horror Movies Ever

Checked and double checked. Darlings killed! This is it:

10. Bad Taste (1987)

Peter Jackson’s inventive low budget debut film is a delight in gory horror and awesome humor. It’s about aliens coming to New Zealand to set-up a supply chain in human flesh for their intergalactic fast food restaurants. What they didn’t count on was secret agent Derek (played by Jackson himself) and his team! Great to see that the visionary director behind The Lord of the Rings trilogy started his career with this hilarious B-movie.

Greatest Moment: The vomit scene: ‘ahhhh, l think the gruel is ready!!’

09. The Bride of Frankenstein (1935)

Back at the old days, they made great films too, you know. And the Universal Monster Movies are not to be ignored when you’re rating your all-time favorite horrors. The beautiful gothic scenery, spot-on art direction, excellent make-up effects, the universal themes, the humor (the monster smoking a cigar!)… The Bride of Frankenstein is the best in its genre and at least as impressive in the time it was made as its contemporary counterparts. Ehhh, which contemporary counterparts by the way?

Greatest moment: The monster and the hermit.

08. Army of Darkness (1992)

You want some more Evil Dead? Come get some! Ash is back with a chainsaw attached to his wrist and a boomstick on his back. This time around he’s kicking Evil’s ass in medieval times. Isn’t it groovy? Well, yes it is. Besides Raimi’s action-packed script and trademark camera tricks, fans can enjoy a brilliant turn from B-Movie star Bruce Campbell. With his masterful comic timing, loads of one-liners and his lady man skills, he makes Ash a truly lovable hero. Not to mention a horror icon. Hail to the King baby!

Greatest moment: The pit.

07. Scream (1996)

This postmodern take on the slasher genre is both an incredible homage and superb addition to the genre. The screenplay by Kevin Williamson is masterfully written and director Wes Craven finds exactly the right balance between suspense, teenage stupidity, humor and extreme violence. Followed by three decent sequels (and a tv-show), but this first one is the best by far.

Greatest Moment: The revelation who the killer is.

06. Predator (1987)

The first Predator is an unique movie that holds a very special place in my heart. The concept is fairly simple (mysterious alien hunts and kills soldiers and mercenaries in South American jungle), the execution is flawless. It features the greatest team of warriors ever assembled that faces off against the greatest alien ever created for cinema. It’s just awesome in every way.

Greatest moment: There are many great scenes featuring the predator, but Schwarzenegger’s team butchering an entire guerrilla army is so bad-ass that I have to pick that one.

5. Dead Ringers (1988)

Two bodies. Two minds. One Soul. Separation can be a terrifying thing.
No monsters or killers are needed to make a creepy film. The human psyche can be terrifying enough by itself. Jeremy Irons gives an Oscar worthy double performance as a pair of twins who become mentally intertwined together. Brilliant psychological horror by master of bodily transformation, David Cronenberg.

Greatest Moment: The superbly creepy credit sequence and the unsettling ending.

04. Psycho (1960)

Psycho is such an inspirational film that it spawned an entire genre of slasher / serial killer movies. With its groundbreaking narrative techniques and tension building it’s hard to deny the importance of Hitchcock’s masterpiece in cinema history. Janet Leigh is a joy to watch and so is Anthony Perkins in his lunatic performance.

Greatest moment: The shower scene off course, which is completely shocking to this day.

03. A Nightmare on Elm Street (1984)

The scariest horror movie of my childhood and frankly an almost traumatic experience. I recently saw it and even though the scare effect is weakened down somewhat, it is still a deeply chilling experience. Master of Horror Wes Craven takes all the terrible emotions the worst nightmares can cause and uses them to maximum effect.

Greatest moment: The protagonist Nancy has a number of terrifying dreams.

02. Evil Dead II (1987)

Groovy! Comedy and scares are effectively combined in this sequel to Raimi’s classic The Evil Dead*. Yes, it is a sequel, the beginning is just an altered summary of the first flick. Bruce Campbell makes Ash a true horror icon as he chops up his girlfriend and fight his own hand. Slapstick humor and rapid chainsaw action make this a true classic in the genre and Raimi’s best film. They don’t make ‘m like this anymore. Classic.

Greatest moment: In the cellar with sweet Henrietta. Complete madness.

01. Dawn of the Dead (1978)

This is it, my all-time favorite horror movie. What makes it so good? It is just a trip to become part of Romero’s apocalyptic zombie world for a couple of hours. When used properly as in Dawn of the Dead, zombies are really a marvelous invention. They can be sad, scary, or comical and at the same time serve as a metaphor for the consumerist society. The shopping mall as a zombie survivor stronghold works incredibly well. The movie features well written characters, appropriately disgusting special make-up effects by Tom Savini and great music. It is the most atmospheric horror film; very rich in ideas and horrific imagery. I love it.

Greatest moment: Going shopping off course!

*OMITTED:

The Evil Dead (1981)

In 1980 three friends went out to shoot a cheap horror movie that was destined to become a genre classic. The handsome one, Bruce Campbell, became the actor of the group. ‘He was the one that girls wanted to look at.’ Sam Raimi later became a top director in Hollywood (directing Spiderman). And finally, Rob Tapert became a successful producer. The Evil Dead is still a very effective horror flick to this day with many unforgettable moments, such as the tree rape scene and blood-soaked finale.

Greatest Moment: The gory climax in the cabin.