Recensie: ‘Conscious Business – Winst maken zonder dat mens of planeet daar de prijs voor betaalt’

Een paar jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het gedachtegoed van Conscious Capitalism via het boek ‘Nine Visions of Capitalism’ van Fons Trompenaars en Charles Hampden-Turner.

Conscious capitalism (bewust kapitalisme) is een filosofie met als centraal uitgangspunt dat bedrijven alle belangrijke stakeholders, inclusief het milieu, dienen. Kapitalisme zelf is namelijk niet het probleem, maar wel de extreem smalle manier waarop we het definiëren en begrijpen.

Kapitalisme gaat vaak over de exclusieve rechten van aandeelhouders in plaats van over de belangen van alle betrokkenen. Over private verrijking, maar niet over het publieke belang. En over concurrentie in plaats van samenwerking. Door ‘de andere helft’ te negeren zijn we ons maar half bewust van de wereld en profiteren we slechts deels van het enorme potentieel dat het kapitalistische systeem ons te bieden heeft.

Pioniers in bewust kapitalisme betalen vaak betere salarissen – gewoonlijk vijftien tot twintig procent meer – dan het gemiddelde in hun industrie. De hogere salarissen dragen bij aan hogere productiviteit en meer innovatie, waar uiteindelijk alle stakeholders van profiteren. Het Amerikaanse Jordan Furniture is zo’n bedrijf. Salarissen zijn twintig procent hoger en de verkoop per medewerker is het dubbele. De verkoop per vierkante meter is zelfs zes keer zoveel als het gemiddelde in hun branche.

John Mackey, CEO van Whole Foods Market, het schoolvoorbeeld van bewust kapitalisme, spreekt nooit van werknemers maar altijd van teamleden. Goed zorgen voor werknemers is een cruciaal aspect van het bedrijfsmodel. Het idee is simpel: blije werknemers stralen dit uit naar klanten die het dan fijner in je winkel vinden en dus vaker komen en langer blijven.

Ook leveranciers leveren een cruciale bijdrage aan klantwaarde – in het geval van Whole Foods wel tachtig procent. Hoe je ze behandelt is cruciaal voor succes. Veel Angelsaksische bedrijven doen het tegenovergestelde: ze betalen leveranciers laat en knijpen ze uit voor steeds lagere tarieven. Ze zijn zich er onvoldoende bewust van dat dit uiteindelijk een negatieve impact op hun eigen waardepropositie heeft.

Dat fascinerende boek plantte het zaadje. Maar pas met ‘Conscious Business’ van Hendrik-Jan van Es vielen voor mij alle puzzelstukjes echt op hun plek.

Van Es slaagt erin om het complexe en veelomvattende concept van bewust kapitalisme op een toegankelijke én inspirerende manier uiteen te zetten. Zijn model, met purpose in het midden en daaromheen vier kerngebieden – businessmodel, stakeholders, leiderschap en cultuur & organisatie – laat zien dat echt bewust ondernemen meer is dan een marketingtrucje of een ethisch sausje. Het vraagt om een fundamenteel andere manier van kijken naar waardecreatie, waarin samenwerking, verantwoordelijkheid en wederkerigheid centraal staan.

Wat het boek bijzonder maakt, is hoe helder het de onderlinge samenhang tussen deze elementen blootlegt. Het is niet voldoende om alleen een sterke purpose te formuleren of een open cultuur te hebben; bewust zakendoen vereist dat alle onderdelen met elkaar in balans zijn en elkaar versterken. Dat holistische perspectief maakt het model krachtig én toepasbaar – voor zowel grote corporates als kleinere bedrijven of teams binnen grotere organisaties.

De praktijkvoorbeelden in het boek spreken tot de verbeelding en maken het gedachtegoed tastbaar. Bedrijven als Auping, die hun duurzame matrasontwerp ook met concurrenten delen vanuit hun maatschappelijke missie, of Vebego, dat in overleg met NS de arbeidsomstandigheden voor schoonmakers structureel wist te verbeteren – het zijn stuk voor stuk cases die bewijzen dat een meer bewuste manier van werken niet alleen wenselijk, maar ook haalbaar is.

Zelf werk ik niet in de directie van een bedrijf, maar dit boek heeft mij wel geholpen om met een andere bril naar mijn organisatie te kijken. Het zet aan tot reflectie én actie, ook binnen je eigen invloedsfeer. Dat is misschien wel het grootste compliment dat je een boek kunt geven: dat het iets in beweging zet.

‘Conscious Business’ biedt niet alleen een kompas voor bewuster ondernemerschap, maar laat ook zien hoe bedrijven een positieve kracht in de samenleving kunnen zijn. Niet door kapitalisme af te wijzen, maar door het bewust te herdefiniëren.

Een absolute aanrader voor iedereen die gelooft dat zakendoen ook anders kan – en moet.

Lees ook: Conscious business: meer waardecreatie zonder de negatieve effecten

Van Capo tot CEO: Bedrijfslessen van de maffia

Voor de jaarlijkse CFO Day vonden we bij Sijthoff Media dit jaar een bijzondere spreker. Jan-Joost Kroon is organisatiedeskundige én maffia-expert. Sinds hij Scarface zag in zijn jeugd is hij gefascineerd door de Italiaanse en Siciliaanse misdaadorganisaties.

Hij vond mijn blogs over gangsterfilms erg tof – en we hadden dus meer dan genoeg reden om bij elkaar te komen voor een sit-down. Erg leuk om iemand te ontmoeten die weet wie Anthony ‘The Ant’ Spilotro en Benjamin ‘Lefty’ Ruggiero zijn.

In 2022 bracht hij een boek uit dat de basis was voor zijn CFO Day verhaal: ‘Van CAPO naar CEO: Leerzame inzichten van de Italiaanse maffia’.

In zijn boek bestudeert hij de Drie, de drie grote organisaties/families die de georganiseerde misdaad besturen in Italie en Sicilie:
● ‘Ndrangheta – Oorsprong: Calabrië
● Camorra – Oorsprong: Napels
● Cosa Nostra – Oorsprong: Sicilië

Deze Zuid-Italiaanse organisaties zijn al decennialang succesvol – hun gezamenlijke jaaromzet wordt geschat op zo’n 150 miljard euro. Jan-Joost beschrijft hoe dat succes tot stand komt.

Sterke tradities
Iedere business professional kent de uitspraak ‘culture eats strategy for breakfast’. Een hele serie tradities houdt de organisatie bij elkaar. Denk aan de doop van Michael Corleone’s neefje in The Godfather, de ceremonie in The Sopranos waarin van Christopher Moltisanti een ‘made guy’ wordt gemaakt, en het communiefeest van Michael Corleone’s zoontje waarmee The Godfather: Part 2 geopend wordt. Rituelen borgen de groepsidentiteit.

Loyaliteit
Het zakelijkste succesvol van de Drie is nu de ‘Ndrangheta met een geschatte omzet van 80 miljard euro per jaar. Terwijl de Cosa Nostra een tijdlang met de Italiaanse staat in gevecht was, is de ‘Ndrangheta in stilte doorgegroeid. Het is een echt familiebedrijf, schrijft Jan-Joost. Alleen familie komt erbij via een gearrangeerd huwelijk. Krachtig, want familie verraad je niet zomaar. Plus voor familie ben je bereid een stap extra te zetten.

Flexibiliteit
De Camorra kan meer vergeleken worden met een MKB-bedrijf vanwege de flexibiliteit, de compacte manier van werken en de snelheid waarmee ze handelen en inspringen op kansen. Zoals na de grote aardbeving van 1980 was de Camorra er als de kippen bij om bouwcontracten af te sluiten voor de bouw van nieuwe huizen. De maffia kent geen comfort keuzes: ze zijn altijd bezig met de volgende stap. Met actie. Met de beste willen zijn.

Onderdeel van de lokale samenleving
Het bekendste van de drie is nog altijd de Cosa Nostra – vrij vertaald: ‘onze zaak’. Deze organisatie heeft een klassieke piramidestructuur en functioneert als een soort multinational die in elk economisch aspect van een regio meespeelt. Ze bepaalt wat er wél en niet gebeurt in de wijk. Door slim in te spelen op het wantrouwen richting de Noord-Italiaanse overheid, positioneert de Cosa Nostra zich als beschermheer: “Laat die mensen in Rome maar, wij weten wat hier speelt en zorgen voor jullie.”

Heldere rolverdeling en structuur
De kracht van de Cosa Nostra zit hem in de sterke structuur en de duidelijkheid van ieders werkzaamheden. De organisatie zélf is de kracht, een leider kan vervangen worden. Iedere medewerker van een maffia-organisatie weet wat er van hem verwacht wordt en hoe hij kan bijdragen aan het succes. Ontwikkelkansen voor persoonlijke carrière zijn daarmee ook duidelijk. De maffia heeft ook heldere kernwaarden die nooit veranderen: Eer, loyaliteit, macht en respect.

Goed in talentmanagement
De maffia blijkt verrassend goed in talentontwikkeling. Een belangrijke les: bemoei je niet te veel met het werk van je mensen. Vind de juiste mensen, leid ze goed op, geef heldere kaders, en laat ze dan hun werk doen. De leiding is wel beschikbaar, maar niet betuttelend. Ook op het gebied van belonen en straffen valt er iets te leren. Bij de maffia zijn de consequenties van falen of succes kraakhelder. In veel bedrijven ontbreekt die duidelijkheid.

De maffia is een blijver
Jan-Joost beschrijft ook hoe diep de maffia-politiek verweven is met de samenleving, en waarom hij denkt dat deze organisaties – mede door culturele factoren – nooit zullen verdwijnen. Een schokkende constatering, maar overtuigend onderbouwd. Het versterkt het centrale punt van zijn boek: de maffia is, hoe immoreel ook, een extreem goed geleide, veerkrachtige en succesvolle organisatie. Daar kun je als bedrijfsleider van leren – zónder mee te gaan in het gebrek aan ethiek.

LEES OOK: 10 Management Lessons From Highly Successful Gangsters

#####

Hieronder nog een LinkedIn-post van Jan Joost:

Andor Season 2: The Most Political Star Wars Show Arrives at Exactly the Right Moment

Andor (2022–2025 – 24 episodes)
Creator: Tony Gilroy
Starring: Diego Luna, Denise Gough, Stellan Skarsgård, Adria Arjona & Kyle Soller

The second season of Andor leads directly into the events of Rogue One, which itself sets the stage for A New Hope. It’s a story of rebellion, defiance, and resistance – values the world desperately needs right now but seems to be running short on. The timing of Andor is striking, coinciding with an authoritarian shift currently underway in the United States.

The series opens with a thrilling scene in which the main hero, Cassian Andor, steals a TIE fighter. He struggles to fly it, leading to a daring and spectacular escape. Before taking off, he tells a resistance ally: “The Empire cannot win. You will never be right unless you’re doing what you can to stop them.” It’s a line that feels less like fiction and more like prophecy.

In the original Star Wars films, the Empire was portrayed as an all-powerful, faceless regime with little internal resistance. Andor pulls back the curtain, revealing the machinery of authoritarianism – and the cracks within it. We see how such regimes function, and we meet those who make them work. These Imperial functionaries are a million times more competent than the members of Trump’s regime, but they still run into their share of challenges.

Among these enablers of evil, Dedra and Syril – introduced in Season 1 – are the most fascinating. Now involved in a love affair, their current mission is to work on an energy programme on the planet Ghorman. The Empire wishes to extract a valuable mineral called Kalkite. Sound familiar? Dedra gets the top job, and Denise Gough shines in the role – utterly convincing as a sycophantic bureaucrat championing a fascist program to “Make the Empire Great Again.”

Andor is a refreshingly original take on the Star Wars universe, offering a chilling portrayal of life under autocracy. Ironically, it’s produced by Disney which like so many other free institutions is currently under attack by the Trump government for its commitment to diversity and inclusion. But Andor responds in kind: with fierce resistance. Its rebels – Cassian, his partner Bix, Luthen, and Mon Mothma – are flawed, human, and fiercely dedicated. They’re all willing to risk everything for the cause.

The story unfolds slowly but deliberately, structured into four arcs of three episodes each, moving steadily toward the Battle of Yavin and the destruction of the Death Star. We follow Cassian as he escapes with resistance fighters in the stolen TIE fighter; Mon Mothma as she balances a strategic marriage for her daughter with her political double life; and Bix, suffering from PTSD, hiding during an immigrant crackdown on a farming planet; a clear parallel to current global events.

Meanwhile, Dedra and Syril navigate their lives on Coruscant. Dedra handles her overbearing mother-in-law while being invited to join a secret imperial operation on Ghorman.

The pacing can be slow at times, but the show remains compelling throughout. In episode 8, the tone turns especially grim when a massacre takes place on Ghorman – evoking contemporary parallels to the genocide in Gaza. The killer droids deployed during the assault give us a harrowing preview of what future wars might look like. The rebels – and the audience – finally discover that Orson Krennic (a scene stealing Ben Mendelsohn) has spent ten years developing the Death Star. The Ghorman minerals were essential to his work, regardless of the cost to the planet.

From that point on, the narrative builds steadily toward the beginning of Rogue One. With its second and final season, Andor now stands as the best Star Wars series Disney has produced. The visuals are stunning – hard to imagine 20 years ago that a series could look like this in 2025 – and the story offers a bold, original angle within the Star Wars mythology. The cast is uniformly excellent. While many deserve praise, Diego Luna (whose name feels fitting for the galaxy far, far away) anchors the series with a nuanced, committed performance.

The political parallels are unmistakable. A stormtrooper arresting a senator in the Senate, Mon Mothma’s colleagues afraid to vote against Palpatine, state propaganda distorting the truth: these are no longer just fantasy. They’re reflections of what’s happening in the real world.

Andor also reminds us what revolution really is. It’s not one dramatic act, but a thousand small ones by people willing to make sacrifices. In the end, everyone is drawn in. Everyone must choose: become an enabler of tyranny or a rebel prepared to risk everything. For the characters in Andor, the choice is stark. There are no grey areas anymore.

The heart of the show – and perhaps our current moment – is best captured in Mon Mothma’s impassioned Senate speech: “When truth leaves us. When we let it slip away, when it is ripped from our hands, we become vulnerable to the appetite of whatever monster screams the loudest.”