De mens is een uitstervend ras (leg je er maar bij neer)

Goed, het is 22 december 2012 en de wereld is gisteren niet gestopt met draaien. De Maya’s hebben te veel paddo’s gegeten, hun voorspelling bleek niet te kloppen.

Toch betekent dit niet dat de aarde – en vooral niet de mensheid – gered is. Voor ieder levend wezen geldt dat het ooit zal sterven. Maar dit geldt ook voor sterren, planeten en zonnestelsels. Zelfs het universum zoals wij kennen zal ooit ten onder gaan. Niks is eeuwig; dat staat vast.

De mensheid zal dus vergaan. De vraag is wanneer? In alle redelijkheid kunnen we stellen dat dit in ieder geval zal gebeuren met het einde van de zon. Als al het kernfusie materiaal (waterstof) in de kern van de zon is opgebruikt, betekent dat automatisch het einde van alle planeten die rond de zon draaien, inclusief de aarde. De forecast is dat dit over 5 miljard jaar staat te gebeuren. De levensduur van een middelgrote ster zoals onze zon – waar overigens de aarde een miljoen keer in past – is 10 miljard jaar en onze zon zit nu op de helft van deze levenscyclus.

Maar tegen de tijd dat dit gebeurt, zal er al lang geen leven op aarde meer mogelijk zijn. De zon wordt namelijk warmer. Zodra de brandstof in de zon bijna is opgebruikt zal de zon opzwellen tot een ‘rode reus’ en daarmee in ieder geval Mercurius en Venus opeten in dit proces. De aarde zal dan, vooropgesteld dat onze planeet niet ook door de zon wordt opgeslokt, zo heet worden dat elke levensvorm binnen microseconden zal verschrompelen.

Als de aarde vergaat, laat het dan zo mooi gebeuren als in Lars von Trier's 'Melancholia'

Als de aarde vergaat, laat het dan zo mooi gebeuren als in Lars von Trier’s ‘Melancholia’

Kunnen we dan niet een ruimteschip pakken en een andere planeet zoeken? Dit is eigenlijk de enige andere mogelijkheid behalve uitsterven. Helaas. Het probleem van deze optie is afstand. Afstanden binnen het universum zijn werkelijk onvoorstelbaar groot. Het bereiken van een plek buiten ons eigen zonnestelsel is eigenlijk een kansloze operatie. Mars bereiken is al een reis van 214 dagen. En het snelste bemande schip aller tijden is nog altijd de Apollo 10 met bijna 40.000 km per uur. Helemaal niks als je denkt in intergalactische afstanden.

Daar komt bij dat we een planeet nodig hebben met voor ons geschikte omstandigheden. Dat zijn er nogal wat. De afstand tot een nabij gelegen ster moet comfortabel zijn (in het geval van de zon is dat zo’n 150 miljoen km), de atmosfeer niet giftig (voor aliens is zuurstof  zeer giftig), een ozonlaag om ons tegen straling te beschermen, eten, de juiste zwaartekracht, enzovoorts, enzovoorts. Veel succes.

Rekken is dus de beste oplossing. Als de zon gaat opzwellen, moeten we zorgen dat we verder van de zon af gaan staan. Dit kan door met een bom een deel van de zon weg te nemen zodat de temperatuur daalt. Ook kunnen we een gravity slingshot proberen; een gigantisch ruimteschip moet dan vlak langs de aarde schieten om ons zo in een baan verder van de zon te slingeren. Zover zijn we inderdaad nog niet, maar we hebben nog even…

Natuurlijk is het einde van de zon niet de enige manier waarop de mens kan uitsterven. Voor ons kwamen de Dinosauriërs. Deze monsters leefden van 320 miljoen jaar tot 65 miljoen jaar geleden. Toen werden ze uitgeroeid door een gigantische meteoriet uit de ruimte. Dit kan de mens ook gebeuren. En zo zijn er nog een hoop andere opties.

Is er dan niet nog een sprankje hoop? Jawel, er is altijd hoop.

Voor het overleven van het menselijk ras moeten drie dingen ontwikkeld worden:
– Ruimteschepen bemand met robots die de schepen kunnen besturen en door de ruimte kunnen navigeren.
– Deze schepen moeten uitgerust zijn met hyperslaapkabines zoals in de film ‘Alien’. Dit is de enige manier om zulke afstanden te overbruggen, want een ruimtereis naar een geschikte planeet kan wel honderden tot duizenden jaren duren.
– Een systeem waarmee we de atmosfeer van een planeet geschikt kunnen maken voor overleving, dus de juiste verhouding zuurstof, stikstof en koolstofdioxide.

Ook moeten we een planeet vinden die geschikt is, maar dat lijkt wetenschappers de laatste tijd goed af te gaan. Als dit de voorwaarden zijn lijken de overlevingskansen van de mens zo slecht nog niet, wat de Maya’s ook zeggen.

Kennis versus mysterie

We leven in interessante tijden. De kennis die de mensheid bezit is groter dan ooit en neemt elke dag toe. Dit is een erg mooie bijkomstigheid van leven in 2011. Op veel vragen is een antwoord geformuleerd (of dat correct is, is een tweede, maar er is in ieder geval een vertrekpunt).

Stel bijvoorbeeld, ik wil weten wanneer het universum is ontstaan, en een blik op Wikipedia vertelt mij dat dit omstreeks 13,7 miljard jaar geleden gebeurd is. En wat was er daarvoor dan? Niets? Wat is in godsnaam ‘niets’? Volgens de wetenschap was er voor de oerknal een singulariteit, één punt waar alles in was samengedrukt. Oneindige compactheid.

Wanneer ontstond onze planeet dan, ten tijden van The Big Bang? Nee, dat gebeurde slechts 4,5 miljard jaar geleden. In de begintijd van het universum waren veel sterren nog groter dan nu. Eigenschappen van zulke grote sterren is dat ze een veel kortere levensduur hebben en exploderen als ze aan het einde van hun leven komen. De kern van zulke grote sterren, bestaande uit metaal (ijzer), wordt dan door zo’n supernova explosie als een gaswolk het universum ingeblazen. Op plekken waar deze gaswolken door zwaartekracht samengetrokken worden, ontstaan zo nieuwe sterren zoals onze zon. En van de overgebleven materialen ontstaan planeten die rond de ster draaien, zoals de aarde. De metalen die door de exploderende superster weg zijn geblazen, zijn dus ook op onze planeet terecht gekomen. Als je dus een metalen brug ziet, is die gemaakt van de restanten van een oude ster. Ook het ijzer in je eigen bloed en de koolstof in je cellen is gemaakt van sterrenstof.

Oneindig fascinerende gedachten. Echter, kleeft er niet ook een nadeel aan deze kennis? De Egyptenaren aanbeden de zon als een god, mensen dachten tot kort geleden dat de wereld plat was, en sterrenkunde was omgeven door mysterie in de tijd voor Einstein, die de wetten van de natuurkunde op zijn kop zette, maar zó veel heeft verklaard dat wetenschappers sindsdien alleen nog maar voort bouwen op zijn theorieën en wetten. Is mysterie niet wat ons passie geeft en ons drijft in onze levens? De zoektocht naar antwoorden die nooit eindigt?

Wellicht zit er in het voorgestelde dilemma wel een dualiteit die helemaal niet nodig is. Waarom zouden kennis en mysterie niet gewoon naast elkaar kunnen bestaan? We weten echt niet álles en kunnen nog altijd in de nachthemel staren en ons afvragen wat de toekomst ons zal brengen. Wat gebeurt er na de dood? Bestaan er wormgaten waarmee we wellicht stiekem stukken kunnen afsnijden in het onvoorstelbaar grote universum? Wat is de aard van ons bewustzijn?

We weten het niet met zekerheid en dus blijft het mysterie voortbestaan. Daarnaast kunnen we lekker genieten van alle kennis die anderen voor ons vergaren en vergaard hebben. Het zit in de natuur van de mens om alles te willen weten, maar alles weten is een illusie, want we weten niet eens hoeveel we niet weten. Aan leven met kennis én mysterie kan dus nooit een einde komen.