What Schrödinger’s Cat Tells Us About Reality

When you ask someone if it is possible to conduct an experiment in which a cat is both dead and alive simultaneously, she will wonder if you have gone mental (believe me, I tried it at work several times). “Off course this is not possible. That is complete rubbish!”

Or could it be that reality is much weirder than most people realize? In this short essay I will explain how this experiment is possible, why it works like it does, and what it means for our understanding of the world (it will turn out I have indeed gone mental, but in a different way). If you are willing to accept a paradigm shattering worldview, the result is not so crazy at all.

By the way, if you’re not yet familiar with the observer effect of quantum mechanics, check out this video first:

The Experiment
The Austrian quantum physicist Erwin Schrödinger (1887 – 1961) came up with the famous thought experiment to show how ridiculous the widely accepted Copenhagen interpretation of quantum mechanics is. According to this interpretation, physical systems generally do not have definite properties prior to being measured, and quantum mechanics can only predict the probabilities that measurements will produce certain results. The act of measurement causes the set of probabilities to reduce to only one of the possible values immediately after the measurement. This feature is known as wave function collapse.

The experiment works like this: a cat is placed in a sealed box along with a Geiger counter, a bottle of poison and a radioactive particle that may or may not decay after an hour. If the Geiger counter detects that the particle has decayed, it will trigger the smashing of the bottle of poison and the cat will be killed. But because no one is observing the box, the radioactive particle exists in superposition, meaning it exists (or actually doesn’t exist) in all possible states at once. It is not until someone opens the box that the wave function collapses, the particle assumes a definite state and the cat is either killed or not.

The Implications
The paradigm that the world exists as independent reality and we are merely innocent bystanders is smashed by Schrödinger’s experiment. Nevertheless, this is still the dominant worldview today, especially in the West, while these experiments are already a century old. The observer is not observing an independent reality, but is in fact creating it. Not by herself; we are all part of a bigger consciousness that is determining what is manifested reality and what is not. It turns out that we are not living in a material world, but in a mental world. The only way to escape from the weirdness of the dead-alive cat is to accept mind as a property of reality besides matter. Off course I don’t mean mind as created by the material brain, but a mind that is linked to it, but also exists independent of the body.

What quantum mechanics shows us is that reality consists of two levels. One level is the everyday world we observe. Within this level we – as conscious observers – materialize objects within our relative perspectives of space and time. The other level is that of pure potentiality. At this level, everything merely exists as possibility, but nothing exists in a determined state. Within this level – that lies beyond the veil of our perception – space and time don’t exist as independent bedrock realities. And because these dimensions don’t exist, it is no longer possible to separate anything, so at this level we are all one. This is hard to grasp from our individual ego-states, but in special states of consciousness, such as near death, people experience it all the time.

That is the real radical stuff that quantum mechanics tells us, and most physicists don’t like it much. Schrödinger himself wanted to return to the objective worldview in which events were deterministic (meaning that if you have all information about a reality, you can predict what will happen). His experiment has become the perfect vehicle to demonstrate why this deterministic view does not work at all.

Quantum mechanics has shown us that a pure mechanical, material universe without mind could never exist. It has also shown us that living creatures could not have arisen out of dead matter, because without a conscious observer to begin with, matter has no definite place within reality. Consciousness must therefore be the unified basis of all existence.

Advertenties

De vele gezichten van het internet (Lo and Behold)

In 1969 werd het eerste stukje internet aangesloten op UCLA en werd een bericht verzonden naar Stanford Research Institute. Het bericht moest worden LOGIN, maar de computer crashte bij de G. Het eerste bericht ooit verzonden via internet was dus LO, vandaar de titel voor deze documentaire van Werner Herzog (zelf een digitale leek die niet eens een mobiel heeft). ‘Lo and Behold’ – letterlijk look and see – is een uitdrukking die gebruikt wordt om verassing uit te drukken.

Sinds dit eerste bericht is het internet – eerst langzaam toen explosief snel – uitgegroeid tot grootste technologische creatie van de mensheid. De onderliggende technologie is opgeschaald met een factor miljoen. De komende tien jaar kan dat een factor miljard of zelfs triljard worden. Niemand had dat zien aankomen. De belangrijkste science fiction schrijvers hebben het internet gemist in hun toekomstvoorspellingen.

In de jaren 70’s bestond er een directory van alle internetgebruikers. Het was een bescheiden gids nog dunner dan een telefoonboek. Inmiddels knoopt het internet alles en iedereen in de wereld aan elkaar. Als je de dataflow van één dag op CD’s zou branden en op zou stapelen, dan zou je naar Mars en terug kunnen.

De glorie
Zaken die onmogelijk waren kunnen met de verbluffende schaal van het internet bereikt worden. Met 100.000den gamers werken aan een oplossing voor kanker bijvoorbeeld. Of het beste onderwijs van de wereld beschikbaar maken voor miljoenen kandidaten in plaats van een select groepje. Zelfrijdende auto’s die onderling data delen en de veiligheid en efficiency van rijden enorm verbeteren. En – misschien vindt niet iedereen dit een goede zaak – het Robocup team dat robots klaarstoomt om in 2050 de FIFA wereldkampioen te verslaan in voetbal.

De donkere kant
Internet brengt ook de donkere kant in mensen naar boven. Een familie van een meisje dat dodelijk was verongelukt kregen anonieme haatmails met verwensingen toegestuurd met als attachments gruwelijke foto’s van het dode lichaam van hun dochter. Waar is de waardigheid op het net?

Leven zonder het net
Er is ook een nieuwe aandoening, die nog niet erkend is, opgedoken: Electromagnetic Hypersensitivity (EHS). De mensen die hieraan lijden kunnen alle onzichtbare frequenties niet verdragen. In ‘Lo and Behold’ heeft een groep van hen toevlucht gezocht in Green Bank, West Virginia, waar vanwege een grote overheidstelescoop geen wifi, bluetooth en mobiele telefonie is toegestaan.

Verslaving
In Zuid-Korea was een koppel verslaafd aan een spel waarin ze voor een baby moesten zorgen. Hun eigen echte baby stierf ondertussen de hongerdood. Ze moesten de gevangenis in voor verwaarlozing met de dood tot gevolg. Dat is een wel heel extreem geval, maar veel internetverslaafden verwaarlozen alles dat zich niet online afspeelt: werk, school, familie, relaties en fysieke behoeften. In China en Korea dragen gamers regelmatig luiers om te voorkomen dat ze punten verliezen bij toiletbezoek.

Gevaren
Een zonnevlam is een event dat om de paar honderd jaar voorkomt. Dit zou op aarde alle elektriciteit en het wereldwijde web kunnen platleggen. Alles en iedereen is afhankelijk van de werking hiervan, dus de chaos en ontwrichting die dit zou veroorzaken is niet te overzien. Dan is er cybercrime: de droom van iedere terrorist. Makkelijk te financieren en uit te voeren. Hoeveel een organisatie ook investeert in beveiliging, zodra je één werknemer weet te manipuleren ben je binnen. Mensen zijn de zwakste schakel in beveiliging. We zouden nu in een cyberoorlog kunnen zitten en het niet eens weten.

Bewustzijn
Droomt het internet over zichzelf? Aangezien we bewustzijn niet begrijpen is het lastig hier voorspellingen over te doen. Het internet zou nu al bewust kunnen zijn en we zouden het niet eens hoeven weten. Wat we wel weten is dat robots in rap tempo de wereld leren kennen. Ze leren oorzaak en gevolg te begrijpen en alles wat ze leren kunnen ze direct met elkaar delen, dus dat gaat erg hard. Ze kunnen duizenden scenario’s per seconde doorrekenen en delen met elkaar, dus ze krijgen ook beelden te zien die ze niet zelf hebben meegemaakt. Dat zou je dromen kunnen noemen.

The Internet of Me
Het internet is out of control. Nu internet steeds meer wordt als elektriciteit, onzichtbaar en overal aanwezig zonder dat we nog weten hoe het werkt, is het behouden van kritisch denken fundamenteel. Er groeit nu een generatie op die alles aan internet vraagt en niet meer hoeft na te denken. Internet is de grootste vijand van kritisch denken geworden. Onze eigen filters inbouwen is het enige wat we kunnen doen om de controle weer terug te krijgen.

Dag Sluupie

Sluup
XX-XX-2002 — 04-05-2017

Tot later weer, maatje!

*Een notitie over de dood: Bewustzijn is niet een product van neurobiologische processen in het brein, maar de bron van al het bestaan. Volgens biocentrisme is alles wat we observeren, inclusief ruimtetijd, een constructie binnen de geest (het bewustzijn) en bestaat er geen externe wereld buiten het bewustzijn (voor meer uitleg, lees deze blog). Kortom, tijd bestaat slechts als instrument van de dierlijke geest en heeft geen grondslag in de realiteit. Bij de dood van Sluup is zijn bewustzijn verplaatst, maar niet verdwenen. Er is geen plek waar het naar toe zou kunnen verdwijnen. We hebben zijn levenloze lichaam gezien, maar hij (zijn bewustzijn) was al vertrokken en het lichaam wat overbleef was Sluup niet meer. De dood is een illusie en we leven allemaal voor eeuwig als onderdeel van het grote bewustzijn van de natuur.

Voor wie dit te mooi vindt om waar te zijn moet zeker het werk lezen van wetenschappers Robert Lanza en Stanislav Grof. Het is een zeer heugelijk gegeven!

Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleyngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double split experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant binnenkomt stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristalen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life created the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.