Mijn 15 favoriete boeken aller tijden

15. Swag (1976)
door Elmore Leonard

Elmore Leonard, bekend om zijn scherpe westerns en misdaadromans, zag veel van zijn werk verfilmd, zoals ‘Get Shorty’ en ‘Rum Punch’ (als Jackie Brown). ‘Swag’ is echter het beste boek dat ik van hem heb gelezen. Het volgt twee kleine criminelen, Frank en Ernest, die besluiten dat gewapende overvallen op drankwinkels en cafés de ideale route zijn naar crimineel succes: hoge opbrengsten met een minimale pakkans. Hun carrière bloeit even op, en ze genieten volop van de vruchten die dit afwerpt, maar al snel worden Frank’s ogen groter dan zijn maag en vergeten ze de 10 gouden regels die ze in het begin van hun korte carrière hadden opgesteld. Fantastisch plot en dito personages. Leest als een trein!

14. Ubik (1969)
door Philip K. Dick

Philip K. Dick heeft veel memorabele boeken op zijn naam staan, maar ‘Ubik’ is wel zijn meesterwerk. In het toen nog toekomstige 1992 zijn psychische krachten gemeengoed. Ook worden sommige overledenen beheerd in ‘half-leven’, een toestand van gelimiteerd bewustzijn. Hoofdpersoon Joe Chip wordt op een maanmissie gestuurd met tien collega’s. Ze overleven een explosie en beginnen daarna vreemde veranderingen in hun realiteit te ervaren: objecten vergaan veel sneller en ze lijken zich terug in de tijd te bewegen in plaats van vooruit. Het enige dat tijdelijk helpt, is het goedje Ubik, dat in spuitbusvorm voorhanden is. Dit alles leidt tot een briljante conclusie. Een fantastische plot over Dick’s favoriete thema: wat is echt? Het boek diende als inspiratie voor de briljante Marvel-serie WandaVision.

13. Het gouden ei (1984)
door Tim Krabbé

Deze dunne thrillerroman – typisch iets wat je op de middelbare school op je examen leeslijst zet – is een fascinerend en huiveringwekkend meesterwerkje. Voor wie het niet kent, en de conclusie niet weet, ga het lezen. Je zult nog lang blijven doormalen over de uiterst verontrustende ontknoping. Uitstekend verfilmd als Spoorloos / The Vanishing in 1988, een eveneens afschuwelijke ervaring, maar boeken weten nu eenmaal net iets dieper onder je huid te kruipen en de psychologische impact van ‘Het gouden ei’ is ongekend.

12. American Psycho (1991)
door Bret Easton Ellis

Dit is een buitengewoon verontrustend boek: een scherp commentaar op het kapitalisme, verpakt in een horrorvertelling. Patrick Bateman, een beurshandelaar met een leeg bestaan en een even lege persoonlijkheid, neemt ons mee in zijn leven vol vlakke, oppervlakkige observaties. Totdat zijn ware aard langzaam maar zeker aan het licht komt. Hij blijkt een gruwelijke seriemoordenaar, die zijn slachtoffers op buitengewoon sadistische manieren om het leven brengt. De grafische horror in dit boek tart elke verbeelding en is moeilijk, zo niet onmogelijk, om ooit nog uit je hoofd te krijgen. Een gestoord meesterwerk dat de zieke geest van een psychopaat blootlegt – en misschien wel dichter bij onze huidige samenleving staat dan we durven toe te geven.

11. Out (1997)
door Natsuo Kirino

‘Out’ – de Nederlandse vertaling heet ‘De Nachtploeg’ – van de Japanse auteur Natsuo Kirino is een meedogenloos spannende thriller die de levens volgt van vier vrouwen die ’s nachts werken in een fabriek voor voorverpakte maaltijden in Tokio. Wanneer een van hen in een vlaag van zelfverdediging haar gewelddadige man vermoordt, besluiten de vrouwen – onder leiding van de sterke Masako – samen het lichaam te verbergen. Maar als een zak met lichaamsdelen wordt ontdekt, komen ze niet alleen in het vizier van de politie, maar ook van een gevaarlijke seriemoordenaar die de stad onveilig maakt. Kirino weeft een claustrofobisch en beklemmend verhaal, waarin de desperatie, loyaliteit en wreedheid van de vrouwen centraal staan. De lugubere sfeer, scherpe dialogen en onvoorspelbare plotwendingen maken ‘Out’ tot een ijzersterke, ongemakkelijke thriller die je nog lang bijblijft. Absoluut lezen!

10. Ready Player One (2011)
door Ernest Cline

‘Ready Player One’, het debuut van Ernest Cline, is als de ‘Sjakie en de Chocoladefabriek’ voor de digitale generatie. In een dystopische toekomst, waar de echte wereld is verpest door klimaatverandering en sociale onrust, vlucht bijna iedereen in de OASIS – een uitgestrekte, met popcultuur doordrenkte metaverse. Hoofdpersoon Wade Watts, een verarmde tiener, probeert zijn troosteloze bestaan te ontvluchten door als eerste de drie verborgen sleutels te vinden die leiden naar het miljardenfortuin van James Halliday, de excentrieke schepper van de OASIS. Cline’s meeslepende verhaal is niet alleen razend spannend, maar ook een feest der herkenning voor liefhebbers van ’80s- en ’90s-popcultuur, videogames, muziek en films. Wade’s epische zoektocht – vol puzzels, gevechten en onverwachte bondgenoten – is onweerstaanbaar. Het is lang geleden dat ik zoveel plezier had in het lezen van een boek.

9. Charlie and the Chocolate Factory (1964)
door Roald Dahl

De meeste boeken van Roald Dahl verdienen een plekje in deze lijst, maar als ik er één moet kiezen, ga ik voor dit onbetwiste meesterwerk van de kinderliteratuur. Het verhaal volgt Sjakie Stevens, een arme maar dappere jongen die meedoet aan de ultieme wedstrijd: het vinden van een van de vijf gouden wikkels in chocoladerepen, die hem toegang geeft tot de mysterieuze fabriek van Willy Wonka. Zoveel het magische begin over de ultieme competitie als de doldwaze avonturen in de fabriek, stimuleren maximaal de verbeelding. Een onvergetelijk avontuur dat generaties blijft betoveren.

8. Harry Potter and the Deathly Hallows (2007)
door J. K. Rowling

Het heeft even geduurd voor ik me aan deze serie heb gewaagd, maar toen ik begon was ik al snel verslaafd. De hele reeks is uitzonderlijk goed geschreven: spannend, fantasierijk en betoverend, waarbij elk deel nog beter en meeslepender wordt dan het vorige. Maar dit laatste boek is mijn absolute favoriet. Alles wat in de eerdere delen is opgebouwd, komt hier samen tot een meesterlijke conclusie. Het verhaal is bloedspannend, vol tragische en hartverwarmende momenten, en bewijst dat elke hint, elk detail een doel had. Een tijdloos, magisch slotakkoord dat de hele serie perfect afrondt.

7. Trainspotting (1993)
door Irvine Welsh

‘Trainspotting’ is in het begin moeilijk te lezen door het Schotse dialect en de straattaal, maar als je er eenmaal in zit, blijkt het een meesterwerk. Het boek volgt een groep heroïneverslaafden in Edinburgh en hun chaotische sociale leventjes. Het verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven – zowel mannelijk als vrouwelijk – en zit vol onvergetelijke, hilarische scènes in een rauw, maar briljant taalgebruik. Mark Renton is de hoofdpersoon waarvan we het meest te horen krijgen. Zijn verhaal vormde later de basis voor de iconische filmbewerking uit 1996. Dit boek is onmisbaar voor wie van grimmige humor, sociaal realisme en onvergetelijke personages houdt.

6. The Warlord Chronicles (1995-1997)
door Bernard Cornwell

De Warlord Chronicles, ook wel bekend als de Warlord Trilogy, is een reeks van drie romans (‘The Winter King’ (1995) | ‘Enemy of God’ (1996) | ‘Excalibur’ (1997)) over het Arthuriaanse Groot-Brittannië, geschreven door genre-specialist Bernard Cornwell. Het verhaal is een mix van historische fictie en Arthuriaanse legendes. Ik pikte het derde boek op tijdens een vakantie in Thailand en verdween meteen drie dagen van de kaart. Dit is hoe je een middeleeuwse vertelling met fantasie-elementen tot leven brengt. Eenmaal thuisgekomen heb ik de trilogie opgepikt en sindsdien is dit een van favoriete series aller tijden.

5. The Godfather (1969)
door Mario Puzo

‘The Godfather’ van Mario Puzo is niet alleen de basis voor een van de grootste films aller tijden, maar ook een meesterlijk boek op zich. Hoewel Puzo af en toe bijverhalen toevoegt die misschien niet helemaal passen, is de familiegeschiedenis van de Corleones een van de mooiste en meest epische verhalen ooit verteld. Familie, eer en verraad komen samen in dit dramatische en bloedige maffia-epos, dat Shakespeare waardig is. Puzo’s verhaal is briljant en onvergetelijk – een tijdloos meesterwerk dat blijft fascineren.

4. The Secret History (1992)
door Donna Tartt

‘De verborgen geschiedenis’ is het debuut van de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt. Deze campusroman volgt een hecht groepje van zes studenten Klassieke Talen aan Hampden College, een kleine, elitaire universiteit in Vermont. Het verhaal neemt je mee in een gruwelijke misdaad gepleegd door de studenten zelf, de omstandigheden eromheen en de verwoestende, blijvende gevolgen voor hun academische en sociale isolatie. Tartt vertelt dit verhaal met meesterlijk vakmanschap – sfeervol, intelligent en onweerstaanbaar mooi. Het boek laat een onuitwisbare indruk achter en bewijst waarom het al decennialang als een moderne klassieker wordt beschouwd.

3. IT (1986)
door Stephen King

‘Het’ van Stephen King heeft me al sinds de eerste blik op die onheilspellende cover – met die monsterlijke hand in een straatput – gefascineerd. Toen ik eenmaal begon met lezen, groeide die fascinatie alleen maar. Hoe angstaanjagend en wreed het verhaal ook is, ik herken er tegelijkertijd iets hoopvols en magisch in – iets wat alleen een kindergeest zo puur kan bevatten. The Losers’ Club, die groep kinderen die de strijd aangaan met ‘Het’, belichaamt alles wat jeugd is: vriendschap, angsten, te vroeg opgedrongen volwassen thema’s en de trauma’s die daaruit voortkomen. Maar ook het overwinnen van die angsten – en de erkenning dat de sporen uit je jeugd altijd blijven, en om compassie vragen. King heeft vele meesterwerken geschreven, maar dit is zijn magnum opus – een tijdloos, ontroerend en doodeng epos dat je nooit meer loslaat.

2. The Lord of the Rings (1954)
door J.R.R. Tolkien

The Lord of the Rings films van Peter Jackson zijn meesterlijk, maar de boeken van J.R.R. Tolkien zijn zo mogelijk nog magischer. Geen enkel ander verhaal voelt zo ‘buitenaards’ – de weidse landschappen, de talloze vreemde wezens, de onvergetelijke personages en het epische verhaal zelf zijn adembenemend mooi en overweldigend. Ik heb het twee keer gelezen, en beide keren wist het me helemaal in zijn ban te slaan. Er bestaat simpelweg geen grotere klassieker – een tijdloos meesterwerk dat je altijd bijblijft.

1. Fear and Loathing in Las Vegas: A Savage Journey to the Heart of the American Dream (1971)
door Hunter S. Thompson

Sinds ik het voor het eerst las in Thailand, 2001, is dit mijn absolute favoriete boek. Oorspronkelijk gepubliceerd als een tweedelig verhaal in Rolling Stone, groeide het uit tot het ultieme boek over de vroege jaren ’70 en de countercultuur – een hallucinante zoektocht naar de Amerikaanse droom die geen enkel ander werk zo memorabel heeft vastgelegd. De centrale emoties – angst en walging – spatten van elke pagina, terwijl de psychedelische humor onovertroffen blijft. Thompson’s unieke Gonzo-stem maakt dit tot een van de best geschreven teksten aller tijden – chaotisch, briljant en onverbiddelijk eerlijk, zelfs als de feiten niet altijd letterlijk waar zijn. Nog steeds een grote inspiratie voor verhalen die niet de waarheid hoeven te zijn, maar wel de essentie raken.

De nieuwe economische wereldorde: Deel 2

Het economische wonder van de afgelopen veertig jaar is zonder twijfel China. Het land maakte de sprong van arm, agrarisch gebied naar moderne economische supermacht – sneller dan welk ander land ook in de geschiedenis. “De Verenigde Staten hebben nu een serieus probleem”, zegt econoom Richard Wolff. “Een echte, serieuze economische concurrent.”

Vergelijk het bruto binnenlands product (bbp) – de totale waarde van alle goederen en diensten die binnen de landsgrenzen worden geproduceerd. Het bbp van de VS – nog altijd de grootste economie – bedroeg in 2023 zo’n 27 à 28 biljoen dollar. Ter vergelijking: Rusland kwam datzelfde jaar uit op slechts 2 biljoen dollar. Rusland is nooit een economische uitdager van betekenis geweest. China daarentegen had in 2023 een bbp van bijna 18 biljoen dollar.

China is er nog niet, maar komt snel dichterbij. De economische groei van China ligt structureel hoger dan die van de VS. Naar verwachting zal China de Amerikaanse economie al in het komende decennium voorbijstreven. Op vrijwel alle terreinen waarop de VS vooroplopen – technologie, kunstmatige intelligentie, elektrisch rijden – heeft China een evenwaardige of zelfs indrukwekkendere tegenhanger ontwikkeld.

Het Chinese groeiverhaal is het meest indrukwekkende economische succesverhaal in de moderne geschiedenis. Het valt niet te negeren, ook al roept het ongemak op. Hoe heeft China dit voor elkaar gekregen?

De Chinese Communistische Partij (CCP) greep op 1 oktober 1949 de macht, met de oprichting van de Volksrepubliek China. In de jaren zestig vond er een breuk plaats met de Sovjet-Unie, omdat China een eigen visie had op economische ontwikkeling.

Het belangrijkste verschil? Waar in de Sovjet-Unie de staat alle grote industrieën bezat, koos China voor een hybride model: ongeveer de helft van de industrie is in staatshanden, de andere helft is privaat eigendom. Deze unieke combinatie van socialisme en kapitalisme heeft tot opmerkelijke resultaten geleid.

Sinds de jaren zeventig heeft China zijn markt geleidelijk opengesteld voor westerse bedrijven. In ruil voor toegang tot goedkope arbeid en een groeiende afzetmarkt, hebben die bedrijven hun technologie en kennis gedeeld – iets waar China gretig van heeft geprofiteerd.

Ook in de recente handelsoorlog met Trump, waarin hij zijn hand heeft overspeeld, toont China zich strategisch. Terwijl Trump wereldwijd bruggen verbrandt, reist de Chinese president Xi actief de wereld over om relaties aan te halen – in Azië, Afrika en Europa.

Daarnaast biedt China lagere rentevoeten dan de VS, wat het land een sterke financiële positie geeft. Wie de wereld kan financieren, verwerft geopolitieke invloed. Lange tijd was dat de rol van de Verenigde Staten – maar nu is China bezig die positie over te nemen. Het land investeert op grote schaal in buitenlandse bedrijven en infrastructuur, en breidt zijn invloedssfeer voortdurend uit.

De Chinese leiders hebben een duidelijke langetermijnvisie uitgesproken: in 2049 – het honderdjarig bestaan van de Volksrepubliek – wil China wereldwijd erkend worden als economische supermacht. Die ambitie omvat zowel technologische dominantie als economische superioriteit ten opzichte van de westerse industrielanden. De hervormingen die in 1978 zijn ingezet, vormen de basis voor deze opmars. En inmiddels zijn ze hard op weg hun doelen te verwezenlijken.

De wereldorde verschuift – niet plots, maar gestaag. Terwijl het Westen worstelt met interne verdeeldheid en stilstand, zet China met ijzeren discipline en strategisch beleid koers richting de toekomst. Het wordt tijd dat we dit niet langer als dreiging zien, maar als een realiteit die om visie en aanpassing vraagt.

Recensie: ‘Conscious Business – Winst maken zonder dat mens of planeet daar de prijs voor betaalt’

Een paar jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het gedachtegoed van Conscious Capitalism via het boek ‘Nine Visions of Capitalism’ van Fons Trompenaars en Charles Hampden-Turner.

Conscious capitalism (bewust kapitalisme) is een filosofie met als centraal uitgangspunt dat bedrijven alle belangrijke stakeholders, inclusief het milieu, dienen. Kapitalisme zelf is namelijk niet het probleem, maar wel de extreem smalle manier waarop we het definiëren en begrijpen.

Kapitalisme gaat vaak over de exclusieve rechten van aandeelhouders in plaats van over de belangen van alle betrokkenen. Over private verrijking, maar niet over het publieke belang. En over concurrentie in plaats van samenwerking. Door ‘de andere helft’ te negeren zijn we ons maar half bewust van de wereld en profiteren we slechts deels van het enorme potentieel dat het kapitalistische systeem ons te bieden heeft.

Pioniers in bewust kapitalisme betalen vaak betere salarissen – gewoonlijk vijftien tot twintig procent meer – dan het gemiddelde in hun industrie. De hogere salarissen dragen bij aan hogere productiviteit en meer innovatie, waar uiteindelijk alle stakeholders van profiteren. Het Amerikaanse Jordan Furniture is zo’n bedrijf. Salarissen zijn twintig procent hoger en de verkoop per medewerker is het dubbele. De verkoop per vierkante meter is zelfs zes keer zoveel als het gemiddelde in hun branche.

John Mackey, CEO van Whole Foods Market, het schoolvoorbeeld van bewust kapitalisme, spreekt nooit van werknemers maar altijd van teamleden. Goed zorgen voor werknemers is een cruciaal aspect van het bedrijfsmodel. Het idee is simpel: blije werknemers stralen dit uit naar klanten die het dan fijner in je winkel vinden en dus vaker komen en langer blijven.

Ook leveranciers leveren een cruciale bijdrage aan klantwaarde – in het geval van Whole Foods wel tachtig procent. Hoe je ze behandelt is cruciaal voor succes. Veel Angelsaksische bedrijven doen het tegenovergestelde: ze betalen leveranciers laat en knijpen ze uit voor steeds lagere tarieven. Ze zijn zich er onvoldoende bewust van dat dit uiteindelijk een negatieve impact op hun eigen waardepropositie heeft.

Dat fascinerende boek plantte het zaadje. Maar pas met ‘Conscious Business’ van Hendrik-Jan van Es vielen voor mij alle puzzelstukjes echt op hun plek.

Van Es slaagt erin om het complexe en veelomvattende concept van bewust kapitalisme op een toegankelijke én inspirerende manier uiteen te zetten. Zijn model, met purpose in het midden en daaromheen vier kerngebieden – businessmodel, stakeholders, leiderschap en cultuur & organisatie – laat zien dat echt bewust ondernemen meer is dan een marketingtrucje of een ethisch sausje. Het vraagt om een fundamenteel andere manier van kijken naar waardecreatie, waarin samenwerking, verantwoordelijkheid en wederkerigheid centraal staan.

Wat het boek bijzonder maakt, is hoe helder het de onderlinge samenhang tussen deze elementen blootlegt. Het is niet voldoende om alleen een sterke purpose te formuleren of een open cultuur te hebben; bewust zakendoen vereist dat alle onderdelen met elkaar in balans zijn en elkaar versterken. Dat holistische perspectief maakt het model krachtig én toepasbaar – voor zowel grote corporates als kleinere bedrijven of teams binnen grotere organisaties.

De praktijkvoorbeelden in het boek spreken tot de verbeelding en maken het gedachtegoed tastbaar. Bedrijven als Auping, die hun duurzame matrasontwerp ook met concurrenten delen vanuit hun maatschappelijke missie, of Vebego, dat in overleg met NS de arbeidsomstandigheden voor schoonmakers structureel wist te verbeteren – het zijn stuk voor stuk cases die bewijzen dat een meer bewuste manier van werken niet alleen wenselijk, maar ook haalbaar is.

Zelf werk ik niet in de directie van een bedrijf, maar dit boek heeft mij wel geholpen om met een andere bril naar mijn organisatie te kijken. Het zet aan tot reflectie én actie, ook binnen je eigen invloedsfeer. Dat is misschien wel het grootste compliment dat je een boek kunt geven: dat het iets in beweging zet.

‘Conscious Business’ biedt niet alleen een kompas voor bewuster ondernemerschap, maar laat ook zien hoe bedrijven een positieve kracht in de samenleving kunnen zijn. Niet door kapitalisme af te wijzen, maar door het bewust te herdefiniëren.

Een absolute aanrader voor iedereen die gelooft dat zakendoen ook anders kan – en moet.

Lees ook: Conscious business: meer waardecreatie zonder de negatieve effecten

Cloud Money

Dit fragment is opgedragen aan Arnold

Contant geld wordt door overheden gepresenteerd als een gedateerde barrière naar vooruitgang. Volgens journalist en monetair expert Brett Scott is dit onderdeel van de agenda om contant geld te vervangen door digitaal geld aka ‘cloud money’ (de titel van Scott’s recente boek).

Creditcard-organisaties als Visa zitten ook in het complot. In een persbericht dat ik laatst ontving van Visa stond het volgende:

Zo heeft 32 procent van de Nederlanders ook zelden of nooit meer contant geld bij zich. Bij degenen die wel contant geld op zak hebben, gaat het meestal om een klein bedrag… Bij betalen blijft de pinpas nog altijd het favoriete betaalmiddel in Nederland. Voor 63 procent van de Nederlanders geniet deze manier van betalen de voorkeur. Contant geld volgt (17%), maar kort daarna komt betaling via smartphone, waaraan inmiddels bijna evenveel Nederlanders (15%) de voorkeur aan geven. Bij het weggaan van huis neemt de meerderheid zelfs liever de smartphone mee (53%) dan de portemonnee (43%). Jos van de Kerkhof, Country Manager bij Visa: “Consumenten moeten de keuze hebben om te betalen op de manier die zij willen. We zien een verschuiving naar steeds meer mobiele betalingen, waarbij jongeren het voortouw nemen. Een samenleving met meer digitale betalingen is veiliger, omdat nieuwe technologieën een betere beveiliging met zich meebrengen.”

In dit persbericht wordt contant geld inderdaad gepresenteerd als iets van de oudere generaties, dat in dit tijdperk van digitalisering overbodig is geworden. Hierboven staat dat digitaal veiliger is, maar is dat eigenlijk wel zo? Het boek ‘Cloud Money’ is bedoeld om wat tegengewicht te geven tegen dit overmatige optimisme over betaaltechnologie. Er zijn genoeg redenen om wantrouwig te zijn jegens de Big Tech-bedrijven die een ‘cashless society’ willen creëren. Contant geld is namelijk veerkrachtiger en het beschermt – in tegenstelling tot digitaal geld – de privacy van de betaler.

Digitalisering verandert de samenleving is een waanzinnig tempo. Onze levens zijn steeds meer gekoppeld aan digitale diensten geleverd vanuit grote datacenters. De digitalisering van geld is de volgende, bepalende stap. Het is zo belangrijk omdat de werelden van technologie en finance steeds meer verbonden worden, en onze afhankelijkheid hiervan steeds groter wordt.

War on cash
In veel winkels wordt cash tegenwoordig niet meer geaccepteerd. Pinautomaten worden in toenemende mate verwijderd. De banken klagen regelmatig dat ze die dingen überhaupt nog in stand moeten houden. Maar waarom, vraagt Scott zich af, heeft iedere transactie nu een ‘money mover’, zoals Mastercard of Apple, nodig? Deze money movers kunnen drie dingen doen die cash onmogelijk maakt:
1) Transactie toezicht: “aha, je hebt een dildo besteld.”
2) Transactie censuur: ze kunnen transacties blokkeren die ze niet aanstaan.
3) Massale automatisering vergroot de macht van de grote bedrijven.

Er wordt nu een oorlog tegen contant geld gevoerd door een aantal ‘samenzweerders’: de banken die mensen graag in hun wereld van banktransacties willen insluiten; de betaalmaatschappijen die rijk worden van een groter volume aan digitale betalingen; de fintech-bedrijven die cash zien als obstakel voor vooruitgang; de overheden die meer controle willen; en de techbedrijven die hun dominantie in de economie nog verder willen vergroten middels afhankelijkheid en ongebreidelde dataverzameling. De samenzweerders voeren actief campagne tegen cash, zoals de campagne ‘the new money is here’ in India. Daarin wordt digitaal geld zo gepresenteerd dat het lijkt alsof iedereen al akkoord is met de verandering. Contant geld heeft geen mainstream vertegenwoordiger die het verdedigt.

Crypto als uitdager?
Tegenstanders van het globale digitale geldsysteem stellen vaak dat de oplossing al gevonden is in de vorm van cryptovaluta en de onderliggende technologie waar die op draait: de blockchain.

De decentraal opererende cryptovaluta worden vaak gepresenteerd als de ‘democratisering van geld’ en goeroes voorspellen dat deze wonderlijke valuta ons van de inhalige banken gaan afhelpen. Maar dat is niet hoe geld werkt. Commerciële banken hebben de mogelijkheid om geld te creëren elke keer als ze een lening uitschrijven. Wat wij verstaan onder ‘geld’ is eigenlijk een verandering in de grootboeken van de banken. In dat proces vergroten zij steeds de geldvoorraad. Geld wordt uitgegeven door centrale banken en erkent in rechtbanken.

Cryptovaluta zijn op dit moment waard ‘wat de gek ervoor geeft’. Het is een ‘token’-systeem en geen monetair systeem. Bovendien is het gekoppeld aan bankgeld. In El Salvador kun je betalen in bitcoin, maar je betaalt eigenlijk in dollar wisselkoersen. De prijs van je hamburger kan wel veertig keer veranderen terwijl je in een restaurant zit. Cryptovaluta in deze vorm is geen uitdager van ons monetaire systeem.

Conclusie
De auteur Brett Scott vindt het afsterven van contant geld zorgelijk omdat een veerkrachtig systeem meerdere opties moet bieden. Een gebouw met alleen een lift en geen wenteltrap is niet veilig. Hetzelfde geldt voor een samenleving met alleen digitaal geld. Cash is inclusief, en bankieren is dat niet. Het blokkeert dataverzameling en de dreiging om uitgebannen te worden uit de economie, een reëel gevaar van de algoritmes en AI-tools die de banken en techbedrijven inzetten.

Maar zijn belangrijkste bezwaar is de genadeloze opkomst van corporate capitalism, waarin alle kleine ondernemingen op den duur vervangen worden door mega-ketens. Dit systeem – dat floreert op efficiency, snelheid en schaal – moet blijven groeien en alles wat langzamer is, zoals cash, is een blokkade en daar moeten we vanaf. De term digitale betalingen wordt vaak samen gebruikt met ‘frictieloos’, alsof het vooral belangrijk is dat we haastig door het leven gaan en zo snel mogelijk dingen consumeren, een noodzaak in het voortdurend uitbreidende kapitalistische systeem.

Digitaal geld speelt een cruciale rol in de fusie tussen Big Finance en Big Tech, een zeer krachtige beweging die onze toekomst zal bepalen, maar nauwelijks besproken wordt in dagelijkse gesprekken en in de media. Contant geld is het laatste obstakel voor deze fusie en moet daarom beschermd worden. Het is de laatste barrière die voorkomt dat we volledig overgeleverd zijn aan de grote techbedrijven, besluit Scott. Ons recht om cash te gebruiken moet behouden blijven.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay