Once Upon a Time in Hollywood (het boek)

The first novel by Quentin Tarantino….

Jawel, van zijn unieke ode aan het Hollywood uit zijn jeugd heeft QT nu een boek gemaakt. En dat medium heeft zijn voordelen, ervaart de debuterende romanschrijver. In een boek kun je veel meer informatie stoppen dan in een film. Zo leren we in het eerste hoofdstuk – de afspraak tussen acteur Rick Dalton (Leonardo DiCaprio in de film) en de speciale agent Marvin Schwarz (Al Pacino in de film) – de hele carrière van Rick kennen.

Rick barst in tranen uit in het kantoor van Schwarz omdat hij zich een ‘has been’ voelt. Hij heeft het zelf verkloot. In seizoen 3 van Bounty Law gedroeg hij zich onuitstaanbaar en maakte hij een hoop vijanden. Daardoor is het vierde seizoen er nooit gekomen en is de filmcarrière die hij zo ambieerde ook in het slop geraakt. We leren hoe diep het incident met Steve McQueen hem zit. Dat hij de hoofdrol had kunnen spelen in The Great Escape, een rol die een A-lister van hem had gemaakt.

Voor Schwarz, een specialist in het casten van Amerikaans talent in Europese cinema, is het allemaal goed nieuws. McQueen kunnen de Italianen niet krijgen, maar wel: Rick Dalton. De show Bounty Law is bovendien in Europa uitgezonden net als verschillende (B-)films waar Dalton in heeft gezeten. Een herstart van zijn carrière ligt in het verschiet, kortom, maar hij zal zijn beeld van succes moeten bijstellen. En dat valt niet mee voor de bipolaire acteur die lijdt aan extreme stemmingswisselingen.

De onzekere Rick wordt getroost door zijn stunt double Cliff Booth (Brad Pitt in de film), een heel relaxed personage dat het leven neemt zoals het komt. In het boek leren we Cliff beter kennen dan in de film. Zo ontdekken we dat Cliff gefascineerd is door buitenlandse films. Op zondag gaat hij in zijn eentje naar buitenlandse films met ondertiteling: iets dat Rick (en overigens de meeste Amerikanen) nooit zouden doen. Tarantino wijdt een heel hoofdstuk aan Cliff’s filmsmaak. En zijn uitstekende smaak lijkt op de mijne: Kurosawa en Lone Wolf & Cub vindt hij te gek. Bij Truffaut en Fellini haakt hij af.

Vanzelfsprekend zit er net als in de film enorm veel humor. Neem deze laugh-out-loud passage: It was during the third season on Bounty Law (‘61 – ‘62) that Cliff Booth was brought in to double the series lead. Rick didn’t take Cliff right off. For one really good reason: Cliff was way too handsome to be a stuntman. Bounty Law was Rick’s pussy party. He didn’t need a swingin’ dick, who looked better in Rick’s costume than Rick did, horning in on all that ample tail.

Cliff blijkt ook een een man te zijn die nogal wat mensen om zeep heeft geholpen. Als oorlogsheld heeft hij meer confirmed Japanese kills op zijn naam staan dan welke Amerikaanse soldaat dan ook. Maar ook buiten het leger heeft hij gemoord. Twee gangsters, een vriend waarmee hij aan hondengevechten deelnam (daar heeft hij zijn hond Brandy vandaan die de hippies te grazen neemt in de film) en zijn vrouw. Die laatste schiet hij in tweeën met een harpoengeweer. In zijn verdediging; het was een verschrikkelijke bitch, Cliff had er meteen spijt van en hij heeft haar lichaam zeven uur lang bij elkaar gehouden voordat ze stierf.

Een ander personage dat meer aan bod komt is Charlie Manson. De sekteleider was in de film niet meer dan een edelfigurant. In het boek brengen we een aantal hoofdstukken door in het gezelschap van Manson en zijn familie. Alleen de verrassende wending uit de film, dat drie van zijn volgelingen per ongeluk het huis van Rick inlopen in plaats van dat van Sharon Tate, vindt middenin het boek plaats in plaats van aan het einde.

Met welke scène het boek dan wel eindigt zal ik hier niet verklappen. Maar wat we wel leren is dat het hippie-incident erg goed is voor de carrière van Rick. Hij wordt uitgenodigd in talkshows om te vertellen over hoe hij de vlammenwerper uit The 14 Fists of McCluskey heeft gebruikt om een hippie te toasten, en hij wordt weer volop gecast in films. Kortom, in het alternatieve Hollywood-universum dat Tarantino geschapen heeft komt het met Dalton, Booth én niet te vergeten Sharon Tate (Margot Robbie in de film) helemaal goed.

Top 10 films over de financiële wereld

Hebzucht, succes, neergang… Dit zijn de 10 finance films die je gezien moet hebben.

Door Jeppe Kleyngeld

10. Too Big to Fail (2011)

In deze geslaagde productie van HBO volgen we de hoofdrolspelers van de bankencrisis van 2008 op de meest cruciale momenten die de wereldeconomie heeft gekend in de afgelopen decennia. We weten hoe het afloopt, maar toch is het begin van de Grote Recessie in de VS een fascinerend schouwspel. Hank Paulson, voormalig CEO van Goldman Sachs en in 2008 staatssecretaris van Financiën, wordt geconfronteerd met een hele batterij falende banken en verzekeraars, waaronder Lehman Brothers en AIG. Nadat hij Lehman Brothers failliet heeft laten gaan, zal het niet lang meer duren voordat kredietverlening wereldwijd tot stilstand komt en de wereldeconomie volledig in elkaar stort. In een race tegen de klok moet Paulson samen met de overheid en Wall Street tot een oplossing komen voordat het ergste financiële armageddon aller tijden werkelijkheid wordt.

9. Boiler Room (2000)

Realistisch beeld van een stel opgefokte beurshandelaren voor wie maar een ding telt: keiharde dollars. Seth, een ambitieuze, slimme en ondernemende jongeman krijgt een baan als trainee bij J.T. Marlin, een kleine firma in aandelenhandel die buiten Wall Street opereert. De recruiter vertelt hem en de andere trainees al bij binnenkomst: ‘als je hier komt werken ben je binnen drie jaar miljonair.’ Zijn nieuwe collega’s wonen in belachelijke huizen en rijden in Ferrari’s rond alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Seth leert hoe de agressieve verkoop in zijn werk gaat, maar komt er al snel achter dat de handel van het kantoor geen zuivere koffie is en dat de FBI een zaak aan het opbouwen is tegen J.T. Marlin. Kan Seth – die inmiddels zelf ook klanten met waardeloze aandelen geruïneerd heeft – nog iets doen om zijn eer en toekomst te redden? Boeiende en spannende film die ook de kant van de slachtoffers laat zien van de oneindig hebzuchtige cultuur van de financiële sector.

8. The Big Short (2015)

De huizenmarkt bubbel in de VS is de grootste Ponzifraude aller tijden en het knappen van deze bubbel veroorzaakte de grootste financiële crisis ooit. Bij een financiële gebeurtenis van dit formaat zou je verwachten dat er door slimme beleggers op gespeculeerd zou zijn. En dat is inderdaad gebeurd, maar slechts door een handvol investeerders. De huizenmarktgekte had rond 2007 zulke extreme vormen aangenomen dat alleen een stel mafkezen kon inzien dat de bubbel zou gaan barsten. ‘The Big Short’ volgt deze vreemde vogels. Het begint bij de super autistische Dr. Michael Burry (Christian Bale) die als eerste in de gaten heeft wat er staat te gebeuren. Drie andere investeringsteams en een eenling volgen zijn vermoedens op met eigen onderzoeken en doen de meest schokkende ontdekkingen. Een stripper met zes hypotheken? Deze bubbel ZAL gaan barsten. Met een cast vol sterren (Ryan Gosling, Steve Carell, Brad Pitt) en een intelligent, vermakelijk en goed te volgen scenario, is ‘The Big Short’ de eerste film die de crisis echt voor een groot publiek toegankelijk maakt.

7. Barbarians at the Gate (1993)

De enige film die echt gaat over M&A (Mergers & Acquisitions) is een komedie over de corporate greed die in de jaren 80′ bizarre vormen aannam. Amerikaanse bedrijven staken zich voor een triljoen dollar in de schulden en de aandeelhouders werden stinkend rijk. De film – gebaseerd op het non-fictie boek van journalisten Bryan Burrough en John Helyar – vertelt de geschiedenis van RJR Nabisco, verkoper van sigaretten en voedsel (o.a. Orio koekjes). De CEO van het bedrijf F. Ross Johnson wil de aandeelhouders uitkopen middels een leveraged buy-out (schuld tegenover de assets van het bedrijf), een deal van 20 miljard dollar. Maar Johnson passeert daarbij Henry Kravis, de koning van de bedrijfsovernames en uitvinder van de leveraged buy-out. Kravis laat het er niet bij zitten en er ontstaat een agressieve en legendarische biedingstrijd. Hier worden de aandeelhouders rijker en rijker van, maar voor de 140.000 medewerkers ziet de toekomst er steeds somberder uit. ‘Barbarians at the Gates’ slaagt er goed in om aan te tonen welke spelletjes er soms gespeeld worden aan de bedrijfstop, ‘barbaarse’ praktijken die mijlenver afstaan van de gewone man en vrouw. Ook is het een mooi tijdsbeeld van het decennium van de hebzucht. RJR Nabisco is nog steeds exemplarisch voor de over the top private equity overnames van de jaren 80’.

6. Enron: The Smartest Guys in the Room (2005)

De gebeurtenissen in deze film hebben echt plaatsgevonden. Dat is moeilijk te geloven gezien de waanzinnige omvang van de bedrijfsfraude die de documentaire ‘Enron’ ons laat zien. Op zijn top was Enron de zevende grootste corporate van Amerika met een waardering van 70 miljard dollar. Investeerders liepen weg met het typische ‘new economy’ bedrijf, dat traditionele energiedienstverlening transformeerde in financiële instrumenten. Ze vonden pijplijnen maar ouderwets en zagen meer in een gedereguleerde optie- en aandelen markt voor gaslevering. Ondertussen flesten de bestuurders de boel met ‘mark to market accounting’ (winsten boeken terwijl er geen cent binnenkwam), schulden verstoppen in een web van dochterondernemingen buiten het zicht van beleggers om en een kunstmatig energietekort creëren en daar van profiteren. En de banken en accountants? Die profiteerden allemaal mee (accountantskantoor Arthur Andersen – dat failliet ging ten gevolgen van het Enron-schandaal – kreeg één miljoen dollar per week betaald om de bizar ondoorzichtige boekhouding goed te keuren). Het faillissement van Enron is dit jaar 20 jaar geleden, en is en blijft hét schoolvoorbeeld van hoe het in een bedrijf faliekant verkeerd kan gaan.

5. Inside Job (2010)

Door de wereldwijde financiële crisis die in 2008 in alle hevigheid losbarstte zijn miljoenen mensen hun spaargeld kwijtgeraakt, hebben mensen wereldwijd hun baan verloren en zijn talloze mensen – vooral in de Verenigde Staten – hun huis uitgezet en gedwongen in tenten te leven. Hoe is het zover gekomen? Deze vraag wordt beantwoord in de onthullende documentaire ‘Inside Job’. Consolidatie van de financiële sector (too big to fail). Ongereguleerde financiële producten, zoals derivaten. Accountantsfirma’s, rating agencies en toezichthouders die profiteren, maar niet ingrijpen… Alle oorzaken van de crisis komen voorbij en de maatregelen die NIET genomen zijn als respons op het falen. Het doel van regisseur Charles Ferguson met ‘Inside Job’ is simpel; de oorzaken en gevolgen van de crisis haarfijn uitleggen. Ferguson slaagt zeer goed in zijn doel, want de excessen die hij toont zijn zo wanstaltig dat ze je als kijker onmogelijk onverschillig kunnen laten. Daarmee is ‘Inside Job’ geweldig voor inzichtvorming, maar wel een film die je machteloos doet voelen.

4. Wall Street (1987)

De film ‘Wall Street’ van Oliver Stone is zinder twijfel dé finance film. De in brons gegoten citaten, zoals ‘greed’ — for lack of a better word — is good’, zijn misschien wel net zo bekend als ‘I’ll make him an offer he can’t refuse’ uit ‘The Godfather’. Toch staat de film niet bovenaan de lijst. Ooit – in de jaren 80′ – zou hij dat wel gestaan hebben, maar er zijn betere films verschenen sindsdien. Artistiek gezien is ‘Wall Street’ als film niet eens zo heel goed. Maar het Oscar-winnende optreden van Michael Douglas is zo legendarisch dat het de film ver overstijgt. Zijn Gordon Gekko is de vleesgeworden vertegenwoordiger van de hebzuchtcultuur van de financiële wereld uit de jaren 80′. Het tijdperk van de corporate raiders die bedrijven stuk maken gewoon omdat ze dat kunnen, en miljoenen verdienen over de rug van de duizenden arbeiders die door het financiële geweld het veld moeten ruimen. En laten we Charlie Sheen niet vergeten die – destijds pas 22 jaar – een glansrol neerzet naast Douglas. Zijn Bud Fox is het jonge, snel lerende broekie die, aangetrokken door de financiële genialiteit van Gekko, al snel al zijn familiewaarden verloochend voor het grote geld, de vrouwen en de cocaïne. Bijna 30 jaar na de release is ‘Wall Street’ nog altijd de klassieker waaraan iedereen als eerste aan zal denken als het gaat om financiële films. En daarmee is de vierde plek meer dan verdiend.

3. Glengarry Glenn Ross (1992)

‘Put that coffeepot down! Coffee is for closers only. You think I’m fucking with you? I’m not fucking with you.’ In de keiharde wereld van onroerend goed – waar je bronzen ballen voor nodig hebt – gaat het maar om één ding: ABC – Always Be Closing. Voor de vier verkopers op een vastgoedkantoor loopt de spanning hoog op wanneer de bazen een Jack Welch-achtige maatregel invoeren: de topverkoper krijgt een Cadillac en de verliezer krijgt de zak. Volgens de verkopers hangen hun kansen echter samen met de kwaliteit van de leads die ze krijgen, en die is al een tijd beroerd (‘The leads are weak? You are weak!’). Er zijn wel goede leads – de Glengarry leads – maar die willen de bazen niet geven. Die zijn alleen voor echte closers. ‘Glengarry Glenn Ross’ is een zeer scherp geschreven en geacteerd verbaal spektakel. Met een topcast: Al Pacino, Ed Harris, Jack Lemmon, Kevin Spacey en Alec Baldwin, die laatste in een film-stelende openingsscene.

2. The Wolf of Wall Street (2013)

Het levensverhaal van self-made miljonair Jordan Belfort, wiens passie voor geld niet onderdeed voor zijn lust naar drank, drugs en vrouwen. Meesterregisseur Marin Scorsese heeft de biografie van Belfort op dezelfde wijze verfilmd als hij dat eerder deed voor gangsters (in ‘GoodFellas’, ‘Casino’ en ‘The Departed’): met razendsnelle montage, voice-over en de glamoureuze levensstijl van de hoofdpersonen centraal. Als economie de studie is van hoe mensen kunnen krijgen wat ze willen, is ‘The Wolf of Wall Street’ de studie van mensen die ALLES willen hebben en grotendeels ook krijgen, totdat uiteindelijk de FBI een einde aan het feestje maakt. Deze film zal niet ieders smaak zijn vanwege de belangrijke rol die de excessen en het wangedrag spelen, zoals cocaïnegebruik, prostitueemisbruik en dwergwerpen, maar als je er in kunt komen is het ongetwijfeld wel de grappigste film over de financiële wereld ooit gemaakt. Met Oscarwaardige rollen voor Leonardo DiCaprio en Jonah Hill.

1. Margin Call (2011)

‘Margin Call’ toont ons de wereld van Wall Street voor de crisis van 2008, en zoals hij verbijsterend genoeg nog steeds is. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Een risk werknemer ontdekt min of meer toevallig dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank. De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen. Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is…

‘Margin Call’ fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de giftige bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het vrije markt principe ondersteunt. Verontrustende, maar geniale film.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op LinkedIn

My Favorite TV Episode of All Time

You know that we do take-away.
We deliver too.
Open twenty-four hours, babe.
Just waiting on a call from you.

The Sopranos
Episode 26 – Funhouse (Season 2 Final)

Directed by
John Patterson

Written by
David Chase & Todd A. Kessler

Regular Cast
James Gandolfini … Tony Soprano
Lorraine Bracco … Dr. Jennifer Melfi
Edie Falco … Carmela soprano
Michael Imperioli … Christopher Moltisanti
Dominic Chianese … Corrado ‘Junior’ Soprano
Vincent Pastore … Salvatore ‘Big Pussy’ Bonpensiero
Steven Van Zandt … Silvio Dante
Tony Sirico … Paulie ‘Walnuts’ Gualtieri
Robert Iler … Anthony ‘A.J.’ Soprano
Jamie-Lynn Sigler … Meadow Soprano
Nancy Marchand … Livia Soprano

Guest Players
Jerry Adler … Herman ‘Hesh’ Rapkin
Federico Castelluccio … Furio Guinta
John Ventimiglia … Artie Bucco
Dan Grimaldi … Patsy Parisi
Frank Pellegrino … Frank Cubitoso
Robert Patrick … David Scatino
Louis Lombardi, Jr. … Skip Lipari
Matt Servitto … Agent Harris
Sofia Milos … Anna Lisa
Maureen Van Zandt … Gabriella Dante
Toni Kalem … Angie Bonpensiero
David Margulies … Neil Mink
Nicole Burdette … Barbara Giglione
Tom Aldredge … Hugh DeAngelis
Suzanne Shepherd … Mary DeAngelis
John Fiore … Gigi Cestone
Robert Lupone … Bruce Cusamano
Barbara Andres … Quintina
Sig Libowitz … Hillel
David Anzuelo … Flight Attendant
Kathleen Fasolino … Meadow’s friend
Ray Garvey … Airport Guard
David Healy … Vice Principal
Ajay Mehta … Sundeep Kumar
Jay Palit … Indian Man

Wrap Up
Tony is feeling pretty good, despite his mother busting his chops after Janice left. He solves it by giving her airline tickets of the Scatino bust-out, so she can go and visit an old aunt (aunt Quinn, the other miserabile). He’s earning good enough money with a prepaid phone card scheme to buy Carmela a mink coat and he’s not so depressed anymore. Another reason for Tony’s untroubled state-of-mind is the demise of Richie, ‘All my enemies are smoked’, Tony tells his crew optimistically during a diner. But it is too good to be true, his unconsciousness tries to tell him. He gets food poisoning the day after. And in a fever dream Silvio tells him, ‘our true enemy has yet to reveal himself’, in true Al Pacino style. Silvio is even wearing the maroon vest Pacino wore in The Godfather III.

Pussy’s not feeling so well. He has to give his phone card earnings straight to FBI Agent Skip Lipari. He didn’t get food poisoning though, even though he ate at the same restaurants; an Indian place and Artie Bucco’s. Tony suspects Artie’s shellfish, but when Artie calls Pussy they find out he doesn’t have any symptoms, while they had different courses at the Indian place. Tony starts dreaming again, about him at the boardwalks. First he dreams that he sets himself on fire in front of his friends because he’s diagnosed with terminal cancer (‘what if they’re wrong?’). Then he dreams that he shoots Paulie Walnuts during a card game. He discusses the meaning with Dr. Melfi in a dream therapy session, while he also talks about Pussy. ‘Pussy’ in multiple ways.

Tony knows something is not feeling right about Big Pussy. He also knows someone has to get whacked, because of the Paulie dream. In another dream sequence, a fish who looks and talks like Big Pussy tells Tony he has been working with the federal government. Tony still doesn’t want to believe it, but when he wakes up he knows what has to be done. A little later, Tony and Silvio come by Big Pussy’s house to pick him up to help them buy a boat. Tony, still sick, pretends to get another attack and goes into the upstairs bathroom. While Silvio keeps Big Pussy downstairs with Angie, drinking coffee, Tony searches the bedroom. He finds what he was looking for; wiring equipment and tapes. When Tony comes downstairs he says, ‘who’s ready to buy a boat?’

Paulie Walnuts is waiting by the boat and Pussy is getting nervous. The boat departs and when open water is reached, Pussy is taken below deck, where Tony confronts him with his betrayal. After denying it, Big Pussy has no choice but to confess. He knows his number is up. And after a last round of tequila with his friends, the inevitable happens, Tony, Paulie and Silvio shoot Pussy and he drops dead in the cabin. His body is placed in a bag with weights and entrusted to the Atlantic Ocean.

When Tony comes home, his mother calls to tell him that she is being held by airport security for the Scatino tickets. Not much later the FBI comes by with a warrant. Just when Tony is handcuffed, Meadow comes in with her friends, one day before her graduation. Luckily Tony gets off easy but he is still concerned. The season ends the way it started, with a montage of all the Soprano crew’s businesses, such as Barone Sanitation, the Jewish owned hotel, the phone card scam and David Scatino who’s divorced, broke and leaving town. The scene is scored by The Rolling Stones with ‘Thru and Thru’, an insanely great choice.

At Meadows graduation party the whole Soprano cast is present and it’s one big happy family again. Tony stands alone in the living room, smoking a cigar and reflecting on recent times. The final shot is from the ocean, where Pussy sleeps forever.

Why Great?
This final episode of the second season is extremely well written and directed. It is a powerful and surprising final episode that reminds of a Greek tragedy. Tony has to make his hardest decision yet. This is totally necessary in his leadership position, but he was also the one who loved Big Pussy most whose death is therefore a great loss for him. And for the viewer as well. Pussy’s passing and the dream sequences leading up to it are so far the most exciting and memorable moments of the Soprano saga.

When I first watched ‘Funhouse’, I just couldn’t believe it. I was hoping for a terrific episode to wrap up the season, like season 1 did with ‘I Dream of Jeannie Cusamano’. A conventional finale that neatly ties up the remaining storylines, although The Sopranos was never conventional. ‘Funhouse’ did something else entirely. By adding twenty minutes of dreamtime I got much closer to Twin Peaks than to the mob films it originally seemed to be based on. It does resolve the main remaining story – that Big Pussy is indeed ‘singing’ for the feds – but it does so in a brilliantly surprising way. By delving into the main character’s subconscious and making him realise the ugly truth his conscious self couldn’t accept.

Michael Imperioli (who plays Christopher) has a theory*1 about the episode. That Tony didn’t have food poisoning at all, but that it was the knowledge that he had to kill his friend that made him so sick. And killing his friend he does. The scene on the boat, of which the interior scenes were shot in a studio, is a dramatic highlight of the show. Brilliant acting by the cast, especially James Gandolfini and Vincent Pastore as Pussy. It’s ridiculous that season 2 didn’t win the major Emmy Awards that year, but they weren’t ready for The Sopranos yet. The show has been groundbreaking from the beginning, and this episode really took it to another level again.

Finest Moment: Pussy on the Brain
Tony is having fever dreams while suffering from bad food poisoning. All dreams have certain elements in common; danger, cancer (destruction from inside out) and Pussy. It all leads up to this final dream; the dream in which Pussy – in fish shape, but it really looks like Pussy! – reveals to Tony that he is working for the government. It is in moments like this that The Sopranos is at its most powerful; using a dream as a method to really push the plot forward. In the first season, when his mother wanted him whacked, Tony was in denial and started fantasising about a Madonna. But he didn’t acknowledge the truth until he heard his mother speak on the FBI tapes. Now, Tony has learned to listen to his subconscious. He has been having a strange feeling about Pussy for a long time and now he is open to the ultimate truth. When he wakes up he knows. The fish is also a brilliant find. In a macho gang like the Sopranos, it is considered unmanly to betray your friends. Therefore, it is Pussy – the guy with the feminine name – who’s a rat. There is also a pussy joke in there, pussy smells like… you get the picture. The reference is also to death, as in ‘sleeps with the fishes’, and it foreshadows Pussy’s ultimate resting place, the ocean. This dream is the perfect crossover between the series’ essentials; the mob and psychiatry.

*1 Talking Sopranos Podcast, episode 26 – Funhouse.