De Pulp Fiction vraag: Gebeuren dingen gewoon?

Door Jeppe Kleyngeld

Ongetwijfeld herinner je de scene uit Pulp Fiction waarin huurmoordenaars Jules Winnfield en Vincent Vega na een moordpartij in een appartement zelf onder vuur worden genomen. ‘De vierde man’, zoals hij in de aftiteling wordt genoemd, komt de badkamer uitgestormd terwijl hij zijn magnum leegschiet op de compleet verraste gangsters. “Die, you motherfuckers!” Maar als zijn pistool na zes schoten ‘klik’ zegt staan Winnfield en Vega beide nog op hun benen. Het kost ze een paar seconden om te beseffen wat er is gebeurd. Daarna richten ze zich woedend tot de vierde man en blazen hem met een paar welgemikte schoten naar de andere wereld (voor trivia-liefhebbers, de kogelgaten zitten al in de muur voordat de vierde man ooit geschoten heeft).

Dan volgt een filosofisch debat tussen de collega killers. Vega schudt de gebeurtenis vrijwel direct van zich af en wijt het incident puur aan geluk en verder niks speciaals. “Die dingen gebeuren gewoon.” Winnfield kijkt hier duidelijk anders tegenaan. God is tussenbeide gekomen en heeft de kogels tegengehouden. Al kan de bijbel citerende gangster niet uitleggen waarom Hij dat gedaan heeft, baseert hij er wel een levensveranderende beslissing op. Namelijk om per direct stoppen met zijn werk voor gangsterbaas Marcellus Wallace en de wereld te gaan rondreizen. Je weet wel, zoals Caine in Kung Fu.

Het debat is een klassieker in de filosofie. Wordt het heelal geregeerd door toeval of staat er een machtige Goddelijk figuur boven die aan de onzichtbare touwtjes trekt? Wie heeft gelijk, Winnfield of Vega? De kwantummechanica – het absolute hoogtepunt van de moderne natuurkunde – lijkt Vega gelijk te geven. Een van Einsteins bekendste uitspraken is: “God does not play dice”. Hiermee bedoelde hij dat er altijd een oorzaak is aan te wijzen voor een gebeurtenis. Neem een potje snooker. Stel dat je een bal richting een bepaalde hoek schiet op de snookertafel – en je hebt informatie over alle krachten en hoeken die in het spel betrokken zijn – dan kun je heel exact het pad van de bal voorspellen. Oftewel, Einsteins macro-universum is deterministisch.

In de kwantummechanica – de natuurkundige theorie die het gedrag van materie en energie op atomaire en subatomaire schaal beschrijft – is dit compleet anders. Stel dat we een elektron van de snookerbal nemen en op twee nauwkeurig van elkaar geplaatste openingen in de tafel afschieten is er geen enkele manier om te weten in welke van de twee hij zal belanden. We kunnen alleen de waarschijnlijkheid weten dat hij in de ene of de andere zal landen, maar het resultaat is verder volledig random. Oftewel, kwantummechanica heeft Einsteins ongelijk bewezen: God dobbelt wel degelijk op de schaal van het allerkleinste. Het determinisme van de macrowereld is daarom slechts schijn; het toeval op microschaal wordt op grote schaal teniet gedaan. Er blijven slechts kleine fluctuaties over die te miniem zijn voor ons om waar te nemen. Maar het onderliggende toeval is er nog wel degelijk. Kortom, er is een sterke zaak voor toeval te maken.

Is er een uitweg voor Winnfield? Jazeker, maar niet in de vorm van een hogere God. Wel in de vorm van bewuste agenten die gebeurtenissen helpen bepalen. Daarvoor moet één van de twee interpretaties van kwantummechanica waar zijn die het vreemde dualistische karakter van materie uitlegt (er is een derde interpretatie, de Broglie–Bohm-theorie, maar die heeft weinig aanhang en laten we hier buiten beschouwing). Het vreemde gedrag komt tot uiting in kwantumexperimenten die laten zien dat deeltjes zich gedragen als zowel deeltjes en golven (niet strikt gelokaliseerd, maar uitgespreid). Op het moment van meting stort de golffunctie in elkaar en bevindt het deeltje zich op één plek in ruimtetijd. Wanneer het zich gedraagt als golfachtige entiteit houdt het deeltje zich het recht voor om op verschillende plekken te verschijnen op het moment van meting. Waar het zal verschijnen kan de onderzoeker niet weten, alleen de waarschijnlijkheid dat het hier of daar zal opduiken. Het deeltje – dat zich niet kan opsplitsen – is dus nergens écht, en bestaat voordat de meting plaatsvindt slechts als wiskundige mogelijkheid.

Een theorie die dit bizarre gegeven verklaart is ‘bewustzijn veroorzaakt ineenstorting’, een interpretatie van kwantummechanica waar o.a. wetenschappers (en mijn helden) Robert Lanza en Donald Hoffman bekende aanhangers van zijn. Zij stellen dat er geen externe buitenwereld is die onafhankelijk van de waarnemer bestaat. Realiteit is volgens hun een proces dat zich binnen bewustzijn afspeelt. Oftewel, de computer waarop ik deze blog nu tik bevindt zich in mijn hoofd en nergens anders. Het spatio-temporele domein dat ik waarneem wordt in zijn volledigheid gecreëerd door mijn geest of bewustzijn.

Als je dit radicaal vindt klinken, dan ben je zeker niet de enige. Dat is dan ook de reden dat dit niet massaal wordt opgepikt. Het wijkt teveel af van onze alledaagse intuïties, onze taal, onze cultuur, het heersende wetenschappelijke paradigma, van alles eigenlijk. Hoffman gelooft dat de nieuwe generatie, die reeds opgroeien met virtuele werelden en The Matrix, dit wel gaan omarmen. Het bewijs dat dit is hoe de realiteit werkt is namelijk behoorlijk overtuigend. Maar de wetenschap zal het pas accepteren als het onweerlegbaar wordt aangetoond in experimenten. Hier is al een begin mee gemaakt, maar het is erg lastig om financiering te ontvangen voor zaken buiten het materialistische domein. Parapsychologisch onderzoeker Dean Radin, die vanwege zijn specialisme al niet erg serieus genomen wordt in mainstream science, heeft wel een experiment op dit gebied uitgevoerd dat hij in deze video beschrijft. Met het onderzoek toont hij aan dat de bewuste waarnemer met intentie invloed kan uitoefenen op de uitkomst van het beroemde tweespletenexperiment.

Als de theorie klopt, dan zijn wij allemaal – en dieren en zelfs planten ook – onderdeel van het universum met ons bewustzijn en oefenen we ook invloed uit op de totstandkoming ervan. Er is overtuigend bewijs voor het bestaan van parapsychologische verschijnselen, zoals telepathie en telekinese, maar de invloed van onze verbonden geesten op de fysieke omgeving lijkt erg beperkt te zijn. Radin gebruikt echter proefpersonen die getraind zijn in meditatie en die lijken wel degelijk invloed uit te oefenen op gebeurtenissen op kwantumniveau. Donald Hoffman werkt aan een wiskundig model dat de relaties en hiërarchie van ons bewustzijn beschrijft. Dit model zou de theorie testbaar en dus bewijsbaar moeten maken. En daarmee zou Winnfield kunnen aantonen dat niet alle dingen zomaar gebeuren, maar dat wij er wel degelijk invloed op hebben.

Vega kan zich als antwoord hierop beroepen op de andere interpretatie: ‘de veel-werelden-theorie’ van Everett, waar ook wijlen Stephen Hawking aanhanger van was. In deze theorie vertakt het universum bij elke gebeurtenis waarbij potentieel meer dan een uitkomst mogelijk is. In het geval van de snookertafel belandt de elektron in één universum in de ene opening en in een alternatief universum in de andere. In het geval van Pulp Fiction zijn Jules Winnfield en Vincent Vega in de meeste alternatieve universums morsdood, maar in de versie waar wij toevallig als getuigen bij zijn, overleven ze het incident. De veel-werelden-interpretatie is een manier om het idee van objectief bestaand waarnemer-onafhankelijk universum in stand te houden. Maar dat maakt de theorie niet minder radicaal. Kun je het idee accepteren dat er ontelbare alternatieve universa zijn waarin je in sommige getrouwd bent met die afschuwelijke ex, in een andere Bitcoinmiljonair bent, en in weer een andere als kasplantje leeft na een bijna fataal auto-ongeluk?

Conclusie, beide huurmoordenaars hebben een beetje gelijk. Het is onwaarschijnlijk – en sowieso niet bewijsbaar – dat er een externe God bestaat die het wat kan schelen wat wij hier op aarde uitvoeren. Wel is er een overtuigende zaak te maken voor een actieve rol voor de bewuste waarnemer, zodat het universum niet volledig random kan zijn. Veel gebeurtenissen zijn dit waarschijnlijk wel, zeker zolang de bewuste agenten zich totaal niet bewust zijn van hun invloed op het tot stand brengen van de collectieve realiteit. Verder toekomstig onderzoek moet uitwijzen of deze theorie echt klopt en hoever de invloed van de menselijke geest reikt. Wie weet ontdekken we dan dat we met intentie veel meer kunnen bereiken dan we ons nu kunnen voorstellen, zoals misschien wel het impactpunt van een kogel bepalen.

Voor Vega maakt het niet meer uit. In tegenstelling tot Winnfield, veranderde hij niet van koers na de goddelijke interventie. Kort daarna liep hij tegen een met machinegeweer gewapende Bruce Willis op. We kennen allemaal het resultaat van deze interactie. En in de kwantumwereld is de uitkomst kennen hetzelfde als hem creëren.

Bronnen:
The Quantum Astrologer’s Handbook (Michael Brooks)
& Reality is not what it seems (Carlo Rovelli)

Advertenties

Een gunter met overtuigingen (over Ready Player One & geloof)

‘Ready Player One’ is nu verfilmd door Steven Spielberg

Een gunter is een popcultuur-specialist die de virtuele wereld Oasis afzoekt naar clues om de grootste easter egg jacht aller tijden op te lossen. De ontwerper van de Oasis, James Halliday, heeft voor zijn dood aanwijzingen in de Oasis verstopt die allemaal te maken hebben met zijn fascinatie voor jaren 80’ videogames, films en popmuziek. Wie als eerste drie sleutels kan vinden en drie poorten kan openen, wint Halliday’s enorme fortuin én krijgt controle over de Oasis. De eenzame en talentvolle gunter Parzival vindt de eerste sleutel. Maar de concurrentie van mede-gunters en evil corporation IOI (Innovative Online Industries) zal moordend blijken. Kan Parzival de heilige graal ontdekken voor zijn medespelers dat doen?

Het met popcultuur overladen science fiction boek Ready Player One van Ernest Cline – het vermakelijkste boek dat ik in tijden gelezen heb – zit helemaal volgestouwd met verwijzingen naar jaren 80’ games, computersystemen, films en rockbands. Zoals wel vaker in boeken uit dit genre is de toekomstige aarde veranderd in een dystopia. De grondstoffen zijn bijna op, er is voedseltekort, overbevolking en het klimaat is katastrofisch veranderd. De enige uitvlucht van de meeste mensen is de virtuele wereld die über geek Halliday voor ze geschapen heeft.

Zoals de karakters in Tarantino films, laten de personages in Ready Player One zich volledig leiden door popcultuur in plaats van door God of een erecode. Dit is Amerikaans nihilisme ten top. Het boek begint zelfs met de statement van hoofdpersonage Wade Watts (avatarnaam Parzival) dat God een verzinsel is, dat het leven geen betekenis heeft, en dat al het bewijs er op duidt dat er niks is na de dood. Het enige wat het leven zin geeft is zoveel mogelijk trivia-kennis opdoen en game skills verwerven, om zo een kans te maken om Halliday’s ultieme easter egg te vinden.

Ik zou in zo’n wereld vanzelfsprekend ook gunter worden. Eigenlijk ben ik al een soort gunter in de huidige wereld, alleen is mijn specialisme eerder de jaren 90′. Alleen ben ik geen nihilist. Niet dat ik geloof in een God die boven alles staat, maar eerder in God zoals Spinoza en Einstein haar/hem zagen. Alles is in God. Het universum is geen machine die uit losse onderdelen bestaat, maar eerder een grote gedachte met bewustzijn als primaire basis. Omdat we allemaal onlosmakelijk onderdeel zijn van dit universum – en geen toevallige samenraapsels van moleculen die als levende systemen functioneren – heeft het leven wel degelijk betekenis en is absolute dood niet mogelijk.

Het nihilistische paradigma uit Ready Player One – en op dit moment nog het dominante wereldbeeld – hangt mogelijk samen met een dystopische toekomst. Stel, dat je leven in feite geen zin heeft, dat ons bestaan op puur toeval berust, dan heeft het ook geen zin om te bouwen aan een duurzame toekomst. Je kunt stellen dat het in onze genen zit gecodeerd om ons nageslacht te beschermen en dat dit de enige reden is om de wereld te redden. Maar toch verklaart dit niet waarom de meeste mensen niet vele malen egoïstischer zijn. Sowieso zou iedereen zonder kinderen volkomen lak moeten hebben aan alles wat hem niks oplevert. Je leeft maar één keer, toch?

Dat is in elk geval het uitgangspunt van de vijfde revolutie: de acceptatie dat ons eigen bewustzijn ‘slechts’ het resultaat is van miljarden neuronen die elkaar kleine stroomstoten geven. Natuurlijk heeft Dick Swaab in vele opzichten gelijk als hij zegt: ‘wij zijn ons brein’. Dat zijn we grotendeels ook. Maar is dit complexe orgaan puur het gevolg van toeval en blinde evolutionaire processen? Daar bestaat bij veel wetenschappers op de achtergrond twijfel over. Ons goldilocks universum zit veel te ingenieus in elkaar om zonder enige geestelijke vermogens ontstaan te zijn, en kwantummechanica heeft laten zien dat alles wat wij als ‘echt’ beschouwen niet echt kan zijn. Objecten komen wel voor in onze realiteit, maar leiden geen onafhankelijk bestaan los van interactie met andere objecten en levende wezens als bewuste waarnemers. Het universum is dus geen lege container vol ruimte waar her en der wat objecten in rondzweven, maar een oceaan van energie die alleen bestaat uit interacties.

Als we niet de kant op willen van Ready Player One hebben we een ander wereldbeeld nodig dan het paradigma waar de neurorevolutie op aanstuurt. Hopelijk is het nog niet te laat om in te zien dat we meer zijn dan de som van onze delen en dat er zelfs een hoger doel bestaat. De online popcultuurwereld uit Ready Player One mag overigens wel één-op-één gekopieerd worden naar onze toekomst. Met mijn nutteloze film feitenkennis en game skills zit het wel snor, en dus is een hoge status als gunter voor mij verzekerd.

Het mentale universum

Met de opkomst van kwantummechanica een eeuw geleden deed het universum een verdwijntruc en het is er sindsdien niet meer solide op geworden. Met zijn uitstekende TED-talk maakt Anil Seth duidelijk dat de neurobiologie het volgende gebied is wat het onvermijdelijke duidelijk maakt; we leven in een mentaal en niet een fysiek universum.

De plaatjes die ons bewustzijn via onze hersenen genereert komen zowel van binnen als van buiten het brein. Als je dit verder doordenkt, ga je je afvragen wat het verschil eigenlijk is tussen die twee. Is er wel een verschil? Ik denk het niet; Robert Lanza heeft gelijk: onze interne wereld en de externe wereld zijn één en dezelfde.

Intuïtief blijft dit een lastig idee omdat we gedeelde ervaringen hebben. Stel, je gaat een schoenenwinkel in met je vriendin en je ziet allebei een paar blauwe sportschoenen. Theoretisch is het mogelijk om jouw brein te modereren, zodat je in plaats van het paar schoenen twee knalrode kreeften zie. Je vriendin ziet nog steeds de blauwe schoenen en de schoenenverkoper ziet ze ook, maar jij ziet kreeften. Wat zegt dat over die schoenen? Waar bevinden die zich? Puur in onze hoofden, niet in een winkel die buiten ons bewustzijn bestaat. Onze gedeelde ervaringen noemen we de buitenwereld, maar we ervaren hetzelfde – niet omdat er een externe wereld is – maar omdat we allemaal via ons bewustzijn zitten aangesloten op een soort bio-matrix: een oneindig raster van mogelijkheden waar we ons op lineaire wijze bewust van worden.

Voor een Indiaan die 10.000 jaar geleden met een speer in de jungle rondrende was het idee van een mentaal universum makkelijker te accepteren, dan in deze hypermoderne tijd waarin we omringt zijn door auto’s, stoelen, stofzuigers, computerschermen, koffiezetapparaten, sportkleding, McDonalds-drive ins, flatgebouwen, treinen en billboards. Die wekken sterk de indruk dat er echt een externe wereld bestaat, maar het zijn allemaal mentale projecties. Objecten zijn hoopjes moleculen die wij waarnemen als een soort vormen, maar we hallucineren de hele boel bij elkaar. Zelfs onze eigen lichamen en hersenen kunnen we als objecten beschouwen.

Het universum is een mentale wereld die zich via levende wezens van zichzelf bewust wordt. In de wetenschap is het nog steeds niet politiek correct om dit te benoemen en ook de media blijft hangen in het dominante beeld van mechanisch universum, maar de komende decennia gaat dit ongetwijfeld veranderen en komt er meer bewustzijn over deze uiteindelijk veel logischer interpretatie van het leven en de wereld. Anil Seth slaat de spijker op de kop: we zijn onlosmakelijk onderdeel van de natuur, en niet slechts een product uit de natuur. En omdat we onderdeel zijn van de ‘mind-at-large’ kunnen we nooit echt verdwijnen… Een mooie gedachte…

What Schrödinger’s Cat Tells Us About Reality

When you ask someone if it is possible to conduct an experiment in which a cat is both dead and alive simultaneously, she will wonder if you have gone mental (believe me, I tried it at work several times). “Off course this is not possible. That is complete rubbish!”

Or could it be that reality is much weirder than most people realize? In this short essay I will explain how this experiment is possible, why it works like it does, and what it means for our understanding of the world (it will turn out I have indeed gone mental, but in a different way). If you are willing to accept a paradigm shattering worldview, the result is not so crazy at all.

By the way, if you’re not yet familiar with the observer effect of quantum mechanics, check out this video first:

The Experiment
The Austrian quantum physicist Erwin Schrödinger (1887 – 1961) came up with the famous thought experiment to show how ridiculous the widely accepted Copenhagen interpretation of quantum mechanics is. According to this interpretation, physical systems generally do not have definite properties prior to being measured, and quantum mechanics can only predict the probabilities that measurements will produce certain results. The act of measurement causes the set of probabilities to reduce to only one of the possible values immediately after the measurement. This feature is known as wave function collapse.

The experiment works like this: a cat is placed in a sealed box along with a Geiger counter, a bottle of poison and a radioactive particle that may or may not decay after an hour. If the Geiger counter detects that the particle has decayed, it will trigger the smashing of the bottle of poison and the cat will be killed. But because no one is observing the box, the radioactive particle exists in superposition, meaning it exists (or actually doesn’t exist) in all possible states at once. It is not until someone opens the box that the wave function collapses, the particle assumes a definite state and the cat is either killed or not.

The Implications
The paradigm that the world exists as independent reality and we are merely innocent bystanders is smashed by Schrödinger’s experiment. Nevertheless, this is still the dominant worldview today, especially in the West, while these experiments are already a century old. The observer is not observing an independent reality, but is in fact creating it. Not by herself; we are all part of a bigger consciousness that is determining what is manifested reality and what is not. It turns out that we are not living in a material world, but in a mental world. The only way to escape from the weirdness of the dead-alive cat is to accept mind as a property of reality besides matter. Off course I don’t mean mind as created by the material brain, but a mind that is linked to it, but also exists independent of the body.

What quantum mechanics shows us is that reality consists of two levels. One level is the everyday world we observe. Within this level we – as conscious observers – materialize objects within our relative perspectives of space and time. The other level is that of pure potentiality. At this level, everything merely exists as possibility, but nothing exists in a determined state. Within this level – that lies beyond the veil of our perception – space and time don’t exist as independent bedrock realities. And because these dimensions don’t exist, it is no longer possible to separate anything, so at this level we are all one. This is hard to grasp from our individual ego-states, but in special states of consciousness, such as near death, people experience it all the time.

That is the real radical stuff that quantum mechanics tells us, and most physicists don’t like it much. Schrödinger himself wanted to return to the objective worldview in which events were deterministic (meaning that if you have all information about a reality, you can predict what will happen). His experiment has become the perfect vehicle to demonstrate why this deterministic view does not work at all.

Quantum mechanics has shown us that a pure mechanical, material universe without mind could never exist. It has also shown us that living creatures could not have arisen out of dead matter, because without a conscious observer to begin with, matter has no definite place within reality. Consciousness must therefore be the unified basis of all existence.