Writing’s on the Wall

Big night.

In a few hours seeing the latest Bond SPECTREcle, as a completion of my major 007 project. Quite a happy prospect.

It is also an existential quest, as always. My parents in law are moving out of town. They sold their place to a crazy Chinese Dutch entrepreneur, and will move to Vijfhuizen early February next year. This will be the last night I’m crashing here. Me and my little girl.

The pieces are always moving. Constantly. It is enough to drive any man crazy. Still searching for a littl’ bit of purpose, eh? Yesterday, I attended a conference for credit managers. Does that sound depressing? Not to me, I’m used to it. But… I did witness this kind of odd, kind of scary phenomenon. A Dutch super star CFO, yes they do exist, who made it big in Switzerland as finance chief of a major logistics company, attended the conference. He did a session on global working capital, which I covered for my finance platform. In the room, there were about 20 credit managers, 25 tops. And the CFO started the session by saying he reached the age of 66 and recently retired… So what right?

Now here’s the scary part. If this guy – who made it to the board of a multinational, and was in charge of thousands of people, and billions of euro’s worth of assets – is now doing speeches for a bunch of credit controllers, if that is his future, then WHAT THE HELL IS MY FUTURE GONNA LOOK LIKE? Or for any other sad chap around me? Yes, even for the likes of Brad Pitt. Because if that guy completed a movie… let’s say Se7en. He completed Se7en and it’s a huge hit, right? And for a while this mofo is the hottest shit on the planet, and everything’s great for him, BUT then this tropical wind of bliss will blow over, people will move over to the Next Gigantic Thing, and Pitt Boy will be left a sorry ass wanker. A sad tad. Yes, it is true. It is true because it’s experience.

There is nothing you can do. No way to become immortal. I don’t care if your name is Michael Jordan, Steve Jobs or Freddie Mercury. Today it is SPECTRE. Tomorrow some other big thing will come along. Welcome to human existence.

There is a cure though: alcohol.

I am sitting in the bar of the Krasnapolsky right now ordering wine 7 euro’s a glass. One after the other… I am meeting my homeboy Willem in 20 minutes. Then we’ll grab a bite and check in for my childhood hero. My hero still… I’ll report afterwards.

Editor’s Note: The rest of the notebook consists of nothing but incomprehensible scratchings. There is only one sentence readable. It says: ‘Live raw and always live in the moment’.

Writings on the Wall 2

Advertenties

Kapitaliseren op ego’s en peer group pressure

Bij CxO Media richten we ons op verschillende communities – groepen professionals die in hetzelfde (financiële) vakgebied werkzaam zijn. We bedienen deze communities met netwerk- en kennisbijeenkomsten (congressen, borrels, trainingen), vacatures en media uitgaven (web, print). De doelgroepen die we onderscheiden zijn CFO’s, financiële professionals (die hiërarchisch onder de CFO vallen) en M&A professionals (specialisten in fusies en overnames).

Mijn favoriete business model hanteren we voor die laatste groep: M&A professionals (M&A staat voor Mergers & Acquisitions). Deze krijtstreep snobs zijn actief in het kopen en verkopen van bedrijven en bedrijfsonderdelen. Hun werkzaamheden bestaan uit financieringen regelen, onderhandelingen voeren en zaken juridisch afhandelen. Dit is typisch de groep groot-kapitalisten waartegen grote maatschappelijk weerstand bestaat, zeker sinds de kredietcrisis uitbrak, mede dankzij het toedoen van onverantwoordelijke zakenbankiers.

Het mooie van deze groep vind ik de enorme ego’s die je tegenkomt. Een voorbeeld: we hebben een speciale deal-database, waarin alle adviseurs en advocaten die betrokken zijn geweest bij transacties genoemd worden. De M&A professionals die bij de meeste deals betrokken zijn geweest in een jaar hebben het meeste aanzien, en maken ook kans een M&A Award te winnen aan het einde van het jachtseizoen.

In de nieuwsbrief die we wekelijks versturen staan recente overnames genoteerd met daarbij een rijtje namen van betrokken adviseurs. Deze lui (met salarissen die de Balkenende norm ver overstijgen) zijn daadwerkelijk in staat om ons te bellen, en (op de ergst denkbare bekakte toon) iets te zeggen als; ‘Tja kerel, ik zie dat Karin boven Joep staat in het overzicht. Dat kan echt niet, Joep heeft een veel grotere rol gespeeld. Mijn naam moet uiteraard bovenaan staan.’ Serieus, ze maken zich druk over de volgorde van de namen van hun collega’s. Dit is niet eens een uitzondering, maar aan de orde van de dag. Dat is exemplarisch voor de cultuur die nog steeds bij zulke firma’s heerst.

Rond ons evenement de M&A Awards, dat aan het einde van ieder jaar plaatsvindt, wordt het nog erger. De winnaars van de awards kiezen als het ware elkaar, want wij vragen ruim 100 autoriteiten in de markt te stemmen op de beste bankiers, advocaten en adviseurs in de wereld van fusies en overnames. Collega’s van mij krijgen regelmatig belletjes met pogingen om de award min of meer te kopen. Deze verzoeken worden uiteraard afgewezen, maar we beschouwen het wel als teken dat men belang hecht aan deze award. Reden te meer om de prijs van tafeltjes af en toe wat op te krikken.

M&A Awards 2013

De avond zelf is één grote ‘wie heeft de grootste’ competitie. Welk kantoor heeft de meeste tafels? Wie zitten het dichtste bij het podium? Wie zuipt het meeste champagne? De avond eindigt met 400 bezopen Zuid-as boeven die worden afgevoerd in taxi’s omdat ze hun eigen Bentleys en Mercedesen niet meer kunnen besturen.

We hebben al een keer een kritisch televisieprogramma op de stoep gehad. Het ging over smerige overnames in de kinderopvang, een onderwerp dat natuurlijk kan rekenen op stevige maatschappelijke kritiek. We hebben achteraf na de uitzending de nodige boze telefoontjes gehad. Hoe we het in ons hoofd halen deze criminelen te faciliteren? Ook belde een jammerende advocaat dat zijn moeder de uitzending had gezien. Konden we niks doen om ‘de angel uit de kritiek te halen’?

Tja, met deze business gaan we natuurlijk niet stoppen. Het is veel te vermakelijk en levert voor ons gematigd kapitalisten bovendien een aardige boterham op..

Geld verdienen in de journalistiek

‘In de journalistiek valt geen reet meer te verdienen’, is een stelling die ik regelmatig hoor. Men stelt vaak dit dat komt door de komst van internet, maar ik vraag me af of het ooit anders in geweest. De meeste schrijvers/journalisten zijn nu eenmaal arme sloebers, of ze nu werken voor kranten, bladen, of proberen eigen werk (boeken) te slijten. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een biografisch stuk over Hunter S. Thompson, een briljant schrijver, maar ook hij had grote moeite om zijn eerste boeken gepubliceerd te krijgen. Ook later in zijn carrière, toen hij een gevestigd auteur was, had hij nog te maken met gebrek aan funding. De meeste uitgevers zijn ook vaak ondernemingen die grote moeite hebben overeind te blijven. Ze hopen een bestseller uit te brengen waarmee ze hun verliesgevende projecten kunnen financieren.

Traditioneel, zijn er twee manieren om geld te verdienen aan content; adverteerders die zich willen associëren met de titel en/of de inhoud en gebruikers die willen betalen voor het consumeren van de content. In deze nieuwe tijd is er wel wat veranderd aan het uitgavenpatroon van beide groepen. Mijn stelling is dat er met het juiste model nog altijd wat te verdienen valt. Laten we hier naar kijken…

Het bedrijf waar ik momenteel voor werk – Alex van Groningen – is geen traditioneel mediabedrijf, maar de mediatak is er later bijgekomen. Het bedrijf richt zich op financiële professionals (CFO’s, controllers, finance managers, fusie & overname specialisten) met trainingen en communities (o.a. congressen, award shows & netwerkborrels). In het aanbieden van communities is Alex van Groningen een absolute voorloper.

De jaarlijkse CFO Day

De jaarlijkse CFO Day

Het doel van het opzetten van de mediatak (CxO Media) was tweeledig. Ten eerste is het bedrijf een echte ‘bereikboer’, die miljoenen folders het land in stuurt om voldoende klanten te werven voor de trainingen en opleidingen. Voor een dergelijk bedrijf is een eigen distributiekanaal natuurlijk fantastisch voor de promotie van activiteiten die het bedrijf organiseert.

Het tweede doel was het genereren van directe inkomsten, enerzijds via adverteerders en voor sommige bladen via betalende abonnees. Een goed model, maar in de huidige tijd zijn er twee problemen mee. 1.) Lezers willen het type vakcontent dat in de bladen te vinden is gratis kunnen lezen via internet of print (cc distributie). 2.) Advertentie-inkomsten lopen terug. Deels door de crisis, maar het is duidelijk dat ook de voorkeuren van adverteerders veranderen.

De onderneming heeft een mooie oplossing gevonden voor deze uitdagingen. Via het aanbieden van een lidmaatschap van verschillende communities (CFO Association, FM Club & M&A Community), betaal je als ‘gebruiker’ niet langer voor puur het ontvangen van de bladen, maar om aanwezig te mogen zijn op clubevents en netwerkborrels. Hetzelfde geldt voor adverteerders die nu als gastheer op de borrels kunnen zijn en direct leden van hun doelgroep kunnen ontmoeten. Niet langer plat adverteren dus, maar netwerken.

Adverteerders zijn bereid hier voor te betalen en gebruikers ook. Alex van Groningen kon dit model relatief makkelijk implementeren omdat het bedrijf reeds actief was in de community business. Wat nieuw is, is het betaalde lidmaatschap. Eerst konden leden van de doelgroep al gratis komen op grote gesponsorde evenementen zoals CFO Day. Dat kan nog steeds, maar nu zijn er vele netwerkborrels bij gekomen en het kost contributie om hier aanwezig te mogen zijn. Dit model – het koppelen van een titel aan een club of community – kan kleine vakuitgevers in leven houden, maar ook kranten zouden er hun voordeel mee kunnen doen.

Dan is er nog de vraag of mensen bereid zijn te betalen puur voor content. Ik denk voor sommige vormen wel. Ik ben momenteel bezig met een uitgebreide feature over James Bond, bestaande uit lijstjes met de beste Bond-slechteriken, Bond Girls, gadgets, voortuigen, et cetera. Precies het type content dat in bakken gratis op het internet te vinden is. Net als mijn Hunter S. Thompson serie typische Wiki-content is, waar je geen rooie cent mee kan verdienen. Maar dat maakt niet uit, want ik doe het uit passie. Aanbieders van deze typen content, zoals veel bladen, moeten serieus gaan nadenken over hoe ze kunnen concurreren met alle gratis aanbieders die op het internet te vinden zijn.

Afgelopen week las ik op de website van Het Financieele Dagblad over een nieuwe uitgeverij genaamd Forfor. Deze uitgeverij geeft tientallen bestaande journalistieke werken opnieuw uit, maar dan digitaal, als e-boek, voor een prijs van 4,99 euro. Fosfor heeft op dit moment zestig eerder verschenen, maar niet meer leverbare journalistieke werken in zijn fonds. De uitgeverij denkt daarmee ook een lezersgroep te kunnen interesseren die nu niet wordt bereikt: jongere consumenten die de klassieke werken niet kennen en weinig boeken op papier lezen. ‘Deze zogenoemde digital natives zijn opgegroeid met digitale technologie’, aldus medeoprichter Evert Nieuwenhuis. ‘Er wordt wel beweerd dat zij niet voor digitale content willen betalen, maar het blijkt dat ze daartoe wel degelijk bereid zijn als je ze bedient, zoals ze gewend zijn om te worden bediend.’

Ik denk dat hij helemaal gelijk heeft. Neem Hunter S. Thompson, ik zou er veel geld voor willen betalen om de e-versie te downloaden van de twee edities van Rolling Stone Magazine uit 1971, waarin zijn meesterwerk Fear and Loathing in Las Vegas te lezen is. Maar toegang tot het archief hebben alleen abonnees van het blad. Daarnaast moet je voor de iPad zelfs een apart lidmaatschap nemen, zelf als je abonnee bent van het geprinte magazine. Gemiste kans voor Rolling Stone.

Rolling Stone Magazine

Conclusie: er valt nog wel degelijk geld te verdienen met journalistiek alleen de vorm vereist de nodige aanpassing. Zowel adverteerders als gebruikers hebben andere voorkeuren. Bedien ze zoals ze dat fijn vinden en je kunt ook in deze tijd succesvol zijn als uitgever en journalist.

Documentaire: Inside Job – Ultieme beschouwing van de grootste crisis aller tijden

Door de wereldwijde financiële crisis die in 2008 in alle hevigheid losbarste zijn miljoenen mensen hun spaargeld kwijtgeraakt, hebben mensen wereldwijd hun baan verloren en zijn talloze mensen – vooral in de Verenigde Staten – hun huis uitgezet en gedwongen in tenten te leven. Hoe is het zover gekomen en hoe staan we er nu voor? Deze vragen beantwoordt de documentaire ‘Inside Job’.

De regisseur van ‘Inside Job’ is de Oscar-winnende documentairemaker Charles Ferguson, die in 2007 met ‘No End in Sight’ een kritische blik wierp op de rampzalige bezetting van Irak en de daarbij gemaakte fouten door de regering Bush. Momenteel werkt hij aan een documentaire over WikiLeaks die in 2012 zal uitkomen. Het doel van Ferguson met ‘Inside Job’ is simpel; de oorzaken en gevolgen van de crisis haarfijn uitleggen. Het gevoel dat hij daarmee vooral opwekt is woede. Ferguson slaagt zeer goed in zijn doel, want de excessen die hij toont zijn zo wanstaltig dat ze je als kijker onmogelijk onverschillig kunnen laten. Ook worden complexe financiële handelswijzen met simpele voorbeelden en vergelijkingen duidelijker gemaakt dan ooit tevoren.

De documentaire begint in IJsland, ooit een bijna volmaakte maatschappij, totdat de overheid overging op verregaande deregulering van de bankensector. De drie grootste banken leenden 120 miljard dollar voor investeringen wereldwijd, een lening die 10 keer groter is dan de IJslandse economie zelf. De bankiers werden rijk en de overheid profiteerde mee. Totdat de zeepbel werd doorgeprikt met rampzalige gevolgen. Het ongelofelijke in retrospectief is dat accountantsfirma’s en rating agencies toentertijd geen problemen vonden in de balansen van de banken en IJsland zelfs regelmatig complimenteerden met hun handelswijze.

Wat er gebeurd is in IJsland is een miniatuurversie van wat er misging op Wall Street. Hoe begon het allemaal? In 1981 benoemde president Ronald Reagan de directeur van private investeringsbank Merrill Lynch tot Minister van Financiën. Dit is het begin geweest van een periode van 30 jaar lang dereguleren. De volgende stap was de consolidatie van de financiële sector. Investeringsbanken werden zo groot, dat wanneer ze om zouden vallen, het hele systeem zou instorten. De regering Clinton hielp ze verder door een wet overboord te gooien die riskante fusies in de financiële sector moest voorkomen.

In 2001 werd al duidelijk dat het financiële systeem niet functioneerde toen de internetbubbel uit elkaar klapte met 5000 miljard dollar kapitaalvernietiging tot gevolg. Elliot Spitzer (Hoofd Openbaar Aanklager New York 1999 – 2007) bracht aan het licht dat investeringsbanken bewust internetbedrijven hadden gepromoot waarvan ze wisten dat ze zouden falen. Het was niet bepaald de eerste keer dat deze instellingen – de bekende vijf; Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers – op illegale activiteiten werden betrapt, maar ze kwamen er altijd met een boete vanaf. De regels werden niet aangeschroefd, maar juist verder versoepeld.

Ontstaan crisis
Verschillende financiële instrumenten hebben bijgedragen aan het ontstaan van de bankencrisis die in 2008 losbarste. Derivaten zijn misschien wel de belangrijkste van deze instrumenten. Hiermee konden bankiers overal op gokken; stijgende olieprijzen, het faillissement van een bedrijf of zelfs het weer. Tegen het einde van de jaren 90’ was de derivatenhandel een markt met een waarde van 50 triljoen (5.000 miljard) dollar. Bovendien was het een markt die niet gereguleerd was. Alan Greenspan, toenmalig voorzitter van de FED, hield de regulering van derivaten in 1998 tegen omdat het ‘onnodig’ zou zijn. In 2000 nam het Amerikaanse Congres zelfs een wet aan die de regulering van derivaten verbood. Toen was het hek echt van de dam.

Na de derivaten maakte het volgende uiterst riskante instrument zijn entree; securitisaties van huizen en andere schulden. Banken namen schulden over en bundelde deze in pakketjes: CDO’s (Collateralized Debt Obligations). Deze CDO’s verkochten ze vervolgens aan investeerders. Hypotheekbetalingen gingen nu de hele wereld over. Het gevolg was dat het geldschieters niks meer kon schelen of een klant zijn of haar hypotheek nog betaalde, dus keurde ze steeds riskantere leningen goed. Vanaf 2004 werden steeds meer sub-prime hypotheken – de meest riskante hypotheekvorm – gebundeld in CDO’s. De securitisatiemarkt is de grootste bubbel aller tijden geworden.

Rating agencies speelde in dit alles een zeer twijfelachtige rol omdat zij door investeringsbanken betaald werden (en worden) om ratings af te geven over hun producten. Dit werden daarom natuurlijk vaak Triple-A ratings, oftewel de best mogelijke ratings. Ondertussen stond de SEC (Het equivalent van de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten) toe dat investeringsbanken steeds hogere leverage konden nemen tot wel leverageniveaus van 33:1. Dus, een daling van 3 procent van hun activa zou deze banken insolvent maken. Het is idioot, maar dit was echt toegestaan.

Een andere tijdbom die aan bod komt in ‘Inside Job’ is het instrument Credit Default Swaps die werden verkocht door de grootste verzekeraar in de VS; AIG. Een Credit Default Swap is een verzekering op een CDO. Als een CDO faalt, betaalt verzekeraar AIG het verlies terug aan de investeerder. Maar speculanten konden – in tegenstelling tot bij normale verzekeringen – ook Credit Default Swaps kopen om tegen CDO’s te wedden die ze niet zelf bezaten. Als een CDO dan zou falen, zou dat dus potentieel een enorm verlies betekenen voor de verzekeraar. Banken als Goldman Sachs speculeerde zo bewust tegen financiële producten die ze zelf aan hun klanten hadden aangeraden. Omdat Credit Default Swaps niet gereguleerd waren, hoefde AIG geen geld opzij te zetten voor potentiële verliezen. In plaats daarvan betaalde ze gigantische bonussen aan medewerkers om zoveel mogelijk contracten binnen te slepen.

De crash
Terugkijkend op deze ontstaansgeschiedenis kan gesproken worden van een Ponzifraude, oftewel hoge winsten die steeds worden betaald met de inleg van nieuwe klanten. Inderdaad, totdat er geen nieuwe klanten meer bijkomen en het systeem instort. Dat gebeurde in 2008. Eerst begonnen de executieverkopen van huizen sterk te stijgen en de keten van securitisaties implodeerde. Leners konden hun leningen niet meer betalen aan de investeringsbanken en de markt voor CDO’s crashte. Investeringsbanken konden honderden miljarden aan leningen, CDO’s en onroerend goed niet meer verkopen.

Toenmalig Minister van Financiën Henry Paulson, die daarvoor overigens CEO van Goldman Sachs was, besloot de insolvente investeringsbank Lehman Brothers failliet te laten gaan, om zo de financiële markten te kalmeren, zo redeneerde hij. Dit bracht een schok teweeg in het hele wereldwijde financiële systeem. Alle fondsen met assets bij Lehman Brothers ontdekte tot hun schrik dat ze deze niet meer kwijt konden. Een belangrijk knoop in de hub faalde, wat enorme gevolgen had voor het hele systeem. Verzekeraar AIG stond ook op omvallen en het hart van de wereldeconomie kwam toen tot stilstand. De Amerikaanse overheid had geen keus. Ze spendeerden 700 miljard dollar belastinggeld om AIG en de overige banken te redden, maar een wereldwijde economische recessie kon niet meer worden afgewend.

De lijst van prominente experts uit de financiële wereld die geïnterviewd wordt in ‘Inside Job’ is indrukwekkend, o.a. Nouriel Roubini, Paul Volcker, Willem Buiter, George Soros, Christine Lagarde, Eliot Spitzer en Dominique Strauss-Kahn komen aan het woord. Veel indrukwekkender is de lijst van mensen die geweigerd hebben mee te werken aan de film. Bijvoorbeeld Alan Greenspan, die nooit problemen zag in wat er in de financiële sector gebeurde, weigerde mee te werken aan deze documentaire. Hij is één van velen.

Verandering
Hoe staan we er nu voor? Obama werd gekozen tot president vanwege zijn roep om verandering, maar is die verandering gekomen? In zijn regering zitten talloze figuren die afkomstig zijn van Wall Street of die een rol hebben gespeeld in het ontstaan van de crisis. De hervormingen op reguleringsvlak stellen tot nu toe weinig voor. Op kritieke punten, zoals de rating agencies, bonussen en lobbyisten is niks van betekenis aangepakt. De CEO’s van de banken die de crisis hebben veroorzaakt zitten nog op hun plaats en rating agencies hebben hun verdienmodel nog niet hoeven aanpassen. Obama heeft geen enkele financiële instelling crimineel vervolgd of bonussen teruggevorderd die tijdens de zeepbel zijn verdiend. De regering is nog altijd een ‘Wall Street regering’, zoals één van de geïnterviewden het mooi omschrijft.

Wat kunnen wij doen?
Dit alles maakt machteloos en boos. Wat kan het Nederlandse bedrijfsleven hiermee? Ten eerste is het belangrijk om vast te stellen dat in het hedendaagse financiële systeem alles aan elkaar vast is geknoopt, zoals gebleken is met de val van Lehman Brothers. Daarom kunnen de ontwikkelingen in Amerika niet los gezien worden van de rest van de wereld. Wij hebben net zoveel belang bij een gezonde financiële sector in de VS, als de Amerikanen zelf.

In de VS moet het risicomanagement en de governance van financiële instellingen op de schop, zo kunnen problemen in de toekomst voorkomen worden. Als de overheid en Wall Street het zelf niet op orde brengen, moet de rest van de wereld deze governance afdwingen. Bij een recente rondetafelsessie over ethiek in het bedrijfsleven waar ik als journalist bij aanwezig was, vertelde de CFO van een groot Nederlands bedrijf dat hij weigerde zaken te doen met Goldman Sachs omdat zij nog steeds onethisch handelen. Dit zal niet voor ieder bedrijf makkelijk zijn, maar ik vind het een inspirerend voorbeeld dat ik graag opvolg. Daarom verwijs ik persberichten van Goldman Sachs vanaf nu direct naar mijn elektronische prullenbak. Opgeruimd staat netjes.