De Vietnam-oorlog vanuit eenheidsbewustzijn

Is er een filosofie die een einde kan maken aan menselijk lijden? Nee niet beëindigen, maar er zijn er een aantal die behoorlijk kunnen helpen. De voornaamste die ik ken is Advaita Vedanta ofwel non-dualiteit. Deze aanwijzing zegt dat alles één bewustzijn is dat een spel speelt met zichzelf. Alles om ons heen vindt gewoon plaats als een toneelstukje en wij – de toneelspelers – doen vrolijk mee. Maar er is eigenlijk geen ‘ik’ en al helemaal geen individuele vrije wil. We zijn allemaal de oceaan, maar we denken dat we druppels zijn die vrijelijk bewegen. De stem in ons hoofd, levert commentaar nadat bewustzijn al een actie-reactie besloten heeft, waardoor de illusie ontstaat dat we in de bestuurdersstoel zitten.

Nou heb ik een aantal bezwaren tegen non-dualiteit (wat een echte non-dualist natuurlijk worst zal wezen; ‘hij’ bestaat immers niet). Het bezwaar (in plaats van ‘mijn’ bezwaar) is dat individuele vrije wil niet uit te sluiten is. We zijn allemaal één in een gedeelde droom, dat is absoluut waar, maar misschien zijn we wel bewuste agenten die nog maar net leren hoe we met onze intenties kunnen beïnvloeden hoe de wereld zich manifesteert. En er zijn wetenschappelijke experimenten die dit aantonen. Kortom, ik ben niet overtuigd dat het alomvattende bewustzijn alles bestuurt, maar dat we mogelijk in een informatiesysteem leven dat deels decentraal, door levende wezens, wordt aangestuurd.

Maar goed, daar gaat deze blog niet over. Ik wil het over lijden hebben, en hoe een non-dualistische visie lijden kan doen verminderen. Sinds ik naar de bekende podcast luister van overtuigde non-dualisten Paul Smit en Patrick Kicken is mijn visie op onderwerpen die normaal stress kunnen veroorzaken, zoals politiek, werk, geld, gezondheid en klimaat, wel behoorlijk veranderd. Want al is vrije wil niet uit te sluiten, we hebben in ieder geval lang niet zoveel zeggenschap als we vaak denken. Per dag nemen we onbewust duizenden besluiten net zoals alle andere miljarden wezens. Dat werkt allemaal op elkaar in. Hoeveel invloed kun je daar nou echt op hebben?

En zo komen we op lijden. Wanneer we als mensen uitzoomen, is het inderdaad een film die zich afspeelt en waar jij één (vrij insignificant) spelertje in bent. Dat beseffen is verlichting. Het omgekeerde is inzoomen: alles overkomt jou en als je anders zou handelen zou het allemaal anders kunnen zijn. Maar zo is het niet. Wat gebeurt, gebeurt. Goed en slecht zijn slechts twee tegenstellingen die bewustzijn creëert om ervaring überhaupt mogelijk te maken. Zoals gezegd, het is een spel. En uitgezoomd vaak een erg vermakelijk snel. Waar mensen zich al niet allemaal druk om maken.

Maar als je dit nou loslaat op een uiterst serieus onderwerp, zoals laten we zeggen de Vietnam-oorlog. Werkt het dan nog steeds? Je kunt immers moeilijk beweren dat zoiets vreselijks gewoon maar moet gebeuren, of erger nog, goed is zoals het is. Dat kan toch niet! Toch is dat precies wat non-dualisten beweren. Ook de Vietnam-oorlog is slechts een spel van bewustzijn. Bewustzijn wil alles ervaren; zwart, wit en alle tinten grijs er tussenin. Dus hierbij:

De non-dualistische visie op de Vietnam-oorlog
Halverwege de negentiende eeuw begon een Westers volk dat zich de Fransen noemen Vietnam te koloniseren. Het werd een bloedige en wrede invasie. Bewustzijn in de vorm van de mens Ho Chi Minh wilde begin twintigste eeuw zijn volk bevrijden van de onderdrukkers. Na 30 jaar lang ballingschap keerde hij in 1941 terug naar Vietnam en richtte hij het Vietnamese Onafhankelijke Bevrijdingsleger op.

Naast Fransen kwamen er ook Japanse indringers naar Vietnam. De Amerikanen, hun collectieve ego nog gekrenkt vanwege Pearl Harbor, maakte een dealtje met Ho Chi Minh. Ze begonnen met het leveren van wapens aan de Vietnamese guerilla’s. De Vietnamezen zagen de Amerikanen als bevrijders. Ze hadden immers de Europeanen bevrijd in de Tweede Wereldoorlog. Het Amerikaanse volk identificeerde zich met deze rol van redders (oftewel, ze zoomden in en namen het toneelstuk en hun rol erin uiterst serieus).

In de jaren 50 verspreidde het communisme zich over grote delen van Azië en de VS dacht hier, onterecht, invloed op te kunnen uitoefenen. Het Amerikaanse leiderschap onder president Truman had het gevoel dat ze het hadden laten misgaan in Birma en Cambodja. Ze waren bang voor een domino-effect. Dus toen begin jaren 60’ het Zuid-Vietnamese Nationale Bevrijdingsfront (door vijanden Vietcong genoemd) vastberaden was de anti-communistische regering van Ngo Dinh Diem in Noord-Vietnam ten val te brengen, vond de VS, nu onder leiding van Kennedy, dat ze moesten ingrijpen. En zo raakte het land betrokken bij een strijd tussen twee meedogenloze partijen.

Na de moord op JFK, erfde de nieuwe president Lyndon Johnson het Vietnam-dossier. Een ramp. Hier viel niks te winnen. Maar vertrekken uit Vietnam zou gezichtsverlies betekenen. En dat konden de ego’s van de Amerikaanse regeringsleiders niet verdragen. Dus werd het land dieper en dieper het conflict ingetrokken en het aantal doden liep rap op. De Vietcong bleek een zeer geduchte tegenstander en ze brachten de Noord-Vietnamezen enorme klappen toe. De Amerikaanse generaal Westmoreland vroeg wanhopig om meer troepen. Johnson stuurde er 50.000 en beloofde er nog eens 50.000 aan het einde van 1965. Dit bleek lang niet te volstaan en Westmoreland vroeg om nog eens 200.000 manschappen. De kans op overwinning werd slechts geschat op 1 op 3. Maar trokken ze zich terug? Zochten ze een compromis? Nee, ze gingen verder met de strijd.

De Amerikanen bleken gevangenen van hun eigen ervaring. Ze dachten: we doen net als in de Tweede Wereldoorlog, namelijk binnenvallen als een mokerhamer. Deze aanpak werkte niet in Vietnam. Het dualisme nam toe: in Amerika groeide de anti-oorlogsbeweging. Bij de protesten vielen tientallen doden. De groeiende tegenstellingen en het aanhoudende geweld in Vietnam en in de VS dreef een staak door het hart van het land. Er ontstond een grotere polarisatie dan ooit. En de eenheid is nog steeds niet hersteld, getuige de huidige politieke ontwikkelingen. Uiteindelijk eindigde de oorlog voor de Amerikanen in 1973. Meer dan twee miljoen Vietnamezen en 58.000 Amerikanen vonden de dood. En in 1975 werd Vietnam alsnog communistisch wat het land opnieuw in ramspoed stortte.

Waarom het lijden bij advaita verminderd of wegvalt is omdat geaccepteerd wordt dat het individu niet bestaat. Lijden ontstaat bij identificatie met het ego; mij wordt iets aangedaan, ons – als natie – wordt onrecht aangedaan. In werkelijkheid is er is geen mij en ook geen land, alleen bewustzijn. In plaats van dat het lijden dus persoonlijk te maken, vindt slechts observatie plaats: ‘er vindt oorlog plaats, er wordt gemarteld, er gaan kinderen dood’, et cetera. Vaak wordt gedacht dat dit dan een rechtvaardiging is voor alles, maar dit is niet zo. Binnen bewustzijn vindt actie-reactie plaats. Bewustzijn stuurt de kindermoordenaar aan, maar ook de rechter die hem naar het schavot stuurt.

Er is alleen maar een film en dat is alles. Observeer het spel en neem het niet te serieus. Hoe serieus het ook lijkt soms.

© Jeppe Kleyngeld, oktober 2019

Bron: The Vietnam War (2017, Ken Burns, Lynn Novick)

Advertenties

Het veld van oneindige potentie

het-veld-van-oneindige-potentie

Foto: Pixabay

Door Jeppe Kleyngeld

Succes is een reis, geen bestemming. Met geld heeft succes niks te maken; echt succes is het ervaren van het miraculeuze. Niet af en toe, maar voortdurend. Om dat te bereiken moeten we de zaden van goddelijkheid voeden die in ons allemaal verscholen zitten.

In essentie zijn we allemaal puur bewustzijn. Self-referal betekent het ervaren van het ware spirituele zelf. Dat is anders dan object-referal waarbij we voortdurend in afwachting zijn van anderen. Bij object-referal is het referentiepunt het ego: het sociale masker. Maar ons ego is niet wie we werkelijk zijn. Ons ego wil goedkeuring, controle en bevestiging. Ons ware spirituele zelf heeft deze dingen niet nodig. Het is immuun voor kritiek, onbevreesd voor elke uitdaging en doet voor niemand onder. Maar het is toch bescheiden, want het herkent dat iedereen hetzelfde is diep van binnen: een spiritueel wezen. Puur bewustzijn.

Wanneer we toegang hebben tot ons echte spirituele zelf, hebben we ook toegang tot het veld van oneindige potentie dat om ons heen ligt. En wanneer we dat hebben kunnen we echt succes bereiken: een overvloedige stroom van positieve energie; een goede gezondheid; energie en enthousiasme voor het leven; vervullende relaties; creatieve vrijheid; emotionele en psychologische stabiliteit; een gevoel van welzijn; gemoedsrust en het moeiteloos bereiken van doelen. Dit is – in tegenstelling tot object-referal – echte macht. Bij object-referal gaat macht samen met een titel, met geld, met status of met bezit. Maar deze zaken zijn altijd tijdelijk. Self-referal geeft de macht om te creëren zoals het universum dat doet: moeiteloos. Een boom probeert niet tot bloei te komen, maar doet dat gewoon.

Hoe krijgen we toegang tot dit veld van pure, oneindige potentie? Hier zijn drie manieren voor:

1. Mediteren / stilte ervaren
We moeten dagelijks stilte ervaren om de turbulentie in ons hoofd tot rust te brengen. Hoe meer, hoe beter, maar 15 minuten in de ochtend en 15 minuten in de avond mediteren is genoeg. Dus in deze tijd niet lezen, praten, luisteren, maar pure stilte ervaren. Wees gewoon.

2. Niet oordelen
Wanneer je constant labels plakt, analyseert, evalueert en oordeelt, zorgt dat voor veel turbulentie in je hoofd. Dit blokkeert de energie tussen jezelf en het veld van oneindige potentie. Oefen dagelijks in het niet-oordelen.

3. Communiceer direct met de natuur
Ga wandelen in een veld, een bos of langs een rivier. Hoe meer in contact je staat met de creatieve geest van de natuur, hoe meer toegang je krijgt tot de onbegrensde creativiteit van het universum.

De essentie is: hoe meer je in contact staat met het universum, hoe meer je moeiteloos kunt bereiken wat je wilt.

Bron: The 7 Spiritual Laws of Success (1994, Deepak Chopra)

Zijn dromen echt de sleutel naar het onderbewustzijn?

Alle dromen zijn wensvervullingen. Dat beweert Sigmund Freud althans in zijn boek ‘The Interpretation of Dreams’. Jaren later schijnt hij echter ook heel andere typen dromen beschreven te hebben.

Het boek heb ik geprobeerd te lezen, maar het is vrij ingewikkeld. Daarnaast is het taalgebruik uit 1899 wat lastig te interpreteren. Ik heb het dus niet uitgelezen, maar wat ik ervan geleerd heb is heel interessant. Volgens Freud vindt wensvervulling in dromen plaats wanneer driften door het ego onderdrukt worden. Deze onderdrukking kan te maken hebben met schaamte of schuldgevoel.

The Interpretation of Dreams

In dromen kunnen de behoeften alsnog bevredigd worden. Maar het onderbewustzijn moet ze eerst ‘coderen’ om ze als het ware het bewustzijn in te smokkelen. Daarom zijn dromen vaak vreemd en lijken ze soms totaal onzinnig. De codering bestaat volgens Freud meestal uit gebeurtenissen of gedachten van de afgelopen dag. Kortom, dromen zijn de stiekeme representaties van het beest in de mens. Met deze theorie kunnen dromen gebruikt worden om het onderbewustzijn te doorgronden. Een behoorlijk fascinerend idee moet ik zeggen. Ik heb het eens los gelaten op mijn droom van afgelopen nacht.

De droom
Ik droomde dat een indringer het op me had voorzien. Hij was al bij me thuis geweest en ik wist dat hij zou terugkomen. Wat hij precies van plan was weet ik niet, maar het was sowieso iets kwaads en ik was erg bang voor hem. Hij had veel weg van Simon, een zeer nare jongen die altijd kinderen pestte in mijn oude buurt, waaronder mij en mijn vriendjes. De droom speelde zich dan ook af in mijn ouderlijke huis en tuin.

In het eerste deel van mijn droom liet ik me mentaal terroriseren door deze Simon. Hij was nog niet eens teruggekomen, maar ik was volop met zijn terugkeer bezig. Ik had me verschanst met enkele wapens. Angstig wachtte ik tot hij zou komen. Maar toen veranderde ik van gedachten. Ik besloot een hamer te pakken en een val op te zetten. Zodra hij zijn kop door de schutting zou steken zou ik hem in één klap doodslaan.

De interpretatie
Het Simon-achtige terreurfiguur heeft mijn droom overleefd. Dat wil zeggen, ik ben wakker geworden voordat ik hem dood heb kunnen slaan. Wat speelt er in mijn leven dat deze droom kan hebben opgewekt? Ik had vanmorgen niet lang nodig om te bedenken wat het was (en zo moet het ook gaan, want dromen vergeet je binnen de kortste keren. Bescherming van het ego?)

Mijn ouders zitten momenteel voor zes weken in Australië. Ze runnen een webshop en m’n pa had me gevraagd een aantal dingen op te sturen naar klanten. In twee gevallen heb ik het verkeerde gestuurd, en in reactie hierop schreef mijn vader ‘je hebt er wel een zooitje van gemaakt’. Dit kwam in eerste instantie vervelend bij me binnen.

Ik heb gereageerd door hem te wijzen op zijn eigen onduidelijke instructies, maar ik heb mijn ouweheer niet een verbale tik om zijn oren gegeven. Dit is een oud probleem van me waar ik ook voor in behandeling ben geweest; geen grenzen voelen, alles maar een beetje laten gaan, soms over me heen laten lopen. Ik vind het moeilijk hier bij stil te staan. Laat staan het op te schrijven en te publiceren. Wanneer je het lastig vindt om op zo’n open manier over iets te praten of schrijven, kan dat betekenen dat er schaamte zit en dat het probleem zijn toevlucht heeft gezocht in het onderbewustzijn. Dat mijn droom zich rond mijn ouderlijk huis afspeelde is een duidelijke link met de mail van mijn vader die dag.

Mijn droom kan ik daarom interpreteren als wensvervulling. In mijn droom heb ik namelijk wel besloten een tik uit te delen in plaats van het erbij te laten zitten. Ik voel nu heel sterk de neiging om uit te leggen en nuanceren dat mij pa geen verbale tik verdiend had, maar dat hoort bij mijn passiviteitsproblematiek.

En waarom kwam het in mijn droom in de vorm van een vijandige indringer? Ik had die avond met Loesje ‘The Walking Dead’ gekeken waarin een mogelijk gevaarlijke vrouw probeerde binnen te dringen in het kamp van de overlevenden van een zombie apocalyps.

Conclusie, ik zie wel wat in deze theorie van Freud. Dromen kunnen ons wel degelijk dingen laten zien als we er voor open staan. Daarnaast is het gewoon cool om eindelijk een instrument te hebben om iets dat voorheen ongrijpbaar was nu soms te kunnen vangen. Dit was m’n eerste grote vangst sinds ik het boek heb gelezen en ik hoop er nog veel aan toe te voegen.