A Knight of the Seven Kingdoms

While waiting for season 3 of House of the Dragon – a show I am possibly enjoying even more than Game of Thrones – HBO has dropped a third Westeros show, which is titled: A Knight of the Seven Kingdoms. This is a prequel to Game of Thrones.

This is quite a different beast (dragon) than the previous two shows. It is lighter on its feet – in the beginning at least – and shorter in duration: season one consists of only six episodes of around 35 minutes each. It is however filled with interesting stories and memorable characters and is quite frankly a must see.

The show is an adaptation of ‘The Tales of Dunk and Egg’ series of novellas by George R. R. Martin, beginning with ‘The Hedge Knight’. It’s about a knight – Ser Duncan ‘Dunk’ the Tall (Peter Claffey) and his young squire Egg (Dexter Sol Ansell). Duncan’s master has died, but he made him a knight before he departed. Now Duncan wants to enter a tournament in Ashford.

At first glance, Dunc comes across as something of a lovable goof, but there’s an underlying depth to him that becomes evident early on and that’s what makes this series so compelling. The magic lies in the slow-burn revelation: as viewers, we’re right there with him on his journey, uncovering his layers as he uncovers them himself.

His partner in adventure, the quick-witted and resourceful Egg – brilliantly brought to life by Dexter Sol Ansell – adds the perfect dynamic: where Dunc stumbles, Egg steps in with sharpness and charm, making their bond one of the show’s strongest assets.

At the gathering in Ashford, a contingent of Targaryens arrives and, as we’ve come to expect from this family, their presence spells trouble. The tension escalates when Duncan strikes Prince Aerion ‘Brightflame’ Targaryen in defense of a lady’s honor, setting the stage for the fifth episode’s trial by combat.

This is where the show gets really exciting: a trial of seven, pitting seven knights against seven others in a brutal, no-holds-barred showdown. It’s easily one of the most visceral medieval battles I’ve ever seen on screen, with cinematography so stunning it leaves you breathless.

A Knight of the Seven Kingdoms feels refreshingly vibrant. It balances sharp humor, razor-sharp writing, and rich character development, all while delivering the lavish production values you’d expect from a Game of Thrones universe.

I eagerly await season 2 arriving in 2027. In the meantime, House of the Dragon Season 3 arrives in June 2026, promising an all-out war as the Dance of the Dragons erupts into full-scale battles. With the story hurtling toward its four-season climax, the stage is set for epic, fire-breathing chaos.

Fantasieserie ‘Game of Thrones’: Seizoen 1 hakt er lekker in

Eindelijk gezien; het eerste seizoen van HBO’s fantasy epos ‘Game of Thrones’. Mijn verwachtingen waren hooggespannen. Ten eerste omdat ik fan ben van HBO die met series als ‘Oz’ en ‘The Sopranos’ het televisiemedium opnieuw heeft uitvonden. Daarnaast ben ik niet vies van fantasy en de boeken van George R.R. Martin – die ik zelf overigens niet gelezen heb – staan in hoog aanzien van kenners van het genre.

Zoals de titel doet vermoeden draait de serie om een machtstrijd, namelijk die om het koninkrijk Westeros. Er zijn vier families bij de strijd betrokken. Het viel niet mee alle namen te onthouden en verhoudingen te doorgronden, dus de stamboom die bij de DVD geleverd zat, kwam goed van pas. Het is een soort middeleeuwen in Westeros, waar zowel de zomers als winters jaren duren. Het zijn roerige tijden in het land en het geweld laait soms behoorlijk op, wat de liefhebbers waarschijnlijk wel kan bekoren (dat deed het mij wel in ieder geval).

De cast is prima. Alleen Sean Bean hadden ze wat mij betreft niet moeten kiezen omdat het ‘Lord of the Rings’ label te veel aan hem kleeft. ‘Game of Thrones’ had echt wat compleet nieuws moeten zijn. Een uitschieter in de cast is Peter Dinklage, die als charmante maar zelfdienende dwerg Tyrion Lannister zorgt voor de broodnodige humor in de serie. Aan mooie vrouwen is er geen gebrek met Lena Headey als kwaadaardige koningin Cersei Lannister en de jonge Emilia Clarke als drakenvrouw Daenerys Targaryen. De sets en aankleding zijn prachtig, maar – HBO of niet – het blijft wel een televisieproductie, wat zoveel wil zeggen als; wie veldslagen a la LOTR verwacht, die zitten er niet in.

Wat ik al schreef, mijn verwachtingen waren behoorlijk hoog, en bij zulke verwachtingen kan het bijna niet anders dan een beetje tegenvallen. En dat deed het ook. Een beetje. De spanning ontbreekt compleet in behoorlijk wat afleveringen en veel scènes rond de wacht van de grote muur zijn ronduit saai. Daar tegenover staat dat de schrijvers niet bang zijn belangrijke personages uit de weg te ruimen wat voor een paar verassingen zorgt. Het gehalte fantasy is ook aan de lage kant. Het geweldige begin, waarin een groep soldaten achter de grote muur stuit op een soort zombiewezens, is eigenlijk de enige keer dat er bovennatuurlijke gebeurtenissen plaatsvinden. Dat gehalte mag omhoog in seizoen 2.

Conclusie: Ondanks wat kleine minpuntjes, is dit een prachtig gemaakt en geacteerde serie die je doet verlangen naar meer.