Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleyngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double slit experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant een meting doet stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristallen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life creates the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.

De toekomst van het universum…

…ziet er nogal donker uit schijnt het…

Dat zit zo: Voor de oerknal 13,7 miljard jaar geleden was er niks. Nou ja ‘niks’. Kan dat wel: niks? Het is in ieder geval niet voor te stellen. Ook een donker leeg universum is namelijk iets, en dat is dus schijnbaar de toekomst van het universum: Leegte. We hebben nu licht in het universum dankzij de vele sterren, waaronder onze eigen zon, maar dat licht kan helaas niet eeuwig blijven schijnen. Waarom niet?

Even terug naar die oerknal. Daarvoor was er wel iets, namelijk een ‘singulariteit’. Alle materie van het universum (een onvoorstelbaar grote hoeveelheid materie) samengeperst tot een oneindige compactheid. Toen kwam de oerknal die eigenlijk geen knal was, maar een snelle en continuerende expansie van het universum. De materie werd verspreid en vormde rond plekken waar veel zwaartekracht was sterren (wetenschappers zouden deze formulering waarschijnlijk afkeuren, maar laten we het simpel houden).

Toekomst Universum 2

Deze sterren waren in deze beginfase van het universum nog gigantisch groot. En grote sterren hebben een kortere bestaansduur dan kleinere sterren (circa 5 miljard jaar versus 10 miljard jaar). Niet dat kleinere sterren, zoals de zon, overigens zo klein zijn. De aarde past zo’n miljoen keer in de zon, dus dat is een aardige gasbol.

In ieder geval – bij de écht grote sterren (die dus nog een maatje groter zijn dan de zon) is het zo dat wanneer ze aan het einde van hun levensfase komen, ze exploderen. De materie van die ster wordt dan verder het universum ingeblazen, enzovoorts, enzovoorts. De beschikbare materie van het universum raakt zo steeds verder verspreid totdat sterren niet meer de massa kunnen krijgen die nodig is voor kernfusie. Er bestaan dan dus nog wel sterren, maar die zenden geen zichtbaar licht meer uit. Een donker universum dus…

Toen ik dit voor het eerst hoorde vond ik het zeer deprimerend. En ik ben niet de enige. Het was zelfs de motivatie voor de moord op één van mijn favoriete personages in de televisieserie ‘Oz’. Maar ik ben er anders over gaan denken. Want, alles in het universum verloopt circulair. Er zal dus weer een nieuwe singulariteit ontstaan, een nieuw universum geboren worden, en nieuwe vreemde wezens ontstaan zoals mensen. Misschien wordt ik ook weer opnieuw geboren in een nieuw 1980 bij mijn zelfde ouders in Heiloo. Het is allemaal mogelijk. De wetenschap kan alleen nog niet uitleggen hoe dit dan gaat gebeuren, maar dat is niet noodzakelijk. Het is gewoon zoals de natuur werkt. Dus:

Here comes the sun, do do do do.
Here comes the sun, and I say.
It’s all right.

Het brein van Albert Einstein (2): Zwaartekrachttheorie

1905 was Einstein’s wonderjaar. Zijn brein stroomde over van de ideeën. Hij onderzocht de kwantumtheorie en de deeltjesnatuur van licht en het bestaan van de atoom. Daarna paste hij speciale relativiteit toe op massa en energie. Hier komt zijn beroemde formule E = mc2 vandaan. Dit betekent: de energie van een voorwerp is gelijk aan de massa maal de lichtsnelheid in het kwadraat. Iedere gram materie bevat een enorme hoeveelheid energie, maar als die energie niet ontsnapt kan ze niet worden waargenomen. Einstein: ‘Je kunt het vergelijken met een extreem rijke man die nooit iets uitgeeft. Niemand kan zien hoe rijk die man is.’

Hoe bijzonder Einstein’s ontdekkingen ook waren, de wereld leek ze eerst niet op te merken. Wie zou kunnen vermoeden dat een 26-jarige ambtenaar ideeën zou bedenken die voor altijd ons begrip van het universum zou veranderen? Maar hoe revolutionair de speciale relativiteitstheorie ook was, Einstein realiseerde dat er één ding aan ontbrak: zwaartekracht.

Revolutionaire nieuwe zwaartekrachttheorie
Zwaartekracht lijkt eenvoudig, maar alle wetenschappers waarschuwde Einstein er niet aan te beginnen. Het zou te een te moeilijk probleem zijn en zelfs al zou hij het oplossen zou niemand hem geloven. Toch begon hij – koppig als hij was – aan deze uitdaging en het zou een lange periode van ongekend hard werken worden voordat hij deze puzzel zou kraken.

Een gedachte-experiment bracht ook hier weer uitkomst. Wat gebeurt er als iemand in een lift staat en de kabel breekt? Hij zou gewichtloos zweven. Hij en de lift zouden beiden even hard vallen in het zwaarteveld van de aarde en de passagier zou loskomen van de vloer. Daarna veranderde Einstein het decor. De persoon zat nu in een raket die door de ruimte zweefde ver van de aarde af. Hij zou nog steeds zweven, zonder zwaarteveld dat hem aan de grond hield. Maar wat zou er gebeuren als de raket bewoog? Door de acceleratie van de raket komt de vloer omhoog en drukt zich tegen de passagier aan. Voor hem lijkt het alsof de zwaartekracht hem aan de grond houdt. Als zwaartekracht en acceleratie hetzelfde voelen, zijn ze dat mogelijk ook wel.

Einstein 2

Dit was de basis van Einstein revolutionaire zwaartekrachttheorie. Jaren later bedacht Einstein dat tijd en ruimte zouden kunnen kromtrekken. Wat zou er dan ontstaan? Zwaartekracht. Einstein’s briljante idee dat alles kloppend maakt bestond eruit dat materie en energie de ruimte en tijd doen krommen. Ruimtelijke materie is vlak, maar voeg een enorme massa toe – zoals een ster of planeet – en het hele plaatje verandert. De massa van de ster creëert een gigantische deuk in de ruimtetijd. Alles dat vlakbij passeert, rolt in en rond deze kromming. Dat is de zwaartekracht: Het rechtste pad door die kromming gecreëerd door materie en energie.

Het bijzondere bij al zijn ontdekkingen is dat hij ze vrijwel uit het niets bedacht heeft. Zijn theorieën zijn gebaseerd op zijn redenaties over hoe god het universum geschapen moet hebben. Bij het berekenen van de banen van planeten kwamen er natuurlijk wel eens afwijkingen naar voren, maar Einstein wist deze – met behulp van Wiskundige vrienden die verstand hadden van de complexe geometrie van krommingen – op te lossen. Einstein: ‘Toen ik ontdekte dat mijn berekeningen de baan van Mercurius exact voorspelden knapte er iets in me. Het gevoel was zeer extreem. Ik kon dagenlang niet werken, ik was buiten mezelf. Nog nooit was ik zo vreugdevol geweest.’

De berekening onderstreepte Einsteins radicale idee dat ruimtetijd gekromd is. Mercurius, de binnenste planeet, wijzigt z’n baan rond de deuk in de ruimtetijd gecreëerd door de enorme massa van de zon. Alle massa vervormt de ruimte om zich heen. Zelfs licht, had Einstein jaren eerder ontdekt moet alle krommingen in ruimte en tijd volgen en brengt zo het universum als geheel in kaart. Dit inzicht stuwt het wetenschappelijke verhaal van de schepping. De oerknal, het uitdijende universum, de structuur van melkwegstelsels: de grote stap van de moderne kosmologie is direct afgeleid van deze vergelijking:

Einstein 3
Ruimte en tijd staan links, materie en energie staan rechts.

Dit is de algemene relativiteitstheorie, Einstein’s zwaartekrachttheorie.

‘Waarom was ik degene die dit bedacht?’, vroeg Einstein zich af. ‘Normale volwassenen denken nooit na over dingen als tijd en ruimte. Alleen kinderen vragen daar naar en ik ben altijd kind gebleven. Ik bleef de simpelste vragen stellen. Dat is mijn geheim.’

Einstein 5

De filosofie van Breaking Bad

Let op: bevat spoilers over het einde

Zoals ik gedacht en gehoopt had, was het einde van Breaking Bad spectaculair. De ongelofelijke saga van Walter White eindigt bevredigender dan ik me zelfs maar voor mogelijk had gehouden. De makers hebben hun publiek precies de adrenaline shot gegeven, die nodig was om deze trip af te sluiten.

In deze blog wil ik terugkijken op de serie met als focus de filosofische grondslagen van Breaking Bad, een serie die laat zien hoe een goede, of in ieder geval fatsoenlijke man, verandert in een ware slechterik. Walter begon als nerdy scheikundeleraar in het eerste seizoen. En vijf seizoenen verder is hij veranderd in de meedogenloze drugsbaron Heisenberg. Breaking Bad toont ons hoe één enkele beslissing – genomen door een man die aan de rand van de afgrond staat – iemand kan transformeren tot gruwelijk slecht mens in staat tot de meest verwerpelijke daden.

In het begin van de serie vertelt Walter zijn leerlingen dat scheikunde de studie van materie is, maar eigenlijk nog meer de studie van verandering. Dit is een prachtige metafoor voor Walter’s eigen verandering – molecuul voor molecuul – tot monster van duivelse proporties. Nadat hij te horen heeft gekregen dat hij longkanker heeft, besluit Walter – vanuit de veronderstelling dat hij niet lang meer te leven heeft, en hij zijn familie wat geld wil nalaten (zijn vrouw Skyler is net zwanger van hun tweede kind), zijn opmerkelijke scheikundige kennis in te zetten om crystal meth te gaan produceren. De rest van Breaking Bad laat de gevolgen zien van deze ene beslissing. En die gevolgen zijn verschrikkelijker dan iedereen, zeker inclusief Walter, voor mogelijk kon houden.

Wat dat betreft blijft Breaking Bad trouw aan zijn scheikundige basis; elke actie heeft een gevolg, soms klein en soms – onverwachts – gigantisch groot. In de befaamde introscènes ontmoeten we vaak karakters die we niet kennen, die een gruwelijk lot moeten ondergaan vanwege een beslissing die Walter ergens heeft genomen. Uiteindelijk is Walter direct of indirect verantwoordelijk voor de dood van wel honderden mensen. Doordat hij Jane laat sterven in seizoen 2, raakt haar vader, een luchtverkeersleider, zo in de war dat hij per ongeluk twee vliegtuigen op elkaar laat botsen boven de stad Albuquerque. De ravage die dit veroorzaakt is een mooie visuele metafoor voor de puinhoop die Walter aanricht in de levens om zich heen.

Bryan Cranston/Walter White - a.k.a. Dr. Jekyll & Mr. Hyde Illustratie gevonden op http://redeyerogue.com/walter-white-the-supervillain

Bryan Cranston/Walter White – a.k.a. Dr. Jekyll & Mr. Hyde
Illustratie gevonden op http://redeyerogue.com/walter-white-the-supervillain

Zo zijn er de onzichtbare gebruikers van meth die hun levens verwoest zien. Maar deze junkies zijn gemakkelijk te rationaliseren voor Walter – ze zouden het toch wel gebruiken, ook zonder Heisenberg’s productie. En Walter’s eerste moorden zijn ook op deze manier te beredeneren. De methwereld is een gewelddadige, dus voor wie zich daarin begeeft is het doden of gedood worden. De dood van Jane is een keerpunt wat dat betreft. Dat Walter toestaat dat zij in haar eigen braaksel stikt heeft niets te maken met zelfverdediging, maar puur met Walter die zijn egoïstische koers wil voortzetten. Hij heeft Jesse nodig als partner en Jane leidt hem af van zijn werk.

Walter’s initiële beslissing is gedreven door de nobele (en volledig begrijpelijke) wens om zijn familie te helpen. Maar volgens filosoof Kierkegaard zijn het vaak juist goede bedoelingen die situaties verergeren, zoals irrigatie mensen water verschaft voor landbouw, maar ook vreselijke ziektes kan veroorzaken. Al snel wordt Walter niet langer gedreven door goede bedoelingen, maar door trots – de gevaarlijkste zonde die er bestaat. Zijn voormalige studievrienden, die een succesvol farmaceutisch bedrijf hebben opgericht, bieden aan voor zijn behandeling te betalen – maar Walter weigert. Hij krijgt vervolgens nog verschillende kansen om de meth business achter zich te laten (zijn kanker gaat zelfs in remissie), maar hij zet zijn slechte daden voort met alle vreselijke gevolgen van dien. Het is zijn egogedreven trots die de katalysator vormt naar al zijn andere zonden.

Zoals de kanker langzaam zijn lichaam verwoest, vreet de morele erosie langzaam Walter’s ziel weg. Tegen het einde van seizoen 4 is hij in staat een klein jongetje te vergiftigen, om hem te helpen zijn doelen te verwezenlijken. Dit zou in het begin ondenkbaar zijn geweest, maar het proces van slecht worden gaat geleidelijk. Walt’s onverschilligheid naar zijn meth slachtoffers, en zijn eerste moorden gepleegd uit zelfbehoud, maken zijn latere grote slechte daden mogelijk. In termen van zijn uiteindelijke bestemming, zijn al zijn eerdere, schijnbaar kleine, beslissingen net zo schadelijk gebleken als zijn grote. Het toegeven aan corruptie, in welke mate dan ook, veroorzaakt uiteindelijk groot lijden. Dat is de echte boodschap van Breaking Bad. Tegen het einde van het eerste deel van seizoen 5 is Heisenberg veranderd in een echte meth koning. De simultaan gepleegde moordaanslagen op acht gevangenen, laat dan ook een parallel zien met het einde van The Godfather, waarin Michael Corleone de hoofden van de vijf families laat vermoorden, en de macht overneemt.

Maar het is maar zeer de vraag of Walter echt slecht is geworden gedurende de serie, of dat de situatie slechts iets ontwaakt heeft dat er al zat. Maker van de serie Vince Gilligan bevestigt dit in een interview in Rolling Stone. ‘Walter’s kanker zorgt dat hij wakker wordt. Hij heeft geslaapwandeld door de eerste vijf decennia van zijn leven, en zijn plotselinge gebrek aan beperkingen en belemmeringen, staan hem toe de persoon te worden die hij eigenlijk is. En die persoon is verre van alleen maar goed.’

Natuurlijk is Breaking Bad ook een morele aanval op het publiek. Hoe walgelijk Walter ook is, toch blijf je aan zijn kant staan wanneer hij het bijvoorbeeld opneemt tegen Gus Fring. Het bekende christelijke gezegde ‘haat de zonde, maar houd van de zondaar’, is hier van toepassing. We hopen dat hij een lesje krijgt, maar willen niet dat hij krijgt wat hij eigenlijk verdient. Uiteindelijk geeft Gilligan het publiek precies dat. Nadat Walter zijn voormalige partner heeft uitgeleverd aan Jack’s bende, één van zijn walgelijkste daden, besluit hij aan het einde Jesse te bevrijden en de slechteriken om zeep te helpen. Ook geeft hij aan zijn vrouw toe dat hij het eigenlijk niet allemaal voor zijn familie heeft gedaan, maar voor zichzelf. In isolatie in New Hampshire, heeft Walter toch een moment van inzicht gekregen.

Met zijn laatste daden, krijgt Walter voor zijn onvermijdelijke dood toch wat verlossing. En wij – het publiek ook – voor het aan Walter’s kant staan. Bedankt daarvoor Vince Gilligan, alsook voor het meesterwerk dat je ons gegeven hebt. Je serie is niet alleen Breaking Bad, maar ook Breaking Best geworden. Het zou wel eens lang kunnen duren, voordat er weer een serie van dit kaliber verschijnt.

Icon 10 - Chemistry