Jung, psychologist and idealist philosopher

Born in Switzerland, Carl Gustav Jung (1875 – 1961), along with Sigmund Freud, became the most well known psychiatrist of the twentieth century and possibly of all time.

In his little book ‘Decoding Jung’s metaphysics’, philosopher Bernardo Kastrup analyses Jung’s metaphysics. In other words: What is beyond what we think of as the physical world? Or in Kastrup’s words: A metaphysics of nature entails a certain view about what nature is in and of itself, as opposed to how it behaves (which is the study of science).

According to Kastrup, Jung hid his thoughts about this in his writing, because he was first and foremost a scientist. But Kastrup makes it obvious that Jung was also very much an idealist philosopher, which means that he thought that mind is primary in nature. In Jung’s view, the psyche holds the body rather than the other way around.

Famous principles in Jung’s work are archetypes, the collective unconscious and synchronicity, all principles that fit the idealist view very nicely. Jung considers the unconscious integral to the psyche. Sometimes, experiences in the unconscious can potentially cross the boundary and enter ego-consciousness. That is clearly an idealist position: There is only one mind (mind-at-large) and egos are localisations of this mind-at large or collective unconscious (or for the Dutch reader: Fragmenten uit het Schemerland). Content of this collective unconscious could potentially enter the ego-mind. Jung refers to these experiences as ‘psychoid’.

Jung describes archetypes as unconscious, but nonetheless active-living dispositions, ideas in the Platonic sense, that perform and continually influence our thoughts and feelings and actions. These ideas have effects which have an organizing influence on the contents of consciousness.

For instance, the inner life and behavior of a mother towards her child is largely determined by the so-called ‘mother archetype’, a mode of being and acting that is inherited by every woman and constellated by the presence of the child. These behaviours are thus not learned, but inborn. They correspond to the primordial templates of the collective unconscious (the larger mind) as they assert themselves by impinging on ego-consciousness.

The archetypes cannot be apprehended in and of themselves. All we can assess is the organising effects on our ego-consciousness. This is once again an idealist perspective. All we know, and can ever know for certain, is what we directly perceive. We cannot observe archetypes directly. All we have is the images, dreams and visions they help create. An archetype is a tendency that ‘tends’ to express itself in a certain way, Kastrup writes.

Each archetype can manifest itself to a variety of images, feelings and spontaneous behavioural patterns, all of which symbolize – or point to – a message. Our deeper dreams, visions, passions and impulsive actions thus have a meaning and can be interpreted, if only we pay attention to them. Taken together, the archetypal manifestations in our lives – in both dream and waking states – form a symbolic narrative meant to show to ego-consciousness what is going on in the unconscious. It is up to the Jung-analyst to unravel the meaning of these narratives.

Synchronicity is described by Jung as the simultaneous occurrence of a certain physic state with one or more external events which appear as meaningful parallels to the momentary subjective state. As an example, Jung famously reported an incident he witnessed during a therapy session. The female patient he was seeing related a dream in which she was given a golden scarab, an important archetypal symbol of rebirth. As she was recounting the dream, an insect began knocking on the window. Jung let it in and found it was a rose chafer beetle, an insect that looks very much like a scarab.

How can these strong links occur between the mind and physical world when there is only causality? According to Kastrup, who decoded Jung’s work, Jung believed in a non-local, organising foundation of nature. If the ego-mind and the physical world both arise from this deeper (mental) foundation, then these meaningful coincidences start to make a whole lot more sense. This is once again an idealistic proposition.

And so, the inescapable conclusion is that Jung was an idealist who thought that nature is in and of itself consciousness.

More on Kastrup’s writing can be found on his website.

Zijn dromen echt de sleutel naar het onderbewustzijn?

Alle dromen zijn wensvervullingen. Dat beweert Sigmund Freud althans in zijn boek ‘The Interpretation of Dreams’. Jaren later schijnt hij echter ook heel andere typen dromen beschreven te hebben.

Het boek heb ik geprobeerd te lezen, maar het is vrij ingewikkeld. Daarnaast is het taalgebruik uit 1899 wat lastig te interpreteren. Ik heb het dus niet uitgelezen, maar wat ik ervan geleerd heb is heel interessant. Volgens Freud vindt wensvervulling in dromen plaats wanneer driften door het ego onderdrukt worden. Deze onderdrukking kan te maken hebben met schaamte of schuldgevoel.

The Interpretation of Dreams

In dromen kunnen de behoeften alsnog bevredigd worden. Maar het onderbewustzijn moet ze eerst ‘coderen’ om ze als het ware het bewustzijn in te smokkelen. Daarom zijn dromen vaak vreemd en lijken ze soms totaal onzinnig. De codering bestaat volgens Freud meestal uit gebeurtenissen of gedachten van de afgelopen dag. Kortom, dromen zijn de stiekeme representaties van het beest in de mens. Met deze theorie kunnen dromen gebruikt worden om het onderbewustzijn te doorgronden. Een behoorlijk fascinerend idee moet ik zeggen. Ik heb het eens los gelaten op mijn droom van afgelopen nacht.

De droom
Ik droomde dat een indringer het op me had voorzien. Hij was al bij me thuis geweest en ik wist dat hij zou terugkomen. Wat hij precies van plan was weet ik niet, maar het was sowieso iets kwaads en ik was erg bang voor hem. Hij had veel weg van Simon, een zeer nare jongen die altijd kinderen pestte in mijn oude buurt, waaronder mij en mijn vriendjes. De droom speelde zich dan ook af in mijn ouderlijke huis en tuin.

In het eerste deel van mijn droom liet ik me mentaal terroriseren door deze Simon. Hij was nog niet eens teruggekomen, maar ik was volop met zijn terugkeer bezig. Ik had me verschanst met enkele wapens. Angstig wachtte ik tot hij zou komen. Maar toen veranderde ik van gedachten. Ik besloot een hamer te pakken en een val op te zetten. Zodra hij zijn kop door de schutting zou steken zou ik hem in één klap doodslaan.

De interpretatie
Het Simon-achtige terreurfiguur heeft mijn droom overleefd. Dat wil zeggen, ik ben wakker geworden voordat ik hem dood heb kunnen slaan. Wat speelt er in mijn leven dat deze droom kan hebben opgewekt? Ik had vanmorgen niet lang nodig om te bedenken wat het was (en zo moet het ook gaan, want dromen vergeet je binnen de kortste keren. Bescherming van het ego?)

Mijn ouders zitten momenteel voor zes weken in Australië. Ze runnen een webshop en m’n pa had me gevraagd een aantal dingen op te sturen naar klanten. In twee gevallen heb ik het verkeerde gestuurd, en in reactie hierop schreef mijn vader ‘je hebt er wel een zooitje van gemaakt’. Dit kwam in eerste instantie vervelend bij me binnen.

Ik heb gereageerd door hem te wijzen op zijn eigen onduidelijke instructies, maar ik heb mijn ouweheer niet een verbale tik om zijn oren gegeven. Dit is een oud probleem van me waar ik ook voor in behandeling ben geweest; geen grenzen voelen, alles maar een beetje laten gaan, soms over me heen laten lopen. Ik vind het moeilijk hier bij stil te staan. Laat staan het op te schrijven en te publiceren. Wanneer je het lastig vindt om op zo’n open manier over iets te praten of schrijven, kan dat betekenen dat er schaamte zit en dat het probleem zijn toevlucht heeft gezocht in het onderbewustzijn. Dat mijn droom zich rond mijn ouderlijk huis afspeelde is een duidelijke link met de mail van mijn vader die dag.

Mijn droom kan ik daarom interpreteren als wensvervulling. In mijn droom heb ik namelijk wel besloten een tik uit te delen in plaats van het erbij te laten zitten. Ik voel nu heel sterk de neiging om uit te leggen en nuanceren dat mij pa geen verbale tik verdiend had, maar dat hoort bij mijn passiviteitsproblematiek.

En waarom kwam het in mijn droom in de vorm van een vijandige indringer? Ik had die avond met Loesje ‘The Walking Dead’ gekeken waarin een mogelijk gevaarlijke vrouw probeerde binnen te dringen in het kamp van de overlevenden van een zombie apocalyps.

Conclusie, ik zie wel wat in deze theorie van Freud. Dromen kunnen ons wel degelijk dingen laten zien als we er voor open staan. Daarnaast is het gewoon cool om eindelijk een instrument te hebben om iets dat voorheen ongrijpbaar was nu soms te kunnen vangen. Dit was m’n eerste grote vangst sinds ik het boek heb gelezen en ik hoop er nog veel aan toe te voegen.