Corona Crash Course

De verwachtingen in de financiële wereld voor 2020 waren goed. En toen dook er een enorme Zwarte Zwaan op. Een uitschieter die buiten de normale gang der dingen valt en die zeer grote gevolgen heeft.

De Corona-pandemie is de tweede crisis die ik bewust meemaak die de financiële markten waanzinnig overstuur maakt (na de kredietcrisis van 2008). De redactie van Tegenlicht praatte met beursanalisten wereldwijd om de impact in hun landen te duiden. De reacties zijn overal anders. Vermogensbeheerder Jennifer Chan in Hong Kong vindt het meevallen vergeleken met SARS 17 jaar geleden. Scott Bauer, een analist uit de VS, zit al sinds 1991 op de beurs, maar heeft zulke koersschommelingen nog nooit meegemaakt. “Dit is ongekend.”

Het is logisch: de beurshandelaren kunnen niet goed inschatten wat de gevolgen zullen zijn van de lockdown. Kunnen we voorsorteren op herstel? Of wordt het nog (veel) erger? Vandaar de extreme bewegingen van de beurskoersen. Wat voor advies geven de analisten hun klanten? Hebben we de bodem bereikt? “Ik ben gestopt te voorspellen”, zegt de Duitse financiële expert Joachim Klement die in London werkt. En dat is het enige eerlijke antwoord dat hij kan geven. Zijn advies: “Als je je aandelen nog niet verkocht hebt, ben je nu te laat. Hou ze vast en kijk vooral niet naar je portefeuille. Dan zie je hoeveel geld je verloren hebt. Op lange termijn komt het meestal wel weer goed.”

Een andere belegger waagt zich wel aan een koopadvies. Koninklijke olie. De prijs staat op het laagste punt in twintig jaar. “Er gaat wel wat met het dividend gebeuren, maar de prijs gaat hoe dan ook weer omhoog.” Ook grote techbedrijven die in de cloud zitten doen het goed. Aangezien meer dan de halve wereldbevolking thuis in quarantaine zit (op dit moment 3,9 miljard mensen) kunnen deze bedrijven alleen maar omhoog gaan.

De gevolgen van de Corona-pandemie zijn bijzonder. We gaan in extreem korte tijd van een vrije markteconomie naar tijdelijke nationalisatie. Want we kunnen het nooit redden zonder massale overheidssteun. Evengoed zullen bedrijven omvallen, en als het lang duurt zullen we een verschuiving zien van alles wat niet essentieel is, naar de strikt essentiële goederen, zoals voeding en alles wat nodig is voor de gezondheidszorg. Bedrijven zullen omvallen als dominostenen. En daarna kunnen we alles weer gaan opbouwen. Voor veel mensen onprettig, maar af en toe een flinke shake out is onderdeel van het spel waar we gevraagd en ongevraagd aan deelnemen.

Vlindereconomie

Het veranderen van een rups in een vlinder is een metamorfose waarbij de oude bouwstoffen opnieuw worden gebruikt om iets anders te worden. Voormalig beleggingsanalist Jack Cox betoogt in zijn boek Vlindereconomie dat we veel problemen die we vandaag hebben kunnen oplossen door naar de natuur te kijken. Het probleem van afval bijvoorbeeld. Maar Vlindereconomie gaat niet alleen over circulaire economie. Het gaat over de creatie van een volledig duurzaam financieel systeem.

We doen nu iets heel anders dan de natuur. De centrale banken halen natuurlijke vijanden uit het systeem door de rente op nul te houden. Dit resulteert weliswaar in goedkoop lenen, investeringen en een groeiende economie, maar we creëren ook een gigantische schuldenberg die van toekomstige groei betaald moet worden. En die groei is nu juist het probleem. Earth Overshoot Day – de dag dat de mensheid alle natuurlijke middelen heeft opgebruikt die de aarde in een jaar kan vernieuwen – kom ieder jaar eerder. Gezien de rentelasten van die groeiende schuldenberg hebben landen toch groei nodig, dus hoe kunnen we ooit onze ecologische voetafdruk verkleinen?

Cox doet verschillende voorstellen. Het begint bij de mindset van het individu. Die zal moeten veranderen van economie(groei)-gedreven naar aarde-gedreven. Burgers moeten:
1. Aan de slag met een duurzamere levensstijl;
2. Van politici eisen dat ze andere prioriteiten gaan stellen.

Dan komt de financieringsvraag aan bod. Cox is voorstander van een basisinkomen om de ecologische levensstijl mogelijk te maken. Dit dient wel verrekend te worden met hypotheekrenteaftrek. Zo komt het daadwerkelijk terecht bij de juiste groep. Ook zal de Nederlandse staatsschuld flink omlaag moeten, zodat we genoegen kunnen nemen met één procent groei per jaar in plaats van minimaal drie. Deze veranderingen kunnen gefinancierd worden door eenmalig vijf procent van het kapitaal van alle Nederlanders te incasseren. Dan nemen we in één keer de pijn en kunnen we op duurzamere wijze verder.

Het probleem van dit radicale voorstel dat Cox niet adresseert is populisme. Welke politieke partij, of coalitie van partijen, gaan hier draagvlak voor krijgen onder de bevolking? De grootste partijen – VVD, PVV en FvD zijn in ieder geval niet aan boord. En bestaat dat draagvlak überhaupt op dit moment? Kijk naar de discussie over de boeren en stikstofuitstoot en je weet het antwoord.

Voorlopig blijft de vlindereconomie – een duurzaam en gebalanceerd systeem waarbij waarde wordt gecreëerd en natuur wordt behouden voor volgende generaties – een utopie.

Azië en de nieuwe wereldorde

De nieuwe generatie Aziaten zien hun mega-regio als dominante economische superkracht. Tijd voor het Westen om beter op te gaan letten.

De heropkomst van Azië als economische wereldmacht is al vaak voorspeld. Volgens ‘foreign policy whizzkid’ Pagan Khanna, schrijver van The Future is Asian, is er geen houden meer aan. Vijf miljard mensen en 53 landen zijn zich aan het verenigen. Het proces waarmee Azië meer wordt dan de som der delen is begonnen. Een les die ze van het koloniale tijdperk geleerd hebben is dat verdeeldheid leidt tot uitbuiting door niet-Aziaten. Conflicten zijn er nog genoeg, maar die horen erbij. Sterker nog, die frictie is nodig om een sterk systeem te vormen. Khanna spreekt van het ontstaan van een regionaal bewustzijn, vergelijkbaar met de Europese Unie. Niet dat de auteur verwacht dat er een Aziatische unie komt. Het betreft veel meer een culturele integratie via diplomatiek, media, handel, studie en economische samenwerking. Aziatische landen komen keihard voor hun eigen belangen op. Maar ze hebben respect voor elkaar en zoeken naar complementaire krachten. Een mega-succesfactor van het continent.

Tekenen van economische machtsverschuivingen zijn er al lang. Het belangrijkste recente voorbeeld is het Belt and Road Initiative: het grootste infrastructurele ontwikkelingsplan in de geschiedenis. Nederlandse en andere Europese overheden en bedrijven zijn nauw betrokken bij zowel de financiering als realisatie, maar Chinezen hebben de leiding. Met deze ontwikkelingsstrategie gaan China en Aziatische partners hun handel met alle continenten, inclusief Afrika en Zuid-Amerika, flink uitbreiden. Ondertussen kampt het Westen met problemen. Vooral de VS. De afgelopen twee decennia worden gekenmerkt door grote mislukkingen: de Irak-oorlog, de bankencrisis, enorme schulden, toenemende ongelijkheid en politieke polarisatie. Azië staat klaar om de voornaamste economische positie van de Amerikanen over te nemen. De landen moderniseren, de welvaart neemt toe, de politiek wordt stabieler en de leiders weten wat ze moeten doen. Azië is optimistisch over de toekomst, kijkt vooruit en is buitenwaarts georiënteerd.

De invloed van Azië is wereldwijd merkbaar. Op het gebied van infrastructuur, eten, futuristische steden, film, popmuziek, kunst, literatuur, mode, vechtsport. Aziatisch is cool geworden. Het continent wordt geen vervanging van Europa en de VS, maar zal deze continenten net zo gaan vormen als zij het gevormd hebben.

Lees verder op CFO.nl

Donuteconomie: 7 manieren om te denken als 21ste eeuwse econoom

Verwacht iemand werkelijk dat we met ons huidige economisch denken de planeet kunnen redden? No way. Een nieuwe mindset is hard nodig. Het boek donuteconomie van de Britse econome Kate Raworth toont ons de weg.

In de ideale economie leeft iedereen in welvaart zonder schade aan de planeet toe te brengen. In de donut wordt dit streven gemeten langs twee dimensies, namelijk: de maximaal toelaatbare effecten op de planeet (ecologische bovengrenzen) en de minimaal noodzakelijke voorziening in de basisbehoeften van de mens (sociale ondergrenzen). Het doel van iedere economie moet zijn om binnen de donut zien te komen en blijven. Alleen daar is het ecologisch veilig en sociaal rechtvaardig.

Dit simpele plaatje is de kern van een nieuwe manier van denken over economie. Een denkwijze die – in tegenstelling tot onze blinde focus op groei – past bij de uitdagingen van de 21ste eeuw. Om de ommekeer compleet te maken zullen we met de volgende zeven paradigma-veranderingen aan de slag moeten. Anders denken over economie doen we zo:

1. Verander het doel
Voor de meeste politici en bedrijfsleiders telt er momenteel slechts één doel: economische groei. Ook al helpt die groei ons de vernieling in. Dit is geen pleidooi tegen groei op zichzelf, maar tegen het gebruik van groei als enige maatstaf van succes. Want alleen groei van bbp (bruto binnenlands product) kan ons niet vertellen hoe het ervoor staat met de échte economische gezondheid van een land. Wat is de impact van mens op natuur? En in hoeverre hebben mensen in een land beschikking over gezond eten, gezondheidszorg, opleiding en democratische vrijheid? Dat vertelt bbp-groei ons allemaal niet. Kortom, vervang deze beperkte indicator door de donut, de sweet spot van de mensheid.

2. Zie het grotere geheel
Als de wereld een theater zou zijn, is het stuk dat momenteel wordt opgevoerd het neoliberale plot. Alleen de markt telt en weet alles het beste. Wat mensen buiten betaald werk om doen, zoals voor kinderen of ouderen zorgen, is totaal niet interessant. De aarde is er om geëxploiteerd te worden onder het mom van vrije marktwerking. Het einde van deze uitvoering laat zich raden: economische crises, ongelijkheid en klimaatverandering. Het toneelstuk dat we in de 21ste eeuw willen zien heeft een veel bredere cast dan alleen de markt. De aarde, samenleving, overheid, commons en huishoudens doen nu allemaal weer mee. Deze benadering zal leiden tot een gebalanceerde economie die veel beter in staat is iedereen te voorzien in hun behoeften dan alleen de markt. Inclusief de aarde zelf.

3. Koester de menselijke aard
De menselijke natuur is veel rijker dan het beeld van de berekende en egoïstische homo economicus. Mensen zijn sociaal, met elkaar verbonden, collaboratief, onze waarden zijn veranderlijk en we zijn afhankelijk van onze levende planeet. Hoe we denken over de menselijke aard, draagt bij aan het vormen hiervan. Dus doen we er goed aan het eenzijdige beeld van mensen als consumenten radicaal bij te stellen. We hebben een nieuw wereldbeeld nodig waarin we meer begrijpen hoe de systemen van onze levende planeet met ons een eenheid vormen, en hoe we die systemen maximaal kunnen ondersteunen. Het portret dat we van onszelf schilderen, bepaalt wie we zullen worden. Het activeren van de juiste waarden in mensen kan een wereld van verschil maken.

4. Begrijp de systemen
De illusie van het perfecte markt equilibrium is met de crash van 2007 als een zeepbel uiteen gespat. Economen en beleidsmakers moeten niet denken dat ze met kleine interventies de markten als vanzelf kunnen laten draaien. Een nieuwe metafoor voor het beroep van econoom is tuinier. Tuiniers laten planten niet groeien, maar creëren de condities waarin planten kunnen bloeien en ze maken keuzes over wat wel en wat niet in de tuin thuishoort. Wees echter bescheiden wanneer je een falende economie wilt herstellen. Probeer de hartslag van het systeem te voelen. Grijp niet te snel in, maar leer eerst de geschiedenis en kijk wat er nog wel werkt. Luister naar wat het systeem ons vertelt en ontdek hoe de kenmerken van het systeem en onze waarden kunnen samengaan om iets veel mooiers voort te brengen dan wat we nu hebben.

5. Ontwerp om te herverdelen
In het huidige economische denken is ongelijkheid geen probleem, want ‘no pain, no gain’. Eerst ontstaat er meer ongelijkheid, dan maakt groei het weer gelijker. Dit blijkt een vals geloof te zijn. Er is geen wet die zegt dat dit altijd zo gaat. En de kans dat ongelijkheid in Westerse landen verder gaat toenemen is groot. Landen met meer ongelijkheid scoren veel hoger op drugsmisbruik, geestelijke gezondheidsproblemen, dropouts op scholen, misdaad en afbraak van de samenleving. De levensverwachting is lager, vrouwen hebben een lagere status en er is weinig vertrouwen. Ongelijkheid raakt niet alleen de hele armen, maar ontwricht de hele samenleving. Kortom, we moeten niet wachten tot groei ongelijkheid reduceert, maar de economie herontwerpen, zodat iedereen boven de sociale ondergrens van de donut komt. De principes die daarbij helpen zijn diversiteit en distributie. Dus niet alleen machtige multinationals die alles beslissen, maar een groot aantal kleine en middelgrote spelers. En we moeten de omslag van shareholder naar stakeholder-denken maken.

6. Creëer om te regenereren
Ons huidige degeneratieve ontwerp gaat uit van nemen, maken, gebruiken, en uiteindelijk weggooien; aan de voorkant van dit proces putten we de natuurlijke bronnen uit en aan de achterkant vervuilen we de aarde met het afval. Ook hier is de gedachte; het moet eerst erger worden voordat we het kunnen oplossen. Maar langer wachten is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. Dit is niet slechts een item op onze to-do-lijst, maar een hele andere mentaliteit. De natuur ruimt onze rotzooi niet op, daar moeten we zelf voor zorgen. Een goed begin is het zo snel mogelijk terugdringen van onze CO2-uitstoot. Een circulaire economie, waarin we materialen eindeloos leren hergebruiken, is een tweede stap richting de oplossing. Dit kan niet bereikt worden door individuele bedrijven alleen, maar moet gebeuren middels een Open Source Circular Economy (OSCE), maximaal ondersteunt door de overheid.

7. Wees agnostisch over economische groei
In het ontwerpen van een economie is het enige wat telt om binnen de sociale en ecologische grenzen van de donut te komen, ongeacht of de economie groeit, krimpt of stabiel blijft. Gezien onze huidige groeiverslaving kan dit nog een uitdaging worden, maar het is onvermijdelijk. Groei is eindig, dus we moeten een keer afkicken. Maar denk je eens in wat er potentieel mogelijk is in een post-groei samenleving. Persoonlijke ontwikkeling, kunst en cultuur, leren, spiritualiteit, genieten, vrije tijd en morele en sociale vooruitgang. De beroemde econoom John Maynard Keynes zag het al aankomen: “Er komt een dag waarop het economische probleem weer naar de achtergrond verdwijnt waar het hoort. En de arena van het hart en het hoofd kunnen zich weer bezighouden met de problemen die echt tellen, die van het leven, menselijke relaties, gedrag, creatie en religie.”

De vraag voor ontwikkelde economieën is waar ze nu staan in de donut. En of misschien de tijd is aangebroken de onvermijdelijke landing in te zetten…