Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleyngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double slit experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant een meting doet stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristallen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life creates the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.

De volgende stap in de evolutie van de mens

Tijdens mijn vakantie bezocht ik met Loesje en Rosa de Veluwe, maar in mijn geest reisde ik stukken verder: naar Jupiter en daar voorbij.

Het begon met een bezoek aan de Apenheul waar mijn oog viel op deze poster:

Er staat op: ‘De aarde is een unieke planeet. Het is de enige planeet met miljoenen vormen van leven. Er is nog nooit een planeet gevonden waar de omstandigheden precies goed zijn voor zulk leven. Ergens oneindig ver weg in het heelal bestaat misschien nog wel zo’n planeet, maar daar zullen wij mensen nooit kunnen komen.’

Wat een kortzichtige, stellige, ongeïnspireerde en onware boodschap! Het klopt helemaal niet dat de aarde uniek is, en dat er misschien nog wel ergens zo’n planeet bestaat. Ja, de omstandigheden voor leven zijn op aarde bizar gunstig, maar het universum is zo onmetelijk en onvoorstelbaar groot, dat de kans zeer groot is dat er nog duizenden – misschien wel miljoenen – planeten zoals de aarde bestaan.

De laatste zin – daar zullen mensen nooit kunnen komen – is storend in zijn stelligheid. Het doet me denken aan de stelling van Dr. Lee DeForest (televisie en radio pionier) in 1957 dat de mens nooit de maan zou bereiken. Twee jaar later wisten de Russen al het ruimtevoertuig Luna 2 succesvol op de maan te landen. Tien jaar daarna volgen de eerste mensen.

Nu is het bereiken van planeten lichtjaren weg – in tegenstelling tot de maan – een bijna onvoorstelbaar lastige opgave. Ik schreef al eerder over de drie randvoorwaarden die daar voor in ieder geval opgelost moeten worden:
1. Ruimteschepen bemand met robots die de schepen kunnen besturen en door de ruimte kunnen navigeren en enorme afstanden kunnen afleggen, onderweg stoppend langs planeten om water en zuurstof uit de grond te onttrekken.
2. Deze schepen moeten uitgerust zijn met hyperslaapkabines zoals in de film ‘Alien’. Dit is de enige manier om zulke afstanden te overbruggen, want een ruimtereis naar een geschikte planeet kan wel honderden tot duizenden jaren duren.
3. Een systeem waarmee de astronauten de atmosfeer van de gevonden planeet geschikt kunnen maken voor overleving, dus de juiste verhouding zuurstof, stikstof en koolstofdioxide

Dit alles lijkt zeer uitdagend, maar niet onmogelijk voor het toekomstige, zeer geavanceerde menselijke ras.

Maar, later gedurende de vakantie, liet regisseur Stanley Kubrick me, middels een herkijk van zijn science fiction meesterwerk ‘2001: A Space Oddysey’, het licht zien. In deze klassieker vinden mensapen, en later hedendaagse mensen, een mysterieuze monolith. Dit is een machine die duidelijk door aliens op aarde en op de Maan en bij Jupiter geplaatst zijn. De openhaard is ons vakantiehuisje leek overigens wel wat op zo’n monolith:

Dit superieure alien ras heeft dus de afstand naar een ander zonnestelsel succesvol weten af te leggen. Wat de monolith precies is, en wat de bedoeling van de aliens is geweest, wordt in de film niet duidelijk gemaakt. De aliens zijn ook niet fysiek te zien en daarvoor staat op Wikipedia de volgende verklaring:

Astronomer Carl Sagan wrote in his book ‘The Cosmic Connection’ that Clarke and Kubrick asked his opinion on how to best depict extraterrestrial intelligence. Sagan, while acknowledging Kubrick’s desire to use actors to portray humanoid aliens for convenience’s sake, argued that alien life forms were unlikely to bear any resemblance to terrestrial life, and that to do so would introduce ‘at least an element of falseness’ to the film. Sagan proposed that the film suggest, rather than depict, extraterrestrial superintelligence. He attended the premiere and was ‘pleased to see that I had been of some help.’ Kubrick hinted at the nature of the mysterious unseen alien race in 2001 by suggesting, in a 1968 interview, that given millions of years of evolution, they progressed from biological beings to ‘immortal machine entities’, and then into ‘beings of pure energy and spirit’; beings with ‘limitless capabilities and ungraspable intelligence’.

Wow wow wow!!!! Dat is toch de gaafste opmerking ooit gemaakt over de aard van buitenaards leven? Het is daarnaast ook een directe visie op de volgende fase van de evolutie van de mens, namelijk van biologische wezens naar onsterfelijke machine eenheden. In deze tijden van digitale transformatie lijkt deze stap – die zowel verwondering als angst oproept – verre van onmogelijk. Hoe lang duurt het voor we allemaal ‘in de cloud zitten?’ Gezien het exponentiele karakter van de veranderingen die nu plaatvinden zou dit antwoord bizar dichtbij kunnen liggen: 20 jaar, 40 jaar, 100 jaar?

We gaan andere bewoonbare planeten dus niet bereiken als biologische wezens, maar als machines. En voor machines zijn afstand en tijd irrelevant. En de eerder geschetste randvoorwaarden ook trouwens. Machines hebben geen voedsel en zuurstof nodig. Zelfs de hele motivatie voor het vinden van een andere bewoonbare planeet verandert hierdoor. Net als in ‘2001: A Space Oddysey’ zou een nieuwe motivatie kunnen zijn het verder helpen van een beschaving die nog aan het begin van de evolutie staat. En zo zijn mensen geen mensen meer, maar goden. ‘2001: A Space Oddysey’ is daarmee een blik in het verleden en in de toekomst van het menselijk ras tegelijkertijd.

De mens is een uitstervend ras (leg je er maar bij neer)

Goed, het is 22 december 2012 en de wereld is gisteren niet gestopt met draaien. De Maya’s hebben te veel paddo’s gegeten, hun voorspelling bleek niet te kloppen.

Toch betekent dit niet dat de aarde – en vooral niet de mensheid – gered is. Voor ieder levend wezen geldt dat het ooit zal sterven. Maar dit geldt ook voor sterren, planeten en zonnestelsels. Zelfs het universum zoals wij kennen zal ooit ten onder gaan. Niks is eeuwig; dat staat vast.

De mensheid zal dus vergaan. De vraag is wanneer? In alle redelijkheid kunnen we stellen dat dit in ieder geval zal gebeuren met het einde van de zon. Als al het kernfusie materiaal (waterstof) in de kern van de zon is opgebruikt, betekent dat automatisch het einde van alle planeten die rond de zon draaien, inclusief de aarde. De forecast is dat dit over 5 miljard jaar staat te gebeuren. De levensduur van een middelgrote ster zoals onze zon – waar overigens de aarde een miljoen keer in past – is 10 miljard jaar en onze zon zit nu op de helft van deze levenscyclus.

Maar tegen de tijd dat dit gebeurt, zal er al lang geen leven op aarde meer mogelijk zijn. De zon wordt namelijk warmer. Zodra de brandstof in de zon bijna is opgebruikt zal de zon opzwellen tot een ‘rode reus’ en daarmee in ieder geval Mercurius en Venus opeten in dit proces. De aarde zal dan, vooropgesteld dat onze planeet niet ook door de zon wordt opgeslokt, zo heet worden dat elke levensvorm binnen microseconden zal verschrompelen.

Als de aarde vergaat, laat het dan zo mooi gebeuren als in Lars von Trier's 'Melancholia'

Als de aarde vergaat, laat het dan zo mooi gebeuren als in Lars von Trier’s ‘Melancholia’

Kunnen we dan niet een ruimteschip pakken en een andere planeet zoeken? Dit is eigenlijk de enige andere mogelijkheid behalve uitsterven. Helaas. Het probleem van deze optie is afstand. Afstanden binnen het universum zijn werkelijk onvoorstelbaar groot. Het bereiken van een plek buiten ons eigen zonnestelsel is eigenlijk een kansloze operatie. Mars bereiken is al een reis van 214 dagen. En het snelste bemande schip aller tijden is nog altijd de Apollo 10 met bijna 40.000 km per uur. Helemaal niks als je denkt in intergalactische afstanden.

Daar komt bij dat we een planeet nodig hebben met voor ons geschikte omstandigheden. Dat zijn er nogal wat. De afstand tot een nabij gelegen ster moet comfortabel zijn (in het geval van de zon is dat zo’n 150 miljoen km), de atmosfeer niet giftig (voor aliens is zuurstof  zeer giftig), een ozonlaag om ons tegen straling te beschermen, eten, de juiste zwaartekracht, enzovoorts, enzovoorts. Veel succes.

Rekken is dus de beste oplossing. Als de zon gaat opzwellen, moeten we zorgen dat we verder van de zon af gaan staan. Dit kan door met een bom een deel van de zon weg te nemen zodat de temperatuur daalt. Ook kunnen we een gravity slingshot proberen; een gigantisch ruimteschip moet dan vlak langs de aarde schieten om ons zo in een baan verder van de zon te slingeren. Zover zijn we inderdaad nog niet, maar we hebben nog even…

Natuurlijk is het einde van de zon niet de enige manier waarop de mens kan uitsterven. Voor ons kwamen de Dinosauriërs. Deze monsters leefden van 320 miljoen jaar tot 65 miljoen jaar geleden. Toen werden ze uitgeroeid door een gigantische meteoriet uit de ruimte. Dit kan de mens ook gebeuren. En zo zijn er nog een hoop andere opties.

Is er dan niet nog een sprankje hoop? Jawel, er is altijd hoop.

Voor het overleven van het menselijk ras moeten drie dingen ontwikkeld worden:
– Ruimteschepen bemand met robots die de schepen kunnen besturen en door de ruimte kunnen navigeren.
– Deze schepen moeten uitgerust zijn met hyperslaapkabines zoals in de film ‘Alien’. Dit is de enige manier om zulke afstanden te overbruggen, want een ruimtereis naar een geschikte planeet kan wel honderden tot duizenden jaren duren.
– Een systeem waarmee we de atmosfeer van een planeet geschikt kunnen maken voor overleving, dus de juiste verhouding zuurstof, stikstof en koolstofdioxide.

Ook moeten we een planeet vinden die geschikt is, maar dat lijkt wetenschappers de laatste tijd goed af te gaan. Als dit de voorwaarden zijn lijken de overlevingskansen van de mens zo slecht nog niet, wat de Maya’s ook zeggen.