Waarom vrouwen altijd de schuld krijgen…

Botje, botje in de zee,
hier is mannetje Timpetee.
Mijn liefste vrouw Elsebil,
wil iets hebben wat ik niet wil.

Bovenstaand rijmpje komt uit het sprookje ‘De visser en zijn vrouw’. In dit verhaal woont een visser met zijn vrouw in een omgekeerde bloempot. De visser vond dat niet erg, maar zijn vrouw was ontevreden. Op een dag ving hij een vis – een botje – die hem vroeg hem terug te gooien in ruil voor een wens.

De man vertelt het aan zijn vrouw en ze draagt hem op om een huis te vragen. Dat doet hij met bovenstaande rijmpje, daarbij implicerend dat de vrouw hem tot iets dwingt omdat ze hebberig is. Het botje vervult de wens, maar na een paar weken wil de vrouw een groter huis, en de visser wordt weer op pad gestuurd.

Zo gaat het door en Timpetee vraagt het botje om dienstmeisjes, een kok, een tuinman. Vervolgens begon zijn vrouw weer te zeuren (zo staat het er echt), en wenst hij namens haar dat ze koningin wil worden en in een paleis wil wonen. Daarna wil ze keizerin worden – en uiteindelijk wil ze god worden. Maar na die wens woont ze weer in een bloempot.

Bovenstaand verhaal is er slechts een van vele waarin de man-vrouw verhoudingen zo geschetst worden. Door de eeuwen heen zijn vrouwen in verhalen, mythes en media vaak afgebeeld als verleidsters, manipulatrices of breukmakers.

Het bekendste voorbeeld is Adam en Eva. God verbiedt hen van de appelboom te eten. Adam houdt zich eraan, maar Eva kan de verleiding niet weerstaan – en haalt hem over om hetzelfde te doen. Zo wordt de vrouw de zondaar, de man het slachtoffer.

Ook in Shakespeares Macbeth is het de vrouw die de man overhaalt tot moord. Macbeth is ambitieus, maar zijn vrouw zet hem aan tot actie. Zij draagt de schuld, hij is slechts een willoos instrument.

Deze verhalen zijn diepgeworteld en beïnvloeden hoe we vrouwen nog steeds waarnemen. Een duidelijk voorbeeld is de Beatles. Yoko Ono krijgt de schuld van het uiteenvallen van de band, maar er speelde van alles dat uiteindelijk tot het einde van de groep heeft geleid. Natuurlijk heeft Yoko invloed gehad, maar John Lennon is uiteindelijk zelf degene geweest die uit de band is gestapt – ook wellicht omdat hij door zijn ouders verlaten was, verbondenheid vond bij de Beatles en dat toen later vond bij Yoko waardoor hij de groep kon loslaten. En vergeet niet, Linda McCartney werd ook gehaat. Haar aanwezigheid als vrouw maakte haar, net als Yoko, een gemakkelijk doelwit voor de frustraties van fans.

Ik heb zelf iets soortgelijks meegemaakt. Toen ik los wilde van mijn oude vriendengroep rond 2008/2009 omdat we voor mijn gevoel uit elkaar waren gegroeid kreeg Loesje er de schuld van dat ze mij ervan overtuigd had dit te doen. Ik geef toe dat mijn communicatie over waarom ik uit de groep wilde niet best was, maar zij kreeg direct alle schuld en onterechte verwijten over zich heen. In plaats van dat mijn oude vrienden inzagen dat relaties complex zijn en beinvloedt worden door talloze factoren werd de vrouw direct als enige schuldige aangewezen en werd ik gezien als het willoze, gemanipuleerde slachtoffer.

Sociaal onderzoek naar schuldtoewijzing bevestigt dat dit echt zo werkt. Studies (zoals die van Psychology of Women Quarterly) tonen aan dat vrouwen vaker de schuld krijgen voor relationele problemen, zelfs als mannen evenveel ‘schuld’ hebben. Dit geldt zowel in persoonlijke relaties als in professionele conflicten.

Onderzoekers hebben ook het ‘Yoko Ono-effect’ gedocumenteerd: vrouwen die zich mengen in mannelijk gedomineerde groepen (zoals bands, sportteams of bedrijven) worden systematisch negatiever beoordeeld dan mannen in dezelfde positie.

Een oorzaak is dat vrouwen traditioneel worden geassocieerd met emoties, relaties en sociale dynamiek, terwijl mannen vaak gezien worden als rationeel, onafhankelijk en stabiel. Als er iets misgaat in een relatie of groep (zoals een vriendschapsband die verslapt of een band die uit elkaar valt), wordt de vrouw sneller gezien als de ‘verstoorder’ – alsof zij de bestaande orde doorbreekt. Mannen worden daarentegen vaker gezien als slachtoffer of als neutrale partij.

In heteroseksuele relaties wordt van vrouwen vaak verwacht dat zij sociale contacten en relaties ‘beheren’. Als een man zijn vrienden minder ziet, wordt aangenomen dat zijn vriendin hem ‘beperkt’ – alsof zij actief zijn sociale leven controleert. Mannen daarentegen worden zelden verantwoordelijk gehouden voor het onderhouden of verwaarlozen van vriendschappen.

Conclusie
De neiging om vrouwen de schuld te geven is diepgeworteld in cultuur, psychologie en sociale structuren. Het is geen toeval, maar het resultaat van langdurige patronen waarin vrouwen worden gezien als verantwoordelijk voor sociale harmonie – en dus ook als schuldig als die harmonie verstoord wordt.

Bronnen voor verdere verdieping:
‘The Psychology of Blame’ (Psychology Today)
‘Why Women Are Blamed More Than Men’ (Harvard Business Review)
‘The Yoko Ono Effect: Gendered Blame in Male-Dominated Groups’ (Journal of Experimental Social Psychology)
‘Gender Stereotypes and Relationship Conflict’ (Psychology of Women Quarterly)

10 New Beatles Insights Through Peter Jackson’s ‘Get Back’

‘It would be fair to say that today ‘Let It Be’ symbolizes the breaking-up of the Beatles. That’s the mythology, the truth is somewhat different. The real story of ‘Let It Be’ has been locked in the vaults of Apple Corps for the last 50 years.’

So says director Peter Jackson in the ‘Get Back’ book that accompanied his eight hour lasting documentary on Disney Plus.

Jackson’s film fills in a lot of missing puzzle pieces in the story of the world’s most discussed band. Not for nothing are basically all Beatles Wikipedia-pages re-edited with new information from the previously unseen footage. For me personally, the documentary was a real eye opener. It gave me the following new insights into the legendary group and my favorite musicians of all time. The order of the insights is completely arbitrary.

1. George spontaneously quit the band
After George leaves, which for me seemed to happen completely out of the blue, John considers replacing him with Eric Clapton who had just left Cream. Was he serious? Maybe. Of course they really wanted George back…

2. There was little conflict
Despite George leaving, there was little conflict. At least nothing dramatic. Of course they had frequent discussions and they were obviously uncertain about how they should proceed and evolve from that stage on, but major fights and arguments? There weren’t any.

3. Yoko is just a wallflower
A persistent rumor about this period of The Beatles was that John constantly bringing Yoko to the studio was a major source of tension within the group. This doesn’t appear to be the case. She is always there, but she hardly speaks. Just once in a while she plays some experimental music. Besides, the other guys bring their girlfriends along as well constantly, especially Paul, but it doesn’t distract from the creative process at all.

4. Many of the later songs were already being written here
During the ‘Get Back’ sessions, they played many early versions of songs that would later appear on ‘Abbey Road’ (their final album) and solo albums. These songs include: I want you (she’s so heavy), Polythene Pam, Teddy Boy, Her Majesty, Hot As Son, Isn’t It a Pity, Something, Octopus’ Garden, Jealous Guy, Sitting in the Backseat of my Car, Gimme Some Truth, She Came in Through My Bedroom Window, Another Day, All Things Must Pass, Oh Darling, Maxwell’s Silver Hammer, Every Day, Carry That Weight and Sun King.

5. Much of the creative process is just goofing around
By this time, their full time job was just coming to the studio and composing amazing music. They did so by fooling around much of the time. They know literally hundreds of songs and played them constantly. The documentary also shows the almost telepathic connection between Lennon and McCartney. And an observation by Jackson is that Lennon found a new partner in Yoko Ono and this is visibly painful for McCartney. But he accepts it and deals with it.

6. Jealous Guy had a different title and different lyrics first
Jealous Guy – one of Lennon’s great solo songs (B-side of Imagine) – was first called On the Road to Marrakesh. Apparently, John wrote this in India, then it was rejected for ‘The White Album’ and here he plays it during the sessions at Twickenham Studios.

7. Paul is a great manager as John takes a back seat
In the early days of The Beatles, John was sort of the bandleader. During the ‘Get Back’ sessions, it is Paul. He does so in an inspiring way. He wants to go for the best possible results and doesn’t get pushy or annoying. He is just trying to keep the band going and eventually, they get really going.

8. The album ‘Let It Be Naked’ is much better than the original
‘Let It Be’ was up until now my least favorite album by The Beatles. This changed when I heard the Naked-version which was released in 2003. This made me realize what a messed up job Phil Spector did with the material on the 1970 original version. And why did he exclude Don’t Let Me Down? A fucked up decision. The Naked-version is true to the original vision of the group to strip their music down. All of the twelve songs sound amazing. This is an album truly worthy of this brilliant band.

9. One After 909 is one of their early songs
I never appreciated this song much, but thanks to the documentary I started loving it and I now play it constantly. It is an early song which John wrote while he was just 15. Paul is very pleased with it as well. The lyrics are about nothing, but what does it matter? It just sounds really really good.

10. There were ideas for a different ‘The End’
During the film and in the many transcribed conversations in the books, the boys and original documentary maker, Michael Lindsay-Hogg, were constantly trying to come up with an idea for a live performance to conclude the ‘Get Back’ project. Of course this ends up being the famous rooftop concert – The Beatles last live gig ever – but there were many ideas before that. The best one was Paul’s. He proposed a live show with news men in between songs bringing the latest news. And at the end of the show, the final bulletin is… ‘The Beatles have broken up!’

De dag dat John Lennon doodging

37 jaar geleden in mijn geboortejaar 1980 werd John Lennon – samen met mede-Beatle Paul McCartney mijn favoriete artiest allertijden – vermoord voor zijn appartement in New York. Hij werd 40 jaar.

De vrouw van John Lennon, kunstenares Yoko Ono, maakte later een kunstwerk gerelateerd aan de moord: een glasplaat met een kogelgat dat je aan twee kanten moet bekijken. Als je aan de ene kant staat ben je het slachtoffer, en aan de andere kant ben je de moordenaar.

Het kogelgat kende ze van die verschrikkelijke avond voor het Dakota-appartement waar ze woonde met John en hun zoontje Sean. De eerste kogel die Mark David Chapman op Lennon afvuurde miste zijn doel en vloog door het raam heen. De overige vier kogels raakte John in zijn rug en schouder.

De psychotische Mark Chapman was geobsedeerd door The Beatles en vooral door Lennon. Hij identificeerde zich met Holden Caulfield, hoofdpersoon van het boek ‘Catcher in the Rye‘ van J.D. Salinger. Hij kreeg later een afkeur van Lennon en noemde hem phony, de favoriete belediging van Caulfield. Hij had een exemplaar van het boek bij zich op de avond van de moord waarin stond: ‘this is my statement’.

John liep naar binnen en riep “I’m shot, I’m shot”, en stortte vervolgens in elkaar. De politie arriveerde snel en besloot niet op de ambulance te wachten, maar hem direct naar het ziekenhuis te rijden. De behandelende arts constateerde al snel dat de kogels de bloedvaten rond zijn hart compleet hadden vernietigd; alle kogelinslagen op zichzelf waren hem al fataal geworden. Om 23:15 werd hij doodverklaard.

Er ging eens schokgolf door de wereld. Lennon was niet alleen wereldberoemd door The Beatles, maar ook door zijn rol als vredesactivist. 80 procent van John zat in zijn muziek: mensen die hem dachten te kennen, kenden hem dus ook in zekere zin. Tenminste drie Beatles-fans pleegden zelfmoord na de moord, waarna Ono opriep om niet toe te geven aan wanhoop.

De dag na de moord bracht Yoko Ono de volgende verklaring naar buiten: ‘There is no funeral for John. John loved and prayed for the human race. Please do the same for him. Love, Yoko and Sean.’

Nog wat (vreemde) feiten rond de moord:

● Lennon-fan en amateur fotograaf Paul Garesh maakte een foto van John toen die een handtekening zette op een plaat van zijn latere moordenaar Mark David Chapman.
● In het ziekenhuis werd een Beatles-liedje gedraaid toen John net was gearriveerd: All My Loving.
● De dag van de moord had John gitaar ingespeeld voor een nummer van zijn vrouw: Walking on Thin Ice. Het liedje ging over hoe John en Yoko herinnerd zouden worden – als ze herinnerd zouden worden – als ze tot as waren geworden. Het was intuïtief tot haar gekomen.
● Paul McCartney was blij dat tenminste hun vriendschap weer hersteld was na de breuk van The Beatles in 1970. Hij scheef een gedicht over Chapman: Jerk of all Jerks.
● In de film ‘Chapter 27‘ over de moord wordt de rol van Lennon gespeeld door Mark Lindsay Chapman, bijna exact de naam van zijn moordenaar.

LENNONYC

Wat is er na The Beatles? Deze documentaire beantwoordt deze vraag voor ex-Beatle John Lennon. Het antwoord: New York City waar John na het uit elkaar gaan van The Beatles in 1969 ging wonen met zijn vrouw Yoko Ono.

John dook hier al weer snel de studio’s waar hij een aantal bijzondere muzikale prestaties afleverde. Iedereen kent het fabuleuze ‘Imagine’, maar hij schreef ook liedjes als ‘Woman is the Nigger of the World’ over de positie van vrouwen in die tijd (en die wat mij betreft nog steeds belabberd is).

Ook sloten hij en Ono zich aan bij de activistenbeweging die was opgestaan tegen de oorlogszuchtige regeringen van die tijd.

Toen Lennon en Ono ‘John Sinclair’ speelde voor een jongen die tot tien jaar cel was veroordeeld voor het bezit van twee joints werd Sinclair vrijgelaten. Toen wisten de activisten het zeker: John Lennon moeten we in ons kamp hebben. Hij kan miljoenen mensen bereiken. Ze wilden wereldvrede en dachten dit te kunnen bereiken. Alles leek toen mogelijk.

Maar Richard Nixon wilde de ex-Beatle het land uithebben en daarvoor gebruikte hij een oude veroordeling voor hasj-bezit. De strategie die John hanteerde om in de VS te blijven was het geven van benefietconcerten.

Toen Nixon werd herkozen in 1972 ging Lennon in de depressieve bui die daarop volgde vreemd. Ono kickte hem er toen uit en John ging naar L.A. waar hij met een groep vrienden, zoals Keith Moon en Harry Nilsson, van het leven genoot. Ook Ringo Starr en Paul McCartney kwamen langs en ze waren weer vrienden als vanouds.

Maar John leverde nog steeds gevechten tegen zijn eigen demonen. Hij dronk veel en gebruikte veel drugs en de reden daarvoor was, volgens zijn vrienden, dat hij diep van binnen niet gelukkig was.

Hij schreef ook in zijn tijd in L.A. mooie muziek met het album ‘Mind Games’ als hoogtepunt. In 1973, na ‘Mind Games’ begon hij met beroemd producer Phil Spector aan een rock & roll album. De opnamen werden een gekkenhuis met 28 doorgedraaide muzikanten. John dronk steeds meer en kreeg ruzie met Spector. Een vriend van hem belde Yoko Ono en zei; ‘je moet komen. Hij drinkt zich dood.’

Maar Yoko kwam niet en John bleef drinken. Steeds als hij heel dronken werd riep hij Yoko’s naam. “Ik had iemand nodig die van me hield”, aldus Lennon die op jonge leeftijd zijn moeder Julia verloor. In deze dronken periode werd hij één keer bijna door een menigte opgezwollen. Twee vrienden konden hem nog net op tijd in een auto gooien.

Uiteindelijk keerde hij toch terug in New York, waar hij een song deed met Elton John samen. Het werd een nummer 1 hit. (‘Whatever Gets You Thru the Night’). Vervolgens trad Lennon op als gastartiest bij een concert van Elton John (zijn laatste live optreden) en kreeg hij de grootste ovatie die misschien wel ooit iemand gehad heeft. “Het leek op een aardbeving”, aldus Elton John. En toen kwam hij weer bij Yoko Ono terug…

Kort daarop gebeurde twee fijne dingen in zijn leven; hij kreeg een verblijfsvergunning en een zoontje Sean. Hij besloot het rustiger aan te gaan doen. In de woorden van Ono: “Hij had de hele wereld afgereisd en vond dat hij nu met pensioen kon gaan en een lieve papa kon worden.”

In 1980 – hét jaar – werkte hij met Ono samen aan de ‘Double Fantasy’ sessies. Hij zong hierin hoe hij zich echt voelde en het was dit keer geen drugs en rock & roll meer. John Lennon was een oprecht artiest. Hij was altijd eerlijk, soms op het botte af. Ook nu zijn leven minder rock & roll was durfde hij dat te uiten. Hij was terug bij zijn vrouw, had een kind en alles was goed…