The Verdict: Wise Guy: David Chase and The Sopranos

As a devoted fan of The Sopranosmy all-time favorite show – I thought there wasn’t much left for me to discover. But HBO’s new two part documentary Wise Guy: David Chase and The Sopranos offers fresh insight, focusing primarily on the mastermind behind the series, David Chase (1945), especially in its first half. Chase is a compelling figure: intelligent, introspective, and a natural storyteller. Director Alex Gibney (Gonzo: The Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson, Enron: The Smartest Guys in the Room) places Chase in a metaphorical psychiatrist’s chair, allowing him to speak candidly about his upbringing, his eccentric mother, dreams, death, and how these themes shaped The Sopranos. Chase recalls his time in college down south, which he disliked, though he was exposed to European cinema by directors like Godard, Bergman, and Fellini. “I saw , and I don’t think I understood it, but it blew my mind”, he reflects. This experience ignited his desire to become a filmmaker, leading him to study at Stanford’s film school. The documentary even shows part of his student film – a gangster story with an attempted Godard flair, which is amusing in its ambition. While Chase’s destiny wasn’t in film directing, he found his calling in television. He worked on successful shows like The Rockford Files and Northern Exposure, but his true breakthrough came when HBO greenlit The Sopranos in 1998. The series became a cultural phenomenon, and Chase infused it with deeply personal elements, including therapy sessions and his tumultuous relationship with his mother. Other talented writers like Robin Green and Terence Winter also contributed significantly to the show’s depth. In The Offer, a recent series about the making of The Godfather, we learn that Coppola saw the film as a commentary on capitalism. Similarly, The Sopranos carries an underlying critique of America’s decline. As Chase puts it, “Americans have gotten so materialistic and selfish that it made a mob boss sick.” That vision, combined with Chase’s storytelling genius, is part of what makes The Sopranos so enduringly powerful.

Wise Guy: David Chase and The Sopranos is now available on HBO Max

The verdict: to stream or not to stream? To stream (especially Part 1)

Verdoofde zinnen (de relatie tussen schrijvers en alcohol)

“It shrinks my liver, doesn’t it, Nat? It pickles my kidneys, yes. But what does it do to my mind? It tosses the sandbags overboard so the balloon can soor. Suddenly, I’m above the ordinary. I’m confident, supremely confident. I’m walking a tightrope over Niagara Falls. I’m one of the great ones. I’m Michelangelo molding the beard of Moses. I’m van Gogh painting pure sunlight. I’m Horowitz playing the Emperor Concerto, I’m John Barrymore before the movies got him by the throat. I’m Jesse James and his two brothers. All three of them! I’m W. Shakespeare.”
– Don Birnam in The Lost Weekend

Drinken schrijvers en journalisten meer dan mensen in andere beroepen? Mijn gut feeling zegt van wel. Er zijn natuurlijk wel vele voorbeelden van beroemde schrijvers met een drankprobleem – waaronder Scott Fitzgerald, Ernest Hemingway, Tennessee Williams, Truman Capote, Hunter S. Thompson, Jack Kerouac, Charles Bukowski, Stephen King, Aldous Huxley en Raymond Chandler – dus die kunnen mijn vooroordeel versterken.

Echter, er is ook wetenschappelijk onderzoek gedaan. Uit de ‘Study into The Mental Resilience of Journalists’ onder journalisten, verslaggevers en omroeporganisaties blijkt dat mediatypen meer alcohol drinken en mogelijk meer moeite hebben hun emoties onder controle te houden. In een artikel over het onderzoek werd een verklaring gezocht in het feit dat journalisten zich voor hun werk regelmatig in gevaarlijke situaties begeven, zoals bij het verslag doen van oorlogen, maar het is een zeer klein percentage van de reporters die dit werk daadwerkelijk doen. De meeste journalisten zijn tegenwoordig bureauredacteuren, een trend versterkt wordt door de krimpende redactiebudgetten en de technologie die werken op afstand mogelijk maakt.

Maar wat veroorzaakt dan wel dat hoge percentage alcoholisten onder deze beroepsgroep? Ik heb drie mogelijke verklaringen. De eerste is de aantrekkingskracht van het beroep op een bepaald persoonlijkheidstype. De decaan op de School voor Journalistiek in Zwolle vertelde me dat de instroom van studenten met psychische klachten in de studie journalistiek bovengemiddeld hoog is. Ik had dat zelf al wel gemerkt in de groep waar ik in terechtkwam, en was zelf dat jaar (2001) nou ook niet echt op mijn psychische best. Waarom het beroep deze aantrekkingskracht heeft op de psychisch minder stabiele groep weet ik niet. Misschien is het de mogelijkheid je te verdiepen in menselijke ellende en vooral de maatschappelijke problemen… Immers, media berichten hoofdzakelijk over alles wat niet goed gaat. Of misschien is schrijven en onderzoeken net als drinken en drugs gebruiken wel een manier om de leegte van het bestaan niet te hoeven ervaren.

Een tweede verklaring is werkdruk. Als schrijver / journalist wordt er toch een bepaalde creatieve prestatie van je verwacht binnen een bepaald tijdskader. Een paar biertjes, glazen wijn of whiskey kunnen je net dat zetje geven dat je nodig hebt om aan de verwachtingen te voldoen. De derde verklaring is de drinkcultuur van vele media-organisaties wat bevestigd wordt in het eerder genoemde onderzoek. Geen wonder dat er vaak een turbulent huwelijk ontstaat tussen de schrijvende mens en de fles.

Mijn eigen drinken was vooral tijdens de coronacrisis behoorlijk opgelopen door de toegenomen werkdruk en het compleet vervagen van de grenzen tussen doordeweeks en weekend. Ook daarna dronk ik gemiddeld wel vijf dagen per week en regelmatig meer dan een paar biertjes. Ook ben ik geen vreemde van leegte en zoek ik regelmatig naar een creatieve boost, zoals Don Birnam (zie citaat hierboven).

Maar tegenwoordig kan ik ook soms zonder die stimulans de nodige inspiratie vinden. Ik heb door mijn main issues heen gewerkt en heb minder leegte te vullen. Ik heb mijn bubbel verlaten. Toch blijft de verleiding altijd bestaan. Niks kan je zo in de flow brengen als een tot de rand gevuld glas rode wijn of een goudgele rakker op mijn bureau terwijl ik als een bezetene op de toetsen van mijn toetsenbord ram. Daarom heb ik op dit moment gesetteld voor een knipperlichtrelatie.

Fear and Loathing Drug List

In the ultimate dope novel Fear and Loathing in Las Vegas, Gonzo journalist Raoul Duke travels to Las Vegas with his crazed Samoan attorney Dr. Gonzo to search for the American dream. With them, they carry every type of drug known to civilized man since 1544 A.D.

The List
– 2 bags of grass
– 75 pellets of mescaline
– 5 sheets of high-powered blotter acid
– 1 salt shaker full of cocaine
– 1 galaxy of multi-colored uppers, downers, screamers, laughers
– 1 quart of tequila
– 1 quart of rum
– 1 case of beer
– 1 pint of raw ether
– 24 amyls

“Not that we needed all that for the trip, but once you get locked into a serious drug collection, the tendency is to push it as far as you can.”

Illustrations by Troy Little in Fear and Loathing in Las Vegas – The Comic

Read also: Hunter Goes to Hollywood: Hunter S. Thompson Triple Bill

Waarom 1971 ongemerkt een historisch jaar blijkt te zijn

In 1971 verscheen mijn favoriete boek aller tijden; ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ door Hunter S. Thompson (oorspronkelijk in twee delen gepubliceerd in Rolling Stone Magazine). Maar het jaar was ook economisch zeer significant te noemen; het was het jaar waarin president Nixon (Thompson’s zelfbenoemde aartsvijand) de dollar loskoppelde van de goudstandaard. En dit heeft veel grotere gevolgen gehad dan de meeste mensen zich realiseren.

In zijn boek ‘Keerpunt 1971’, beschrijft econoom Edin Mujagiƈ deze gevolgen. Volgens de econoom heeft het besluit van de Nixon administratie geleid tot eeuwige inflatie, zombiebedrijven, populisme en een middenklasse die er niet langer op vooruit gaat. De enorme geldschepping van de centrale en commerciële banken heeft geleid tot een gigantische schuldenberg en een steeds lagere waarde van onze valuta.

De architect van de Amerikaanse ontkoppeling, Paul Volcker, zei geen spijt te hebben gehad van zijn voorstel destijds. De situatie zoals die was, was volgens hem niet houdbaar. Maar hij was wel ontevreden met het onverantwoordelijke gedrag van de centrale bankiers sindsdien. De geschiedenis leert ons dat wanneer machthebbers geld kunnen scheppen, ze dit vroeg of laat zullen doen als er economische problemen zijn. In de crisissen van 2008 en 2020 zijn er inderdaad astronomische bedragen gecreëerd.

Volgens Mujagiƈ zitten we nu in de laatste fase van een tijdperk, een tijdperk dat begon in 1971. Vroeg of laat zullen de wereldleiders een nieuw systeem moeten ontwerpen dat – in tegenstelling tot het huidige systeem – regels heeft. Toch is de econoom optimistisch. De economie beweegt in grote cyclische golven. En na de grote neergaande golf waar we nu middenin zitten, komt er weer een opgaande golf van nieuwe economische groei. En dankzij de ontwikkeling van een grote verzameling nieuwe technologieën belooft de volgende golf spectaculair te worden met veel vooruitgang voor de mensheid. Maar voor we dit beloofde land kunnen bereiken moet er dus nog wat gebeuren om het kapitalisme te herstellen.

Daarbij is het vooral cruciaal dat het mechanisme van creatieve vernietiging vrij zijn werk kan doen. Crony capitalism, met zijn kenmerken als lobby en invloed van grote bedrijven op de politiek staat daar haaks op. Er moeten volgens Mujagiƈ tenminste drie dingen gebeuren als we het kapitalisme weer willen laten functioneren zoals het hoort:

1) Monopolies en oligopolies moeten worden aangepakt aangezien de aanwezigheid daarvan de economische groei afremt. Hier is een machtige mededingingsautoriteit voor nodig.

2) Het economisch model ‘groei door schuld’ moet verleden tijd zijn en de macht van de centrale banken moet drastisch worden ingeperkt. Misschien moeten ze zelfs wel opgeheven worden, aangezien blijkt dat er meer nadelen dan voordelen aan kleven.

3) Het streven naar aanhoudende inflatie moet van tafel, de markt moet meer ruimte krijgen om prijzen te bepalen, ook, of beter juist, als dat voor deflatie zou zorgen, omdat dalende prijzen dé aanjagers waren van stijgende welvaart na de eerste industriële revoluties.

Overheden hebben sinds 1971 veel te veel ingegrepen in de economie. Dat moet stoppen, behalve op het gebied van klimaatverandering. Dat is een externaliteit die de vrije markt niet gaat oplossen. De vierde industriële revolutie die aanstaande is biedt de kans op een nieuwe welvaarts- en welzijnstijging voor de mensheid, maar alleen als de in 1971 gemaakte weeffout in het geldsysteem hersteld wordt. Volgens Mujagiƈ is dit proces reeds ingezet en – zich baserend op soortgelijke perioden uit het verleden – is hij optimistisch over een positieve uitkomst.