Net Positive Business

Onlangs schreef ik een stukje over het opportunistische businessmodel van EarthToday. In een wereld die in rap tempo aan het degraderen is, is dit misleidende clubje absoluut niet wat we nodig hebben. Ik vroeg me af waar de leiders zijn die ons uit deze ongelofelijke shit storm gaan verlossen. En ik moet zeggen, ze zijn heel zeldzaam. Maar er zijn uitzonderingen. Zo heeft Paul Polman zich als CEO van Unilever als geen ander ingezet voor het verduurzamen van het bedrijfsleven.

In 2019 heeft hij na tien jaar het stokje overgedragen aan Alan Jope, maar blijft hij zich inzetten voor het bekeren van het internationale bedrijfsleven in het nastreven van een duurzame purpose. Eind 2021 kwam het boek ‘Net Positive’ uit dat hij samen schreef met duurzaamheidsexpert Andrew Winston. Het is een praktische gids geworden voor CEO’s die graag goed willen doen, maar worstelen met het ‘hoe’.

Het huidige systeem is duidelijk aan het einde van zijn bruikbare leven. Alles wat we doen waar we niet voor altijd mee door kunnen gaan, is namelijk niet duurzaam. Dat moet anders, maar de politiek is erg korte termijn gefocust en het is volgens Polman en Winston aan bedrijven om deze kloof te dichten. De lat voor de private sector moet omhoog. Netto positief betekent dat je meer goeds toevoegt aan de wereld dan dat je neemt. Dus niet minder slecht doen, maar meer goed doen. De centrale vraag die CEO’s aan zichzelf kunnen stellen is; ‘is de wereld een betere plek omdat mijn bedrijf er onderdeel van is?’

Het huidige model is gericht op winst maken binnen de geldende wet- en regelgeving. Natuurlijk staan purpose en ESG (Environment, Social & Governance) wel op de agenda de laatste jaren, maar vaak wordt dit gedreven vanuit de behoefte om talentvol personeel te werven en zijn er weinig bedrijven die verder gaan dan wat de wet voorschrijft. Er zijn uitzonderingen. Ikea wil bijvoorbeeld al in 2030 volledig klimaatneutraal opereren, 20 jaar eerder dan is afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs. Microsoft wil niet alleen zo snel mogelijk klimaatneutraal worden, maar ook de CO2 uit de atmosfeer gaan halen die het bedrijf tijdens zijn bestaansgeschiedenis heeft uitgestoten. Dat is netto positief ondernemen.

‘Net Positive’ bedrijven streven nadrukkelijk een systeemverandering na. Het huidige systeem is kapot en de scheuren manifesteren zich steeds duidelijker. De opdracht die Polman en Winston bedrijfsleiders meegeven: ‘bedrijven moeten winst maken door de problemen van de wereld op te lossen, niet door ze te creëren.’ Dit vereist moed en dat is dan ook het hoofdingrediënt van deze nieuwe manier van leidinggeven. Bedrijven moeten opstaan. De toekomst van de planeet, de mensheid en kapitalisme is ervan afhankelijk.

De opkomst en ondergang van wereldmachten

Voor MenA.nl schreef ik onlangs een stuk over het nieuwste boek van topinvesteerder Ray Dalio: Principles For Dealing With a Changing World Order: Why Nations Succeed and Fail. Hierin deelt de oprichter van Bridgewater Associates, één van de grootste hedgefondsen wereldwijd, de patronen die hij ziet in de opkomst en ondergang van wereldmachten.

Volgens Dalio herhalen zich steeds dezelfde patronen, waarbij een machtig land of keizerrijk eerst tot bloei komt, waarna problemen ontstaan in de vorm van politiek en sociaal conflict en verslechterende financiën. Die problemen leiden uiteindelijk tot een revolutie en/of oorlog waarna meestal een andere wereldmacht de dominante positie op het wereldtoneel overneemt.

Cycli zijn de norm, schrijft Dalio. Dus als professionals en investeerders kunnen we ze zien aankomen en erop anticiperen. Vaak denken mensen dat de toekomst een licht gemodificeerde versie van het verleden is, en dus profiteren ze niet van de ups en downs. De generatie die de Tweede Wereldoorlog meemaakte was somber gestemd en profiteerde nauwelijks van de post-oorlog boom periode op de beurs. Omgekeerd, mensen van de boom periode leenden erg veel terwijl dat historisch gezien leidt tot een periode van neergang. De omslag in een Grote Cyclus komt, in tegenstellingen tot de kleinere cycli, vaak maar één keer in je leven voorbij, dus je eigen verleden heeft je hier niet op voorbereid. Door de geschiedenis te bestuderen, kun je hier wel op voorbereid zijn.

De typische Grote Cyclus van wereldmachten
De opkomst van wereldmachten wordt gekenmerkt door een aantal factoren, zoals het niveau van educatie, innovatie, technologische vooruitgang, samenwerking tussen kapitaal en politieke macht, effectieve financiële markten, sterk leiderschap en militaire macht. Al deze zaken leiden tot een snellere en grotere toename van de productiviteit en als investeerder wil je weten waar dit de aankomende periode gaat plaatsvinden.

Succesvolle landen of keizerrijken kunnen de cyclus wel 200 of 300 jaar laten duren. De voorspoedige perioden duren daarmee veel langer dan de slechte, volgens Dalio. Deze slechte perioden ontstaan doordat de rijken meer rijkdom naar zich toe trekken, inclusief de productiemiddelen. Als de welvaart toeneemt, nemen ook de consumptie en decadentie toe en de productiviteit juist af. Er wordt meer geleend en er ontstaan bubbels. Wanneer het vervolgens economisch minder gaat vangen de minder welvarende mensen de klappen op en ontstaan er conflicten. Deze conflicten leiden vervolgens vaak tot revolutie en of oorlog, waarna er een nieuwe wereldorde wordt gecreëerd. Deze cycli blijven volgens Dalio bestaan omdat de menselijke natuur niet fundamenteel wijzigt. De mens heeft de neiging dingen tot extremen door te voeren waardoor het equilibrium verstoord wordt wat leidt tot een slinger de andere kant op.

De slechte tijden kunnen we zien als perioden van transitie. Het zijn reinigende stormen die ons verlossen van de excessen, zoals een te hoge schuldenlast, waarna we kunnen terugkeren naar onze fundamenten. Deze periode eindigt in een nieuwe politieke orde met een duidelijke machtsdistributie. Voor mensen zijn de voorspoedige tijden uiteraard prettiger, maar beide perioden hebben een functie, namelijk ons verder brengen in de evolutie en in die zin zijn ze niet ‘goed’ of ‘fout’, aldus Dalio. De tekenen van een verschuivende wereldorde zijn nu overal om ons heen zichtbaar; enorme welvaartskloven, de historische lage rentes, een groeiende schuldenlast, het massale drukken van geld (vooral sinds de covid-pandemie), toenemend populisme en politiek conflict en een enorm uit de hand lopende klimaat en biodiversiteitscrisis.

Relatieve neergang van de Verenigde Staten en de opkomst van China
De huidige nieuwe wereldorde ontstond in 1945 en de volgende verschuiving is nabij. Het verzwakken van het ene keizerrijk kan samenvallen met de opkomst van een andere. Dat is precies wat we nu zien: een rijzende wereldmacht (China) die concurreert met de huidige wereldmacht (de VS) in handel, technologie, kapitaalmarkten en geopolitiek. De VS verkeert nu in fase 5 van 6, stelt Dalio. Het land heeft zeker nog een aantal krachten, waaronder innovatie in technologie en militaire macht, maar dit is relatief minder aan het worden. China zit in fase drie, de bloeiperiode, en doet er goed aan deze fase zo lang mogelijk te laten duren.

Dalio maakt zich vooral zorgen over de groeiende tegenstellingen in de VS en de verslechterende financiële situatie. Bij zowel de democraten als republikeinen krijgen meer extreme visies de overhand en verdwijnen de gematigde meningen. In een onderzoek uit 2019 gaf 42 procent van de aanhangers van beide partijen aan de oppositie als ‘ronduit slecht’ te beschouwen. Onderzoek wijst uit dat de kans dat de twee partijen daardoor ver gaan komen in het gezamenlijk vinden van oplossingen voor de grote problemen in het land zeer klein is. De volgende fase voor de VS is een staat van burgeroorlog. Het hoeft geen ‘echte’ oorlog te betekenen; een vreedzame revolutie waarin de schulden worden geherstructureerd (een soort ‘Great Reset’) is ook mogelijk. Maar als gewelddadige conflicten toenemen (denk aan de bestorming van het Capitool) weet je dat een land in de problemen zit. Dalio schat de kans op een binnenlandse oorlog in de VS op 30 procent de komende 10 jaar. Kunnen de Amerikanen dit omkeren? Alleen als ze zich verenigen en de ongelijke verdeling van welvaart daadwerkelijk aanpakken.

Conflicten van de interne orde gaan vaak samen met conflicten van de externe orde. De handelsoorlog tussen de VS en China is een goed voorbeeld. Het meest explosieve conflict in potentieel is de confiscatie van Taiwan door China en de reactie van de VS daarop. Kan dit leiden tot een derde wereldoorlog? Dit is erg lastig te voorspellen, maar zeker niet uit te sluiten. Het is lastig voor te stellen hoe een dergelijke oorlog zich zou voltrekken met moderne oorlogsmiddelen, maar het lijdt geen twijfel dat het buitengewoon vernietigend zou zijn voor alle betrokken landen. Vele winnaars uit het verleden, zoals Duitsland en Japan, hebben dergelijke perioden van enorme welvaartsvernietiging meegemaakt.

Het is van het grootste belang dat deze daadwerkelijke, militaire oorlog koste wat het kost vermeden wordt. In dat geval hoeft het begin van een nieuwe Grote Cyclus niet zo erg te zijn. Er zal een grote herstructurering van schulden en herverdeling van macht en welvaart plaatsvinden, maar daarna kan een land of keizerrijk weer met een schone lei beginnen en heeft de centrale bank weer de middelen om de economie te stimuleren. En we kunnen waardevolle lessen leren. Dat is evolutie – volgens Dalio dé stabiele kracht in het universum. We moeten vooral leren om niet bij ons eigen perspectief te blijven, maar ook de oogpunten van anderen te leren begrijpen. Iedere fase van de cyclus heeft een andere visie die het beste werkt. Deze verschillende perspectieven leren begrijpen kan een hoop waardevernietiging voorkomen.

Conscious business: meer waardecreatie zonder de negatieve effecten

De wereld staat voor een aantal grote uitdagingen de komende decennia. Bedrijven kunnen hierin een enorme positieve impact maken, maar dan moeten ze wel weten hoe. Volgens Mansi Jasuja van Conscious Business Nederland zit de sleutel in meer bewustzijn over de rol die jouw organisatie speelt in het totale ecosysteem waar je onderdeel van uitmaakt.

Het kapitalistische systeem heeft de wereld veel moois gebracht. Er is enorm veel waarde gerealiseerd en honderden miljoenen mensen zijn erdoor uit de armoede getild. Maar in andere opzichten heeft het gefaald, zegt Mansi Jasuja – programmadirecteur van Conscious Business Nederland (CBN). “Er is een grote ongelijkheid ontstaan: de rijken worden rijker en de middenklasse gaat er nauwelijks op vooruit. Ook hebben we te maken met toenemende armoede, een enorme klimaat- en natuurcrisis en een mentale gezondheidscrisis.”

“Het falen van kapitalisme zit in het onbewuste deel ervan”, vervolgt Jasuja. “Het zit in de hebzucht en het opeisen van een groter deel van de taart dan nodig is. En in het geen rekening houden met de negatieve effecten van je acties – en die van je bedrijf – op de leefomgeving. Dat is de donkere zijde van kapitalisme. Het probleem is niet het systeem zelf, maar hoe mensen het op dit moment gebruiken. Een van de oplossingen is conscious business – een Holistisch Bedrijfseconomisch Model.”

De kern van conscious business
Het team achter Conscious Business is gepassioneerd om bedrijven te helpen de omslag te maken van (deels) onbewust naar bewuster omdat ze geloven dat bedrijven een enorme positieve impact kunnen maken. Hoe wordt je een conscious business? Er zijn vier pilaren:
• Higher purpose
• Conscious culture
• Conscious leaders
• Stakeholder inclusion

“Wat wij zo mooi vind aan het conscious businessmodel is dat het echt holistisch is”, zegt Jasuja. “Je kan een open cultuur hebben, maar toch een leverancier slecht behandelen. Dan heb je dus geen stakeholder inclusie. Alle pilaren staan in verbinding met elkaar en versterken elkaar. Je bent nooit helemaal bewust, maar altijd ergens op een spectrum. Dus er is altijd ruimte en kansen tot verbetering.”

>>> Lees verder op CFO.nl <<<

Top 10 films over de financiële wereld

Hebzucht, succes, neergang… Dit zijn de 10 finance films die je gezien moet hebben.

Door Jeppe Kleijngeld

10. Too Big to Fail (2011)

In deze geslaagde productie van HBO volgen we de hoofdrolspelers van de bankencrisis van 2008 op de meest cruciale momenten die de wereldeconomie heeft gekend in de afgelopen decennia. We weten hoe het afloopt, maar toch is het begin van de Grote Recessie in de VS een fascinerend schouwspel. Hank Paulson, voormalig CEO van Goldman Sachs en in 2008 staatssecretaris van Financiën, wordt geconfronteerd met een hele batterij falende banken en verzekeraars, waaronder Lehman Brothers en AIG. Nadat hij Lehman Brothers failliet heeft laten gaan, zal het niet lang meer duren voordat kredietverlening wereldwijd tot stilstand komt en de wereldeconomie volledig in elkaar stort. In een race tegen de klok moet Paulson samen met de overheid en Wall Street tot een oplossing komen voordat het ergste financiële armageddon aller tijden werkelijkheid wordt.

9. Boiler Room (2000)

Realistisch beeld van een stel opgefokte beurshandelaren voor wie maar een ding telt: keiharde dollars. Seth, een ambitieuze, slimme en ondernemende jongeman krijgt een baan als trainee bij J.T. Marlin, een kleine firma in aandelenhandel die buiten Wall Street opereert. De recruiter vertelt hem en de andere trainees al bij binnenkomst: ‘als je hier komt werken ben je binnen drie jaar miljonair.’ Zijn nieuwe collega’s wonen in belachelijke huizen en rijden in Ferrari’s rond alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Seth leert hoe de agressieve verkoop in zijn werk gaat, maar komt er al snel achter dat de handel van het kantoor geen zuivere koffie is en dat de FBI een zaak aan het opbouwen is tegen J.T. Marlin. Kan Seth – die inmiddels zelf ook klanten met waardeloze aandelen geruïneerd heeft – nog iets doen om zijn eer en toekomst te redden? Boeiende en spannende film die ook de kant van de slachtoffers laat zien van de oneindig hebzuchtige cultuur van de financiële sector.

8. The Big Short (2015)

De huizenmarkt bubbel in de VS is de grootste Ponzifraude aller tijden en het knappen van deze bubbel veroorzaakte de grootste financiële crisis ooit. Bij een financiële gebeurtenis van dit formaat zou je verwachten dat er door slimme beleggers op gespeculeerd zou zijn. En dat is inderdaad gebeurd, maar slechts door een handvol investeerders. De huizenmarktgekte had rond 2007 zulke extreme vormen aangenomen dat alleen een stel mafkezen kon inzien dat de bubbel zou gaan barsten. ‘The Big Short’ volgt deze vreemde vogels. Het begint bij de super autistische Dr. Michael Burry (Christian Bale) die als eerste in de gaten heeft wat er staat te gebeuren. Drie andere investeringsteams en een eenling volgen zijn vermoedens op met eigen onderzoeken en doen de meest schokkende ontdekkingen. Een stripper met zes hypotheken? Deze bubbel ZAL gaan barsten. Met een cast vol sterren (Ryan Gosling, Steve Carell, Brad Pitt) en een intelligent, vermakelijk en goed te volgen scenario, is ‘The Big Short’ de eerste film die de crisis echt voor een groot publiek toegankelijk maakt.

7. Barbarians at the Gate (1993)

De enige film die echt gaat over M&A (Mergers & Acquisitions) is een komedie over de corporate greed die in de jaren 80′ bizarre vormen aannam. Amerikaanse bedrijven staken zich voor een triljoen dollar in de schulden en de aandeelhouders werden stinkend rijk. De film – gebaseerd op het non-fictie boek van journalisten Bryan Burrough en John Helyar – vertelt de geschiedenis van RJR Nabisco, verkoper van sigaretten en voedsel (o.a. Orio koekjes). De CEO van het bedrijf F. Ross Johnson wil de aandeelhouders uitkopen middels een leveraged buy-out (schuld tegenover de assets van het bedrijf), een deal van 20 miljard dollar. Maar Johnson passeert daarbij Henry Kravis, de koning van de bedrijfsovernames en uitvinder van de leveraged buy-out. Kravis laat het er niet bij zitten en er ontstaat een agressieve en legendarische biedingstrijd. Hier worden de aandeelhouders rijker en rijker van, maar voor de 140.000 medewerkers ziet de toekomst er steeds somberder uit. ‘Barbarians at the Gates’ slaagt er goed in om aan te tonen welke spelletjes er soms gespeeld worden aan de bedrijfstop, ‘barbaarse’ praktijken die mijlenver afstaan van de gewone man en vrouw. Ook is het een mooi tijdsbeeld van het decennium van de hebzucht. RJR Nabisco is nog steeds exemplarisch voor de over the top private equity overnames van de jaren 80’.

6. Enron: The Smartest Guys in the Room (2005)

De gebeurtenissen in deze film hebben echt plaatsgevonden. Dat is moeilijk te geloven gezien de waanzinnige omvang van de bedrijfsfraude die de documentaire ‘Enron’ ons laat zien. Op zijn top was Enron de zevende grootste corporate van Amerika met een waardering van 70 miljard dollar. Investeerders liepen weg met het typische ‘new economy’ bedrijf, dat traditionele energiedienstverlening transformeerde in financiële instrumenten. Ze vonden pijplijnen maar ouderwets en zagen meer in een gedereguleerde optie- en aandelen markt voor gaslevering. Ondertussen flesten de bestuurders de boel met ‘mark to market accounting’ (winsten boeken terwijl er geen cent binnenkwam), schulden verstoppen in een web van dochterondernemingen buiten het zicht van beleggers om en een kunstmatig energietekort creëren en daar van profiteren. En de banken en accountants? Die profiteerden allemaal mee (accountantskantoor Arthur Andersen – dat failliet ging ten gevolgen van het Enron-schandaal – kreeg één miljoen dollar per week betaald om de bizar ondoorzichtige boekhouding goed te keuren). Het faillissement van Enron is dit jaar 20 jaar geleden, en is en blijft hét schoolvoorbeeld van hoe het in een bedrijf faliekant verkeerd kan gaan.

5. Inside Job (2010)

Door de wereldwijde financiële crisis die in 2008 in alle hevigheid losbarstte zijn miljoenen mensen hun spaargeld kwijtgeraakt, hebben mensen wereldwijd hun baan verloren en zijn talloze mensen – vooral in de Verenigde Staten – hun huis uitgezet en gedwongen in tenten te leven. Hoe is het zover gekomen? Deze vraag wordt beantwoord in de onthullende documentaire ‘Inside Job’. Consolidatie van de financiële sector (too big to fail). Ongereguleerde financiële producten, zoals derivaten. Accountantsfirma’s, rating agencies en toezichthouders die profiteren, maar niet ingrijpen… Alle oorzaken van de crisis komen voorbij en de maatregelen die NIET genomen zijn als respons op het falen. Het doel van regisseur Charles Ferguson met ‘Inside Job’ is simpel; de oorzaken en gevolgen van de crisis haarfijn uitleggen. Ferguson slaagt zeer goed in zijn doel, want de excessen die hij toont zijn zo wanstaltig dat ze je als kijker onmogelijk onverschillig kunnen laten. Daarmee is ‘Inside Job’ geweldig voor inzichtvorming, maar wel een film die je machteloos doet voelen.

4. Wall Street (1987)

De film ‘Wall Street’ van Oliver Stone is zinder twijfel dé finance film. De in brons gegoten citaten, zoals ‘greed’ — for lack of a better word — is good’, zijn misschien wel net zo bekend als ‘I’ll make him an offer he can’t refuse’ uit ‘The Godfather’. Toch staat de film niet bovenaan de lijst. Ooit – in de jaren 80′ – zou hij dat wel gestaan hebben, maar er zijn betere films verschenen sindsdien. Artistiek gezien is ‘Wall Street’ als film niet eens zo heel goed. Maar het Oscar-winnende optreden van Michael Douglas is zo legendarisch dat het de film ver overstijgt. Zijn Gordon Gekko is de vleesgeworden vertegenwoordiger van de hebzuchtcultuur van de financiële wereld uit de jaren 80′. Het tijdperk van de corporate raiders die bedrijven stuk maken gewoon omdat ze dat kunnen, en miljoenen verdienen over de rug van de duizenden arbeiders die door het financiële geweld het veld moeten ruimen. En laten we Charlie Sheen niet vergeten die – destijds pas 22 jaar – een glansrol neerzet naast Douglas. Zijn Bud Fox is het jonge, snel lerende broekie die, aangetrokken door de financiële genialiteit van Gekko, al snel al zijn familiewaarden verloochend voor het grote geld, de vrouwen en de cocaïne. Bijna 30 jaar na de release is ‘Wall Street’ nog altijd de klassieker waaraan iedereen als eerste aan zal denken als het gaat om financiële films. En daarmee is de vierde plek meer dan verdiend.

3. Glengarry Glenn Ross (1992)

‘Put that coffeepot down! Coffee is for closers only. You think I’m fucking with you? I’m not fucking with you.’ In de keiharde wereld van onroerend goed – waar je bronzen ballen voor nodig hebt – gaat het maar om één ding: ABC – Always Be Closing. Voor de vier verkopers op een vastgoedkantoor loopt de spanning hoog op wanneer de bazen een Jack Welch-achtige maatregel invoeren: de topverkoper krijgt een Cadillac en de verliezer krijgt de zak. Volgens de verkopers hangen hun kansen echter samen met de kwaliteit van de leads die ze krijgen, en die is al een tijd beroerd (‘The leads are weak? You are weak!’). Er zijn wel goede leads – de Glengarry leads – maar die willen de bazen niet geven. Die zijn alleen voor echte closers. ‘Glengarry Glenn Ross’ is een zeer scherp geschreven en geacteerd verbaal spektakel. Met een topcast: Al Pacino, Ed Harris, Jack Lemmon, Kevin Spacey en Alec Baldwin, die laatste in een film-stelende openingsscene.

2. The Wolf of Wall Street (2013)

Het levensverhaal van self-made miljonair Jordan Belfort, wiens passie voor geld niet onderdeed voor zijn lust naar drank, drugs en vrouwen. Meesterregisseur Marin Scorsese heeft de biografie van Belfort op dezelfde wijze verfilmd als hij dat eerder deed voor gangsters (in ‘GoodFellas’, ‘Casino’ en ‘The Departed’): met razendsnelle montage, voice-over en de glamoureuze levensstijl van de hoofdpersonen centraal. Als economie de studie is van hoe mensen kunnen krijgen wat ze willen, is ‘The Wolf of Wall Street’ de studie van mensen die ALLES willen hebben en grotendeels ook krijgen, totdat uiteindelijk de FBI een einde aan het feestje maakt. Deze film zal niet ieders smaak zijn vanwege de belangrijke rol die de excessen en het wangedrag spelen, zoals cocaïnegebruik, prostitueemisbruik en dwergwerpen, maar als je er in kunt komen is het ongetwijfeld wel de grappigste film over de financiële wereld ooit gemaakt. Met Oscarwaardige rollen voor Leonardo DiCaprio en Jonah Hill.

1. Margin Call (2011)

‘Margin Call’ toont ons de wereld van Wall Street voor de crisis van 2008, en zoals hij verbijsterend genoeg nog steeds is. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Een risk werknemer ontdekt min of meer toevallig dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank. De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen. Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is…

‘Margin Call’ fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de giftige bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het vrije markt principe ondersteunt. Verontrustende, maar geniale film.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op LinkedIn