Mind Matters

Laatst droomde ik dat mijn moeder mij in paniek opbelde over mijn broer. Hij had al zijn geld geïnvesteerd in complexe en risicovolle financiële producten. Een dag later sprak ik mijn moeder echt; ze vertelde dat mijn broer hun de dag daarvoor met hun financiën had geholpen en ze daarbij had geadviseerd hun spaargeld te beleggen in risicovolle financiële producten! (En zo te profiteren van de lage koersen door de coronacrisis.)

Toeval? Dat is goed mogelijk. Ik schrijf regelmatig over financiële zaken, mijn broer doet wel eens gek de laatste tijd, en mijn moeder is regelmatig bezorgd. De ingrediënten om deze droom te construeren waren dus latent aanwezig in mijn hoofd. Toch, voor iemand die denkt dat de gehele realiteit voortkomt uit een oneindig mentaal veld, is toeval niet voor alles zomaar een verklaring.

Het onderzoeksveld voor dergelijke fenomenen in de psychologie heet transpersoonlijke psychologie. Het uitgangspunt is dat het ego een afgebakend stuk geest is, maar dat we in werkelijk allemaal mentaal met elkaar verbonden zijn. De grondlegger van deze tak van de psychologie is Carl Gustav Jung. Hij noemde zulke gebeurtenissen synchroniciteit. Hiermee bedoelde hij zinvolle coïncidentie van uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet causaal verbonden zijn.

Een bekende opvolger in het transpersoonlijke veld is de van oorsprong Tsjechische bewustzijnsonderzoeker Stanislav Grof. Hij gebruikte eerst LSD om proefpersonen transpersoonlijke ervaringen te laten beleven, maar toen dit verboden werd ontwikkelde hij de ademhalingstechniek holotropic breathwork. Door langdurig intensief in te ademen verandert het zuurstofgehalte in het brein en bereiken de proefpersonen de mentale staat van heelheid. Hierbij tappen ze in het bewustzijn van andere mensen, reptielen, vissen, vogels, insecten, en zelfs complete beschavingen of het gehele universum! Grof heeft duizenden proefpersonen dergelijke ervaringen laten ondergaan en allemaal hebben ze grote invloed gehad op hun levens. Onderstaand is de beschrijving van één hen:

“Ik had nooit serieus nagedacht over de mogelijkheid dat er zoiets als plantenbewustzijn bestond. Ik heb enkele verslagen gelezen van experimenten die wijzen op het ‘geheime leven van planten’ en beweringen dat het bewustzijn van de tuinman de oogst kan beïnvloeden. Ik heb dergelijke dingen altijd beschouwd als ongegrond new age gebazel. Maar hier was ik, volledig getransformeerd in een gigantische Sequoia-boom, en het was me absoluut duidelijk dat wat ik ervoer echt in de natuur gebeurt, dat ik nu dimensies van de kosmos ontdekte die gewoonlijk verborgen zijn voor onze zintuigen en intellect.

Het meest oppervlakkige niveau van mijn ervaring leek erg fysiek en omvatte dingen die westerse wetenschappers hebben beschreven, alleen gezien vanuit een geheel nieuwe hoek – als bewustzijnsprocessen geleid door kosmische intelligentie, in plaats van mechanische gebeurtenissen in organische en onbewuste materie. Mijn lichaam had de vorm van de Sequoia-boom, het was de Sequoia. Ik voelde de circulatie van sap door een ingewikkeld systeem van haarvaten onder mijn schors. Mijn bewustzijn volgde de stroom naar de fijnste takken en naalden en was getuige van het mysterie van de gemeenschap van leven met de zon – de fotosynthese. Mijn bewustzijn reikte helemaal tot in het wortelstelsel. Zelfs de uitwisseling van water en voedsel van de aarde was geen mechanisch, maar een bewust, intelligent proces.”*1

Stel dat dit echt waar is, wat zou dat dan betekenen voor de mensheid? Het antwoord komt van niemand minder dan Albert Einstein. Hoewel hij altijd is blijven zoeken naar een waarnemer-onafhankelijke externe lokale realiteit – waarvan kwantummechanica duidelijk heeft aangetoond dat die er niet is – begreep hij het transpersoonlijke principe heel goed. Hij zei: “’Een mens is een deel van het geheel dat door ons universum wordt genoemd, een deel dat beperkt is in tijd en ruimte. Hij ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets dat losstaat van de rest, een soort optische waanvoorstelling van zijn bewustzijn. Deze waanvoorstelling is een soort gevangenis voor ons, die ons beperkt tot onze persoonlijke verlangens en tot genegenheid voor een paar personen die het dichtst bij ons staan. Het moet onze taak zijn om onszelf uit deze gevangenis te bevrijden door onze cirkel van mededogen te verbreden om alle levende wezens en de hele natuur in haar schoonheid te omarmen.”

Betekent dit dat je zelfs niet op een brandnetel mag stappen? Dat gaat wat ver. Maar begrijpen dat al het leven ‘ervaart’ kan voor de meeste ego’s geen kwaad om te beseffen. Dit zou een mooie volgende stap zijn in de evolutie van het leven op deze planeet.

© Jeppe Kleyngeld, mei 2020

*1 Grof, S., with Zina Bennett, H. The Holotropic Mind: The Three Levels Of Human Consciousness And How They Shape Our Lives. New York: HarperCollins Publishers, 1993

Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleyngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double slit experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant een meting doet stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristallen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life creates the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.

De toekomst van het universum…

…ziet er nogal donker uit schijnt het…

Dat zit zo: Voor de oerknal 13,7 miljard jaar geleden was er niks. Nou ja ‘niks’. Kan dat wel: niks? Het is in ieder geval niet voor te stellen. Ook een donker leeg universum is namelijk iets, en dat is dus schijnbaar de toekomst van het universum: Leegte. We hebben nu licht in het universum dankzij de vele sterren, waaronder onze eigen zon, maar dat licht kan helaas niet eeuwig blijven schijnen. Waarom niet?

Even terug naar die oerknal. Daarvoor was er wel iets, namelijk een ‘singulariteit’. Alle materie van het universum (een onvoorstelbaar grote hoeveelheid materie) samengeperst tot een oneindige compactheid. Toen kwam de oerknal die eigenlijk geen knal was, maar een snelle en continuerende expansie van het universum. De materie werd verspreid en vormde rond plekken waar veel zwaartekracht was sterren (wetenschappers zouden deze formulering waarschijnlijk afkeuren, maar laten we het simpel houden).

Toekomst Universum 2

Deze sterren waren in deze beginfase van het universum nog gigantisch groot. En grote sterren hebben een kortere bestaansduur dan kleinere sterren (circa 5 miljard jaar versus 10 miljard jaar). Niet dat kleinere sterren, zoals de zon, overigens zo klein zijn. De aarde past zo’n miljoen keer in de zon, dus dat is een aardige gasbol.

In ieder geval – bij de écht grote sterren (die dus nog een maatje groter zijn dan de zon) is het zo dat wanneer ze aan het einde van hun levensfase komen, ze exploderen. De materie van die ster wordt dan verder het universum ingeblazen, enzovoorts, enzovoorts. De beschikbare materie van het universum raakt zo steeds verder verspreid totdat sterren niet meer de massa kunnen krijgen die nodig is voor kernfusie. Er bestaan dan dus nog wel sterren, maar die zenden geen zichtbaar licht meer uit. Een donker universum dus…

Toen ik dit voor het eerst hoorde vond ik het zeer deprimerend. En ik ben niet de enige. Het was zelfs de motivatie voor de moord op één van mijn favoriete personages in de televisieserie ‘Oz’. Maar ik ben er anders over gaan denken. Want, alles in het universum verloopt circulair. Er zal dus weer een nieuwe singulariteit ontstaan, een nieuw universum geboren worden, en nieuwe vreemde wezens ontstaan zoals mensen. Misschien wordt ik ook weer opnieuw geboren in een nieuw 1980 bij mijn zelfde ouders in Heiloo. Het is allemaal mogelijk. De wetenschap kan alleen nog niet uitleggen hoe dit dan gaat gebeuren, maar dat is niet noodzakelijk. Het is gewoon zoals de natuur werkt. Dus:

Here comes the sun, do do do do.
Here comes the sun, and I say.
It’s all right.

Het brein van Albert Einstein (2): Zwaartekrachttheorie

1905 was Einstein’s wonderjaar. Zijn brein stroomde over van de ideeën. Hij onderzocht de kwantumtheorie en de deeltjesnatuur van licht en het bestaan van de atoom. Daarna paste hij speciale relativiteit toe op massa en energie. Hier komt zijn beroemde formule E = mc2 vandaan. Dit betekent: de energie van een voorwerp is gelijk aan de massa maal de lichtsnelheid in het kwadraat. Iedere gram materie bevat een enorme hoeveelheid energie, maar als die energie niet ontsnapt kan ze niet worden waargenomen. Einstein: ‘Je kunt het vergelijken met een extreem rijke man die nooit iets uitgeeft. Niemand kan zien hoe rijk die man is.’

Hoe bijzonder Einstein’s ontdekkingen ook waren, de wereld leek ze eerst niet op te merken. Wie zou kunnen vermoeden dat een 26-jarige ambtenaar ideeën zou bedenken die voor altijd ons begrip van het universum zou veranderen? Maar hoe revolutionair de speciale relativiteitstheorie ook was, Einstein realiseerde dat er één ding aan ontbrak: zwaartekracht.

Revolutionaire nieuwe zwaartekrachttheorie
Zwaartekracht lijkt eenvoudig, maar alle wetenschappers waarschuwde Einstein er niet aan te beginnen. Het zou te een te moeilijk probleem zijn en zelfs al zou hij het oplossen zou niemand hem geloven. Toch begon hij – koppig als hij was – aan deze uitdaging en het zou een lange periode van ongekend hard werken worden voordat hij deze puzzel zou kraken.

Een gedachte-experiment bracht ook hier weer uitkomst. Wat gebeurt er als iemand in een lift staat en de kabel breekt? Hij zou gewichtloos zweven. Hij en de lift zouden beiden even hard vallen in het zwaarteveld van de aarde en de passagier zou loskomen van de vloer. Daarna veranderde Einstein het decor. De persoon zat nu in een raket die door de ruimte zweefde ver van de aarde af. Hij zou nog steeds zweven, zonder zwaarteveld dat hem aan de grond hield. Maar wat zou er gebeuren als de raket bewoog? Door de acceleratie van de raket komt de vloer omhoog en drukt zich tegen de passagier aan. Voor hem lijkt het alsof de zwaartekracht hem aan de grond houdt. Als zwaartekracht en acceleratie hetzelfde voelen, zijn ze dat mogelijk ook wel.

Einstein 2

Dit was de basis van Einstein revolutionaire zwaartekrachttheorie. Jaren later bedacht Einstein dat tijd en ruimte zouden kunnen kromtrekken. Wat zou er dan ontstaan? Zwaartekracht. Einstein’s briljante idee dat alles kloppend maakt bestond eruit dat materie en energie de ruimte en tijd doen krommen. Ruimtelijke materie is vlak, maar voeg een enorme massa toe – zoals een ster of planeet – en het hele plaatje verandert. De massa van de ster creëert een gigantische deuk in de ruimtetijd. Alles dat vlakbij passeert, rolt in en rond deze kromming. Dat is de zwaartekracht: Het rechtste pad door die kromming gecreëerd door materie en energie.

Het bijzondere bij al zijn ontdekkingen is dat hij ze vrijwel uit het niets bedacht heeft. Zijn theorieën zijn gebaseerd op zijn redenaties over hoe god het universum geschapen moet hebben. Bij het berekenen van de banen van planeten kwamen er natuurlijk wel eens afwijkingen naar voren, maar Einstein wist deze – met behulp van Wiskundige vrienden die verstand hadden van de complexe geometrie van krommingen – op te lossen. Einstein: ‘Toen ik ontdekte dat mijn berekeningen de baan van Mercurius exact voorspelden knapte er iets in me. Het gevoel was zeer extreem. Ik kon dagenlang niet werken, ik was buiten mezelf. Nog nooit was ik zo vreugdevol geweest.’

De berekening onderstreepte Einsteins radicale idee dat ruimtetijd gekromd is. Mercurius, de binnenste planeet, wijzigt z’n baan rond de deuk in de ruimtetijd gecreëerd door de enorme massa van de zon. Alle massa vervormt de ruimte om zich heen. Zelfs licht, had Einstein jaren eerder ontdekt moet alle krommingen in ruimte en tijd volgen en brengt zo het universum als geheel in kaart. Dit inzicht stuwt het wetenschappelijke verhaal van de schepping. De oerknal, het uitdijende universum, de structuur van melkwegstelsels: de grote stap van de moderne kosmologie is direct afgeleid van deze vergelijking:

Einstein 3
Ruimte en tijd staan links, materie en energie staan rechts.

Dit is de algemene relativiteitstheorie, Einstein’s zwaartekrachttheorie.

‘Waarom was ik degene die dit bedacht?’, vroeg Einstein zich af. ‘Normale volwassenen denken nooit na over dingen als tijd en ruimte. Alleen kinderen vragen daar naar en ik ben altijd kind gebleven. Ik bleef de simpelste vragen stellen. Dat is mijn geheim.’

Einstein 5