De sensitieve persoonlijkheid

Hooggevoeligheid wordt nog wel eens verward met overgevoeligheid. Dat is het niet, want overgevoelig is een compleet subjectief label. Hooggevoelig betekent dat je zenuwstelsel langer nodig heeft, door je chemische huishouding en dunnere zenuwbanen, om prikkels te verwerken. Iemand die zeer hooggevoelig is kan zo een dag of langer van slag zijn door een rotopmerking die iemand gemaakt heeft. Nu kunnen gedachten die gevoelens versterken, maar zelfs als iemand middels mindfulness-technieken leert om niet teveel met gedachten mee te gaan, is er nog een verwerkingstijd van uren nodig afhankelijk van de grootte van de prikkel.

Het slaat dan ook nergens op om tegen een hooggevoelig iemand te zeggen dat ‘ze het gevoel maar van zich af moet zetten’. Dat is zoiets als tegen een flesje cola zeggen dat hij niet moet bruisen als je hem in een glas giet. Het is de aard van de cola om te bruisen.

Volgens sommige studies is wel twintig procent van de mensheid hooggevoelig. Dit lijkt mij wat hoog; het is maar welke criteria je hanteert. Als twintig procent eronder valt ben ik ook hooggevoelig, maar ik ben weer van een heel ander niveau gevoeligheid dan bijvoorbeeld Loesje.

Ook onder dieren komt hooggevoeligheid voor. In een kudde is het handig om te kunnen aanvoelen of er gevaar dreigt. Of dat er bepaalde spanningen in de groep zijn die nog op een vredige manier kunnen worden opgelost voordat het escaleert in geweld. Het hooggevoelige dier is een mooie tegenhanger van de extraverte waaghals die risico’s neemt. Bijvoorbeeld om nieuwe gebieden te verkennen waar de groep heen zou kunnen trekken.

Wat moeten we met deze sensitieve personen in onze getroebleerde maatschappij? Ze een prominente plaats geven in onze organisaties natuurlijk! In de hedendaagse politiek die schreeuwerig, populistisch en extravert is, wordt dat nu lastig helaas. Terwijl we juist zo’n behoefte hebben aan een rustige, redelijke en verbindende stem. Als die alleen maar gehoord zou worden…

Een goede leider weet dat hij verschillende mensen nodig heeft. En dat de sensitieve mensen goede ideeën hebben die gehoord moeten worden. Deze mensen voelen haarfijn aan of de organisatie wel handelt naar zijn kernwaarden en welke gevoelens er leven onder de mensen. Gaat de organisatie de goede kant op? En zo niet, waar scheelt het dan aan? Het is aan onze leiders om deze belangrijke stemmen een passend platform te geven. Ze zullen dit minder snel zelf opeisen. Neuroselectie bij de poort dus.

Het mentale universum

Met de opkomst van kwantummechanica een eeuw geleden deed het universum een verdwijntruc en het is er sindsdien niet meer solide op geworden. Met zijn uitstekende TED-talk maakt Anil Seth duidelijk dat de neurobiologie het volgende gebied is wat het onvermijdelijke duidelijk maakt; we leven in een mentaal en niet een fysiek universum.

De plaatjes die ons bewustzijn via onze hersenen genereert komen zowel van binnen als van buiten het brein. Als je dit verder doordenkt, ga je je afvragen wat het verschil eigenlijk is tussen die twee. Is er wel een verschil? Ik denk het niet; Robert Lanza heeft gelijk: onze interne wereld en de externe wereld zijn één en dezelfde.

Intuïtief blijft dit een lastig idee omdat we gedeelde ervaringen hebben. Stel, je gaat een schoenenwinkel in met je vriendin en je ziet allebei een paar blauwe sportschoenen. Theoretisch is het mogelijk om jouw brein te modereren, zodat je in plaats van het paar schoenen twee knalrode kreeften zie. Je vriendin ziet nog steeds de blauwe schoenen en de schoenenverkoper ziet ze ook, maar jij ziet kreeften. Wat zegt dat over die schoenen? Waar bevinden die zich? Puur in onze hoofden, niet in een winkel die buiten ons bewustzijn bestaat. Onze gedeelde ervaringen noemen we de buitenwereld, maar we ervaren hetzelfde – niet omdat er een externe wereld is – maar omdat we allemaal via ons bewustzijn zitten aangesloten op een soort bio-matrix: een oneindig raster van mogelijkheden waar we ons op lineaire wijze bewust van worden.

Voor een Indiaan die 10.000 jaar geleden met een speer in de jungle rondrende was het idee van een mentaal universum makkelijker te accepteren, dan in deze hypermoderne tijd waarin we omringt zijn door auto’s, stoelen, stofzuigers, computerschermen, koffiezetapparaten, sportkleding, McDonalds-drive ins, flatgebouwen, treinen en billboards. Die wekken sterk de indruk dat er echt een externe wereld bestaat, maar het zijn allemaal mentale projecties. Objecten zijn hoopjes moleculen die wij waarnemen als een soort vormen, maar we hallucineren de hele boel bij elkaar. Zelfs onze eigen lichamen en hersenen kunnen we als objecten beschouwen.

Het universum is een mentale wereld die zich via levende wezens van zichzelf bewust wordt. In de wetenschap is het nog steeds niet politiek correct om dit te benoemen en ook de media blijft hangen in het dominante beeld van mechanisch universum, maar de komende decennia gaat dit ongetwijfeld veranderen en komt er meer bewustzijn over deze uiteindelijk veel logischer interpretatie van het leven en de wereld. Anil Seth slaat de spijker op de kop: we zijn onlosmakelijk onderdeel van de natuur, en niet slechts een product uit de natuur. En omdat we onderdeel zijn van de ‘mind-at-large’ kunnen we nooit echt verdwijnen… Een mooie gedachte…