Double Bill #04: Jackie Brown & Out of Sight

Both based on novels by the famous crime author Elmore Leonard and made roughly around the same time (Jackie Brown by Quentin Tarantino in 1997 and Out of Sight by Steven Soderbergh in 1998), the movies have a lot in common. They are both light hearted crime stories with not so much violence, especially compared to Tarantino’s other movies. They also both feature a romantic story about a love that doesn’t entirely come to fruition. Stewardess Jackie Brown (Pam Grier) tries to bond with bond bailsman Max Cherry (Robert Forster), but despite him being in awe of her, he doesn’t go for it for somewhat mysterious reasons. US Marshal Karen Sisco (Jennifer Lopez) and convicted bank robber Jack Foley (George Clooney) fall in love after he holds her hostage in the trunk of a car after a jailbreak, but because of their chosen professions, they cannot be together. Both movies also revolve around a big score (a half a million in cash and five million worth of uncut diamonds) that several parties try to get their hands on. And in both cases, the relative ‘good guys’ prevail and the badder (and stupider) ones meet their demise. As can be expected from the fantastic writer Leonard, the characters are top notch and the dialogues are both smart and funny. One character crosses over from one story to the next; Ray Nicolette, and Tarantino and Soderbergh cleverly casted the same actor for the role: Michael Keaton. Out of Sight also features quite a few actors from Pulp Fiction, which was one of the defining movies of the era: Ving Rhames, Paul Calderon and – in a surprise appearance at the end: Samuel L. Jackson. The better movie of the two? Jackie Brown for the brilliant screen adaptation by Tarantino and the unforgettable performances of Samuel L. Jackson and Robert De Niro as stupid criminal duo Ordell Robie and Louis Gara. Not to forget a superb Grier and Forster! But both movies are great and together form an ideal double feature.

Recensie: Cinema Speculation (Quentin Tarantino)

Onlangs heeft Mr. Quentin Tarantino zijn tweede boek afgeleverd na ‘Once Upon a Time in Hollywood’ vorig jaar. Het heet ‘Cinema Speculation’ en is een non-fictieboek over films uit de jaren 70’, het tijdperk van zijn jeugd en volgens de de schrijver-regisseur het beste tijdperk voor films in Hollywood ooit. (Voor mij is dat de jaren 90’, het filmdecenium van mijn jeugd waarin Tarantino als regisseur een grote rol speelde).

Tijdens het lezen had ik voortdurend IMDb openstaan om de titels op te zoeken die QT beschrijft. Één van de eerste films die hij analyseert is Joe van John G. Avildsen (regisseur van Rocky en The Karate Kid). Het gaat over een right wing gun nut die hippies haat en ze wel wil vermoorden en dat op een gegeven moment ook gaat doen… Duidelijke inspiratie voor Once Upon a Time in Hollywood lijkt me.

Zijn moeder en haar vele vriendjes namen de jonge QT (vanaf 7 jaar) mee naar de meest gewelddadige films uit die tijd. Hij zag slechte exploitatiefilms, maar ook vele klassiekers, zoals de Dollars trilogie van Sergio Leone (zijn favoriete regisseur), Where Eagles Dare, Dirty Harry, The Godfather en The Wild Bunch. Hij was meestal het enige kind in een zaal vol volwassenen en begreep niet altijd alles van de films. Zo snapte hij niet dat de freeze frame op het einde van Butch Cassidy and the Sundance Kid betekende dat de hoofdpersonen dood gingen. Maar een voorwaarde van zijn moeder was dat hij geen domme vragen mocht stellen.

Zijn moeder ging een tijdje uit met zwarte mannen en die namen hem af en toe mee naar Blaxploitation films. Zo zag hij met een bijna volledig zwart publiek de film Black Gunn met Jim Brown. Hij observeerde goed hoe het publiek reageerde op zo’n film en op de acteurs. Hier heeft Tarantino zijn voornaamste opleiding genoten: in de bioscoopzaal. Vaak bij geweldige Double en Triple Bills die ze in die tijd nog vertoonden in de bioscopen in Los Angeles.


Op de cover: Regisseur Sam Peckinpah en filmster Steve McQueen op de set van The Getaway.

De film maestro geeft verschillende films een eigen hoofdstuk, zoals Bullitt met Steve McQueen (Steven Spielberg werkt momenteel aan een nieuwe interpretatie van deze klassieker). Bullitt herinnert men zich vooral vanwege de auto-achtervolging. Het plot kan niemand je meer vertellen (dat klopt). McQueen was de grootste ster van die tijd naast Newman en Beatty. Hij doet bijna niets in de film, schrijft Tarantino, maar toch is hij geweldig om naar te kijken. Hij acteert minimalistisch. Plus, hij is cool als agent Frank Bullitt omdat hij nooit zijn ‘cool’ verliest in tegenstelling tot andere helden. Als zijn onredelijke baas hem op zijn nek zit, reageert hij helemaal niet. ‘He doesn’t engage’.

De volgende film die hij in detail bespreekt is Dirty Harry, de klassieker die van Eastwood de grootste actiester maakte en van Don Siegel de beste actie-regisseur naast Peckinpah. De invloed van Dirty Harry kan niet onderschat worden. Samen met The French Connection luidde de film de transitie in van westerns naar politiefilms. Het is ook de eerste echte seriemoordenaar-film. Harry neemt het op tegen Scorpio, een fictieve versie van San Francisco’s echte Zodiac killer. The Silence of the Lambs en Se7en zijn de kinderen van Dirty Harry.

De samenleving was aan het veranderen in de jaren 70’, schrijft de auteur. De politie neemt het op voor de boeven, zo was soms de perceptie. Met Dirty Harry kregen de angstigen een held met een .44 kaliber Magnum aan hun zijde. Een held die een groep Black Panther-achtige overvallers uitschakelt terwijl hij een hotdog eet. En een held die het recht in eigen hand neemt als een zaak daarom vraagt. Curieus genoeg heeft het (volgens QT zwakke) vervolg Magnum Force de tegenovergestelde boodschap. Hierin neemt Harry het juist op tegen een groep moordenaars die criminelen zonder proces executeren.

Geweld speelt een grote rol in Tarantino’s films en dit is ook iets dat hij opikte in de glorieuze jaren 70’. Bijvoorbeeld bij de fantastische Double Bill Deliverance en The Wild Bunch. De eerste bevat een schokkende homoseksuele verkrachting. The Wild Bunch eindigt in één van de bruutste grafische geweldsexplosies uit de filmgeschiedenis. Ik bedenk me nu dat de man in Deliverance verkracht wordt door een echte hillbilly. Zou dat inspiratie hebben gevormd voor de verkrachting van Marcellus Wallace door hillbilly Zed in Pulp Fiction? Hoe het ook zij: wat Quentin schrijft over die scène klopt; in plaats van dat je wegkijkt van zoiets gruwelijks kun je je ogen er niet vanaf houden. Kennelijk heeft geweld iets fascinerends voor mensen en is film een ideaal medium om dit kanaliseren.

In de jaren 80’ veranderde dit in veel films. Hollywood ging self-censorship toepassen. De enige niet niet-compromitterende regisseurs uit deze jaren waren Lynch, Verhoeven, Cronenberg, Ferrera, Gilliam en De Palma (soms). Niet toevallig allemaal behorend tot mijn favoriete filmmakers aller tijden. Tarantino klaagt over het gebrek aan immorele, onsympathieke karakters in films uit die tijd. Personages als Parker uit Richard Stark’s boekenserie, waarvan de eerste verfilming The Outfit ook een eigen hoofdstuk krijgt in ‘Cinema Speculation’. Tarantino heeft zelf overwogen om een ‘Parker’ verfilming te doen in de jaren 90’ met Robert De Niro (als Parker), Harvey Keitel en Pam Grier in de hoofdrollen. Hij heeft spijt dat hij dit niet heeft gedaan en ik ook! Nu is Payback de enige Parker-verfilming uit dit decennium en hoewel het een prima film is was die van Tarantino ongetwijfeld beter geworden.

Wat is het speculatieve aspect van het boek uit de titel? Tarantino schrijft over de mogelijkheid dat Brian de Palma en niet Scorsese de film Taxi Driver zou hebben gemaakt. Blijkbaar was dat bijna gebeurd, maar vond De Palma de kans op een negatief financieel resultaat te groot (vreemde angst voor een regisseur, maar De Palma kende de noodzaak van een gat in de markt vinden en films te blijven maken). Als hij het gedaan had, was het ongetwijfeld meer een politieke thriller geworden. Bovendien had waarschijnlijk Jeff Bridges in plaats van De Niro Travis Bickle gespeeld and was de pooier waarschijnlijk zwart geweest zoals in het script en dus door een andere acteur gespeeld. Stel je voor, Taxi Driver zonder Harvey Keitel!

Is het boek een aanrader? Absoluut. Dat Tarantino kan schrijven is bekend. Daarnaast heeft de man ongelofelijk veel kennis en inzichten in het Hollywood van die tijd. Een must-read voor cinema fans dus. Wel een waarschuwing; je ‘to watch list’ wordt wel een heel stuk langer door het lezen van dit boek. De film waar ik me het meeste op verheug na het lezen van ‘Cinema Speculation’? Dat is Rolling Thunder over een getraumatiseerde Vietnam veteraan (nog zo’n echt jaren 70’ thema) die op jacht gaat naar een bende die hem in zijn huis hebben gemarteld en zijn vrouw en zoontje hebben vermoord. De lofzang die Tarantino over deze door Paul Schrader (Taxi Driver) geschreven film afsteekt maakt hem onweerstaanbaar. Het is er slechts één van vele.

Recensie: Heat 2 (Michael Mann, Meg Gardiner)

De beste film ooit gemaakt over professionele overvallers en de politieagenten die op ze jagen is zonder twijfel Michael Mann’s Heat uit 1995. Alleen al die cast met Al Pacino, Robert De Niro, Val Kilmer en vele andere topacteurs en actrices – en de fenomenale regie en het briljante script – maken dit tot een absolute klassieker en must-see.

Er is nu een vervolg in boekvorm – getiteld Heat 2 – en het is zowel een prequel als vervolg op het verhaal dat in de film wordt verteld. Want, zoals liefhebbers van Heat al weten (spoiler alert); er vallen nogal wat doden in de film, waaronder drie van de vier overvallers, inclusief het personage Neil McCauley gespeeld door De Niro.

McCauley had kunnen ontsnappen met zijn vriendin en een koffer vol geld, maar hij ging nog voor de wraakmoord op seriemoordenaar Waingro en dat was een valstrik van de politie. De enige overlevende overvaller is Chris Shiherlis (Val Kilmer), en hij is de hoofdpersoon van het vervolg-gedeelte van Heat 2 samen met Vincent Hanna (Pacino’s personage) aan de andere kant van de wet. Andere personages die in de post-Heat hoofdstukken terugkeren zijn o.a. Nate (Jon Voight), Lauren Gustafson (Natalie Portman) en Kelso (Tom Noonan).

In het prequel gedeelte keert McCauley uiteraard terug. Als jongere beroepscrimineel is hij nog een stuk roekelozer dan zijn oudere versie in de film. In 1988 pleegt hij met zijn oude crew (met naast Chris ook Michael Cheritto (Tom Sizemore) en Trejo (Danny Trejo)) een serie overvallen. Daarbij kruisen zij het pad met Otis Wardell, een sadistische moordenaar die met zijn crew extreem gewelddadige thuis-inbraken pleegt. Hanna jaagt op deze Wardell en daarbij schuwt hij niet om zelf buiten de wet te treden. Iets dat nogal verrassend is voor dit personage. Dat vond ik tenminste en dat maakt het boek interessant. Het neemt je dieper mee in de wereld van Heat en de levens van deze karakters van vlees en bloed.

Heat 2 is al een tijdje uit en verschijnt deze maand ook in het Nederlands. Het is, hoewel lang niet zo briljant als het originele verhaal, toch de moeite waard. Al is het alleen maar om meer tijd door te brengen met deze fantastische personages. Ook zit er duidelijk enorm veel research in naar misdaad en opsporingspraktijken. Een nadeel is dat de schrijvers meer gebeurtenissen door toeval laten plaatsvinden dan redelijkerwijs mogelijk is. In het laatste gedeelte van het boek komen alle personages door toeval bij elkaar en dat is teveel gevraagd van de welwillende lezer. Of er ook een film van komt weet ik niet. Van mij hoeft het niet; hoe ga je dit in vredesnaam casten? Het werkt denk ik beter zo als extended stories van de klassieke film.

Lees ook: 10 Management Lessons From Highly Successful Gangsters