De Hunter S. Thompson kronieken

‘Absolute truth is a very rare and dangerous commodity in the context of professional journalism’
-The Great Shark Hunt

Hunter Stockton Thompson (18 juli, 1937 – 20 februari, 2005)

De Hunter S. Thompson Kronieken 1

Introductie
Vandaag exact 10 jaar geleden overleed Hunter S. Thompson, één van mijn grootste inspiratiebronnen, aan een zelf toegebracht schot in het hoofd. Ik herinner me zijn dood nog goed. Ik werkte toen op de persafdeling van het International Film Festival in Rotterdam en kreeg een sms’je van een vriend dat Thompson zelfmoord had gepleegd. De rest van de middag heb ik op internet overlijdensberichten en steunbetuigingen gelezen. Dat doe ik niet voor iedere ‘ster’ die overlijd, dus wat had Thompson precies dat mij – en miljoenen anderen – zo getroffen heeft? Wat wist ik toen eigenlijk van hem, behalve dat hij schrijver was van het briljante ‘Fear and Loathing in Las Vegas?’ Niet veel. Nu, een decennium na zijn dood, vond ik het eens tijd om uit te zoeken wie de man was, wat hij gedaan heeft, en wat het geheim is van zijn populariteit. Mijn bevindingen heb ik in deze ‘kronieken’ opgetekend.

Ontbijt
Één van de vele dingen waar Hunter S. Thompson om bekend stond was zijn uitgebreide ontbijtritueel. Dit kan hij zelf het beste uitleggen:
‘Breakfast is the only meal of the day that I tend to view with the same kind of traditionalized reverence that most people associate with lunch and dinner. I like to eat breakfast alone, and almost never before noon; anybody with a terminally jangled lifestyle needs at least one psychic anchor every twenty-four hours, and mine is breakfast. In Hong Kong, Dallas or at home – and regardless of whether or not I have been to bed – breakfast is a personal ritual that can only be properly observed alone, and in the spirit of genuine excess. The food factor should always be massive: four bloody marys, two grapefruits, a pot of coffee, Rangoon crêpes, a half-pound of either sausage, bacon or corned beef hash with diced chillies, a Spanish omelette or eggs Benedict, a quart of milk, a chopped lemon for random seasoning, and something like a slice of key lime pie, two margaritas and six lines of the best cocaine for dessert . . . .’

Jeugd
‘Je moet terug naar Louisville, Kentucky, om Hunter te begrijpen’, aldus zijn biograaf Douglas Brinkley in de documentaire ‘Gonzo: the Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson‘. ‘Zijn vader stierf toen hij klein was. Z’n moeder moest haar drie zonen opvoeden met een bibliothecaresseloontje. Hij leefde een lagere middenklassebestaan. Zijn vriendjes in Louisville waren rijk en genoten allerlei privileges. Hij stond aan de andere kant van de spoorweg. Hunter was van nature intelligent, maar voelde zich een buitenbeentje. Een beslissende ervaring was toen hij met vrienden rookte en dronk en opgepakt werd. De rijkeluiszoontjes kwamen weer vrij, maar Hunter miste zijn diploma-uitreiking.’ Zijn walging voor politiek machtsmisbruik moet hier begonnen zijn.

Dualiteit
Over Thompson’s karakter wordt gezegd dat hij twee extreme kanten had. Zijn eerste vrouw Sondi Wright beschrijft hem als gul, liefhebbend, maar ook buitengewoon gemeen. Zijn tweede vrouw Anita erkent dit beeld. ‘Hunter had twee extreme, met elkaar conflicterende, kanten. Hiervan was hij zich bewust. Ik weet niet of hij altijd controle had over deze twee kanten.’

Een prachtig voorbeeld van zijn zachte kant is hoe Thompson alles in zijn macht heeft gedaan om Lisl Auman te helpen, een vrouw uit Colorado die in 1997 tot een levenslange celstraf werd veroordeeld voor de moord op een politieman, ondanks dubieus bewijs en tegenstrijdige getuigenissen. Thompson’s enorme inspanningen hebben er uiteindelijk toe geleid dat het vonnis – kort na zijn dood in 2005 – nietig is verklaard. Ingewijden stellen dat zonder Thompson’s steunacties en publiciteit Auman’s vrijlating nooit gelukt zou zijn.

Thompson kon zich ook als echte klootzak gedragen. Dat was zijn andere kant. Alle mensen die dichtbij hem stonden kunnen hiervan getuigen. Ook was hij een enorme narcist, aldus Alex Gibney, regisseur van de documentaire ‘Gonzo: the Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson’. Hij vond zichzelf wel heel belangrijk en dat zie je terug in veel van zijn werk en zijn begrafenis. De plannen hiervoor maakte hij al 30 jaar voor zijn dood. Thompson’s as werd daarbij afgeschoten uit een reusachtige ‘Gonzo-vuist’ en verspreid over de vallei bij zijn huis in Colorado. De kosten van dit laatste eerbetoon bedroegen 1 miljoen dollar en werden gedragen door Thompson’s vriend Johnny Depp.

1955-1965 – Begin schrijverscarrière
Toen hij begin 20’ was ging Thompson in dienst. In het leger kreeg hij zijn eerste baan als sportjournalist voor een legerblad. Hij leerde schrijven door ‘The Great Gatsby‘ keer op keer over te tikken en zo de muziek, het ritme, van het meesterwerk van F. Scott Fitzgerald te pakken te krijgen. Douglas Brinkley: ‘The Great Gatsby’ is vervuld van woede over de valsheid van de Amerikaanse droom. Hunter identificeerde zich meer dan met wie dan ook met Fitzgerald. Het verschil was dat Fitzgerald binnen in de snoepwinkel in de etalages van de rijken keek. Hunter wilde de ramen inslaan.’

Begin jaren 60’ bracht Hunter S. Thompson wat tijd door in Zuid Amerika, waar hij onder meer werkte als sportverslaggever. Terug in de Verenigde Staten schreef hij zijn eerste twee boeken: ‘Prince Jellyfish’ en ‘The Rum Diary’. Beide boeken werden niet uitgegeven. ‘The Rum Diary’ is uiteindelijk pas in 1998 verschenen, bijna 30 jaar nadat Thompson bekend is geworden.

1967 – Hell’s Angels
In de lente van 1965 begon Hunter S. Thompson rond te hangen met de Hell’s Angels motorclub. Halverwege de zomer was hij zo betrokken bij de outlaws dat hij niet langer zeker wist of hij alleen maar onderzoek deed naar de angels of door ze geabsorbeerd was. Zijn ervaringen met de motorbende staan beschreven in ‘Hell’s Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs’, het boek dat Thompson’s naam als journalist in 1967 op de kaart zette. In dit boek is Thompson duidelijk op zoek naar een stijl. Het is nog geen Gonzo, maar Thompson participeert wel nadrukkelijk in de gebeurtenissen. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de geschiedenis van de motorbende en waar ze hun gevaarlijke reputatie vandaan hebben. In deel 2 – dat Thompson volgens zijn vrouw Anita in vier dagen en vier nachten geschreven heeft toen de deadline nabij was – beschrijft hij zijn eigen ervaringen met de Angels, inclusief een roemruchte bijeenkomst van de volledige bende in Bass Lake in de zomer van 1965.

Owl Farm, Aspen
In 1969 kocht Thompson van een deel van de verdiensten van zijn boek ‘Hell’s Angels’ een huis met grond in Woody Creek te Aspen, Colorado. Hij noemde het Owl Farm en zou hier de rest van zijn leven blijven wonen. Toen Thompson beroemd werd in de decennia daarna, werd Owl Farm een soort bedevaartsoord waar drommen acteurs, schrijvers, journalisten, tegencultuurfiguren, juristen, CEO’s en politici naar toe kwamen. Thompson zag zijn huis als zijn toevluchtsoord. Waar hij ook geweest was en wat hij ook gedaan had, als hij thuis kwam wist hij dat hij veilig was. Het huis lag afgelegen in een berggebied, dus Thompson kon hier naar hartenlust schieten (shotgun golf was een favoriet spel) en dingen opblazen.

Wat veel mensen, mijzelf inclusief, nog wel eens verbaasd is dat Thompson al in deze tijd getrouwd was en een zoon had: Juan. Dit is verbazend omdat hij duidelijk een man was die zich altijd omringde met mooie vrouwen en hier ook zeker gebruik van maakte. Hunter Thompson was dan ook geen modelvader en echtgenoot. ‘Hij was zelden thuis en deed nooit iets met zijn zoon’, aldus zijn eerste vrouw Sondi Wright.

1970 – Kentucky Derby
In zijn eerste echte Gonzo verhaal keert Thompson terug naar de woonplaats uit zijn jeugd: Kentucky. Hij heeft de opdracht verslag te doen van de lokale paardenrace ‘the Kentucky Derby’. Dit resulteert in een artikel – ‘The Kentucky Derby is Decadent and Depraved’ – een artikel dat alles beschrijft behalve de race. In plaats daarvan krijgt de lezer de drinkenbroers, de ‘door inteelt verwekte’ lokalen en Thompson’s escapades met de Britse illustrator Ralph Steadman, die Thompson hier voor het eerst ontmoet en met wie hij nog vaak zou samenwerken. Het is mooi hoe Thompson de artiest Steadman opvoert als personage in het verhaal en zijn uitdaging om het perfecte ‘Kentucky Derby gezicht te tekenen’ uitlegt. Hierdoor komen de illustraties van Steadman maximaal tot uitdrukking.

Thompson zag het artikel als een mislukking, maar kreeg toen een brief van vriend en collega-journalist Bill Cardoso die schreef: ‘Hey Hunter, mooi artikel. Pure Gonzo.’ Hunter besloot toen dat dit is wat hij zou gaan doen. Vanaf dat moment begon de Gonzo-trein in volle vaart te rijden.

Gonzo journalistiek
‘The time has come to get full bore into heavy Gonzo Journalism, and this time we have no choice but to push it all the way out to the limit’
-Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72

Gonzo Journalistiek is een stijl van rapportages maken gebaseerd op het idee van William Faulkner dat de beste fictie veel meer waarheid bevat dan welke vorm van journalistiek dan ook. De Gonzo Journalist beschrijft niet alleen de gebeurtenissen, maar participeert er ook in. Niet puur schrijven, maar optreden dus. Een analogie is een filmregisseur die zijn eigen scripts schrijft, zelf de camera bedient en zichzelf in actie weet vast te leggen als protagonist of in ieder geval als belangrijk personage in het verhaal.

Thompson genoot ervan over zijn eigen belevenissen te schrijven. Sterker nog, als hij geen rol in het verhaal speelde vond hij het niet de moeite er verslag van te doen. Zo is feitelijk de nu legendarische Gonzo-stijl ontstaan. In nagenoeg al Thompson’s werken past hij deze stijl toe. Het meest extreme voorbeeld is ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, waarin het oorspronkelijke onderwerp (een motorrace) volledig uit beeld verdwijnt en alleen nog de avonturen van Thompson’s alter ego Raoul Duke centraal staan. Ook lopen in dit boek – dat algemeen beschouwd wordt als zijn meesterwerk – fictie en werkelijkheid door elkaar, nog een element van sommige Gonzo-verhalen. Dit zou Thompson – weliswaar in beperktere mate – ook toepassen in andere verhalen, zoals ‘The Curse of Lono’.

‘My way of joking is to tell the truth. That is the funniest joke in the world.’ Volgens Thompson is deze uitspraak van legendarisch bokser Muhammad Ali de beste definitie van Gonzo journalistiek die hij ooit heeft gehoord. Dat schrijft hij in een artikel over Ali, genaamd ‘Last Tango in Vegas: Fear and Loathing in the Far Room’, waarin hij zichzelf weer eens tot hoofdpersoon bombardeert. Gonzo gaat vooral over de waarheid. De traditionele journalist verzameld feiten en meningen en voegt dit samen tot verslag. Thompson beschrijft de waarheid puur vanuit zijn eigen bevindingen. Zijn stukken zijn daarom vaak niet al te feitelijk, maar des te meer accuraat.

Liefde voor geweren
Wie schrijft over Thompson moet ook zijn liefde voor wapens adresseren. Waar kwam die fascinatie voor geweren en explosieven vandaan? Volgens zijn vriend Ralph Steadman, die illustraties maakte voor veel van zijn boeken, houden wapens en geweld nauw verband met het produceren van goede Gonzo. Hij legt het helder uit in een interview met Nigel Finch (regisseur BBC-documentaire ‘Fear and Loathing on the Road to Hollywood’) in zijn boek ‘The Joke’s Over: Memories of Hunter S. Thompson’.

Nigel: ‘What about the violent side of him – the firearms, the mace, the aggression?’
Ralph: ‘Well, as far as I know he’s never shot anyone. I think that’s all part of the Gonzo spirit. The spirit of Gonzo is in all these implements just being used, they’re all there to use and they’re all parts of the same fire and punch and intensity that his words are trying to get over. He probably needs those things but they’re all shot off into outer space. He might shoot them into the hillside. I don’t think he’s even maced anyone, except me, off course, although he’s talked about doing it. I mean, I’d be very unhappy about some of the people I have met who would tote guns and, you know, you’d feel that they were doing it with a certain malevolence, which is certainly not the case with Hunter.’

1970 – Thompson voor sheriff
In 1970 stelde Hunter S. Thompson zich kandidaat voor sheriff van zijn woonplaats Aspen, waarvan hij zelf de bekendste inwoner was. Thompson was vrijwel zeker de vreemdste kandidaat die ze ooit gekend hebben in deze lokale verkiezingen. En hij vormde met zijn ‘freak power’ beweging een enorme bedreiging voor de gevestigde orde.

Wat voor plannen had hij voor de gemeente Aspen? Hij wilde allereerst de naam van de stad veranderen in Fat City om grote corporaties tegen te werken die het gebied wilden uitbaten als toeristische trekpleister. Ook wilde hij wekelijks een drugstribunaal organiseren voor het kantoor van de sheriff, waar mensen terecht konden met klachten over slechte drugs. Oneerlijke drugdealers zouden voor straf in kooien op het marktplein tentoongesteld worden. Thompson wilde ook alle auto’s in Aspen verbieden, behalve auto’s die dienden voor noodzakelijke dienstverlening, zoals winkels bevoorraden en de post rondbrengen.

Geen slechte plannen. Er werd door veel mensen dan ook positief aangekeken tegen Thompson’s campagne. Een radiocommentaar: ‘Hunter Thompson is een moralist die zich immoreel voordoet. Nixon is een immoralist vermomd als moralist. Dit is James Saltzer. In Aspen zie je hoe dan ook dieven en autowrakken, maar Hunter staat voor iets wat hem verschillend maakt van de anderen: ideeën en sympathie voor de jonge, vrijgevige, marihuanarokende groep, die als enige de technologische nachtmerrie onder ogen wil zien. Z’n enige minpunt is dat hij visionair is. Hij wil een te pure wereld.’

Zijn eerste vrouw Sondi Wright zegt: ‘Volgens mij was dat Hunter z’n glorietijd. Hij bezat de passie om mensen te motiveren en hun denken te beïnvloeden en hen tot actie aan te zetten. Ze moesten naar buiten treden. Niet om zoveel drugs te nemen als ze wilden, maar om het verschil te maken door het bestaande bestel te wijzigen en behoorlijk te laten werken, om er een goed bestel van te maken. Dat had hij in zich.’

Thompson verloor de campagne van de andere kandidaat met een heel klein verschil.

1971-1972 – Creatief hoogtepunt
Begin jaren 70’ was Hunter productiever dan ooit en leverde hij zijn twee beste werken af, de boeken waarmee hij definitief zou doorbreken: ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ en ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trial 72’’.

Eerst kwam het Vegas verhaal. Jann Wenner, hoofdredacteur van Rolling Stone Magazine – waar het verhaal als eerste in verscheen – herinnert zich dat Thompson hem vroeg om een rode Cadillac voor ‘Fear and Loathing in Las Vegas’. Wenner zei ‘nee’. Toen zei Thompson: ‘Je begrijp er niks van. Ik kan de Amerikaanse droom toch niet verslaan vanuit een Volkswagen?’ ‘Daar had hij natuurlijk wel weer gelijk in’, aldus Wenner.

In 1972’ volgde Thompson een jaar lang de Amerikaanse presidentverkiezingen voor Rolling Stone Magazine. Zijn briljante politieke commentaren leverde hem landelijke bekendheid op.

De Hunter S. Thompson Kronieken 2

De donkere zijde
Richard Milhous Nixon (1913 – 1994), de 37e president van de Verenigde Staten van 1969 tot 1974, was Thompson’s aardvijand zijn leven lang. In nagenoeg alle boeken van Thompson is ook een rol weggelegd voor deze vileine slechterik. Nixon stond voor alles waar Thompson tegen was. Een veelzeggende omschrijving die Thompson over Nixon deed (in ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72’) is; ‘It is Nixon himself who represents that dark, venal and incurably violent side of the American character that almost every country in the world has learned to fear and despise.’

In de documentary ‘Fear and Loathing on the Road to Hollywood’ voegt hij hier het volgende aan toe: ‘Richard Nixon represents the dark side of the American Dream. He stands for everything that I wouldn’t want to happen to myself or be or be around: Greed, treachery, stupidity, cupidity, total contempt for any set of human, constrictive political instinct. Nixon represents everything that’s wrong with this country down the line.’

Verval
Ondanks zijn afkeer voor Nixon kon Thompson zich in hem inleven. Hij begreep het duistere van de Amerikaanse geest. Of het nu om politiek ging of de Amerikaanse droom, bij ieder onderwerp waar hij over hij schreef had hij oog voor het duistere en het hoopvolle. Maar tijdens zijn leven leek het wel of de duistere machten triomfeerden. In 1972 – toen Nixon president werd – begon hij gedesillusioneerd te raken, en is ook zijn verval ingetreden.

Door zijn werk op de campaign trail werd Hunter zo bekend als een popster. Zijn huwelijk werd turbulent, hij dronk teveel en gebruikte teveel drugs. Zijn anonimiteit was hij kwijt en dat was zijn grootste kracht geweest in zijn journalistieke werk. Het werd voor zijn werkgever Rolling Stone dan ook steeds moeilijker om opdrachten te vinden. In 1974 stuurden ze hem naar Zaïre om de match tussen George Foreman en Muhammad Ali te verslaan. Thompson gaf de ringside kaartjes weg, belandde in het zwembad en leverde geen verhaal op. Dit terwijl de match – waarin Ali uiteindelijk won door knock-out in de achtste ronde – gezien wordt als de één van de belangrijkste sportgebeurtenissen in de 20ste eeuw.

Dit was Thompson’s eerste grote mislukking. Het wordt zelfs de grootste mislukking in de journalistiek ooit genoemd. Hij was zijn grip aan het verliezen. Het probleem voor Thompson was vooral dat het in zijn boeken gecreëerde personage Thompson (of Raoul Duke) bekendheid verwierf. Wanneer hij gevraagd werd te spreken op een universiteit of diner, vroegen ze eigenlijk het personage. Daar kreeg hij het moeilijk mee. De mythologie die hij zelf gecreëerd had begon de overhand te nemen en hij wist de scheidslijnen tussen zichzelf en het personage steeds moeilijker te onderscheiden. Vriend Ralph Steadman zei dat Thompson steeds moest opleven tegen het personage en dat hij op den duur het plezier daarin verloor.

1980 – Hollywood
‘It never got weird enough for me’
– ‘Where the Buffalo Roam’ (1980)

Zijn hele leven zat het er al aan te komen: een Hollywood film. Art Linson, regisseur van ‘Where the Buffalo Roam’ zei over Thompson; ‘He’s drugged, he’s armed. Who wouldn’t want to make a film about him?’ En er waren voldoende acteurs die hem wilde spelen. Schrijvers zijn meestal niet de traditionele helden in Hollywood, maar Thompson had in zijn boeken zo’n legendarisch personage van zichzelf gemaakt, dat het voor veel acteurs een droom was om hem te mogen spelen.

De eerste film over Thompson werd dus ‘Where the Buffalo Roam’. Aan de basis van het scenario stond een overlijdensbericht dat Thompson schreef voor zijn beroemde advocaat Oscar Zeta Acosta, getiteld: ‘Banshee Screams for Buffalo Meat’ (dat in 1971 verscheen in Thompson’s gebundelde journalistieke werk ‘The Great Shark Hunt’). Maar in het verhaal wordt geput uit divers werk van Thompson, zoals ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ (o.a. de vleermuizen en de lifter die ze oppikken). Het is opvallend dat de makers ervoor kozen om niet direct werk van Thompson te adapteren, maar zelf een interpretatie van zijn leven te maken en het fenomeen Thompson aan het algemene publiek proberen uit te leggen. De film is daardoor misschien wel geslaagd, of juist mislukt.

Voor de hoofdrollen hadden de producenten oorspronkelijk Dan Aykroyd en John Belushi in gedachten, maar toen die ‘The Blues Brothers’ gingen doen kregen Bill Murray en Peter Boyle de hoofdrollen. Murray kreeg veel positieve kritiek op de manier waarop hij in de huid van Thompson kroop. De film zelf kreeg nogal wat commentaar, maar ondanks de ‘fouten’ zette de film Thompson wel neer als legendarisch figuur voor zijn generatie. En ook was de film een ware tijdcapsule naar de jaren 70’, het tijdperk dat Thompson belichaamde.

Nieuwe publicaties
Thompson bleef tot vlak voor zijn dood schrijven. Zo verscheen in 1983 zijn diepzee avontuur ‘The Curse of Lono’, een prima boek, maar geen nieuwe publicaties konden de klassiekers uit zijn hoogtijdagen evenaren. Volgens zijn ex-vrouw Sondi Wright kwam dat vooral door de toestroom mensen die sinds de vroege jaren 70’ voortdurend naar Owl’s Farm afreisde om feest te vieren met Hunter. Dat maakte het lastig om de concentratie te vinden die nodig was om echt goed werk af te leveren. Toen hij overleed in 2005 zat Thompson dan ook bepaald niet aan zijn hoogtepunt, aldus Wright in de documentaire ‘Gonzo’. Integendeel zelf. Wright zegt verder zijn zelfmoord geen moedige daad te vinden. ‘We zouden een evenwichtige Hunter goed kunnen gebruiken in deze tijd (toen Bush nog aan de macht was). Hij zou zelfs het verschil kunnen maken’, besluit ze.

Thompson’s geheim
Hunter was a different animal. He seemed to gain strength from rakish marathons. I am certain he learned the secret of maintaining a drug-racked body from an old Indian in the Appalachian mountains. He learned the balance between living out on the edge of lunacy and apparently normal discourse with everyday events’
-The Joke’s Over: Memories of Hunter S. Thompson (By Ralph Steadman)

Thompson was een rebel, een clown, een poëet, een filosoof, een legende, een uniek specimen. Hij was een anarchist die niet geloofde in instituties. Wat vooral bijzonder is, is hoe een non-fictie schrijver – op de gebieden sport, politiek en tegencultuur – zo’n grote mythe rond zichzelf wist te creëren, waarin nooit meer helemaal duidelijk wordt wat fictie is en wat werkelijkheid. ‘Over 100 jaar bestuderen ze Thompson nog en dat wist hij tijdens zijn leven al’, aldus zijn vriend Benicio del Toro.

Het is dus niet gek dat ik een fascinatie voor de man heb ontwikkeld. Uit zijn levensgeschiedenis blijkt dat hij een groot talent had om ‘volgers’ aan te trekken. Hij veroorzaakte weliswaar opschudding in de politiek en journalistieke wereld, maar was ook een bijzonder charmante man. Daarom volgden zelfs serieuze journalisten en verslaggevers hem. Zij wilden iets van zijn magie meepakken. Hij had iets, wat dat ook geweest mag zijn.

Mijn stelling: Het geheim van Hunter zit in zijn gedrag. Gedrag dat hem uniek maakt en dat hij omschrijft in zijn eigen journalistieke werk. Sterker nog, zijn gedrag was zijn werk. Ralph Steadman schreef over zijn eerste ontmoeting met Hunter: ‘One hand held the wheel, the other his cigarette holder and a beer can. Between his legs, or resting on the seat, he kept a tall glass full of ice and whiskey. His consumption of each was carried out in nervous progressions.’

Het is dit soort gedrag – en de beschrijvingen ervan – die Thompson tot legende hebben gemaakt. Hij was net zoveel personage als echt persoon, en de lijn tussen die twee werd steeds dunner en dunner. Was er nog verschil? Excessen in drank en drugs, geweren, dingen opblazen, aanvaringen met politie, boottochtjes door de haven en ‘fuck the pope’ op een schip schilderen. Bij ieder ander journalist zou het niet veel te betekenen hebben, maar bij Thompson kreeg het vreemde gedrag betekenis en wekte het fascinatie bij een grote groep fans. Een fascinatie die tien jaar na zijn dood nog verre van voorbij is. Del Toro had helemaal gelijk.

Eerdere publicaties over Hunter S. Thompson
Nieuwsgierig naar meer blogs over de Gonzo koning? Lees verder:
Dromen en dronken deliriums in San Juan (Over ‘The Rum Diary’ van Hunter S. Thompson)
Een authentieke dichtbij-opname van de Hell’s Angels (door Hunter S. Thompson)
Hunter S. Thompson in 1970 – Decadentie en verderfelijkheid in het Zuiden
Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de jaren 70′
Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72
Instructies voor het lezen van Gonzo Journalistiek
‘The Great Shark Hunt’ – Gebundelde waanzin van Hunter S. Thompson
‘The Curse of Lono’ – Het Hawaii avontuur van Hunter S Thompson

● En bekijk ook het afbeeldingenbord op Pinterest.

Overlijdensberichten (klik erop voor ware grootte)

De Hunter S. Thompson Kronieken 3 De Hunter S. Thompson Kronieken 4

Advertenties

Een authentieke dichtbij-opname van de Hell’s Angels (door Hunter S. Thompson)

‘Filthy huns! Breeding like rats in California and spreading east. Listen for the roar of the Harleys. You will hear it in the distance like thunder. And then, wafting in on the breeze, will come the scent of dried blood, semen and human grease . . . the noise will grow louder and then they will appear, on the west horizon, eyes bugged and bloodshot, foam from their lips, chewing some rooty essence smuggled in from a foreign jungle . . . they will ravish your woman, loot your liquor stores and humiliate your mayor on a bench on the village square . . .’
– Hell’s Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs (1967)

Hell's Angels 1

Door Jeppe Kleyngeld

In de lente van 1965 begon Hunter S. Thompson rond te hangen met de Hell’s Angels motorclub. Halverwege de zomer was hij zo betrokken bij de outlaws dat hij niet langer zeker wist of hij alleen maar onderzoek deed naar de angels of door ze geabsorbeerd was. Zijn ervaringen met de motorbende staan beschreven in ‘Hell’s Angels’, het boek dat Thompson’s naam als schrijver/journalist in 1967 op de kaart zette. Het is een krachtig staaltje onderzoeksjournalistiek dat hij laat zien in ‘Hell’s Angels’ en het vormt tevens een nieuwe ontwikkelingsfase in zijn befaamde Gonzo stijl, waarbij hij zelf als personage opgaat in het verhaal, al kan dit boek nog bestempeld worden als vrij traditionele journalistiek.

Waar komen de Hell’s Angels vandaan? Ze zijn min of meer een smerig overblijfsel uit het Wilde Westen. De officiële bende is in de jaren 50’ ontstaan in Californië. De meeste soldaten die thuiskwamen na de tweede wereldoorlog stichtte gezinnen, maar de outlaws wilden wat anders. Vrijheid, kicks, vriendschappen… dus sloten ze zich aan bij de motorbendes en keerden zich af van burgerlijke normen en waarden. Losers, maar wel losers die heel veel lawaai maakten en angst konden inboezemen bij het gewone volk.

De Hell’s Angels waren berucht in deze tijd, maar hoeveel van hun reputatie was mythe en hoeveel was waarheid? Thompson ontdekt dat angst en walging machtige politieke wapens zijn. Want wanneer verhalen over verkrachting en de plundering van kleine Amerikaanse slaapstadjes de ronde doen, kan een senator ineens heel daadkrachtig lijken. De media dragen ook hun steentje bij, want met een kop als ‘Hell’s Angels rape teenagers’ verkoop je kranten, ook al ligt de waarheid iets genuanceerder.

Dat wil niet zeggen dat de Hell’s Angels heilige boontjes zijn. Het is een bondgenootschap en dat betekent dat ze samenspannen. Altijd. Als een burger ruzie krijgt met één van hen heeft hij ruzie met hen allemaal en ze schuwen geweld niet. Of verkrachting. Het boek van Thompson begint met de ontleding van de levensstijl van de motorbende. Hoe ze zich kleden en waarom (ze zeggen dat ze swastika’s slechts dragen om te shockeren, maar volgens Thompson zijn het wel degelijk fascisten). Hoe belangrijk hun motor voor ze is. Hoe veel ongelukken ze hebben (gemiddeld 4 doden per jaar op een bende van een paar honderd is veel te noemen). De vrouwen die met de angels rondhangen. Enzovoorts.

Daarna beschrijft hij een bijeenkomst van de volledige bende – en geassocieerde bendes zoals Satan’s Slaves, Gypsy Jokers, Presidents, Misfits en Nightriders – in Bass Lake in de zomer van 1965, waar hij zelf ook bij aanwezig is als geaccepteerd deelnemer. In dit deel van het verhaal wordt ook de toenmalige leider van de angels – Ralph ‘Sonny’ Barger – nader onder de loep genomen. Het weekend ontspoord zowaar niet in rellen zoals de kranten voorspeld hadden, maar het wordt gewoon een weekend gevuld met zuipen en de beest uithangen. Zeker gezien de angst die van te voren door het gebied verspreidde, toen bekend werd dat de volledige Hell’s Angels motorclub eraan kwam, was dat een grote meevaller.

Het beeld dat Hunter schetst is behoorlijk grim af en toe. Vooral het stuk over gangbangs is moeilijk te lezen. Sommige vrouwen laten dit vrijwillig doen, al is het natuurlijk onmogelijk dat welk mens dan ook zoiets vernederends ooit echt vrijwillig zou doen. Hunter was er getuige van dat een vrouw op een feest zo’n 50 keer gepenetreerd werd op verschillende manieren, waarna ze weer terug naar binnen ging. Het komt ook voor dat een vrouw bij wijze van straf door een groepje wrede angels onder handen wordt genomen. De vrouw in kwestie wordt dan naar een plaats gebracht waar de angel die ze naar verluidt onrecht heeft aangedaan haar verkracht, terwijl andere angels toekijken. Soms zijn er zelfs vrouwen van de angels bij, zoals enkele mama’s (vrouwen die tijdelijk rondhangen met de angels en fungeren als menselijke spermacontainers).

Hell's Angels 2
Hunter S. Thompson verdedigd zijn boek tegenover een Hell’s Angel in een televisiedebat.

In het vermakelijke laatste segment worden de angels frequente bezoekers van de LSD-feesten van Ken Kesey (auteur van o.a. ‘One Flew Over the Cuckoo’s Nest’) in La Honda. Het lijkt een vreemde combinatie – angels en LSD – maar volgens de beschrijving van Thompson ‘they handled it with the mindless zeal they bring to their other pleasures.’ In het begin waren de angels terughoudend met de LSD, maar na een tijdje… ‘As it were, their consumption pushed the limits of human toleration. They talked of little else, and many stopped talking altogether. LSD is a guaranteed care for boredom, a malady no less prevalent among Hell’s Angels than any other segment of the Great Society . . and on afternoons at the El Adobe, when nothing else was happening and there was not much money for beer, somebody like Jimmy or Terry or Skip would show up with caps and they would all take a peaceful trip to Somewhere Else.’

Thompson zelf gebruikte ook een keer of zes LSD in die periode en ervoer dat trippen met de angels zo slecht nog niet was. Hun gebruikelijke vijandigheid zakte af en hun wilde en naïeve persoonlijkheden maakten het tot een avontuur. Na een paar intensieve maanden, stopten de meeste angels weer met LSD. Sommige hadden verschrikkelijke hallucinaties gehad of waren bang hun motors te crashen. Voor een paar onder hen was LSD het beste dat ze ooit was overkomen en ze gingen er naar hartenlust mee door.

Maar in 1966 waren de mooie tijden definitief voorbij, althans voor Thompson bij de angels. Een groepje van vijf van hen (niet zijn kameraden) vonden dat hij misbruik van ze maakte door over ze te schrijven. Ze sloegen hem volledig in elkaar. Thompson wilde een origineel slotakkoord voor zijn boek, maar kwam niet verder dan Colonel Kurtz in Joseph Conrad’s ‘Heart of Darkness’: ‘the horror. The horror’. De motor posse komt in Thompson’s latere werk trouwens nog wel regelmatig voorbij, maar dan in een kleine bijrol.

Net voor het einde van het boek noemt Thompson terloops het karakter Raoul Duke. Hij beschrijft hem als outlaw, die de wet niet breekt op een manier die beledigend is voor de samenleving, maar juist op een manier die hem meer geaccepteerd maakt. Thompson’s alter ego Raoul Duke zou binnenkort een geheel eigen avontuur gaan beleven. Misschien wel het grootste avontuur aller tijden…