Satellite’s gone.
Up to the skies.
Thing like that drive me.
Out of my mind.
I watched it for a little while.
I like to watch things on TV.
Satellite of Love
Lou Reed (1972), Transformer
Satellite’s gone.
Up to the skies.
Thing like that drive me.
Out of my mind.
I watched it for a little while.
I like to watch things on TV.
Satellite of Love
Lou Reed (1972), Transformer
Bij CxO Media richten we ons op verschillende communities – groepen professionals die in hetzelfde (financiële) vakgebied werkzaam zijn. We bedienen deze communities met netwerk- en kennisbijeenkomsten (congressen, borrels, trainingen), vacatures en media uitgaven (web, print). De doelgroepen die we onderscheiden zijn CFO’s, financiële professionals (die hiërarchisch onder de CFO vallen) en M&A professionals (specialisten in fusies en overnames).
Mijn favoriete business model hanteren we voor die laatste groep: M&A professionals (M&A staat voor Mergers & Acquisitions). Deze krijtstreep snobs zijn actief in het kopen en verkopen van bedrijven en bedrijfsonderdelen. Hun werkzaamheden bestaan uit financieringen regelen, onderhandelingen voeren en zaken juridisch afhandelen. Dit is typisch de groep groot-kapitalisten waartegen grote maatschappelijk weerstand bestaat, zeker sinds de kredietcrisis uitbrak, mede dankzij het toedoen van onverantwoordelijke zakenbankiers.
Het mooie van deze groep vind ik de enorme ego’s die je tegenkomt. Een voorbeeld: we hebben een speciale deal-database, waarin alle adviseurs en advocaten die betrokken zijn geweest bij transacties genoemd worden. De M&A professionals die bij de meeste deals betrokken zijn geweest in een jaar hebben het meeste aanzien, en maken ook kans een M&A Award te winnen aan het einde van het jachtseizoen.
In de nieuwsbrief die we wekelijks versturen staan recente overnames genoteerd met daarbij een rijtje namen van betrokken adviseurs. Deze lui (met salarissen die de Balkenende norm ver overstijgen) zijn daadwerkelijk in staat om ons te bellen, en (op de ergst denkbare bekakte toon) iets te zeggen als; ‘Tja kerel, ik zie dat Karin boven Joep staat in het overzicht. Dat kan echt niet, Joep heeft een veel grotere rol gespeeld. Mijn naam moet uiteraard bovenaan staan.’ Serieus, ze maken zich druk over de volgorde van de namen van hun collega’s. Dit is niet eens een uitzondering, maar aan de orde van de dag. Dat is exemplarisch voor de cultuur die nog steeds bij zulke firma’s heerst.
Rond ons evenement de M&A Awards, dat aan het einde van ieder jaar plaatsvindt, wordt het nog erger. De winnaars van de awards kiezen als het ware elkaar, want wij vragen ruim 100 autoriteiten in de markt te stemmen op de beste bankiers, advocaten en adviseurs in de wereld van fusies en overnames. Collega’s van mij krijgen regelmatig belletjes met pogingen om de award min of meer te kopen. Deze verzoeken worden uiteraard afgewezen, maar we beschouwen het wel als teken dat men belang hecht aan deze awards. Het is een gat in de markt.
De avond zelf is één grote ‘wie heeft de grootste’ competitie. Welk kantoor heeft de meeste tafels? Wie zitten het dichtste bij het podium? Wie zuipt het meeste champagne? De avond eindigt met 1000 bezopen Zuid-as boeven die worden afgevoerd in taxi’s omdat ze hun eigen Bentleys en Mercedessen niet meer kunnen besturen.
We hebben al een keer een kritisch televisieprogramma op de stoep gehad. Het ging over omstreden overnames in de kinderopvang, een onderwerp dat natuurlijk kan rekenen op stevige maatschappelijke kritiek. We hebben achteraf na de uitzending de nodige boze telefoontjes gehad. Hoe we het in ons hoofd haalden deze criminelen te faciliteren? Ook belde een jammerende advocaat dat zijn moeder de uitzending had gezien. Konden we niks doen om ‘de angel uit de kritiek te halen’?
Tja, met deze business gaan we natuurlijk niet stoppen. Het is veel te vermakelijk en levert voor ons gematigd kapitalisten bovendien een aardige boterham op..
De 16de film van de Coen Brothers is weer een pareltje. Het is wel een vreemde rit, maar dat zijn er wel meer in het oeuvre van de Coens. Van alle voorgaande films lijkt deze nog het meeste op ‘Barton Fink‘. Net als in die steengoede film volgen we een artistiek figuur die in niets minder dan een hel terecht komt. In ‘Barton Fink’ was deze metaforische hel Hollywood, ditmaal is het de folk muziek scene van New York City in de strenge winter van 1961. En eveneens net als in Fink worden de gebeurtenissen al snel bizar, en eindigt het met een scene die je met de ogen doet knipperen en waar je nog lang over na kunt filosoferen.
Ook heeft ‘Inside Llewyn Davis’ wel behoorlijk wat weg van ‘O Brother, Where Art Thou’ want een belangrijke hoofdrol is weggelegd voor de muziek. De recording sessie waarbij Llewyn meewerkt aan opname van de hit singel ‘Please Mr. Kennedy‘ van collega Jim (geweldige rol van Justin Timberlake, wie had verwacht dat die ooit in een Coen Brother film zou belanden?), is al even hilarisch als de opname van ‘Man of Constant Sorrow’ door the Soggy Bottom Boys in ‘O Brother’. De film bevat op dit komische hoogtepunt na nog meer humor (wat verwacht je anders van Joel en Ethan?), toch toont ‘Inside Llewyn Davis’ hoofdzakelijk de sombere kant van het leven van een singer-songwriter. Davis wil beroemd worden maar niet te commercieel. Hij is niet goed genoeg, en zit zichzelf behoorlijk in de weg bij het realiseren van zijn complexe ambities. Uiteindelijk zit hij letterlijk vast in zijn deprimerende wereldje – tot het beklemmende aan toe. Lof verdient de geweldige acteur Oscar Isaac voor het perfect vertolken van het titelkarakter, alsook de piekfijne jaren 60′ settings die zo van een platenhoes van Simon & Garfunkel lijken te komen.
Sterren op de J.H. Kash schaal: 4 uit 5