Flow en evergreens: de ideale content-strategie

Content Strategie - Flow en Evergreens

Ouderwets adverteren is dood en unieke expert-content publiceren is hoe het spel vandaag gespeeld wordt. Maar hoe zorg je als onderneming die van origine niets heeft met content dat je de plank niet mis slaat?

Om te beginnen moet je een specialist als Jeppe Kleyngeld inschakelen, maar wat ik je dan ga vertellen kan ik in deze blog ook wel opschrijven.

De beste content-strategie zorgt voor een mix van flow en evergreens. Dit zijn twee typen content die je moet leveren aan je publiek.

Flow: Flow bestaat uit korte blogs van soms maar 200 woorden. Het kunnen nieuwsberichten zijn, korte stukjes expertise, maar ook iets uitgebreidere beschouwingen van een thema. Bij flow gaat het erom dat je aan de wereld laat zien dat je springlevend bent. Je kunt het wel zien als een Twitter-feed; als het laatste bericht op een account uit 2013 stamt denk je niet; ‘oh dit is een hele actieve gebruiker’. Dat geldt voor ieder content-platform, ook de blog op je website.

Evergreens: Dit zijn zeer uitgebreide expert-artikelen die op de eerste pagina van Google gevonden worden op veelgebruikte combinaties zoektermen. Het zijn in tegenstelling tot flow-blogs ook artikelen met een zeer lange levensduur. Het is dan ook veel meer werk om een evergreen-artikel te schrijven, maar als je het doet heb je er wel veel langer plezier van. Hoe krijg je dit voor elkaar? Wederom, roep de hulp van een expert zoals JK in, maar als het zelf gaat doen volg dan de 10 SEO-geboden hieronder.

SEO voor tekstschrijvers – De 10 geboden

1. Gij zult het SEO-adagium ‘Content is King’ hanteren – Realiseer dermate interessante en unieke teksten dat anderen daar naar gaan verwijzen, gaan liken, sharen, bookmarken, etc (= stemmen)!

2. Gij zult een duidelijk antwoord formuleren op de zoekvraag in de eerste 400 woorden.

3. Gij zult zorgen dat de titel van het artikel (tevens de titel van de pagina en url) tenminste twee relevante zoektermen bevat, en kort maar krachtig is (max. 69 tekens incl. spaties).

4. Gij zult zorgen dat de zoektermen nog 6 tot 10 maal terugkomen in de tekst, waarvan één keer bold of cursief (en niet vaker), één keer als H2 subkop, één keer in het begin van de tekst en één keer in de laatste alinea. Gij zult niet spammen met zoekwoorden.

5. Gij zult afbeeldingen en/of video’s toevoegen aan het artikel met relevante zoektermen in de bestandsnaam, tekst rond afbeelding, alt-tag en meta data image.

6. Gij zult Wikipedia-achtige beschrijvingen en definities toevoegen aan het artikel om zoektermen te verduidelijken.

7. Gij zult het aantrekkelijk maken voor bezoekers om een reactie te plaatsen, bijvoorbeeld door hen hiertoe uit te nodigen.

8. Gij zult belangrijke artikelen – die goed gevonden moeten blijven worden – regelmatig updaten.

9. Gij zult uw artikel (unieke url) optimaal promoten via relevante (social) media.

10. Gij zult een link naar uw artikel plaatsen op Google Plus, waar u actief zult werken aan het verkrijgen van meer autoriteit in uw expertisegebied.

Voorbeeld van een evergreen: Big Data Analytics – Betekenis en voorbeelden

Advertenties

Geld verdienen in de journalistiek

‘In de journalistiek valt geen reet meer te verdienen’, is een stelling die ik regelmatig hoor. Men stelt vaak dit dat komt door de komst van internet, maar ik vraag me af of het ooit anders in geweest. De meeste schrijvers/journalisten zijn nu eenmaal arme sloebers, of ze nu werken voor kranten, bladen, of proberen eigen werk (boeken) te slijten. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een biografisch stuk over Hunter S. Thompson, een briljant schrijver, maar ook hij had grote moeite om zijn eerste boeken gepubliceerd te krijgen. Ook later in zijn carrière, toen hij een gevestigd auteur was, had hij nog te maken met gebrek aan funding. De meeste uitgevers zijn ook vaak ondernemingen die grote moeite hebben overeind te blijven. Ze hopen een bestseller uit te brengen waarmee ze hun verliesgevende projecten kunnen financieren.

Traditioneel, zijn er twee manieren om geld te verdienen aan content; adverteerders die zich willen associëren met de titel en/of de inhoud en gebruikers die willen betalen voor het consumeren van de content. In deze nieuwe tijd is er wel wat veranderd aan het uitgavenpatroon van beide groepen. Mijn stelling is dat er met het juiste model nog altijd wat te verdienen valt. Laten we hier naar kijken…

Het bedrijf waar ik momenteel voor werk – Alex van Groningen – is geen traditioneel mediabedrijf, maar de mediatak is er later bijgekomen. Het bedrijf richt zich op financiële professionals (CFO’s, controllers, finance managers, fusie & overname specialisten) met trainingen en communities (o.a. congressen, award shows & netwerkborrels). In het aanbieden van communities is Alex van Groningen een absolute voorloper.

De jaarlijkse CFO Day

De jaarlijkse CFO Day

Het doel van het opzetten van de mediatak (CxO Media) was tweeledig. Ten eerste is het bedrijf een echte ‘bereikboer’, die miljoenen folders het land in stuurt om voldoende klanten te werven voor de trainingen en opleidingen. Voor een dergelijk bedrijf is een eigen distributiekanaal natuurlijk fantastisch voor de promotie van activiteiten die het bedrijf organiseert.

Het tweede doel was het genereren van directe inkomsten, enerzijds via adverteerders en voor sommige bladen via betalende abonnees. Een goed model, maar in de huidige tijd zijn er twee problemen mee. 1.) Lezers willen het type vakcontent dat in de bladen te vinden is gratis kunnen lezen via internet of print (cc distributie). 2.) Advertentie-inkomsten lopen terug. Deels door de crisis, maar het is duidelijk dat ook de voorkeuren van adverteerders veranderen.

De onderneming heeft een mooie oplossing gevonden voor deze uitdagingen. Via het aanbieden van een lidmaatschap van verschillende communities (CFO Association, FM Club & M&A Community), betaal je als ‘gebruiker’ niet langer voor puur het ontvangen van de bladen, maar om aanwezig te mogen zijn op clubevents en netwerkborrels. Hetzelfde geldt voor adverteerders die nu als gastheer op de borrels kunnen zijn en direct leden van hun doelgroep kunnen ontmoeten. Niet langer plat adverteren dus, maar netwerken.

Adverteerders zijn bereid hier voor te betalen en gebruikers ook. Alex van Groningen kon dit model relatief makkelijk implementeren omdat het bedrijf reeds actief was in de community business. Wat nieuw is, is het betaalde lidmaatschap. Eerst konden leden van de doelgroep al gratis komen op grote gesponsorde evenementen zoals CFO Day. Dat kan nog steeds, maar nu zijn er vele netwerkborrels bij gekomen en het kost contributie om hier aanwezig te mogen zijn. Dit model – het koppelen van een titel aan een club of community – kan kleine vakuitgevers in leven houden, maar ook kranten zouden er hun voordeel mee kunnen doen.

Dan is er nog de vraag of mensen bereid zijn te betalen puur voor content. Ik denk voor sommige vormen wel. Ik ben momenteel bezig met een uitgebreide feature over James Bond, bestaande uit lijstjes met de beste Bond-slechteriken, Bond Girls, gadgets, voortuigen, et cetera. Precies het type content dat in bakken gratis op het internet te vinden is. Net als mijn Hunter S. Thompson serie typische Wiki-content is, waar je geen rooie cent mee kan verdienen. Maar dat maakt niet uit, want ik doe het uit passie. Aanbieders van deze typen content, zoals veel bladen, moeten serieus gaan nadenken over hoe ze kunnen concurreren met alle gratis aanbieders die op het internet te vinden zijn.

Afgelopen week las ik op de website van Het Financieele Dagblad over een nieuwe uitgeverij genaamd Forfor. Deze uitgeverij geeft tientallen bestaande journalistieke werken opnieuw uit, maar dan digitaal, als e-boek, voor een prijs van 4,99 euro. Fosfor heeft op dit moment zestig eerder verschenen, maar niet meer leverbare journalistieke werken in zijn fonds. De uitgeverij denkt daarmee ook een lezersgroep te kunnen interesseren die nu niet wordt bereikt: jongere consumenten die de klassieke werken niet kennen en weinig boeken op papier lezen. ‘Deze zogenoemde digital natives zijn opgegroeid met digitale technologie’, aldus medeoprichter Evert Nieuwenhuis. ‘Er wordt wel beweerd dat zij niet voor digitale content willen betalen, maar het blijkt dat ze daartoe wel degelijk bereid zijn als je ze bedient, zoals ze gewend zijn om te worden bediend.’

Ik denk dat hij helemaal gelijk heeft. Neem Hunter S. Thompson, ik zou er veel geld voor willen betalen om de e-versie te downloaden van de twee edities van Rolling Stone Magazine uit 1971, waarin zijn meesterwerk Fear and Loathing in Las Vegas te lezen is. Maar toegang tot het archief hebben alleen abonnees van het blad. Daarnaast moet je voor de iPad zelfs een apart lidmaatschap nemen, zelf als je abonnee bent van het geprinte magazine. Gemiste kans voor Rolling Stone.

Rolling Stone Magazine

Conclusie: er valt nog wel degelijk geld te verdienen met journalistiek alleen de vorm vereist de nodige aanpassing. Zowel adverteerders als gebruikers hebben andere voorkeuren. Bedien ze zoals ze dat fijn vinden en je kunt ook in deze tijd succesvol zijn als uitgever en journalist.