De singulariteit is nu echt nabij

Op een recent Young M&A-evenement sprak een technologie-expert over de singulariteit. Een term die ik jaren niet had gehoord, maar die opeens weer volop relevant is. Zijn stelling: “De komende 10 jaar zullen we minstens zoveel verandering zien als in de afgelopen 100 jaar – of nog veel meer.”

De term singulariteit werd wereldwijd bekend dankzij futurist Ray Kurzweil, die in 2005 zijn baanbrekende boek ‘The Singularity Is Near’ publiceerde – een werk dat duidelijk de spreker op het Young M&A-evenement heeft geïnspireerd. Kurzweil schetste een toekomst waarin technologie en menselijke intelligentie samensmelten, een visie die sindsdien zowel bewondering als controverse oogst.

Mijn eigen kennismaking met het concept dateert uit 2014, toen ik ‘The Second Machine Age’ las. Dit boek beschreef de technologische versnelling die toen al onmiskenbaar was. De auteurs – Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee – waarschuwden dat wat we zagen slechts het topje van de ijsberg was. Nu, twaalf jaar later, blijkt niet alleen dat ze gelijk hadden, maar ook dat de werkelijkheid hun stoutste voorspellingen voorbijstreeft. Wat toen als futuristisch klonk, is vandaag al bijna achterhaald.

De parabel van het schaakbord: exponentiële groei uitgelegd
Er is een oude parabel over de uitvinder van het schaakspel. Als beloning voor zijn uitvinding vraagt hij de keizer om één graankorrel op het eerste vakje van het schaakbord, en een verdubbeling op elk volgend vakje. De keizer lacht: wat een bescheiden verzoek!

Maar al snel blijkt dat de tweede helft van het bord een onvoorstelbare hoeveelheid graan vereist. Na 64 vakjes is de totale hoeveelheid genoeg om de hele aarde drie keer te bedekken. De keizer, die zijn belofte niet kan nakomen, laat de uitvinder onthoofden.

Deze parabel illustreert perfect hoe exponentiële groei werkt: langzaam in het begin, maar onvoorstelbaar snel aan het einde. En dat is precies wat er nu gebeurt met technologie.

Moore’s Law en de tweede helft van het schaakbord
Volgens Moore’s Law verdubbelt de rekenkracht van computers ongeveer elke twee jaar. Maar dit geldt niet alleen voor chips – elke technologie die digitaal wordt, volgt dit patroon. In 2014 zaten we volgens ‘The Second Machine Age’ al op de tweede helft van het schaakbord. Nu, in 2026, is de versnelling zo extreem dat wat vorig jaar nog onmogelijk leek, vandaag al realiteit is.

Denk aan AI-modellen die in maanden tijd van simpele chatbots evolueerden naar systemen die complexe redeneringen, creativiteit en zelfs emotionele intelligentie vertonen. Of aan biotechnologie, waar CRISPR en mRNA-vaccins in recordtempo doorbraken boeken. Of aan kwantumcomputing, dat binnenkort cryptografie en materiaalwetenschap zal revolutioneren.

De Singularity University identificeert tien fundamentele technologieën die nu allemaal in een exponentiële curve zitten:

– Kunstmatige intelligentie
– Biotechnologie & genetica
– Robotica & automatisering
– Energie & duurzaamheid
– Nanotechnologie
– Netwerken & connectiviteit
– Computational systems (kwantum, edge computing)
– Neurowetenschappen & brain-computer interfaces
– 3D-printen & digitale fabricage
– Blockchain & gedecentraliseerde systemen

Wat is de singulariteit eigenlijk?
De technologische singulariteit is het punt waarop AI zichzelf kan verbeteren – zonder menselijke tussenkomst. Vanaf dat moment neemt de technologische vooruitgang zo’n vaart dat wij, met onze huidige cognitieve capaciteiten, de wereld niet meer kunnen begrijpen.

Drie sleutelaspecten:

Zelfverbeterende AI: Systemen die hun eigen code optimaliseren, leercurves versnellen en nieuwe inzichten genereren – zonder dat wij nog sturing geven.

Convergentie van exponentiële trends: Alle technologische revoluties (AI, biotech, nanotech, etc.) komen samen en versterken elkaar.

Posthumans: Mensen die zichzelf verbeteren met technologie (bijv. brain implants, genetische upgrades) en daardoor een nieuw niveau van intelligentie bereiken.

Kortom: de singulariteit is het moment waarop de toekomst niet langer door ons wordt gevormd, maar door de systemen die wij hebben gecreëerd.

Waarom dit nu relevant is:

1. Kapitaal en talent versnellen innovatie
Er is meer investeringsgeld dan ooit, en dankzij globalisering kunnen toptalenten overal ter wereld meedoen in de innovatiewedloop. Wat vroeger decennia duurde, gebeurt nu in maanden.

2. Geen sector blijft onaangeroerd
Of je nu in financiën, gezondheidszorg, onderwijs, landbouw of productie werkt: elk bedrijfsmodel zal de komende tien jaar ingrijpend veranderen. Wie niet meegaat, wordt weggevaagd.

3. De ethische vraagstukken zijn urgenter dan ooit
– Wie controleert zelflerende AI?
– Hoe voorkomen we dat technologie ongelijkheid verergert?
– Wat betekent het om mens te zijn in een wereld waar machines slimmer zijn dan wij?

Buckle up: de rit is begonnen
De singulariteit is geen ver-van-mijn-bed-show. Ze is al gaande. De vraag is niet of ze komt, maar hoe snel en of wij er klaar voor zijn.

America’s Drift Toward Autocracy Not Yet Priced Into Stock Markets

The rate at which Trump and his fascist thugs are installing an autocratic regime in the United States is breathtaking. Federal forces are deployed in cities with the instruction to use ‘maximum force’ against Americans, every institution that is not MAGA is attacked, and brown people are kidnapped off the streets by gestapo ICE agents by the hundreds. Every American who values democracy knows this is the fight of their lives.

The economic fallout of Trump’s policies is already visible. Tourism is struggling. Farmers are hurting. Ordinary people are seeing their spending power decline. Yet the stock market has held up surprisingly well since Trump took office. Certain sectors, especially tech, have enjoyed gains, even as volatility has spiked due to trade wars, tariffs, inflation risks, and global uncertainty.

Everyone understands America is facing serious long-term risks. Markets, however, are biased toward the short term: they price in near-term, quantifiable changes like tax or regulatory shifts. Longer-term and systemic risks – climate change, for example – are notoriously underpriced because they are difficult to time or quantify.

Authoritarianism, like climate change, unfolds gradually. Its costs are diffuse, slow to appear, and thus rarely priced in until too late. America’s drift toward authoritarianism under Trump is almost certainly underestimated by investors. Over time, it will be bad for U.S. companies and markets:

● Investors demand higher returns for exposure to countries where the rule of law is undermined.

● Arbitrary executive actions (e.g., against companies critical of the regime) would raise uncertainty and financing costs.

● Independent courts, regulators, and agencies provide predictability and contract enforcement. Authoritarian consolidation erodes these safeguards.

● Without reliable institutions, companies face a higher risk of politicized regulations, favoritism, or selective enforcement.

● Global capital depends on confidence in U.S. democratic stability. Authoritarian drift could lead to capital outflows, reduced foreign direct investment, and a weaker dollar as investors seek safer jurisdictions.

● Authoritarian systems often mean policy changes on a whim, benefiting allies and punishing opponents. That increases volatility, discourages long-term business planning, and incentivizes short-termism over innovation.

● U.S. authoritarianism could strain alliances (this is already happening), trigger retaliatory trade policies, and weaken American leadership in global standard-setting.

● U.S. competitiveness relies on being a magnet for global talent. An authoritarian shift could reduce immigration, drive skilled workers abroad (this is already happening), and create a climate of fear and censorship that stifles innovation and entrepreneurship.

● Institutional investors and consumers worldwide are increasingly guided by environmental, social, and governance (ESG) criteria. A U.S. move toward authoritarianism would damage its ESG profile, pushing pension funds and global asset managers to divest.

Historical Comparisons
Other countries that consolidated authoritarian rule show a clear pattern: markets initially underprice the risk, only to suffer later when the costs become undeniable.

Russia (Putin):
In the early 2000s, Russia was attractive to foreign investors. But once Putin consolidated power, arbitrary interventions like the Yukos oil seizure scared off capital. Valuations remained permanently discounted due to ‘Kremlin risk’. By 2022, geopolitical aggression fueled by authoritarian control triggered massive capital flight, sanctions, and an investment collapse.

Turkey (Erdogan):
Turkey was once an emerging-market success story. As Erdogan weakened central bank independence and concentrated power, the lira collapsed, inflation soared (up to 84%), and foreign direct investment dried up. Unpredictable regulations, cronyism, and politicized courts continue to suppress growth.

Hungary (Orban):
Orban’s erosion of rule of law and press freedom led investors to see Hungary as politically risky compared to peers like Poland or the Czech Republic. Reliance on EU subsidies deepened as private capital inflows shrank.

Venezuela (Chávez/Maduro):
An extreme case. Venezuela was once South America’s wealthiest nation. But authoritarian populism led to expropriations, collapse of the private sector, and irreversible capital flight. Markets underestimated the risks until it was too late.

Will Trump’s attempt succeed?
The jury’s still out on this one. Crucial will be the mid-term elections from next year where democrats can win back dominance in the House of Representatives and part of congress. I am personally very pessimistic about this. Trump will not allow the democrats to win and rig the election any way he can. I have a hard time seeing any other scenario than violent revolution to turn this nightmare around and undo the untold damage Trump is causing.

De nieuwe economische wereldorde: Deel 2

Het economische wonder van de afgelopen veertig jaar is zonder twijfel China. Het land maakte de sprong van arm, agrarisch gebied naar moderne economische supermacht – sneller dan welk ander land ook in de geschiedenis. “De Verenigde Staten hebben nu een serieus probleem”, zegt econoom Richard Wolff. “Een echte, serieuze economische concurrent.”

Vergelijk het bruto binnenlands product (bbp) – de totale waarde van alle goederen en diensten die binnen de landsgrenzen worden geproduceerd. Het bbp van de VS – nog altijd de grootste economie – bedroeg in 2023 zo’n 27 à 28 biljoen dollar. Ter vergelijking: Rusland kwam datzelfde jaar uit op slechts 2 biljoen dollar. Rusland is nooit een economische uitdager van betekenis geweest. China daarentegen had in 2023 een bbp van bijna 18 biljoen dollar.

China is er nog niet, maar komt snel dichterbij. De economische groei van China ligt structureel hoger dan die van de VS. Naar verwachting zal China de Amerikaanse economie al in het komende decennium voorbijstreven. Op vrijwel alle terreinen waarop de VS vooroplopen – technologie, kunstmatige intelligentie, elektrisch rijden – heeft China een evenwaardige of zelfs indrukwekkendere tegenhanger ontwikkeld.

Het Chinese groeiverhaal is het meest indrukwekkende economische succesverhaal in de moderne geschiedenis. Het valt niet te negeren, ook al roept het ongemak op. Hoe heeft China dit voor elkaar gekregen?

De Chinese Communistische Partij (CCP) greep op 1 oktober 1949 de macht, met de oprichting van de Volksrepubliek China. In de jaren zestig vond er een breuk plaats met de Sovjet-Unie, omdat China een eigen visie had op economische ontwikkeling.

Het belangrijkste verschil? Waar in de Sovjet-Unie de staat alle grote industrieën bezat, koos China voor een hybride model: ongeveer de helft van de industrie is in staatshanden, de andere helft is privaat eigendom. Deze unieke combinatie van socialisme en kapitalisme heeft tot opmerkelijke resultaten geleid.

Sinds de jaren zeventig heeft China zijn markt geleidelijk opengesteld voor westerse bedrijven. In ruil voor toegang tot goedkope arbeid en een groeiende afzetmarkt, hebben die bedrijven hun technologie en kennis gedeeld – iets waar China gretig van heeft geprofiteerd.

Ook in de recente handelsoorlog met Trump, waarin hij zijn hand heeft overspeeld, toont China zich strategisch. Terwijl Trump wereldwijd bruggen verbrandt, reist de Chinese president Xi actief de wereld over om relaties aan te halen – in Azië, Afrika en Europa.

Daarnaast biedt China lagere rentevoeten dan de VS, wat het land een sterke financiële positie geeft. Wie de wereld kan financieren, verwerft geopolitieke invloed. Lange tijd was dat de rol van de Verenigde Staten – maar nu is China bezig die positie over te nemen. Het land investeert op grote schaal in buitenlandse bedrijven en infrastructuur, en breidt zijn invloedssfeer voortdurend uit.

De Chinese leiders hebben een duidelijke langetermijnvisie uitgesproken: in 2049 – het honderdjarig bestaan van de Volksrepubliek – wil China wereldwijd erkend worden als economische supermacht. Die ambitie omvat zowel technologische dominantie als economische superioriteit ten opzichte van de westerse industrielanden. De hervormingen die in 1978 zijn ingezet, vormen de basis voor deze opmars. En inmiddels zijn ze hard op weg hun doelen te verwezenlijken.

De wereldorde verschuift – niet plots, maar gestaag. Terwijl het Westen worstelt met interne verdeeldheid en stilstand, zet China met ijzeren discipline en strategisch beleid koers richting de toekomst. Het wordt tijd dat we dit niet langer als dreiging zien, maar als een realiteit die om visie en aanpassing vraagt.

De nieuwe economische wereldorde: Deel 1

De wereld bevindt zich momenteel op een keerpunt. De Verenigde Staten staan aan het einde van een tijdperk van tachtig jaar waarin het land de economische supermacht was. Het is nog steeds de grootste economie ter wereld – maar hoe lang nog?

De handelsoorlog die door Trump werd ontketend, is volgens econoom Richard Wolff geen teken van kracht, maar van wanhoop. “Economische oorlog verklaren aan de hele wereld – wie doet dat? China in elk geval niet. Natuurlijk blijft de VS een grote speler, maar haar relatieve positie is al geruime tijd aan het verzwakken.”

Na de Tweede Wereldoorlog lagen veel Europese landen in puin, verwoest door de strijd. De Verenigde Staten namen toen het economische leiderschap over. Maar dat was geen stabiele situatie – landen krabbelen namelijk altijd weer op. Eerst deden de Duitsers dat, daarna de Japanners. En toen – verrassend voor sommigen – was het China. Inmiddels is China de grote rivaal van de VS in de strijd om economische dominantie.

De VS beseffen dat, maar verkeren in ontkenning. In het hoofd van veel Amerikanen zijn zij nog altijd het machtigste land ter wereld. Het idee dat die macht relatief afneemt – en dat ze over tien of twintig jaar misschien niet langer de grootste economie zijn – is moeilijk te bevatten, laat staan te accepteren.

Trump is een symptoom van een dieperliggend probleem: de greep van het bedrijfsleven op de politiek, de gigantische staatsschuld van 35 biljoen dollar, de toenemende ongelijkheid, en nu – onder Trump – de versnelde afglijdende beweging richting een schurkenstaat: een instabiel, corrupt land met een uitgeholde democratie, verbroken internationale relaties en een diepe sociale crisis.

Richard Wolff uit stevige kritiek op zowel Trump als de Democraten, omdat zij het probleem onvoldoende adresseren. “Je kunt het niet terugdraaien. Maar als president kun je het wel bespreekbaar maken en mensen uitleggen wat er aan de hand is. Maar ja, mensen willen niets horen over instortende imperia, dus zwijgen politici er liever over.”

Trump blijft doen alsof hij de spelregels bepaalt, maar andere landen spelen niet meer mee. De VS hebben simpelweg niet langer de macht om hun wil op te leggen – en daarom slaagt Trump er niet in om nieuwe handelsdeals te sluiten. China buigt niet, maar laat zien wat het geworden is: een volwaardig alternatief voor de VS.

Het economische succes van Amerika leunt nu vooral op de technologiesector, met de meest dominante techbedrijven ter wereld. Maar die voorsprong is niet vanzelfsprekend of blijvend. Andere landen – vooral China – zitten niet stil.

De VS beschikt ook nog over de dollar als wereldwijde reservemunt, maar ook die positie is niet onaantastbaar. Zoals eerder genoemd, neemt het mondiale gewicht van de VS af. Daarnaast voert het land een volkomen onverantwoord fiscaal beleid, en is de Amerikaanse financiële sector opmerkelijk primitief ingericht. Deze factoren samen zullen uiteindelijk het einde inluiden van de dominantie van de dollar – en daarmee het proces versnellen waarin de VS haar rol als leidende wereldeconomie verliest.

De nieuwe economische wereldorde dient zich al aan. De overgang zal onrustig en grillig zijn, maar is onvermijdelijk. In het volgende deel zal ik inzoomen op de ontwikkeling van China.