Het dierencarrousel

Vandaag hebben we Mentos laten inslapen, de laatste kip van onze originele groep van zes die we als kuikens hebben grootgebracht.

Dat was in 2010, dus Mentos is twaalf jaar geworden. Dat hoorde de dierenarts niet vaak. En dat niet alleen: ze heeft twaalf zomers doorgebracht op Het Konijneneiland: een paradijs voor dieren met de service (door Loesje) van een vijfsterrenhotel.

De missie van het Konijneneiland is inmiddels uitgebreid van een gelukkig leven creëren voor konijnen naar een gelukkig leven creëren voor alle levensvormen. We hebben de afgelopen jaren zo’n 100 bomen geplant (verschillende wilgensoorten) wat goed is voor de biodiversiteit: insecten en vogels profiteren van de gevarieerde flora. Zoals op de foto te zien weten ook eenden ons goed te vinden, net als ganzen en hoentjes. Ook leven er vier schapen (ouessanten) op het eiland. Alleen konijnen ontbreken momenteel, maar dat komt wel weer.

Mentos is vandaag vertrokken en ze heeft een prachtig kippenleven gehad. Nu sluit ze zich weer aan bij de originele groep: Bert (de haan), Lolita (zijn vrouw), Aagje en de gezusters Cochin. Rust zacht Mentos.

“Full circle: from the tomb of the womb to the womb of the tomb we come. An ambiguous and enigmatical incursion into a world of solid matter very soon to melt from us like the substance of a dream.”
― Joseph Campbell in ‘The Hero With a Thousand Faces’

Gek op Loesje, Rosa én het grote dierenrijk!

Door Charles Sanders

“Pffff”, zucht Jeppe, als hij op de stoel achter zijn redactiebureau neerploft. Rooddoorlopen ogen, modder aan handen en op kleding, het haar zo woest dat hij haast wel in een cabriolet – met de kap naar beneden – door de wasstraat moet zijn gereden… Of toch die mega-kater en vervolgens in het holst van de nacht van de fiets gevallen? Dan wel bij volle maan slaapwandelend de sloten van de Beemster verkend? We krijgen er geen vat op.

“Wat is er gebeurd?”, vragen we daarom maar, enigszins bezorgd. Jeppe kijkt op die voor hem zo kenmerkende wijze. Beetje dichtgeknepen ogen, ietwat sarcastische glimlach, blik alsof hij precies weet wat zijn gesprekspartners denken, wat hen beweegt, wat ze gaan zeggen. “Ik moest een eend naar het hiernamaals brengen”, orakelt hij op mysterieuze toon, zijn woorden zorgvuldig kiezend.

En om meteen maar te voorkomen dat we het in onze hoofden zouden halen ook maar te dénken dat hij met een jachtgeweer door de Noord-Hollandse weilanden is getogen, met hagel schietend op rondfladderend gevogelte: “Was aangereden. Die eend dan. Ik heb hem naar het hiernamaals geholpen. Het dier moest uit zijn lijden worden verlost.”

Zucht van opluchting. Gelukkig, Jeppe is nog steeds dezelfde. Familieman, echtgenoot van Loesje, vader van Rosa, vegetariër, dierenvriend. Dat laatste gaat heel ver. Zo wil het gerucht dat Jeppe eigenlijk liever als redacteur voor de Fabeltjeskrant had gewerkt dan de scepter over AccountantWeek te zwaaien. Omdat hij dan nieuws had kunnen schrijven voor en over de bewoners van het Grote Dierenbos. Zoals daar zijn: Jodokus de Marmot, broers Ed & Willem Bever, Zoef de Haas, Zaza Zebra, de zussen Myra en Martha Hamster (Ja, die namen bestaan bij Alex van Groningen óók, maar toch anders…) en… hoofdredacteur Meneer de Uil! Niet dat die laatste beter zou zijn dan zijn huidige hoofdredacteur, maar ja, dat gevederte hé! Ander gerucht, vooralsnog door niets en niemand bevestigd: Jeppe had zijn dochtertje ook best Bambi willen noemen. Naar het witstaarthertje uit de gelijknamige Walt Disney-kraker… Het verhaal wil dat Loesje daar een stokje voor stak.

Hoe ver die dierenliefde van Jeppe gaat, bewees hij afgelopen winter nog. Want deze fervente aanhanger van Marianne Thieme’s Partij voor de Dieren bezit in zijn Noord-Hollandse polder een heus eilandje. Met konijnen, kippen en – voor continuïteit heeft hij ook al gezorgd – een haan. In de ijzige koude avond van woensdag 28 februari zit het Jeppe niet lekker. Diezelfde ochtend, in alle vroegte, had hij zijn haan niet gezien. “Misschien een uitstapje naar een ander, warm kippenhok”, mompelt hij nog in zichzelf, terugfietsend naar huis. Maar de zelfpoging tot geruststelling helpt niet. Die hele dag, op de redactie in Amstelveen, blijft het door zijn hoofd spoken. AccountantWeek? Leuk en aardig. Maar hij is nu eventjes meer bezig met dat kippenhok in de polder dan dat hij aandacht heeft voor vermeende fraudezaken bij KPMG of één van de andere Big Five in Accountancy…

Want straks, met gevoelstemperaturen voor de boeg tot -25 graden… Wat gebeurt er dan? Nee, de haan moet terug, zijn eigen hok in. Stel dat ‘ie daar op het eilandhekje staat te bibberen en de volgende ochtend is veranderd in diepgevroren Friki filet? Jeppe begint bij het idee alleen al zelf te bibberen. Dus eenmaal uit de file en thuis; fiets uit de schuur, kleine Rosa – vanzelfsprekend warm ingepakt – achterop en het dorp uitgepeddeld. De snijdende kou, zich zo breed mogelijk makend om Rosa achterop uit die wind te houden, trotsterend. Veel Hollandser krijg je het niet. Als een ansichtkaart van Anton Pieck.

En ja hoor, aangekomen bij het eiland van de familie Kleyngeld, blijkt Jeppe over diervriendelijke voorspellende gaven te beschikken. Want op het hekje staat die anders zo fiere haan met zijn kop in zijn veren verstopt te trillen als een rietje. Jeppe parkeert zijn fiets, kijkt nog even goed of Rosa veilig zit en glijdt de in een ijsvloer veranderde sloot over. De haan, normaal gesproken niet altijd even aanhankelijk, lijkt warempel wel blij hem te zien. En als hij het dier door het deurtje in het kippenhok duwt, lijken de dames – gezien het opgewonden getokkel dat binnen losbarst – ook vrolijk.

Jeppe fietst terug naar huis. Vuurrode wangen, ijspegels in het haar. De wind is gedraaid, de gevoelstemperatuur zo mogelijk nog lager dan op de heenweg. Maar deze Noord-Hollander maalt er niet om. Hij kijkt over zijn linkerschouder naar dochtertje Rosa en die is ook blij. ‘Haan goed, al goed.’ Zo gaat dat in de familie Kleyngeld. En morgen? Dan staat er voor de hoofdredacteur van AccountantWeek een serie interviews met sprekers op de komende AccountantExpo op het programma. Onbedoeld en onbewust moet Jeppe een klein beetje geeuwen…

Geschreven ter ere van jubileum 10 jaar bij Alex van Groningen…

De cochin zijn dood

In oktober 2013 ging de eerste van de zusters cochin dood. Vandaag stierf de andere na een fatale injectie. Ze had iets onder de leden, een virus of een tumor. Nadat de dierenarts het middel had toegediend viel ze in slaap om mijn schoot, maar na een tijdje werd ze wakker en begon ze te kraaien. Het was altijd al een bijzondere vogel. De tweede injectie werkte vrijwel onmiddellijk. Ze is zes jaar oud geworden.

Ik heb de cochin ’s avonds op het Konijneneiland begraven naast de andere cochin. Ze zijn nu samen herenigd in de graan- en wormenhemel.

Van de groep kuikens die Loesje en ik in 2010 hebben grootgebracht leven er nu nog twee op het eiland: Mentos en Aagje. En wellicht leeft Bertje ook nog.

De cochin zijn dood 1

De geschiedenis:
– Bertje (haan): wegens serial rape-activiteiten en agressie ondergebracht op boerderij.
– Lolita (vrouw van Bertje): overleden in 2013.
– Cochin 1: overleden in 2013
– Cochin 2; overleden in 2016
– Mentos: 2010 – ????
– Aagje: 2010 – ????

Rust zacht lieve zusjes cochin.

De cochin zijn dood 2

Vogelgriep is symptoom van zieke industrie

‘De overheid moet de schade vergoeden van de vogelgriep uitbraak.’ Zo luidde dinsdag de stelling op BNR Nieuwsradio. De meeste, zakelijk ingestelde luisteraars vonden van niet. ‘Het is een bedrijfsrisico van de pluimveesector, en daar kun je je tegen verzekeren’, aldus een luisteraar. Mijn reactie via Twitter haalde ook de uitzending:

#bnr Nee, consument moet betalen voor schade vogelgriep. =Biotaks

Een toelichting: De bio-industrie is ontstaan na de tweede wereldoorlog. Doordat er in die oorlog zo veel honger is geleden, riep de regering: ‘nooit meer honger! Er moet van nu af aan voor iedereen genoeg en betaalbaar voedsel zijn.’

Langzaam veranderde het boeren ambachtelijke bedrijf in een grootschalige industrie. Jaarlijks worden er in Nederland 500 miljoen dieren in de bio-industrie op wrede manier gehouden door 45.000 bedrijven. De Nederlandse veehouderij produceert in één jaar drie miljoen ton vlees en bijna tien miljard eieren, waarvan meer dan 75 procent voor de export is. Het dierenleed en de milieuschade die dit veroorzaakt is ongekend.

Ik vind dat consumenten nu veel te weinig betalen voor vlees in de supermarkt. De kosten van een vogelgriepuitbraak moeten daarom doorgerekend worden in de prijs van vlees.

Vogelgriep Uitbraak 2

Een industrie die ziek is kun je alleen uitroeien door een betere industrie neer te zetten. Ik zou graag zien dat er overal laboratoria worden neergezet om massaal kweekvlees te gaan produceren. Een hamburger uit een reageerbuis? Prachtig, ik zou weer vlees gaan eten.

Maar waarom zou de industrie gaan veranderen? Voor veel producten betalen wij consumenten nu niet de prijs die het eigenlijk zou moeten kosten als je de milieuschade mee zou nemen. Voorbeelden zijn vliegtickets, t-shirts en…. kippenvlees. Het boek ‘de vergeten oplossing’ van Eric Broekhuizen stelt terecht dat bedrijven nu de verborgen kosten van hun afval, luchtvervuiling, uitputting van grondstoffen, uitbuiting van armen en afbraak van de natuur nu niet hoeven te betalen. Waarom zouden ze dan veranderen?

‘In plaats van alleen in het nu te leven, zouden we ook verder kunnen kijken. Willen we de aarde niet onleefbaar achterlaten voor onze kinderen, dan moeten we beginnen de kosten van vervuiling en afbraak van de natuur in rekening te brengen bij de veroorzakers. Zo worden vervuilende producten duur ten opzichte van schone producten en ontstaan bij iedereen de juiste prikkels om schone, duurzame keuzes te maken’, aldus Broekhuizen.

Om tot een nieuwe industrie te komen, moeten we dus eerst de prijs van milieuschade middels biotaks in de consumentenprijs gaan opnemen. Dat dwingt bedrijven voortaan duurzaam te gaan produceren, en waar beter deze biotaks eerst in te voeren dan in de vleesindustrie? Een industrie waarvan iedereen kan zien dat die door en door ziek is. De vogelgriep is slechts een eerste symptoom.