Top 10 films over de financiële wereld

Hebzucht, succes, neergang… Dit zijn de 10 finance films die je gezien moet hebben.

Door Jeppe Kleyngeld

10. Too Big to Fail (2011)

In deze geslaagde productie van HBO volgen we de hoofdrolspelers van de bankencrisis van 2008 op de meest cruciale momenten die de wereldeconomie heeft gekend in de afgelopen decennia. We weten hoe het afloopt, maar toch is het begin van de Grote Recessie in de VS een fascinerend schouwspel. Hank Paulson, voormalig CEO van Goldman Sachs en in 2008 staatssecretaris van Financiën, wordt geconfronteerd met een hele batterij falende banken en verzekeraars, waaronder Lehman Brothers en AIG. Nadat hij Lehman Brothers failliet heeft laten gaan, zal het niet lang meer duren voordat kredietverlening wereldwijd tot stilstand komt en de wereldeconomie volledig in elkaar stort. In een race tegen de klok moet Paulson samen met de overheid en Wall Street tot een oplossing komen voordat het ergste financiële armageddon aller tijden werkelijkheid wordt.

9. Boiler Room (2000)

Realistisch beeld van een stel opgefokte beurshandelaren voor wie maar een ding telt: keiharde dollars. Seth, een ambitieuze, slimme en ondernemende jongeman krijgt een baan als trainee bij J.T. Marlin, een kleine firma in aandelenhandel die buiten Wall Street opereert. De recruiter vertelt hem en de andere trainees al bij binnenkomst: ‘als je hier komt werken ben je binnen drie jaar miljonair.’ Zijn nieuwe collega’s wonen in belachelijke huizen en rijden in Ferrari’s rond alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Seth leert hoe de agressieve verkoop in zijn werk gaat, maar komt er al snel achter dat de handel van het kantoor geen zuivere koffie is en dat de FBI een zaak aan het opbouwen is tegen J.T. Marlin. Kan Seth – die inmiddels zelf ook klanten met waardeloze aandelen geruïneerd heeft – nog iets doen om zijn eer en toekomst te redden? Boeiende en spannende film die ook de kant van de slachtoffers laat zien van de oneindig hebzuchtige cultuur van de financiële sector.

8. The Big Short (2015)

De huizenmarkt bubbel in de VS is de grootste Ponzifraude aller tijden en het knappen van deze bubbel veroorzaakte de grootste financiële crisis ooit. Bij een financiële gebeurtenis van dit formaat zou je verwachten dat er door slimme beleggers op gespeculeerd zou zijn. En dat is inderdaad gebeurd, maar slechts door een handvol investeerders. De huizenmarktgekte had rond 2007 zulke extreme vormen aangenomen dat alleen een stel mafkezen kon inzien dat de bubbel zou gaan barsten. ‘The Big Short’ volgt deze vreemde vogels. Het begint bij de super autistische Dr. Michael Burry (Christian Bale) die als eerste in de gaten heeft wat er staat te gebeuren. Drie andere investeringsteams en een eenling volgen zijn vermoedens op met eigen onderzoeken en doen de meest schokkende ontdekkingen. Een stripper met zes hypotheken? Deze bubbel ZAL gaan barsten. Met een cast vol sterren (Ryan Gosling, Steve Carell, Brad Pitt) en een intelligent, vermakelijk en goed te volgen scenario, is ‘The Big Short’ de eerste film die de crisis echt voor een groot publiek toegankelijk maakt.

7. Barbarians at the Gate (1993)

De enige film die echt gaat over M&A (Mergers & Acquisitions) is een komedie over de corporate greed die in de jaren 80′ bizarre vormen aannam. Amerikaanse bedrijven staken zich voor een triljoen dollar in de schulden en de aandeelhouders werden stinkend rijk. De film – gebaseerd op het non-fictie boek van journalisten Bryan Burrough en John Helyar – vertelt de geschiedenis van RJR Nabisco, verkoper van sigaretten en voedsel (o.a. Orio koekjes). De CEO van het bedrijf F. Ross Johnson wil de aandeelhouders uitkopen middels een leveraged buy-out (schuld tegenover de assets van het bedrijf), een deal van 20 miljard dollar. Maar Johnson passeert daarbij Henry Kravis, de koning van de bedrijfsovernames en uitvinder van de leveraged buy-out. Kravis laat het er niet bij zitten en er ontstaat een agressieve en legendarische biedingstrijd. Hier worden de aandeelhouders rijker en rijker van, maar voor de 140.000 medewerkers ziet de toekomst er steeds somberder uit. ‘Barbarians at the Gates’ slaagt er goed in om aan te tonen welke spelletjes er soms gespeeld worden aan de bedrijfstop, ‘barbaarse’ praktijken die mijlenver afstaan van de gewone man en vrouw. Ook is het een mooi tijdsbeeld van het decennium van de hebzucht. RJR Nabisco is nog steeds exemplarisch voor de over the top private equity overnames van de jaren 80’.

6. Enron: The Smartest Guys in the Room (2005)

De gebeurtenissen in deze film hebben echt plaatsgevonden. Dat is moeilijk te geloven gezien de waanzinnige omvang van de bedrijfsfraude die de documentaire ‘Enron’ ons laat zien. Op zijn top was Enron de zevende grootste corporate van Amerika met een waardering van 70 miljard dollar. Investeerders liepen weg met het typische ‘new economy’ bedrijf, dat traditionele energiedienstverlening transformeerde in financiële instrumenten. Ze vonden pijplijnen maar ouderwets en zagen meer in een gedereguleerde optie- en aandelen markt voor gaslevering. Ondertussen flesten de bestuurders de boel met ‘mark to market accounting’ (winsten boeken terwijl er geen cent binnenkwam), schulden verstoppen in een web van dochterondernemingen buiten het zicht van beleggers om en een kunstmatig energietekort creëren en daar van profiteren. En de banken en accountants? Die profiteerden allemaal mee (accountantskantoor Arthur Andersen – dat failliet ging ten gevolgen van het Enron-schandaal – kreeg één miljoen dollar per week betaald om de bizar ondoorzichtige boekhouding goed te keuren). Het faillissement van Enron is dit jaar 20 jaar geleden, en is en blijft hét schoolvoorbeeld van hoe het in een bedrijf faliekant verkeerd kan gaan.

5. Inside Job (2010)

Door de wereldwijde financiële crisis die in 2008 in alle hevigheid losbarstte zijn miljoenen mensen hun spaargeld kwijtgeraakt, hebben mensen wereldwijd hun baan verloren en zijn talloze mensen – vooral in de Verenigde Staten – hun huis uitgezet en gedwongen in tenten te leven. Hoe is het zover gekomen? Deze vraag wordt beantwoord in de onthullende documentaire ‘Inside Job’. Consolidatie van de financiële sector (too big to fail). Ongereguleerde financiële producten, zoals derivaten. Accountantsfirma’s, rating agencies en toezichthouders die profiteren, maar niet ingrijpen… Alle oorzaken van de crisis komen voorbij en de maatregelen die NIET genomen zijn als respons op het falen. Het doel van regisseur Charles Ferguson met ‘Inside Job’ is simpel; de oorzaken en gevolgen van de crisis haarfijn uitleggen. Ferguson slaagt zeer goed in zijn doel, want de excessen die hij toont zijn zo wanstaltig dat ze je als kijker onmogelijk onverschillig kunnen laten. Daarmee is ‘Inside Job’ geweldig voor inzichtvorming, maar wel een film die je machteloos doet voelen.

4. Wall Street (1987)

De film ‘Wall Street’ van Oliver Stone is zinder twijfel dé finance film. De in brons gegoten citaten, zoals ‘greed’ — for lack of a better word — is good’, zijn misschien wel net zo bekend als ‘I’ll make him an offer he can’t refuse’ uit ‘The Godfather’. Toch staat de film niet bovenaan de lijst. Ooit – in de jaren 80′ – zou hij dat wel gestaan hebben, maar er zijn betere films verschenen sindsdien. Artistiek gezien is ‘Wall Street’ als film niet eens zo heel goed. Maar het Oscar-winnende optreden van Michael Douglas is zo legendarisch dat het de film ver overstijgt. Zijn Gordon Gekko is de vleesgeworden vertegenwoordiger van de hebzuchtcultuur van de financiële wereld uit de jaren 80′. Het tijdperk van de corporate raiders die bedrijven stuk maken gewoon omdat ze dat kunnen, en miljoenen verdienen over de rug van de duizenden arbeiders die door het financiële geweld het veld moeten ruimen. En laten we Charlie Sheen niet vergeten die – destijds pas 22 jaar – een glansrol neerzet naast Douglas. Zijn Bud Fox is het jonge, snel lerende broekie die, aangetrokken door de financiële genialiteit van Gekko, al snel al zijn familiewaarden verloochend voor het grote geld, de vrouwen en de cocaïne. Bijna 30 jaar na de release is ‘Wall Street’ nog altijd de klassieker waaraan iedereen als eerste aan zal denken als het gaat om financiële films. En daarmee is de vierde plek meer dan verdiend.

3. Glengarry Glenn Ross (1992)

‘Put that coffeepot down! Coffee is for closers only. You think I’m fucking with you? I’m not fucking with you.’ In de keiharde wereld van onroerend goed – waar je bronzen ballen voor nodig hebt – gaat het maar om één ding: ABC – Always Be Closing. Voor de vier verkopers op een vastgoedkantoor loopt de spanning hoog op wanneer de bazen een Jack Welch-achtige maatregel invoeren: de topverkoper krijgt een Cadillac en de verliezer krijgt de zak. Volgens de verkopers hangen hun kansen echter samen met de kwaliteit van de leads die ze krijgen, en die is al een tijd beroerd (‘The leads are weak? You are weak!’). Er zijn wel goede leads – de Glengarry leads – maar die willen de bazen niet geven. Die zijn alleen voor echte closers. ‘Glengarry Glenn Ross’ is een zeer scherp geschreven en geacteerd verbaal spektakel. Met een topcast: Al Pacino, Ed Harris, Jack Lemmon, Kevin Spacey en Alec Baldwin, die laatste in een film-stelende openingsscene.

2. The Wolf of Wall Street (2013)

Het levensverhaal van self-made miljonair Jordan Belfort, wiens passie voor geld niet onderdeed voor zijn lust naar drank, drugs en vrouwen. Meesterregisseur Marin Scorsese heeft de biografie van Belfort op dezelfde wijze verfilmd als hij dat eerder deed voor gangsters (in ‘GoodFellas’, ‘Casino’ en ‘The Departed’): met razendsnelle montage, voice-over en de glamoureuze levensstijl van de hoofdpersonen centraal. Als economie de studie is van hoe mensen kunnen krijgen wat ze willen, is ‘The Wolf of Wall Street’ de studie van mensen die ALLES willen hebben en grotendeels ook krijgen, totdat uiteindelijk de FBI een einde aan het feestje maakt. Deze film zal niet ieders smaak zijn vanwege de belangrijke rol die de excessen en het wangedrag spelen, zoals cocaïnegebruik, prostitueemisbruik en dwergwerpen, maar als je er in kunt komen is het ongetwijfeld wel de grappigste film over de financiële wereld ooit gemaakt. Met Oscarwaardige rollen voor Leonardo DiCaprio en Jonah Hill.

1. Margin Call (2011)

‘Margin Call’ toont ons de wereld van Wall Street voor de crisis van 2008, en zoals hij verbijsterend genoeg nog steeds is. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Een risk werknemer ontdekt min of meer toevallig dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank. De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen. Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is…

‘Margin Call’ fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de giftige bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het vrije markt principe ondersteunt. Verontrustende, maar geniale film.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op LinkedIn

5 stappen om kapitalisme te repareren

Kan het bedrijfsleven de wereld veranderen? Harvard professor Rebecca Henderson, auteur van het boek Reimagining Capitalism in a World on Fire, is optimistisch. De mensheid is extreem vindingrijk en we hebben de technologie.

Maar op dit moment staat de wereld in brand. Volgens Henderson staan drie problemen centraal:
1. Degradatie van het milieu;
2. Sociale ongelijkheid;
3. Falende instellingen.

Het is in het belang van het bedrijfsleven om deze problemen op te lossen, want in een kapotte wereld valt geen geld te verdienen. De incentives zijn er. En de businesscase is volgens de Harvard-professor ook vaak goed te maken. Een bedrijf dat dit als een van de eerste heeft aangetoond is Lipton, de theedivisie van Unilever. Toen dit bedrijf liet zien dat duurzaam geproduceerde thee slechts vijf procent meer kost en dat klanten het belangrijk genoeg vonden om het marktaandeel te vergroten, sprongen alle concurrenten er ook in.

Dat het mogelijk is, is duidelijk. Welke stappen zijn er nodig om te zorgen voor een duurzame ommekeer?

1. Het creëren van gedeelde waarden
Gedeelde waarden refereren aan bedrijven die winstgevend zijn voor investeerders én tegelijkertijd waarde creëren voor alle stakeholders. Dit is een lastige balanceeract die leiders zich eigen moeten maken. Een bekend voorbeeld is natuurlijk Paul Polman, tussen 2009 en 2019 CEO van Unilever. Hij kon het ene moment een gepassioneerd verhaal houden over de zeer ambitieuze duurzaamheidsambities van Unilever en het volgende moment een manager compleet doorzagen over gemiste omzetdoelstellingen. Beide gebieden moeten dezelfde aandacht en focus krijgen, niet slechts één van de twee. Hier is moed voor nodig. Het is makkelijker om je op het volgende kwartaal te richten dan op iets helemaal nieuws.

2. Geloven in een hoger doel van bedrijven
In ons huidige op rendement georiënteerde wereldbeeld maken gedeelde waarden geen kans. Ons wereldbeeld is nu nog sterk bepaalt door econoom Milton Friedman die redeneerde dat bedrijven de aandeelhouder altijd voorop moeten stellen. Zelfs in Nederland met het Rijnlandse model is het maken van winst het primaire doel van bedrijven. Niet het winstgevend zijn als randvoorwaarde om hogere doelen te kunnen nastreven.

Het centrale idee van Friedman werkt binnen een bepaalde context, maar is vandaag gevaarlijk omdat:
– Externe effecten niet adequaat geprijsd zijn (denk aan kolen, benzine, co2-uitstoot, vlees en cement);
– Er grote verschillen zijn in kennis en skills; er zijn geen gelijke kansen voor iedereen.
– Bedrijven kunnen valsspelen door beleid in hun voordeel om te buigen.

De discussie purpose versus profit is de verkeerde, volgens Henderson. Business as usual is namelijk geen rendabele optie. Opereren binnen de grenzen van de leefwereld wordt het nieuwe normaal. Dit is zeer disruptief, maar biedt ook enorm veel kansen.

3. Herbedraden van finance
Finance is volgens velen het grootste struikelblok in het heruitvinden van kapitalisme. Zolang investeerders alleen maar zo snel mogelijk geld willen verdienen gaat het niet lukken. Maar het beperken van de macht van de aandeelhouders via wetgeving is niet noodzakelijk de beste oplossing, denkt de auteur. Als investeerders teleurgesteld zijn omdat targets niet gehaald zijn, komt dat vaak omdat ze denken dat de bedrijven slecht gemanaged worden. Er ligt een taak voor CEO’s, CFO en andere bestuurders om de lange termijn doelen duidelijk te communiceren, wat er daarvoor nodig is (investeringen), en welke returns er te verwachten zijn. Wanneer ze dat goed communiceren, zullen sommigen investeerders erin stappen. Purpose gaat uiteindelijk winnen en dat snappen investors ook, dus moet je ze als bestuurder mee weten te krijgen.

Henderson stelt dat investeerders al bezig zijn met de omslag. Larry Fink, CEO van Blackrock, de grootste investeerder ter wereld, schreef in zijn jaarlijkse brief aan CEO’s dat klimaatverandering vraagt om een fundamentele hervorming van finance. Bijna 50 procent van de investeerders wereldwijd maakt inmiddels gebruik van een vorm van ESG (Environmental, Social & Governance) data. En de meldingen van ESG in de pers namen met acht keer toe tussen 2015 en 2018.

4. Leren SAMENwerken
Veel van de huidige wereldproblemen zijn problemen van het publieke goed. Jouw bedrijf kan besluiten bomen te laten staan, maar als je concurrent ze vervolgens omhakt, ga je failliet. Industriebrede samenwerking is nodig. Er zijn een aantal randvoorwaarden om een dergelijke samenwerking te laten slagen:
– Zorgen voor transparantie in bereikte resultaten.
– Er moeten duidelijke regels zijn die worden gehandhaafd. Er kan geen tolerantie zijn voor freeriders.
– Samenwerking met lokale overheden is cruciaal.
– Verhogen van incentives voor alle stakeholders.
– De publieke opinie moet met de coalitie zijn.

5. Beschermen van het democratische systeem
Voor vrije markten om goed te kunnen functioneren moeten bedrijven grenzen hebben. Een goed functionerende overheid, nationale instituten en kritische media zijn nodig om bedrijven in toom te houden. Het is aan de overheid om ofwel economische incentives te introduceren die bedrijven stimuleren de juiste kant op te bewegen of dit af te dwingen met regulering. Ook is het de taak van de overheid om ongelijkheid tegen te gaan zodat de kansen in de vrije markten zoveel mogelijk gelijk zijn. Een dergelijke goed functionerende overheid is verre van vanzelfsprekend, Maar ze is 100 procent noodzakelijk als we kapitalisme willen heruitvinden om de grote uitdagingen van deze tijd te overwinnen.

Conclusie
Bedrijven zijn goed in incrementele verbeteringen, maar wat nodig is in deze tijd is architectonische innovatie. Bedrijven die hier eerder dan concurrenten in investeren maken kans op duurzaam succes. Dat vraagt om een andere kijk op het bestaansrecht van bedrijven. Het zijn geen vehikels om geld voor aandeelhouders te verdienen, al moeten die ook goed geholpen worden. Bedrijven zijn er om positieve veranderingen te brengen in de samenleving. Als dat nou eens het nieuwe normaal kon worden na corona…

Top 10 Business Boeken om je Brein te Boosten

Door Jeppe Kleyngeld

Als je een echte professional wilt worden heb je kennis nodig. Kennis over de economie, succes, effectiviteit en psychologie. Wanneer je deze tien zakelijke klassiekers hebt gelezen ben je minstens tien stappen dichterbij.

10. The Black Swan (Nassim Nicholas Taleb)
Fascinerend boek over alles wat we niet weten (en dat is heel erg veel). Je zult nooit meer hetzelfde naar de wereld kijken na het lezen van dit boek; je gaat je zelfs bijna een andere species voelen. Ook laat je voortaan de krant liggen als informatiebron. De Zwarte Zwaan laat zien hoe we de gebieden Mediocristan en Extremistan kunnen herkennen, hoe we kunnen denken als Fat Tony en waarom dat beter is dan denken als Dr. John, en hoe we kunnen ophouden ons te gedragen als kalkoenen die dagelijks gevoerd worden tot de dag dat het Thanksgiving is. Erkennen dat we nietswetende sukkels zijn is de enige remedie tegen Zwarte Zwanen, zeldzame gebeurtenissen met een enorme impact die de geschiedenis bepalen.

Lees ook: Zwarte Zwanen maken ‘in control’ per definitie een illusie

9. Nine Visions of Capitalism (Charles Hampden-Turner & Fons Trompenaars)
Een minder bekend boek misschien, maar daarom niet minder de moeite. Het gaat over cultuur, de hoogste dimensie van waardecreatie. De auteurs zijn absolute autoriteiten op het gebied van de culturele aspecten van zakendoen. In Nine Visions of Capitalism delen zij hun inzichten in de succesfactoren van verschillende vormen van kapitalisme, zoals de Chinese combinatie van kapitalisme en communisme, familiebedrijven en de Conscious Capitalism beweging. Het boek helpt een uitweg te vinden uit de crisis waar het kapitalisme al decennia in gevangen zit. Vooral voor Westerse bedrijven is opnieuw kijken naar waardecreatie een noodzaak, stellen de auteurs. De negen visies uit het boek laten zien hoe verschillende culturen waarde creëren. Alleen een synthese van deze visies zal een uitweg bieden voor bedrijven die nog steeds alleen maar bezig met het groeien van de bottom line.

Lees ook: Gevangen in eeuwige zoektocht naar aandeelhouderswaarde

8. Antifragile (Nassim Nicholas Taleb)
Van een van de belangrijkste denkers van onze tijd (zie ook De Zwarte Zwaan) komt een boek over een onderwerp dat de mensheid zo vreemd is dat er niet eens een woord voor bestaat. Antifragiel, oftewel het tegenovergestelde van fragiel, gaat over dingen die sterker worden van schokken, volatiliteit en chaos. Zoals de mensheid zelf, computersystemen die worden aangevallen door hackers, evolutie, bacteriën, informatie, ondernemerschap en sommige politieke systemen. Of het monster Hydra uit Griekse mythologie dat er voor elke kop die je eraf hakt twee hoofden bij krijgt. Met zijn gebruikelijke mix van empirisch scepticisme, filosofie, autobiografische anekdotes en vele beledigingen aan het adres van economen, beleidsmakers, journalisten en bankiers, is Antifragile zonder twijfel een intellectueel hoogtepunt in de hedendaagse literatuur. Nassim Nicholas Taleb pleit voor het herontwerpen van onze samenlevingen in antifragiele systemen, die – in tegenstelling tot onze huidige maatschappij – bestand zijn tegen Zwarte Zwaan-gebeurtenissen, onvoorspelbare gebeurtenissen met een enorme impact, die in de huidige complexe wereld steeds vaker zullen voorkomen.

Lees ook: Antifragiel (over dingen die sterker worden van volatiliteit)

7. The Seven Habits of Highly Effective People (Stephen Covey)
Ik ben dankzij dit boek en bijbehorende cursus van een waardeloze planner naar een enorm goede planner gegaan. Bijvoorbeeld door veel meer tijd te besteden aan het plannen zelf, zodat ik niet meer voortdurend bezig ben met brandjes blussen. Daarnaast probeer ik onbelangrijke zaken heel snel te doen of uit te besteden of te elimineren. Ook in de relaties met anderen ben ik veel effectiever geworden door verwachtingen te managen, beter te luisteren naar de ander en beter samen te werken. De laatste gewoonte van Covey – houd de zaag scherp – blijft de lastigste, maar ook hier is verbetering te bespeuren. Covey blijft essentieel als je echt dingen gedaan wil krijgen in plaats van mee te gaan in alles wat er op je pad verschijnt.

Lees ook: Covey’s 7 gewoonten voor slechte managers

6. Thinking, Fast & Slow (Daniel Kahneman)
In zijn levenswerk presenteert psycholoog en gedragseconoom Daniel Kahneman 35 jaar onderzoek naar hoe de menselijke geest werkt. Hoe nemen we beslissingen en hoe gaat dat vaak fout? Kahneman legt uit hoe we in de evolutie ‘heuristieken’ hebben ontwikkeld; regels die het brein toepast als filter. Soms zijn deze vuistregels efficiënt, maar ze kunnen ons ook belachelijk slechte beslissingen laten nemen. De vele voorbeelden en onderzoeken die beschreven worden in Thinking, Fast & Slow zijn fascinerend. En ze leren ons dat we bij sommige (grote) beslissingen, zoals trouwen, een huis kopen en bedrijfsovernames, beter niet puur op onze intuïtie kunnen vertrouwen.

Lees ook: 9 psychologielessen voor controllers. Hoe nemen we eigenlijk beslissingen?

5. Abundance: The Future Is Better Than You Think (Peter H. Diamandis, Steven Kotler)
Abundance is een visionair boek dat inzicht geeft in de technologische tsunami waar we inzetten en dat dient als tegengif tegen het overheersende beeld dat de wereld gedoemd is. Ja, er zijn grote problemen, maar technologie heeft de potentie om schaarste te veranderen in overvloed. De auteurs tonen aan dat we zonder twijfel in de technologische fast lane zitten en dat is goed nieuws voor de mensheid. Alles wat nu voor het merendeel van de wereldbevolking buiten bereik is, wordt door exponentieel ontwikkelende technologie op den duur digitaal, gratis en overvloedig. Een wereld met een acceptabele levensstandaard voor ieder mens is deze eeuw nog te realiseren dankzij deze niet te stoppen ontwikkeling. En hoewel Diamandis en Kotler echte tech-optimisten zijn, zijn hun argumenten ijzersterk.

Lees ook: Hoe technologie iedere industrie aan het hercreëren is
& 7 lessen voor gedurfd ondernemen

4. Quiet: The Power of Introverts in a World That Can’t Stop Talking (Susan Cain)
Hoe we als mensen ‘bedraad’ zijn, bepaalt voor een belangrijk deel onze persoonlijkheid. Is hier iets aan te veranderen? Zeker wel, maar een Bill Gates zal nooit een Obama worden. Quiet leert ons wat de wetenschap en psychologie ons te vertellen hebben over introversie en extraversie. En die kennis kan je helpen om jezelf beter te begrijpen en waarom je je in sommige situaties voelt zoals je je voelt. Voor introverten is het een fantastisch boek om te begrijpen wat je krachten zijn en hoe je die beter kunt benutten dan je allicht al doet. De inzichten uit Quiet zijn waanzinnig interessant voor zowel introverten als extraverten, maar voor introverten, zoals ik, is dit boek echt onmisbaar.

Lees ook: 7 tips om te floreren als introverte professional

3. Mastery (Robert Greene)
In het begin van Mastery rekent Greene af met het idee van ‘genieën’. Volgens zijn uitgewerkte theorie – gebaseerd om neuro- en cognitieve wetenschap en talloze biografieën van uitblinkers – zijn bijzonder bekwame mensen, zoals Mozart, Da Vinci en Darwin, zo goed geworden omdat ze hun roeping hadden gevonden en in de gelegenheid kwamen om heel veel te oefenen. In het bereiken van meesterschap volgden zij allemaal hetzelfde pad. Om meesterschap te bereiken moet je verschillende fasen door: van het volgen van je passie, tot zoveel mogelijk leren, tot uiteindelijk excelleren in wat je doet. Voor wie waardering heeft voor echt vakmanschap heeft Greene een inspirerend en praktisch boek afgeleverd dat je veel gerichter aan de slag kunt laten gaan met het vervullen van je roeping.

Lees ook: In 7 stappen meesterschap bereiken

2. The Second Machine Age: Work, Progress, and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies (Erik Brynjolfsson, Andrew McAfee)
Het gebeurt zelden dat ik een business boek twee keer lees, of luister. Maar er zijn uitzonderingen, zoals The Second Machine Age. Fascinerend is de visie van deze schrijvers op de huidige tijd. We voelen het al langer, er is iets gaande en dat heeft niet alleen met de vele economische crises van de afgelopen jaren te maken. Volgens de auteurs van dit belangrijke boek staan we op het punt science fiction gebied te betreden. Wanneer je de ontwikkeling van de mensheid uittekent krijg je een hele vlakke lijn te zien die duizenden jaren lang slechts heel geleidelijk stijgt. Toen halverwege de 18de eeuw ging die lijn opeens als een raket omhoog. Wat er toen speelde? De industriële revolutie vond plaats – het eerste machinetijdperk – en de mensheid werd opeens in rap tempo de moderne tijd in gelanceerd. We staan nu op het punt het tweede machinetijdperk in te gaan. Maar waar het vorige tijdperk van grote vooruitgang een revolutie op fysiek gebied inhield is dat nu op het gebied van denkkracht. Computers waren lange tijd belachelijk slecht in heel veel taken, maar ze worden nu heel snel beter in het meest complexe reken- en interpretatiewerk, taal en communicatie. Samen met grote vooruitgang op andere technologische gebieden – zoals een nieuwe generatie geavanceerde super robots – gaan deze computers zorgen voor een revolutie in de manier waarop we de wereld vorm gaan geven. Een demonstratie van de groeiende super denkkracht van computers gaf IBM’s supercomputer Watson toen hij de kampioenen van de Amerikaanse kennisquiz Jeopardy versloeg in 2011. Dit is indrukwekkend, vinden de auteurs, maar slechts een heel klein begin van wat ons te wachten staat. De lijn die de afgelopen 200 jaar geleidelijk steeg staat op het punt de lucht in te schieten. Het zijn opwindende tijden om in te leven.

Lees ook: De invloed van revolutionaire technologie op economie en werkgelegenheid

1. How To Make Friends and Influence People (Dale Carnegie)
Voor het eerst verschenen in 1936. Dit boek heeft de tand des tijds glansrijk doorstaan. Er is geen beter boek te vinden dat je meer inzicht geeft in hoe je mensen voor je kunt winnen – en wat je vooral NIET moet doen als je je doelen wilt bereiken met anderen. De enige manier om iemand iets te laten doen, is om ervoor te zorgen dat hij of zij het wil doen. Er is geen andere manier. Volgens Sigmund Freud hebben mensen maar twee motivaties voor al hun acties; seksdrang en de behoefte om geweldig te zijn. Filosoof John Dewey formuleerde het iets anders; ‘de diepste behoefte van de mens is om belangrijk te zijn’. Hoe je het ook verwoordt; mensen worden graag gewaardeerd. Dat is een absolute basisbehoefte zoals eten, drinken, veiligheid en sociaal contact. En mensen doen de gekste dingen om het te krijgen. Als je bereid bent goed naar jezelf te kijken en je gedrag aan te passen, is dit je handleiding om je beïnvloedingsvaardigheden naar wereldklasse te brengen.

Lees ook: 9 beïnvloedingstechnieken van succesvolle leiders

Gevangen in eeuwige zoektocht naar aandeelhouderswaarde

Wie economische dilemma’s op wil lossen, moet onbevooroordeeld kijken naar zijn of haar bedrijfscultuur. Geen expert die hier meer over weet dan organisatietheoreticus en cultuurgoeroe Fons Trompenaars. Samen met Charles Hampden-Turner schreef hij het boek Nine Visions of Capitalism waarin zij inzichten delen in de succesfactoren van verschillende vormen van kapitalisme.

Het grootste dilemma voor Westerse bedrijven is het managen van stakeholder-ROI, terwijl ze opereren in een extreem gereguleerde wereld en de verwachtingen ten aanzien van ethisch handelen groter dan ooit zijn. Opnieuw kijken naar waardecreatie is daarom een noodzaak. De negen visies uit het boek van Fons Trompenaars laten zien hoe verschillende culturen waarde creëren. Alleen een synthese van deze visies zal een uitweg bieden voor westerse bedrijven die gevangen zitten in hun eeuwige zoektocht naar meer aandeelhouderswaarde.

Geld verdienen vs waardecreatie
Geld verdienen en waardecreatie zijn verschillende dingen. Veel geld wordt namelijk verdiend ten koste van anderen. Waardecreatie gebeurt alleen wanneer er meer geld wordt gegenereerd dan waar men mee begon. En dan verdeeld over alle deelnemers. Concurrentie is belangrijk om innovatie te boosten, maar niet wanneer het een zero sum game is. Oftewel wanneer opbrengsten en verliezen opgeteld nul bedragen.

Productie creëert meer waarde dan iedere andere bedrijfsactiviteit. Men begint met zand en siliciumdioxide, dat een paar cent waard is, en eindigt met een intelligente chip die de inzittenden van een voertuig beschermt. Niet alleen is de chip veel meer waard in termen van geld, er zitten bovendien menselijke waarden in verwerkt; een hoger doel, veiligheid en intelligentie. Daarom is het zorgwekkend dat productie nog slechts tien procent van de Britse en elf procent van de Amerikaanse economie uitmaakt.

Peanuts vergeleken met de positie die het in het snelgroeiende China heeft. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is vooral de financiële sector gegroeid, een sector die nauwelijks waarde creëert. Niet dat Trompenaars en Hampden-Turner alleen maar afgeven op het westerse model. Want dat heeft ons ver gebracht. En in sommige omstandigheden is ‘t het meest effectieve model. Maar dit geldt ook voor andere modellen en daar kunnen we nog een hoop van leren. Om écht waarde te creëren, zullen we verschillende manieren van denken in onze bedrijven moeten integreren.

>>> Lees verder op CFO.nl <<<