Het Tibetaanse Dodenboek

“Alles wat vorm heeft vergaat. Alles dat zich verzameld heeft valt uit elkaar. We zijn allemaal net als bijen, alleen op de wereld, gonzend en zoekend zonder een plek om uit te rusten. En dan komt de meest radicale transitie die we kunnen ervaren. Het licht van deze wereld verdwijnt. En het licht van de volgende wereld verschijnt.”

We zijn in het Westen verleerd om te sterven. In onze cultuur is de dood gelijk aan falen. Een mislukking. Een fout van het universum die niet had mogen gebeuren. Deze overtuiging zorgt voor onnodige angst en verwarring.

Het Tibetaanse Dodenboek werd in de achtste eeuw geschreven door de beroemde Indiase leraar Padmasambhava, dezelfde die het Boeddhisme naar Tibet bracht. Het boek dient als gids voor de stervenden. Het beschrijft het proces van het sterven als natuurlijke overgang.

Het dodenboek beschrijft hoe het bewustzijn plotseling wordt gescheiden van alle omstandigheden die het dagelijks leven uitmaken. De geest ervaart zijn eigen bevrijding als een stralend zuiver wit licht.

Volgens het Bardo Thödol (Tibetaanse naam voor het Dodenboek) zijn zowel het leven als de dood een onafgebroken stroom van onzekere overgangen die de Bardo’s worden genoemd. De tekst legt uit hoe we, door de bewustzijnsstaten en het fysieke lijden te herkennen, we met onze wezenlijke aard in contact kunnen komen. Op die manier is het mogelijk om je van verwarring en angst te bevrijden.

Een stervende in Tibet wordt gedurende 49 dagen elke dag het Bardo Thödol voorgelezen. Volgens deze tekst dwaalt het bewustzijn van de overledene in deze tijdsperiode tussen het ene leven en het volgende. Gedurende deze tijd is hij in staat om te luisteren. Daarom wordt de tekst hardop gelezen om de gestorven persoon te begeleiden en ondersteunen.

“De dood is nu gekomen en je vertrekt van deze wereld. Maar je bent niet de enige want de dood komt bij alle mensen op aarde. Probeer alles wat je aan dit leven bindt los te laten en ook de mensen waar je je mee verbonden voelt. Wees je hiervan bewust en blijf vooruitgaan wat voor angst of schrik zich ook voordoen tijdens het ervaren van de werkelijkheid van je geest. Herken dat elk beeld in je geest je eigen schepping is. Blijf dat herkennen! Dan zal je bevrijding bereiken.”

Als je geboren wordt, dan huil je, maar de hele wereld juicht. Als je dood gaat huilt de wereld, maar jij vindt misschien wel de grootste bevrijding. “Freed from boundaries of any kind. Just brilliant light.”

Advertenties

Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Door Jeppe Kleyngeld

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft.

De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet.

Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee.

De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde.

Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de theory of everything zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er?

Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

Biocentrisme in het kort

Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum.

Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid.

Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren.

Ruimte en tijd bestaan niet echt
Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt.

Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen.

Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkunde les: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen.

Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn.

Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum
Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double slit experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant een meting doet stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (‘A Beautiful Mind’). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit.

Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristallen ook geldt voor flatgebouwen en planeten.

In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten.

Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life creates the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatio-temporal logic of self.’

Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt.

Stephen Hawking over aliens

Stephan Hawking's Universe - DVD

Zijn we alleen op onze kleine blauwe bal? Dat is onwaarschijnlijk. In de Melkweg waar we wonen alleen al zijn er tenminste 200 miljard sterren. En de Melkweg is slechts één van de 100 miljard sterrenstelsels van het universum. Dit is veel groter dan het menselijk brein kan bevatten.

Leven kan allerlei vormen aannemen. Van hersenloze monsters tot complete intelligente beschavingen. Of wezens die zo vreemd zijn dat we het niet eens als leven zouden herkennen. Hoe kunnen alienjagers dit leven opsporen? De wetten van het universum lijken overal hetzelfde te zijn, dus wellicht geldt dat ook voor leven, al zijn de details anders.

Over het ontstaan van het leven op aarde bestaan meerdere theorieën. Volgens een ervan is het bij toeval ontstaan in poelen met oersoep vol met chemicaliën, genaamd aminozuren. Miljoenen jaren lang botsten de moleculen op elkaar totdat de ideale combinatie spontaan ontstond. Het ultieme mazzeltje waarmee al het leven op aarde begon. De kans dat dit spontaan gebeurt is astronomisch klein, maar er wint altijd wel ergens iemand de jackpot, niet?

Er is nog een intrigerende hypothese: panspermie. Het leven zou elders zijn ontstaan en zijn getransporteerd van planeet tot planeet door astroïden. Het is mogelijk dat steenblokken bevroren organismen kunnen meedragen binnenin. Organismen die extreme temperaturen en ruimtvacuüm kunnen weerstaan. Het is zelfs mogelijk dat astroïden nu nog steeds leven naar andere werelden brengt.

Stephen Hawking over aliens 1
Stephen Hawking over aliens 2
Stephen Hawking over aliens 3

Na het ontstaan komt de fase van overleven waar voedsel voor nodig is. Dus moeten alienjagers zoeken naar plakken waar aliens voedsel zouden kunnen vinden. Water is onmisbaar voor al het bekende leven en water is overal in de ruimte te vinden. Bijvoorbeeld op Europa, één van de manen van Jupiter. Deze maan bevat bevroren water, want het is er min 165 graden Celsius. De ijslaag op Europa is wel 24 kilometer dik. Maar door de zwaartekrachtwerking wordt de maan gekneed als een bal klei, een proces dat warmte veroorzaakt. Wellicht zit onder de ijslaag vloeibaar water en daar zouden aliens kunnen wonen. Zwemmende aliens die geen idee hebben van wat er buiten allemaal gebeurt. Een missie naar Europa is prijzig, maar zal ongetwijfeld plaatsvinden in de toekomst. NASA heeft al concrete plannen.

Als de wetenschap breder wil kijken is dat lastig omdat planeten vaak moeilijk te spotten zijn. Dat vereist zeer geavanceerde technologie. De binoculaire Kech-telescoop met zijn dubbele negen meter grote spiegels is één van de krachtigste allertijden. Maar zelfs deze telescoop kan niet direct expoplaneten zien. Hij speurt naar sterren met waarneembare schommelingen. Vervolgens kan het licht van een ster uit een opname gefilterd worden, zodat een eventueel planetenstelsel van de betreffende ster waargenomen kan worden. In 1995 is de eerste exoplaneet gevonden en sindsdien zijn dat er veel meer geworden.

Hawking stelt dat elke levensvorm die fysiek mogelijk is vermoedelijk ergens bestaat in ons uitgestrekte universum. Er kunnen ook heel goed aliens bestaan die niet afhankelijk zijn van water, maar van andere chemicaliën. Contact leggen met aliens zal lastig blijven omdat de afstanden zo gruwelijk zijn. Per lichtjaar is een boodschap wel een jaar onderweg, en de meeste sterren liggen op honderden tot duizenden lichtjaren afstand.

Als aliens ons ooit komen bezoeken verwacht Hawking geen positieve uitkomst. Want als ze hier komen zijn ze net als wij geëvolueerd uit een soort die alles exploiteert. Als ze het vermogen hebben hier te komen zijn het zonder twijfel zeer intelligente ruimtenomaden die het verouderingsproces hebben weten stop te zetten. Mogelijk kunnen we zelfs de energie van een ster aanwenden om wormgaten te creëren waardoor ze enorme afstanden kunnen afleggen in no time.

Bestaan aliens? Ongetwijfeld. We hoeven maar naar onszelf te kijken om te beseffen dat er onwaarschijnlijke dingen plaatsvinden in het uitgestrekte universum. Bovendien is het wat arrogant (mijn woorden) om te denken dat we uniek zijn.

Levenslust

Komt het ooit nog goed? Ik weet nu pas wat het betekent om verloren te zijn. Niet dat ik het ben (nog niet in elk geval), maar ik begrijp het concept nu heel goed.

Een jongen uit de straat wilde niet meer leven. Hij lijdt aan ADHD. Nu is die aandoening behoorlijk aan inflatie onderhevig, maar het kan echt een ramp zijn. Stel je voor dat je geen enkel gesprek kunt volgen omdat je hersens niet meewerken en dat je zelfs je oude opoe niet kunt bijbenen. Dat alles wat je onderneemt uitloopt in compleet falen en bittere mislukking. Dat is klote. Echt klote.

Nee Jeppe, nu niet meteen in praktische, oplossingsgerichte modus schieten. Natuurlijk is het belangrijk om in een dergelijk geval kleine successen te vieren, maar in dit essay, wil ik puur stilstaan bij ‘het verloren zijn’ en hoe het voelt om altijd in alles te mislukken. Het leven is een groot spel met torenhoge inzet. Daar kom ik steeds meer achter. Het kan zo snel voorbij zijn, en er kan zoveel misgaan… Wanneer ik er soms zo naar kijk, begrijp ik niet hoe iemand het nog trekt…

Want het is niet niks wat je allemaal voor elkaar moet boksen om echt gelukkig te zijn. Je moet gezond zijn en fysiek in balans blijven. Je moet vrienden en familie hebben waarmee je iedere week opnieuw gezellige, sociale dingen onderneemt. Je moet intellectueel uitdagend werk hebben dat ook nog goed betaalt. En je moet ook spiritueel en seksueel nog eens aan je trekken komen. Dit nog even los van de gigantische levensvragen (en doodsvragen) die een mens kunnen overweldigen.
Levenslust

Voor veel mensen is dit geen geringe opgave. Bij mij zit op sociaal vlak het grootste knelpunt, maar dit ervaar ik niet als groot probleem. Ik heb allereerst een fantastisch gezin, en ik heb soms even tijd alleen nodig om m’n energie op te laden. Maar stel nou dat het op alle vlakken (fysiek, sociaal, intellectueel, seksueel, spiritueel) echt slecht gaat, wat dan? Kan iemand je dan nog met een strak gezicht vertellen ‘dat het wel goed komt’? Voor sommige mensen is het keihard werken om er nog wat van te maken. En dan nog is het maar de vraag of het lukt. Geluk is verre van vanzelfsprekend, zelfs in onze maakbare samenleving.

Daarom vind ik het heel begrijpelijk wanneer iemand zichzelf van kant wil maken. Dit leven is een taaie rit en ik heb respect voor iedereen die de strijd aangaat. Ook als je die strijd uiteindelijk verliest kun je rekenen op mijn waardering. Niet dat ik hier zelfmoord wil promoten. Je moet er altijd het beste van proberen te maken, al is het voor je familie. Mijn punt is dat sommige mensen die niet eens hebben.

Een toepasselijke afsluiting vind ik de vaste proost van het personage James Darmody uit de serie Boardwalk Empire: ‘op de verlorenen’ (‘to the lost’). Dat jullie de weg weer terug mogen vinden, waar naar toe dan ook.