De oorsprong van ons bewustzijn

“Bewustzijn is het grootste mysterie.”
― David Chalmers, Filosoof

Hoe begin je een essay dat over alles gaat? Niet letterlijk over alles natuurlijk, maar het onderwerp van dit essay – bewustzijn – zou er niet dichter op kunnen zitten. Zelfs wanneer je denkt dat bewustzijn slechts een biologisch proces is dat in het brein plaatsvindt, dan nog is het onze lens naar zowel onze binnen- als buitenwereld. Zonder bewustzijn zou er net zo goed niks kunnen zijn.

Bewustzijn is een vanzelfsprekendheid voor ons. Slechts weinig mensen vragen zich regelmatig af; waarom ben ik eigenlijk geen zombie? Goede kans dat jij jezelf deze vraag nog nooit gesteld hebt. Dus bij deze: waarom ben jij eigenlijk geen zombie? Tenminste, ik ga er vanuit dat je geen zombie bent en dat je continu persoonlijke, subjectieve ervaringen beleeft. Stel bijvoorbeeld dat je je blik richt op een een bord spaghetti met tomatensaus. Dan verwacht ik dat dit object bij je binnenkomt. Daarmee bedoel ik niet alleen dat er een visueel plaatje in je hoofd verschijnt. Bewustzijn gaat over de volledige subjectieve beleving. Je ervaart hoe het is om naar het bord spaghetti te kijken.

Dit persoonlijk beleven van de wereld gaat zo automatisch en vloeiend dat we niet stilstaan bij de uniekheid van dit vermogen. Met onze zintuigen nemen we de wereld waar en dat gaat gepaard met een subjectief gevoel. So what? Nog een vanzelfsprekendheid, zeker in onze Westerse maatschappij, is dat bewustzijn uit de hersenen komt. Als je iemand met een hamer een flinke klap op zijn hoofd uitdeelt, houdt het bewustzijn van die persoon op. Daaruit kun je opmaken dat de hersenen verantwoordelijk zijn voor het produceren van bewustzijn. Er zijn weinig neurowetenschappers en medici te vinden die geloven dat dit niet het geval is.

Dit kenmerkt ons huidige wereldbeeld. Subjectief bewustzijn wordt nauwelijks meer als mystiek fenomeen beschouwd, maar als ‘gewoon’ onderdeel van de hersenwetenschap. Deze paradigmaverschuiving heeft zijn oorsprong in de wetenschappelijke revolutie van de 17e eeuw. Het was de eeuw waarin de briljante Isaac Newton de zwaartekracht en andere natuurwetten beschreef waarmee hij de grondlegger van de klassieke mechanica werd. In Newton’s theorie opereert het universum als een soort machine waarin objecten zich voortbewegen als biljartballen, volledig voorspelbaar door natuurlijke krachten en wetten van beweging. Bewustzijn of geest hebben geen rol in deze wereld van oorzaak en gevolg.

De wetten van Newton, en vooral de mechanistische mindset die ermee gepaard ging, stelde de mensheid in staat grote technologische vooruitgang te realiseren de eeuwen daaropvolgend. De industriële revolutie heeft de wereld ingrijpender veranderd dan welke gebeurtenis in de geschiedenis dan ook. En deze omwenteling hadden we allemaal te danken aan objectieve, wetenschappelijke kennis. De mogelijkheid om met wiskundige precisie voorspellingen te doen over welke reactie volgt op iedere actie. Zaken van de geest – religie, filosofie en mystiek – hebben hier geen enkele rol in gespeeld.

In de negentiende eeuw volgde een nieuwe mokerslag voor het mystieke bewustzijn. Darwin’s evolutietheorie maakte duidelijk dat diersoorten nooit kant- en klaar zijn afgeleverd op aarde, maar zich voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden. Als dat geldt voor fysieke kenmerken, waarom dan niet ook voor bewustzijn? Deze aardverschuiving in denken, gepaard met de steeds striktere scheiding van kerk en wetenschap, heeft ertoe geleid dat wetenschappers de verklaring voor bewustzijn puur zijn gaan zoeken in de voorspelbare, materiële wereld. Hun uitdaging in de laatste decennia is geworden om aan te tonen hoe fysieke hersenprocessen subjectieve ervaringen veroorzaken. Dit lijkt misschien niet zo lastig, maar het is één van de meest onmogelijke problemen van de wetenschap en filosofie gebleken.

Om je een idee te geven waarom het zo moeilijk is, doen we een gedachte-experiment. Stel je voor dat je een formidabele computerprogrammeur bent. Je besluit op een dag een virtuele wereld te ontwerpen, Gewoon puur om te kijken hoe echt je zo’n wereld kunt laten functioneren. Je bouwt een virtuele omgeving met alle dingen die je ook in de echte wereld aantreft: bomen, huizen, straten, wolken, een blauwe lucht, een zon die opkomt en ondergaat, en levende wezens die deze wereld bevolken. In het begin lopen deze wezens – mensen, katten, honden en paarden – een beetje doelloos rond. Maar ze functioneren wel uitstekend. Zo kunnen ze inkomende objecten, zoals auto’s, prima vermijden. Middels een taalsysteem kunnen ze met elkaar communiceren. En ze zijn zelflerend. Dat wil zeggen, ze verzamelen feedback om beter te worden waarin ze beter willen worden; in overleven, hun virtuele werk en in interacteren met hun omgeving.

Toch ben je nog lang niet tevreden. Je besluit de personages een unieke persoonlijkheid mee te geven. Dat doe je door aan hun gedrag te sleutelen. Zo maak je van sommige mensen opgewonden standjes. Zodra een ander personage iets asociaals doet, laat je ze in woede ontsteken. Ook maak je de menselijke personages introvert of extrovert. Ze vermijden drukte of zoeken deze juist op. Je blijft flink doorprogrammeren en de wereld wordt steeds complexer en interactiever. Het lijkt zelfs sterk op de echte wereld.

Toch ontbreekt er iets. Niemand zou deze complexe personages ooit menselijk of dierlijk noemen. Hun acties zijn het gevolg van code, ook al heeft het personage die deels zelf geschreven. Emoties of innerlijke ervaringen zijn helemaal afwezig. De personages doen van alles, maar hebben geen geest. Het zijn alleen maar algoritmes die volgens bepaalde regels opereren. Als het gras (ook gemaakt van computercode) tot een bepaalde hoogte is gegroeid, pakt een bewoner van de stad een grasmaaier en gaat zijn tuin maaien. Maar er is geen enkele beleving. De man heeft geen idee wat hij aan het doen is. Laat staan dat hij filosofische vragen stelt als; waarom ben ik eigenlijk hier in deze wereld? Je wilt graag dat je personages gevoelens ontwikkelen en nadenken over hun keuzes. Maar hoe kun je hen gedachten geven? Wat zijn dat eigenlijk, gedachten? En hoe zit het met emoties? Stel, we willen onze hoofdpersoon verliefd laten worden op een ander personage. We kunnen verliefd gedrag programmeren, kusjes geven, bloemen sturen, liefdesliedjes afspelen… Maar hiermee zijn we geen stap dichterbij dat gevoel. Hetzelfde probleem ontstaat bij mensen van vlees en bloed. We weten dat bij verliefdheid een hormoon wordt afgegeven, maar hoe leidt dat fysieke spul tot dat specifieke gevoel van verliefdheid? En waarom dat gevoel en niet een ander gevoel? Als we dat zouden begrijpen zouden we het ook in robots kunnen inprogrammeren. Maar dat kunnen we niet.

Als ontwerper raak je gefrustreerd. Je wilde een model maken van een echte wereld. Maar in plaats daarvan heb je een zombieparadijs gecreëerd. Het is een prachtige wereld, maar de enige die het kan waarderen ben jij zelf; de enige met bewustzijn. En we keren weer terug bij de eeuwenoude vraag; hoe komen we aan dit bewustzijn? Hersenwetenschappers veronderstellen vaak dat zodra er voldoende complexiteit in de hersenen plaatsvindt, bewustzijn vanzelf volgt. Maar dit lijkt tegenstrijdig met je experiment. Je hebt je personages behoorlijk complex gedrag gegeven, maar van bewustzijn is geen sprake. Waarom zouden subjectieve ervaring moeten arriveren? Een hardcore evolutionist zal redeneren dat het verschenen is omdat het een overlevingsdoel dient, maar dit is niet direct duidelijk. De mensen kunnen prima leren overleven zonder bewustzijn. Als er een auto op ze afkomt, duiken ze weg. Als een algoritme aangeeft dat ze honger hebben, gaan ze op zoek naar eten. Voortplanten kan ook als je het in het algoritme stopt. De conclusie is dat bewustzijn nooit vanzelf ontstaat. Het is inherent aanwezig in leven. Daarbuiten tref je het nooit aan.

Dit onmogelijke probleem – hoe creëert hersenactiviteit subjectieve ervaringen – staat bekend als ‘het moeilijke probleem van bewustzijn’. Het vinden van een objectieve verklaring voor een subjectief verschijnsel. Deze vraag is onderdeel van het grootste filosofische probleem allertijden: het lichaam-geestprobleem. De studie van de immateriële geest en de relatie met de fysieke wereld. Er zijn in de basis drie posities die je in dit verhitte debat kunt innemen:

De fysieke benadering van het lichaam-geestprobleem – fysicalisme genaamd (ook wel materialisme) – is in het rationele Westen de populairste benadering geworden. Zoals de term suggereert gaat het fysicalisme uit van een fundamenteel fysische (materiële) wereld waaruit de geest is voortgekomen. De geest is in deze denkwijze dus eigenlijk niet meer dan een bijverschijnsel. Mensen, en andere levende wezens, kunnen prima beschouwd worden als biologische robots en de mentale ervaringen zijn gedurende de evolutie verschenen als vooral praktische vermogens om te kunnen overleven. Kortom, volgens de fysicalisten werd de aarde vroeger bevolkt door zombiewezens, voordat de hersenen na verloop van tijd bewust van zichzelf werden.

Het dualisme stelt dat er twee substanties zijn, lichaam en geest, die met elkaar interacteren. Hoe ze dat precies doen is niet helemaal duidelijk. Deze stroming is vooral in mainstream religies, zoals het christendom en de Islam, nog erg in trek. Je hebt je stoffelijke, vergankelijke lichaam en daarnaast je eeuwige ziel die bij goed gedrag de hemel mag betreden na je dood. Een bekende dualist was de filosoof René Descartes die eigenlijk fysicalist was, maar geen mechanisme kon vinden in het lichaam waardoor de geest zou ontstaan. Zijn beroemdste uitspraak is: ‘Ik denk, dus ik ben’. Een uitspraak over het unieke fenomeen van subjectieve ervaring.

Er is nog een derde positie in het lichaam-geestdebat die nagenoeg van de filosofische kaart is verdwenen: idealisme. Deze naam verwijst naar ideeën en niet idealen (ideeisme bekte niet zo lekker). Zoals je in afbeelding 1 kunt zien is volgens idealisme ieder fysiek object – in dit geval een brein – slechts een visueel verschijnsel dat zweeft binnen de geest. Volgens het idealisme delen we allemaal één bewustzijn en trekken allemaal een vleespak aan (ons lichaam is ook slechts een avatar) zodat we in deze 4D-realiteit kunnen deelnemen. Maar de volledige fysieke wereld met alles erin speelt zich af binnen geest. Kortom, alleen ons bewustzijn is fundamenteel.

Er zijn vandaag de dag nagenoeg geen idealisten meer te vinden. Niet omdat de filosofie geen sterke argumenten in huis heeft, maar omdat het simpelweg niet meer in de mode is. Het is volledig verdrongen door fysicalisme. Hoe belabberd het idealisme ervoor staat illustreert het boek De vijfde revolutie, dat gaat over vorderingen in hersenwetenschap. Deze revolutie zal de mensheid leren dat ons bewustzijn niets meer is dan de uitwisseling van chemische stoffen en elektrische signalen, aldus de tekst op de achterzijde.

Volgens de auteur, de Deense wetenschapsjournalist en neurobioloog Lone Frank, zal deze revolutie de mensheid in twee groepen splitsen. De groep ‘neurocentristen’ die de mens als ‘slechts een pakket zenuwcellen’ accepteert en zelfs omarmt. En de groep die zich tegen deze onontkomelijke waarheid blijft verzetten. Die tweede groep heeft volgens Frank geen keuze dan zich bij een fundamentalistische religieuze groep aan te sluiten. Groepen die per definitie dogmatisch zijn en wetenschappelijke feiten negeren, ontkennen of verwerpen.

Het is toch triest gesteld met de mensheid wanneer dat de enige opties zouden zijn. Want als Frank gelijk heeft, dan heeft het universum geen enkele inherente betekenis. Dan zijn mensen slechts mechanische robots zonder enige vrije wil. En als ze dood gaan is het helemaal afgelopen. Atheïsten als Frank vinden dat dit het enige rationele wereldbeeld is en dat we het dus moeten najagen. Het gebrek aan betekenis kunnen we opvullen door zelf betekenis te geven aan onze levens. Het alternatief, een dogmatische religie, is ook geen aantrekkelijk idee. Want waarom zou iemand die goed bij zijn hoofd is wetenschap willen ontkennen?

Wat Frank echter helemaal niet noemt in haar boek is idealisme. Niet bewust waarschijnlijk. Zoals gezegd liggen de hoogtijdagen van deze filosofie al lang achter ons. Echter, het vergeten idealisme biedt uitkomst. Uitkomst voor mensen, zoals ik, die geloven in zowel wetenschap als het unieke fenomeen van de dierlijke, en oneindige, geest. En die niet geloven, maar uit ervaring weten, dat het universum vol betekenis is. Idealisme biedt uitkomst omdat het ‘het moeilijke probleem van bewustzijn’ – hoe het brein bewustzijn creëert – volledig laat verdwijnen. Het brein creëert het bewustzijn namelijk helemaal niet. Vanuit idealisme is het brein een heel mooi plaatje van bewustzijn in ruimtetijd. Wij zijn de betekenisgevers van dingen. Dat wij een brein waarnemen, en er een naam aan geven, wil helemaal niet zeggen dat het ding echt bestaat. Er bestaat ‘iets’, dat is duidelijk. Maar niemand zegt dat het in de verste verte hoeft te lijken op datgene dat wij als brein observeren. Sowieso is het hele idee dat het ergens op zou moeten lijken bedacht vanuit een subjectieve geest die niet anders kan dan denken in objectieve plaatjes en symbolen.

Het probleem van idealisme is dat het zo radicaal klinkt, dat de meeste mensen het direct verwerpen als serieuze mogelijkheid en er niet meer op terugkomen om het opnieuw te overwegen. En dus is het debat de laatste eeuw bijna uitsluitend gevoerd door materialisten en dualisten. De materialisten die zeggen dat we puur ons brein zijn en de dualisten die hier niet aan willen omdat we ‘meer zijn dan dat’. Maar beide kampen hebben een probleem om de volledige realiteit uit te leggen aan de hand van hun positie. Fysicalisten kunnen niet verklaren hoe bewustzijn ontstaat uit materie. En dualisten slagen er niet in logisch uit te leggen waar die andere substantie van geest dan vandaan zou moeten komen en hoe het met onze lichamen interacteert. Kortom, er is nogal een ‘uitleg-probleem’ als het gaat om het vinden van een logische verklaring voor bewustzijn.

De oplossing is misschien wel heel simpel. Misschien lukt het wel niet om subjectieve ervaringen vanuit iets anders te willen verklaren (‘het is een hersenproces’), omdat er niets bestaat buiten onze waarnemingen. Want hoe weten we eigenlijk dat er nog iets is als we niet kijken? De eerste keer dat ik dit hoorde – in een hoorcollege over de grondlegger van het idealisme, bisschop Berkeley – vond ik het belachelijk. Dus als ik m’n koelkast dicht doe ligt er niks meer in? Natuurlijk ligt alles er nog. Dat weet ik, omdat als ik hem open maak om te kijken, alles er nog ligt. Het kan dus niet verdwenen zijn.

Er is een andere manier om hier naar te kijken. Namelijk door te kijken naar wat er gebeurt als je waarneemt. Is het kijken naar wat er in je ijskast ligt een passieve registratie of een actief proces? Wetenschap heeft er heel wat voor te zeggen dat het een volledig actief proces is en dat je de dingen die je ziet allemaal triggert met je gedachten. Mijn stelling is dat we de afgelopen eeuwen op een verkeerde manier tegen bewustzijn zijn gaan aankijken. Het is geen hersenproces dat gedurende de evolutie is verschenen. De waarheid is veel vreemder, maar uiteindelijk veel logischer en intuïtiever. Vele grote filosofen hebben het al lang en vaak gezegd. Ons bewustzijn zit ingebakken in de structuur van de kosmos. Het universum bestaat alleen door een mentaal filter en kan niet los gezien worden van onze perceptie ervan. Het universum kan niet zozeer als een plek worden beschouwd, maar als een actief proces waar ons bewustzijn onderdeel van is.

Iedere waarnemer is verbonden aan ieder object via een mentaal proces dat wij ‘bewustzijn’ noemen. Ons mentale filter is via onze hersenen zo ingesteld dat de realiteit heel normaal is. Het lijkt op The Matrix in de zin dat het heel goed in elkaar zit. Als er steeds programmeerfouten zouden optreden, zoals objecten die opeens vanzelf teleporteren naar een andere plek, dan zou je gaan twijfelen aan de realiteit. Nu lijkt het alsof alles een apart onderdeeltje is. Als je niet het gevoel had dat je buurman een ander mens dan jou was, hoe zou je dan met hem kunnen omgaan? Hoe zou je een kopje koffie kunnen drinken dat je niet apart van jezelf ervaart? Iedere afscheiding in de realiteit heeft een functie, namelijk ervaringen mogelijk te maken.

Als je steeds voor een kwart zou samenvoegen met iedereen waar je te dichtbij kwam, zoals een plumpudding, dan zou je niet een heel prettige ervaring hebben. Iedere overtuigende afscheiding is 100% noodzakelijk. Je wilt jezelf zijn, afgebakend van al het andere. En bewustzijn haalt een illusie uit door je te laten geloven dat je dat ook echt bent. Toch roept dit een aantal prangende vragen op. Zo zullen de fysicalisten zeggen. Hoe kan het dan dat de aarde en het universum al veel langer bestaan dan dat er bewuste dieren op aarde waren? De denkfout is te denken dat, omdat ons bewustzijn ons de illusie van tijd geeft, we denken dat die tijd echt bestaat. Dit is echt een mindfuck. Je geest is als een motor die nooit stopt en die je de illusie van flow geeft. Alles beweegt en gaat vooruit. Maar ook dit is, net als het waarnemen, een proces dat volledig mentaal is. Er bestaat niets buiten je waarneming ervan.

Dit is lastig te accepteren. Maar de alternatieven zijn dat ook. Zeggen dat ‘god het gedaan heeft’ is geen uitleg. Bovendien is het niet te bewijzen. En het fysicalisme is, als je er goed over nadenkt, absurd. Is er een scenario denkbaar waarin een levenloos universum, dat volledig bestaat uit rondzwevende, dode en domme deeltjes materie en waar geen ordenende krachten werkzaam zijn, ons bewustzijn voortbrengt? Puur door de eindeloze toevallige botsingen van onintelligente atomen en moleculen (die bovendien niet blijken te bestaan volgens moderne natuurkunde, maar voortkomen uit iets fundamentelers)? Ik denk dat we heel veilig kunnen stellen dat dit niet is wat er is gebeurd. En zelfs als we een vrijwel oneindig aantal containers zouden hebben (parallelle universa, een bekende truc van atheïsten om God buiten de deur te houden) zou dit in geen van deze universa gebeurd zijn.

De conclusie die we daaruit kunnen trekken is dat bewustzijn niet uit de hersenen komt. Bewustzijn komt voor het bestaan van hersenen. Het is primair. En dat is voor ons lineair denkende wezens een hele grote mentale hobbel om te nemen. Maar wie erin slaagt het normale lineaire denken om te draaien en dus te beginnen bij bewustzijn, zal al snel merken dat dit wereldbeeld verenigbaar is met alle bevindingen uit moderne wetenschap en dus de beste basis vormt voor een theorie van alles.

De oorsprong van ons ego-bewustzijn is primair bewustzijn waarin alles één is. Dit is het beste verwoord door Max Planck, nota bene degene die ooit de deuren opende voor de kwantummechanica, de meest succesvolle fysieke theorie van de mensheid. Hij zei: “Ik beschouw bewustzijn als fundamenteel. Ik beschouw materie als een afgeleide van bewustzijn. We kunnen niet achter bewustzijn komen. Alles waarover we praten, alles wat we als bestaand beschouwen, postuleert bewustzijn.”

Postuleren = vooronderstellen. Bewustzijn is primair, de rest bestaat letterlijk alleen in onze waarnemingen.

⟿ Jeppe Kleijngeld, mei 2022

De Vietnam-oorlog vanuit eenheidsbewustzijn

Is er een filosofie die een einde kan maken aan menselijk lijden? Nee niet beëindigen, maar er zijn er een aantal die behoorlijk kunnen helpen. De voornaamste die ik ken is Advaita Vedanta ofwel non-dualiteit. Deze aanwijzing zegt dat alles één bewustzijn is dat een spel speelt met zichzelf. Alles om ons heen vindt gewoon plaats als een toneelstukje en wij – de toneelspelers – doen vrolijk mee. Maar er is eigenlijk geen ‘ik’ en al helemaal geen individuele vrije wil. We zijn allemaal de oceaan, maar we denken dat we druppels zijn die vrijelijk bewegen. De stem in ons hoofd, levert commentaar nadat bewustzijn al een actie-reactie besloten heeft, waardoor de illusie ontstaat dat we in de bestuurdersstoel zitten.

Nou heb ik een aantal bezwaren tegen non-dualiteit (wat een echte non-dualist natuurlijk worst zal wezen; ‘hij’ bestaat immers niet). Het bezwaar (in plaats van ‘mijn’ bezwaar) is dat individuele vrije wil niet uit te sluiten is. We zijn allemaal één in een gedeelde droom, dat is absoluut waar, maar misschien zijn we wel bewuste agenten die nog maar net leren hoe we met onze intenties kunnen beïnvloeden hoe de wereld zich manifesteert. En er zijn wetenschappelijke experimenten die dit aantonen. Kortom, ik ben niet overtuigd dat het alomvattende bewustzijn alles bestuurt, maar dat we mogelijk in een informatiesysteem leven dat deels decentraal, door levende wezens, wordt aangestuurd.

Maar goed, daar gaat deze blog niet over. Ik wil het over lijden hebben, en hoe een non-dualistische visie lijden kan doen verminderen. Sinds ik naar de bekende podcast luister van overtuigde non-dualisten Paul Smit en Patrick Kicken is mijn visie op onderwerpen die normaal stress kunnen veroorzaken, zoals politiek, werk, geld, gezondheid en klimaat, wel behoorlijk veranderd. Want al is vrije wil niet uit te sluiten, we hebben in ieder geval lang niet zoveel zeggenschap als we vaak denken. Per dag nemen we onbewust duizenden besluiten net zoals alle andere miljarden wezens. Dat werkt allemaal op elkaar in. Hoeveel invloed kun je daar nou echt op hebben?

En zo komen we op lijden. Wanneer we als mensen uitzoomen, is het inderdaad een film die zich afspeelt en waar jij één (vrij insignificant) spelertje in bent. Dat beseffen is verlichting. Het omgekeerde is inzoomen: alles overkomt jou en als je anders zou handelen zou het allemaal anders kunnen zijn. Maar zo is het niet. Wat gebeurt, gebeurt. Goed en slecht zijn slechts twee tegenstellingen die bewustzijn creëert om ervaring überhaupt mogelijk te maken. Zoals gezegd, het is een spel. En uitgezoomd vaak een erg vermakelijk snel. Waar mensen zich al niet allemaal druk om maken.

Maar als je dit nou loslaat op een uiterst serieus onderwerp, zoals laten we zeggen de Vietnam-oorlog. Werkt het dan nog steeds? Je kunt immers moeilijk beweren dat zoiets vreselijks gewoon maar moet gebeuren, of erger nog, goed is zoals het is. Dat kan toch niet! Toch is dat precies wat non-dualisten beweren. Ook de Vietnam-oorlog is slechts een spel van bewustzijn. Bewustzijn wil alles ervaren; zwart, wit en alle tinten grijs er tussenin. Dus hierbij:

De non-dualistische visie op de Vietnam-oorlog
Halverwege de negentiende eeuw begon een Westers volk dat zich de Fransen noemen Vietnam te koloniseren. Het werd een bloedige en wrede invasie. Bewustzijn in de vorm van de mens Ho Chi Minh wilde begin twintigste eeuw zijn volk bevrijden van de onderdrukkers. Na 30 jaar lang ballingschap keerde hij in 1941 terug naar Vietnam en richtte hij het Vietnamese Onafhankelijke Bevrijdingsleger op.

Naast Fransen kwamen er ook Japanse indringers naar Vietnam. De Amerikanen, hun collectieve ego nog gekrenkt vanwege Pearl Harbor, maakte een dealtje met Ho Chi Minh. Ze begonnen met het leveren van wapens aan de Vietnamese guerilla’s. De Vietnamezen zagen de Amerikanen als bevrijders. Ze hadden immers de Europeanen bevrijd in de Tweede Wereldoorlog. Het Amerikaanse volk identificeerde zich met deze rol van redders (oftewel, ze zoomden in en namen het toneelstuk en hun rol erin uiterst serieus).

In de jaren 50 verspreidde het communisme zich over grote delen van Azië en de VS dacht hier, onterecht, invloed op te kunnen uitoefenen. Het Amerikaanse leiderschap onder president Truman had het gevoel dat ze het hadden laten misgaan in Birma en Cambodja. Ze waren bang voor een domino-effect. Dus toen begin jaren 60’ het Zuid-Vietnamese Nationale Bevrijdingsfront (door vijanden Vietcong genoemd) vastberaden was de anti-communistische regering van Ngo Dinh Diem in Noord-Vietnam ten val te brengen, vond de VS, nu onder leiding van Kennedy, dat ze moesten ingrijpen. En zo raakte het land betrokken bij een strijd tussen twee meedogenloze partijen.

Na de moord op JFK, erfde de nieuwe president Lyndon Johnson het Vietnam-dossier. Een ramp. Hier viel niks te winnen. Maar vertrekken uit Vietnam zou gezichtsverlies betekenen. En dat konden de ego’s van de Amerikaanse regeringsleiders niet verdragen. Dus werd het land dieper en dieper het conflict ingetrokken en het aantal doden liep rap op. De Vietcong bleek een zeer geduchte tegenstander en ze brachten de Noord-Vietnamezen enorme klappen toe. De Amerikaanse generaal Westmoreland vroeg wanhopig om meer troepen. Johnson stuurde er 50.000 en beloofde er nog eens 50.000 aan het einde van 1965. Dit bleek lang niet te volstaan en Westmoreland vroeg om nog eens 200.000 manschappen. De kans op overwinning werd slechts geschat op 1 op 3. Maar trokken ze zich terug? Zochten ze een compromis? Nee, ze gingen verder met de strijd.

De Amerikanen bleken gevangenen van hun eigen ervaring. Ze dachten: we doen net als in de Tweede Wereldoorlog, namelijk binnenvallen als een mokerhamer. Deze aanpak werkte niet in Vietnam. Het dualisme nam toe: in Amerika groeide de anti-oorlogsbeweging. Bij de protesten vielen tientallen doden. De groeiende tegenstellingen en het aanhoudende geweld in Vietnam en in de VS dreef een staak door het hart van het land. Er ontstond een grotere polarisatie dan ooit. En de eenheid is nog steeds niet hersteld, getuige de huidige politieke ontwikkelingen. Uiteindelijk eindigde de oorlog voor de Amerikanen in 1973. Meer dan twee miljoen Vietnamezen en 58.000 Amerikanen vonden de dood. En in 1975 werd Vietnam alsnog communistisch wat het land opnieuw in ramspoed stortte.

Waarom het lijden bij advaita verminderd of wegvalt is omdat geaccepteerd wordt dat het individu niet bestaat. Lijden ontstaat bij identificatie met het ego; mij wordt iets aangedaan, ons – als natie – wordt onrecht aangedaan. In werkelijkheid is er is geen mij en ook geen land, alleen bewustzijn. In plaats van dat het lijden dus persoonlijk te maken, vindt slechts observatie plaats: ‘er vindt oorlog plaats, er wordt gemarteld, er gaan kinderen dood’, et cetera. Vaak wordt gedacht dat dit dan een rechtvaardiging is voor alles, maar dit is niet zo. Binnen bewustzijn vindt actie-reactie plaats. Bewustzijn stuurt de kindermoordenaar aan, maar ook de rechter die hem naar het schavot stuurt.

Er is alleen maar een film en dat is alles. Observeer het spel en neem het niet te serieus. Hoe serieus het ook lijkt soms.

⟿ Jeppe Kleijngeld, oktober 2019

Bron: The Vietnam War (2017, Ken Burns, Lynn Novick)

Lessen in scenarioschrijven #3 – Gebruik van symboliek

Lees ook:
Lessen in scenarioschrijven #1 – De basis
Lessen in scenarioschrijven #2 – Inspiratie

The Hero’s Journey begins here…

We vervolgen de serie over scenarioschrijven met symboliek. Esoterische symboliek welteverstaan, dat wil zeggen dat niet iedereen het ziet; je moet er een beetje verstand van hebben. Dat neemt niet weg dat symboliek in ons collectieve onderbewuste zit opgeborgen (Jung), dus wanneer we het aanschouwen doet het toch iets met ons al kunnen we niet direct omschrijven wat.

Symboliek is een omvangrijke studie, dus in één artikel kan ik er weinig over kwijt. Wat ik daarom wil doen is 10 voorbeelden geven van hoe symboliek gebruikt wordt in populaire films. Dat geeft je een idee over hoe je het kunt inzetten. Bronnen waar je vervolgens zelf op zoek kunt gaan naar geschikte symboliek voor je scenario zijn onder meer: het numerologische, kabbalistische, astrologische, magische, mythologische en het occulte. Daarnaast kun je kijken naar tarotkaarten, alchemie, iconografie en het mysticisme.

De 10 voorbeelden uit populaire films (met heel veel dank aan Robert W. Sullivan) zijn:

1. Zoektocht naar kennis
De Griekse oudheid biedt een schat aan symbolische betekenis. ‘Gnosis’ is het Griekse woord voor kennis. Het gnosticisme is een christelijke filosofie met mogelijk wortels in het oude Rome en Perzië. Sophia, wier naam in het Grieks ‘wijsheid’ betekent (Philo-Sophia = letterlijk: vriend van wijsheid), is een van de centrale figuren in het gnosticisme dat de nadruk legt op individuele kennis en wijsheid als weg naar de verlossing en vereniging met God. Incarnaties van het vrouwelijke archetype Sophia in literatuur en film zijn o.a. Alice in ‘Alice in Wonderland’ en Dorothy in ‘The Wizard of Oz’. Alice en Dorothy bereiken Gnosis door een occulte en mystieke ervaring door te maken. Ze worden beide naar een magische wereld getransporteerd middels een ‘ladder’ (Jacob’s Ladder, ladder van Minerva), namelijk een tornado (Dorothy) en een konijnenhol (Alice) respectievelijk. De ervaringen die ze vervolgens ondergaan hebben hun grondslag in Gnostische wijsheid, verlichting, het mystieke, het occulte en het dualistische.

2. Dualisme
Het dualisme is de leer dat het heelal beheerst wordt door twee tegenovergestelde principes, het ene goedaardig en het andere kwaadaardig. Dit is als thema volop aanwezig in o.a. science fiction in fantasy films, zoals ‘The Lord of the Rings’ en ‘Star Wars’. In laatstgenoemde neemt het duistere, mechanische keizerrijk het op tegen de lumineuze, organische rebellen.

In ‘The Lord of the Rings’, met name in deel twee ‘The Two Towers’, staat ook de strijd tussen industrie en natuur centraal. Saruman’s orcs vernietigen grote delen van het woud van Fangorn om een gigantische oorlogsindustrie op te bouwen in Isengard. Dit symboliseert de inval op de natuur door de Industriële Revolutie in de 19de eeuw. Het personage Treebeard, een lopende en pratende boom, verwoordt het als volgt; “There’s always smoke rising from Isengard these days. There was a time when Saruman would walk in my woods, but now he has a mind of metal, and wheels. He no longer cares for growing things.”

Een ander aspect van dualisme dat in ‘The Two Towers’ aan bod komt is dat tussen geest en materie. Centraal in de film staat het het verbond tussen de twee torens van Sauron en Saruman: Barad-dûr en Orthanc. Het oog van Sauron staat voor spirituele kwaadaardigheid terwijl Saruman het stoffelijke kwaad personifieert. Saruman vertegenwoordigt de fysieke tirannie die de natuur overspoeld en Sauron is een soort bovenzinnelijk kanker dat overleeft zolang de ene ring blijft bestaan in Midden-Aarde.

3. De zonneheld
Ian Fleming, schrijver van de James Bond boeken, werkte voor zijn carrière als schrijver in de Britse Naval Intelligence samen met de occultist Aleister Crowley. Deze vriendschap heeft grote invloed gehad op de James Bond boeken. Bond is de zonneheld (‘Solar Hero’) die het opneemt tegen een superschurk met een duister doel; vaak streven deze schurken een nieuwe wereldorde na met zichzelf aan het hoofd. Ook de Bond-films en boeken staan bol van het dualisme: licht en duisternis, goed en kwaad, verdorvenheid en onschuld…. Bond is het heroïsche archetype die het opneemt tegen het vileine archetype die vaak een toepasselijke naam draagt, zoals Dr. No (negatief geladen tegenover Bond’s positieve held)


De zonnehelden in films (James Bond, Neo, Luke Skywalker) krijgen tegenwicht van de maan die gepersonifieerd wordt door een vrouwelijke held. Princes Leia (Carrie Fisher) draagt in ‘Star Wars’ witte jurken om de nachtelijke glans van de maan te personificeren.

4. Eenheid met vrouwen
Waarom maakt James Bond zoveel vrouwen het hof? Ook hierin schuilt symboliek van dualistische aard (man-vrouw). Ik laat expert Robert W. Sullivan aan het woord: “If the godhead joins the male and female in the ultimate unity, than to be like God-man must unite the masculine and the feminine elements of his nature. In Jungian terms he must unite himself to his ANIMA, the feminine part of a man’s personality. In terms of sexual symbolism, he must penetrate and ‘know’ his own virgin feminine component to enter the temple where the godhead is concealed. In other words, Bond must unite with the sacred feminine or ‘the Bond Girl’ to achieve a form of Gnostic alchemical ascent allowing him to defeat the Demiurge-like villain.”

Simpel gezegd, Bond moet seks hebben met de Bond-girl om de bad guy te verslaan. De namen van de Bond-girls stralen altijd seksualiteit en energie uit: Pussy Galore (vagina in overvloed) en Domino Vitali (vitale dame). Deze heilige eenheid gaat altijd goed, op één keer na. In ‘On Your Majesty’s Secret Service’ trouwt Bond met Teresa ‘Tracy’ Draco, dochter van Marc-Ange Draco, leider van een machtig Corsicaans misdaadsyndicaat. Oftewel, Bond’s vrouw is zelf afkomstig van de donkere zijde (Draco betekent dan ook ‘Draak’ in Grieks/Latijn). De alchemie tussen licht en duisternis is niet mogelijk en direct na de bruiloft – nog voordat zij het huwelijk geconsumeerd hebben – wordt Tracy doodgeschoten door Bond’s aartsvijand Blofeld. De draak wordt gedood door een andere draak.


Het gedoemde huwelijk tussen Bond en Tracy Draco laat zien hoe het onderbewuste symboliek oppikt. De relatie tussen Bond en zijn nieuwe schoonfamilie voelde al vanaf het begin ongemakkelijk.

5. Locaties als symbool
Het Overlook Hotel in Stanley Kubrick’s horrorfilm ‘The Shining’ staat symbool voor de donkere kant van de Verenigde Staten. Het hotel is gebouwd op een oude Indiase begraafplaats, net als het land Amerika gebouwd is op Indianenland. Daarmee hebben de kolonisten letterlijk de natie van de Indianen begraven. Oude presidenten zijn te gast geweest in het geïsoleerde Overlook Hotel. En de kleuren rood, wit en blauw – emblemen van de Amerikaanse vlag en patriottisme – zijn volop aanwezig in de film.

6. Faustiaans pact
Een Faustiaans pact is een deal waarbij een ambitieuze persoon zijn morele integriteit inruilt voor macht en succes. In ‘Star Wars: Revenge of the Sith’ personifieert Anakin Skywalker Dr. Faust en kanselier Palpatine de duivel zelf. Anakin’s motivatie is mystieke Sith wijsheid te vergaren die hem zal helpen zijn vrouw Padmé van een zekere dood te redden (hij ziet haar dood – zijn grootste angst – voor zich in zijn dromen). De Faust legende is de basis van vele artistieke, literaire, muzikale en filmische werken door de eeuwen heen.

Chancellor Palpatine: Did you ever hear the tragedy of Darth Plagueis the Wise?
Anakin Skywalker: No.
Chancellor Palpatine: Darth Plagueis was a Dark Lord of the Sith who lived many years ago. He was so powerful and so wise that he could use the Force to influence the midichlorians to create life… He had such a knowledge of the dark side that he could even keep the ones he cared about from dying.
Anakin Skywalker: He could do that? He could actually save people from death?
Chancellor Palpatine: The dark side of the Force is a pathway to many abilities some consider to be unnatural.
Anakin Skywalker: What happened to him?
Chancellor Palpatine: He became so powerful… the only thing he was afraid of was losing his power, which eventually, of course, he did. Unfortunately, he taught his apprentice everything he knew, and then one night, his apprentice killed him in his sleep. It’s ironic that he could save others from death, but not himself.
Anakin Skywalker: Is it possible to learn this power?
Chancellor Palpatine: Not from a Jedi.

7. Het Jezusfiguur
Vaak is de held in fantasiefilms een Messias-achtig figuur zoals Jezus Christus. Denk bijvoorbeeld aan Neo in ‘The Matrix’ of Anakin Skywalker in ‘Star Wars’. Kijk naar het levensverhaal van Anakin Skywalker: een profetie voorspelde zijn komst, hij beschikte over speciale krachten en zijn moeder verwekte hem zonder vader (“there was no father. I can’t explain what happened”). Zijn moeder Shmi Skywalker werd in ‘The Phantom Menace’ dan ook gespeeld door Pernilla August die hetzelfde jaar (1999) verscheen in de tv-film ‘Mary, Mother of Jesus’ in de rol van Mary. De planeet Tatooine waar Anakin ontdekt wordt lijkt veel op Palestina.

Aan het einde van de eerste Star Wars trilogy offert Anakin Skywalker (dan al lange tijd getransformeerd in Darth Vader) zich op om het universum te redden van de kwade Sith. Hij verlost zichzelf dan als het ware van zijn zonden als Darth Vader en daarvoor Anakin (lust, jaloezie en woede). Nu was Jezus zelf zonder zonden volgens de meeste versies van de Bijbel, maar in het veel realistischer verhaal ‘The Last Temptation of Christ’ is dat wel anders.


Neo (Keanu Reeves) is in ‘The Matrix ’een echt Jezusfiguur

8. Symbool voor oneindig
Op 26 oktober 1985 wordt Einstein, de hond van uitvinder Doc Brown, de eerste tijdreiziger in de geschiedenis. Hij doorbreekt het ruimtetijd continuüm wanneer de tijdmachine die Brown gebouwd heeft 88 mijl per uur bereikt. De naam Einstein is toepasselijk aangezien het Albert Einstein’s speciale relativiteitstheorie is die de manipulatie van ruimtetijd mogelijk maakt. Het nummer acht, wanneer op zijn kant gezet, is het symbool voor opsluiting in de tijd, vandaar de 88 mijl per uur die nodig zijn om de ‘Flux Capacitor’ in de tijdmachine te activeren. De ‘Back to the Future’ serie is geïnjecteerd met Egyptische legenden. Die worden uitgebreid besproken in het boek ‘Cinema Symbolism’.

9. Ego, Schaduw, Zelf
Carl Jung was degene die het begrip ‘schaduw’ in de psychologie introduceerde. Hij gaf daaraan een geheel eigen betekenis: het verborgen ware zelf. Dat ware zelf kleeft aan je zoals je schaduw in de stralen van de zon. Als je in het zonlicht staat kun je hoog of laag springen, tegen je schaduw schoppen en wat al niet, maar je raakt die schaduw niet kwijt. Dat geldt precies zo voor je ware zelf. Want je ware zelf, dat ben je, en dat blijft bij je, hoe verborgen ook en hoe je ook je best doet het te verstoppen.

In Alfred Hitchcock’s ‘Psycho’ (1960) verkleedt Norman Bates zich als zijn moeder, imiteert hij haar stem, en vermoordt hij jonge vrouwen die ‘moeder’ boos maken met hun flirterige gedrag. Norman is een echte split personality die zowel moeder als zoon is, schaduw en bewust ego. Hitchcock gebruikt de symbolische schaduw persoonlijkheid ook voor het personage Marion Crane (Janet Leigh) in de film. Dit wordt uitgedrukt in de lingerie die ze draagt. Voordat ze geld gestolen heeft, zien we haar in wit ondergoed dat haar onschuld en bewuste ego uitdrukt. Na de diefstal die ze pleegt draagt ze zwarte lingerie dat de schaduwzijde van haar persoonlijkheid symboliseert en haar nieuwe betrokkenheid bij slechte zaken. Net als Bates heeft de persoonlijkheid van Marion Crane twee contrasterende zijden. Bates straft haar door haar, verkleed als zijn moeder, dood te steken in de douche.

10. Wrede moeders
In ‘Alien’ (1979) komt de vrouwelijke held Ripley erachter dat het enige doel van de ruimtemissie waar ze aan deelneemt is om een levend exemplaar van een Xenomorph – een kwaadaardige alien – naar de aarde te brengen. Dat de bemanning daarbij omkomt maakt de opdrachtgever niet uit. De naam van de boordcomputer die de missie coördineert is MOTHER. Het enige andere bemanningslid dat de plannen van MOTHER kent is het kunstmatige wezen Ash, dat de computer compleet volgzaam dient net als Norman Bates zijn moeder dient in ‘Psycho’.

Het idee van een wraakzuchtige en wrede moederfiguur komt uit de mythologie in de vorm van de verdorven godin Nemesis. Andere bekende voorbeelden zijn:
– Joan Crawford (Faye Dunaway) in ‘Mommie Dearest’ (1981)
– Margaret White (Piper Laurie) in ‘Carrie’ (1976)
– Livia Soprano (Nancy Marchand) in ‘The Sopranos’ (1999-2007)
– Mary (Mo’Nique) in ‘Precious’ (2009)
– Ma Jarrett (Margaret Wycherly) in ‘White Heat’ (1949)
– Janine ‘Smurf’ Cody (Jacki Weaver) in ‘Animal Kingdom’ (2010)
– En ook al is ze dood in de film, Norma Bates in ‘Psycho’ (1960)


De ‘Queen Mother’ in ‘Aliens’: de wrede moeder in ware monsterlijke vorm…

In het volgende en laatste deel van de serie – ‘de mindset’ – bespreken we wat er komt kijken bij het mentale proces van scenarioschrijven.