Lessen in scenarioschrijven #4 – De mindset

Lees ook:
Lessen in scenarioschrijven #1 – De basis
Lessen in scenarioschrijven #2 – Inspiratie
Lessen in scenarioschrijven #3 – Gebruik van symboliek

We sluiten de serie over scenarioschrijven af met het mentale proces van schrijven. Zoals ik al schreef in de eerste les; een goed script schrijven is moeilijk, heel moeilijk. Tenzij je een natuurtalent bent, zoals Quentin Tarantino die naar verluidt het script van ‘Reservoir Dogs’ in drie weken afrondde, kost het jou waarschijnlijk jaren van je leven. Waarmee ik niet wil zeggen dat QT geen harde werker is. Hij steekt waarschijnlijk meer tijd in zijn obsessie film dan wie dan ook.

Als je klaar bent om deze missie aan te gaan, met alle pijn en frustratie die het je waarschijnlijk gaat kosten, neem dan deze zeven laatste tips ter harte…

1. Stop je ziel erin
“Creation by its very definition is a reflection of some aspect of the creator’s soul.”
—Kurt Vonnegut (denk ik)

Je kunt nog zo goed de structuur op orde hebben, de karakters hebben uitgewerkt en boeiende plotwendingen bedacht hebben, zonder intensiteit zul je niet in staat zijn een deel van jezelf in het script te leggen. Emotie is belangrijker dan wat dan ook. Denk aan de beste speech die je ooit gehoord heb of het beste muzikale optreden. Wat maakte die zo goed? Dat de uitvoerder je diep wist te raken; het kwam uit zijn/haar hart. Zoek die intensiteit op om de spark te vinden die je script écht doet werken. Zie het schrijven van een scenario als een performance. Dat is het namelijk.

George Lucas: “I think that anyone who goes to the movies loves to have an emotional experience. It’s basic – whether you’re seven, seventeen or seventy. The more intense the experience, the more successful the film.”

2. Train je hersenen
“Do not think that what is hard for you to master is humanly impossible; and if it is humanly possible, consider it to be within your reach.”
—Marcus Aurelius

Hoe meer tijd je in een schrijfproject steekt, hoe meer zenuwbanen in je brein je aanmaakt en traint die gespecialiseerd zijn in het schrijven van jouw script. In het boek ‘Mastery’ rekent auteur Robert Greene af met het idee van ‘genieën’. Volgens zijn uitgewerkte theorie over meesterschap – gebaseerd op neuro- en cognitieve wetenschap en talloze biografieën van uitblinkers – zijn bijzonder bekwame mensen, zoals Mozart, Da Vinci en Darwin, zo goed geworden omdat ze hun roeping hadden gevonden en in de gelegenheid kwamen om heel veel te oefenen. In het bereiken van meesterschap volgden zij allemaal hetzelfde pad, betoogt Greene.

Wat mensen onderscheidt van dieren is het vermogen om tijd in ons voordeel om te buigen. Om vaardigheden te bekwamen, zodat het uiteindelijke resultaat veel beter is dan wanneer we direct actie zouden ondernemen. Meesterschap begin altijd bij passie. Stel vervolgens leren centraal. Kies altijd de plek waar je het meeste kunt leren en ga nooit voor het geld. Greene adviseert verder om multidisciplinair te leren, zoals bijvoorbeeld Leonardo Da Vinci deed. Hij verdiepte zich niet alleen in schilderkunst en beeldhouwen, maar ook in architectuur, scheikunde en natuurkunde. De kennis die hij opdeed in het ene gebied versterkte hem weer in de andere gebieden. Vervolgens: Oefenen, oefenen, oefenen. 10.000 uur is het magische getal. Wanneer je zolang oefent bereik je meesterschap in een vaardigheid.

Onze hersenen vermijden het liefste onprettige prikkels, maar doorzetten leidt tot beheersing van de skill. Leg niet de gangbare leerweg af, maar creëer de eigen leerroute. De beloning die je krijgt als je door de onprettige fase heen komt is vaardigheid. Om meesterschap te bereiken, beargumenteert Greene, moet je een beetje een masochist worden.

3. Ken de wereld die je creëert door en door
“It’s not that I’m smarter. I just spend more time on a problem than anyone else.”
—Albert Einstein

Als scenarioschrijver ben je een architect. Je bent een kathedraal aan het bouwen: de karakters, de hoofdstukken, de thema’s, het zijn allemaal onderdelen van de fundering en die moet ijzersterk zijn. Tijdens de constructies kom je duizenden kleine problemen tegen; welk materiaal ga ik hier gebruiken? Hoe zorg ik dat deze pilaar niet instort? Moet hier wel of geen raam komen? Je passie voor het verhaal moet wel reusachtig zijn om hier niet gek van te worden.

Je kunt alleen slagen als je aan elk stukje aandacht besteedt. Kennis van de wereld die je aan het ‘bouwen’ bent is cruciaal. Of je verhaal nou fictie of non-fictie is maakt niet uit, het moet écht worden; alsof het allemaal echt heeft plaatsgevonden. De beste schrijvers zijn geobsedeerd de wereld die ze aan het construeren zijn en kennen alle details. J.R.R. Tolkien kon je waarschijnlijk vertellen in welk jaar Gandalf voor het eerst haar op zijn ballen kreeg. Je vertelt een geschiedenis; behandel het ook zo.

4. Denk na over het verkoopproces
Het doel van een script schrijven is uiteindelijk om het te verkopen of zelf te ontwikkelen tot film als regisseur. In beide gevallen heb je een producent nodig. In het eerste geval verkoop je alleen je script, en in het tweede geval verkoop je ook jezelf erbij. Dit is iets om heel goed te overwegen: ben jij de juiste persoon om de klus als regisseur te klaren? Waaruit blijkt dat? Een producent wil dat weten. De eerste gouden regel voor succesvolle investeerders is: wat heeft deze persoon in het verleden gedaan waaruit ik kan opmaken dat hij nu weer een fantastische job gaat doen? Ook Tarantino had al van alles gedaan voor hij financiering kreeg voor ‘Reservoir Dogs’.


My Best Friend’s Birthday’: Stiekem de eerste film die Tarantino maakte.

Ikzelf heb besloten mijn script (als het ooit af komt) te willen verkopen aan Hollywood. Ik vind mezelf niet geschikt als regisseur, al zou ik wel betrokken willen zijn als bijvoorbeeld adviseur of uitvoerend producent en een piepklein rolletje willen spelen. Maar dit is geen absolute voorwaarde; ik zou het ook verkopen zonder mezelf erbij. Met de opbrengst zou ik me terugtrekken in een klein huisje in het bos en meer scripts gaan schrijven….

5. Denk na over de rol van toeval
Dat terugtrekken is direct een probleem als ik wil slagen in mijn missie. Schrijver-filosoof Nassim Nicholas Taleb (van o.a. ‘Misleid door toeval’) heeft een diep begrip over de rol die toeval speelt in onze levens. En die rol is veel groter dan veel mensen denken. De meeste acteurs en scenarioschrijvers in Hollywood werken als ober of serveerster. We hebben de neiging het succes van geslaagde mensen te verklaren door de keuzes die ze gemaakt hebben, maar we negeren alle mislukte ondernemers die precies dezelfde keuzes maakten en even hard werkten. Oftewel, we negeren de rol die geluk heeft gespeeld. Is er niks wat je kunt doen om je kansen op geluk te vergroten? Zeker wel, ontmoet mensen. Ga op de plaatsen wonen waar het gebeurt (ik zou naar L.A. moeten verkassen). Waar woont Tarantino? In Los Angeles. Waar had hij anders per toeval de producent van zijn echte regiedebuut ontmoet kunnen hebben?


Lees hier meer over kansen op Zwarte Zwanen.

6. Verplaats je in de lezers van je script
Stel je voor wat een producent zou denken en ervaren als hij jouw script zou lezen. Zou hij verder komen dan de eerste pagina of al snel denken; amateur night? Ik weet nog dat ik van mijn vader het gepubliceerde script van ‘Pulp Fiction’ kreeg voor de film uitkwam en het in één avond uitlas. Bij veel amateurscripts die ik heb gelezen, was mijn aandacht al na drie zinnen ergens anders. Als je indruk wilt maken met je script neem dan ‘Reservoir Dogs’ als benchmark. Het scenario van de misdaad klassieker belandde via via bij Harvey Keitel die zichzelf als acteur en producent aan het project verbond, zodat Tarantino en kompaan Lawrence Bender 1,5 miljoen dollar konden ophalen voor de productie. Zou Harvey Keitel dat ook hebben gedaan na het lezen van jouw scenario?

Beeld je in dat anderen je script lezen: producenten, acteurs, regisseurs. Probeer je dit echt zintuiglijk voor te stellen. Wat denken ze, voelen ze, ervaren ze? Doet het ze überhaupt iets met ze? Wat je wilt dat ze ervaren:
– Producent: Dit wordt de grootste hit van mijn carrière!
– Acteur: Wat een geweldige personages zitten hierin; ik zou ze allemaal wel willen spelen.
– Regisseur: Ik zie deze scène helemaal voor me…

In onderstaand citaat kruipen we in het hoofd van Ewan McGregor:
“There’s many different factors in films. The script, I always believe, is the foundation of everything. And if you don’t connect to that foundation, if you don’t believe in that and feel that you wanna spend three, four months of your life exploring it, then all of the other elements are secondary. But if you’ve got a great foundation in the script, and you like the story… Sometimes it’s the story, sometimes it’s the atmosphere in the script, the world that you’re gonna create. There’s many different things that hook you in, and then, on top of that, you have who’s directing, who are the other actors, who’s lighting-those creative elements that come in. Everyone’s tied to the script. I think the script is the key. Regardless of how great everybody else is working on a film, if you’re working on a script that you don’t think is great, you’re not gonna be able to make a great film. Whereas if the script is great, then you can.”

7. Committeer je aan het pad, niet de uitkomst
“I was a kid working at a local newspaper. I loved the novel ‘the Lord of the Rings’ and hoped that somebody would make a film out of it someday.”
—Peter Jackson

De laatste tip: Als je echt gepassioneerd bent hiervoor, jaag het doel dan na, maar laat de uitkomst los. Het leven pakt toch anders uit dan je verwacht. Committeer je aan het pad. Fantaseren over de toekomst kan af en toe geen kwaad, maar de dagelijkse realiteit is anders. Je hebt niet elke dag zin om te schrijven, maar het proces vereist dat je elke dag iets van vooruitgang boekt. Als je gecommitteerd bent aan het pad, dan vind je het niet erg om honderden of zelfs duizenden uren ergens in te steken zonder de zekerheid dat je ervoor beloond gaat worden.

Denk aan Mike (Matt Damon) in ‘Rounders’. Hij studeert rechten, maar in zijn hart wil hij professioneel pokerspeler worden. Op het einde van de film heeft hij definitief zijn keuze gemaakt om zijn passie te gaan najagen. Hij stapt in de taxi en rijdt weg richting vliegveld, op naar het wereldkampioenschap poker in Las Vegas. Staat zijn naam op de prijzenpot van 1 miljoen dollar? Hij weet het niet, maar hij gaat erachter komen. Hij is gecommitteerd aan het pad, niet de uitkomst.

Bedankt voor het lezen van mijn artikelenreeks over scenarioschrijven. Hopelijk heb je de nodige inspiratie opgedaan. Ik wens je veel succes en geluk bij het najagen van je dromen.

LENNONYC

Wat is er na The Beatles? Deze documentaire beantwoordt deze vraag voor ex-Beatle John Lennon. Het antwoord: New York City waar John na het uit elkaar gaan van The Beatles in 1969 ging wonen met zijn vrouw Yoko Ono.

John dook hier al weer snel de studio’s waar hij een aantal bijzondere muzikale prestaties afleverde. Iedereen kent het fabuleuze ‘Imagine’, maar hij schreef ook liedjes als ‘Woman is the Nigger of the World’ over de positie van vrouwen in die tijd (en die wat mij betreft nog steeds belabberd is).

Ook sloten hij en Ono zich aan bij de activistenbeweging die was opgestaan tegen de oorlogszuchtige regeringen van die tijd.

Toen Lennon en Ono ‘John Sinclair’ speelde voor een jongen die tot tien jaar cel was veroordeeld voor het bezit van twee joints werd Sinclair vrijgelaten. Toen wisten de activisten het zeker: John Lennon moeten we in ons kamp hebben. Hij kan miljoenen mensen bereiken. Ze wilden wereldvrede en dachten dit te kunnen bereiken. Alles leek toen mogelijk.

Maar Richard Nixon wilde de ex-Beatle het land uithebben en daarvoor gebruikte hij een oude veroordeling voor hasj-bezit. De strategie die John hanteerde om in de VS te blijven was het geven van benefietconcerten.

Toen Nixon werd herkozen in 1972 ging Lennon in de depressieve bui die daarop volgde vreemd. Ono kickte hem er toen uit en John ging naar L.A. waar hij met een groep vrienden, zoals Keith Moon en Harry Nilsson, van het leven genoot. Ook Ringo Starr en Paul McCartney kwamen langs en ze waren weer vrienden als vanouds.

Maar John leverde nog steeds gevechten tegen zijn eigen demonen. Hij dronk veel en gebruikte veel drugs en de reden daarvoor was, volgens zijn vrienden, dat hij diep van binnen niet gelukkig was.

Hij schreef ook in zijn tijd in L.A. mooie muziek met het album ‘Mind Games’ als hoogtepunt. In 1973, na ‘Mind Games’ begon hij met beroemd producer Phil Spector aan een rock & roll album. De opnamen werden een gekkenhuis met 28 doorgedraaide muzikanten. John dronk steeds meer en kreeg ruzie met Spector. Een vriend van hem belde Yoko Ono en zei; ‘je moet komen. Hij drinkt zich dood.’

Maar Yoko kwam niet en John bleef drinken. Steeds als hij heel dronken werd riep hij Yoko’s naam. “Ik had iemand nodig die van me hield”, aldus Lennon die op jonge leeftijd zijn moeder Julia verloor. In deze dronken periode werd hij één keer bijna door een menigte opgezwollen. Twee vrienden konden hem nog net op tijd in een auto gooien.

Uiteindelijk keerde hij toch terug in New York, waar hij een song deed met Elton John samen. Het werd een nummer 1 hit. (‘Whatever Gets You Thru the Night’). Vervolgens trad Lennon op als gastartiest bij een concert van Elton John (zijn laatste live optreden) en kreeg hij de grootste ovatie die misschien wel ooit iemand gehad heeft. “Het leek op een aardbeving”, aldus Elton John. En toen kwam hij weer bij Yoko Ono terug…

Kort daarop gebeurde twee fijne dingen in zijn leven; hij kreeg een verblijfsvergunning en een zoontje Sean. Hij besloot het rustiger aan te gaan doen. In de woorden van Ono: “Hij had de hele wereld afgereisd en vond dat hij nu met pensioen kon gaan en een lieve papa kon worden.”

In 1980 – hét jaar – werkte hij met Ono samen aan de ‘Double Fantasy’ sessies. Hij zong hierin hoe hij zich echt voelde en het was dit keer geen drugs en rock & roll meer. John Lennon was een oprecht artiest. Hij was altijd eerlijk, soms op het botte af. Ook nu zijn leven minder rock & roll was durfde hij dat te uiten. Hij was terug bij zijn vrouw, had een kind en alles was goed…

Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de jaren 70′

Door Jeppe Kleyngeld

‘Uppers are no longer stylish. Methedrine is almost as rare, on the 1971 market, as pure acid or DMT. ‘Consciousness Expansion’ went out with LBJ (Lyndon B. Johnson, red.). . . and it is worth noting, historically, that downers came in with Nixon.’
– Fear and Loathing in Las Vegas: A Savage Journey to the Heart of the American Dream (1971)

Deze must-read klassieker wordt wel samen met ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ‘72‘ beschouwd als Gonzo journalist Hunter S. Thompson’s meesterwerk (het is mijn favoriete boek aller tijden). Beide boeken schreef hij in zijn hoogtijdagen begin jaren 70′, een bijzondere, vreemde en bewogen periode waarin Thompson’s creativiteit en talent tot geniale wasdom kwam.

‘We were somewhere around Barstow on the edge of the desert when the drugs began to take hold.’ Dit zijn de beruchte eerste woorden van deze literaire sensatie die veel weg heeft van een op hol geslagen hersenspinsel van Thompson. Zo omschrijft hij het een jaar later dan ook (min of meer) zelf op in ‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail 72’. ‘I have a bad tendency to rush off on mad tangents and pursue them for fifty of sixty pages that get so out of control that I end up burning them, for my own good. One of the few exceptions to this rule occurred very recently, when I slipped up and let about two hundred pages go into print… ‘ Hiermee doelt Thompson op de oorspronkelijke tweedelige publicatie van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ in Rolling Stone Magazine op 11 en 25 november 1971.

Ter inspiratie van het Fear and Loathing manuscript gebruikte Thompson twee tripjes naar Las Vegas met goede vriend Oscar Zeta Acosta. Deze latino-activist vormde de basis voor het centrale personage Dr. Gonzo. Het werd een krankzinnig, met drugs en ether doordrenkt verhaal, dat als metafoor diende voor Amerika’s ‘Season in Hell’. De vredige jaren 60′ waren voor veel Amerikanen, waaronder Thompson, geëindigd in een complete depressie. Nixon was gekozen tot president en de volledig uit de klauwen gelopen Vietnam oorlog eiste steeds meer slachtoffers.

‘Fear and Loathing in Las Vegas’ vertelt het verhaal van de heilige missie van twee vrienden, de freak journalist Raoul Duke en zijn psychopathische advocaat Dr. Gonzo, om de Amerikaanse droom te vinden. Als die überhaupt nog bestond. Ze trekken naar Las Vegas (het zenuwcentrum van de Amerikaanse droom) om een woestijnrace te verslaan, maar al snel verlaten ze het werk en maken ze een serie bizarre en beangstigende trips mee. Daarbij trashen ze hotelkamers, komen ze in extreem angstaanjagende en paranoïde situaties terecht, hebben ze bizarre aanvaringen met representanten van de lokale gemeenschap en moeten ze elkaar behoeden voor totale zelfvernietiging.

De Britse cartoonist Ralph Steadman maakte de geniale tekeningen bij het boek

De Britse cartoonist Ralph Steadman maakte de geniale tekeningen bij het boek.

Het is een van de grappigste boeken ooit geschreven. Thompson’s gestoorde en paranoïde gedachtegangen zijn zo hilarisch dat ik het boek vaak moest wegleggen omdat ik te hard moest lachen. Vooral (voormalig) drugsgebruikers zullen zich goed kunnen verplaatsen in Thompson’s waanzinnige observaties en belevenissen. ‘By the time I got to the terminal I was pouring sweat. But nothing abnormal. I tend to sweat heavily in warm climates. My clothes are soaking wet from dawn to dusk. This worried me at first, but when I went to a doctor and described my normal daily intake of booze, drugs and poison he told me to come back when the sweating stopped.’

Bij het herlezen van het boek, vroeg ik me wederom af hoeveel van het verhaal echt is en hoeveel verzonnen. Het antwoord staat (min of meer) in ‘The Great Shark Hunt’, een verzameling eerder gepubliceerd werk van Thompson uitgegeven in 1979. Zoals bij vele klassieke verhalen is de ontstaansgeschiedenis van Fear and Loathing een interessant verhaal op zichzelf. Thompson werkte in deze turbulente dagen van de Amerikaanse geschiedenis aan een artikelenreeks over Ruben Salazar, een Mexicaans-Amerikaanse journalist die naar verluidt was vermoord door een Los Angeles hulpsheriff tijdens een anti-Vietnam demonstratie.

Een van de belangrijkste bronnen van het verhaal was Acosta, maar Thompson kon nauwelijks met hem praten omdat diens militante volgelingen geen blanken dulden in hun omgeving, of die van hun leider. Thompson en Acosta besloten naar Las Vegas te gaan waar Thompson de opdracht had om een verhaal te schrijven over de Mint 400 woestijnrace. Hier konden ze ontspannen praten over de kwestie Salazar. Wat volgde staat allemaal in het boek… Met de nodige toegevoegde waanzin uiteraard.

In het artikel over Fear and Loathing in ‘The Great Shark Hunt’ beschrijft Thompson dit boek als een mislukt experiment in Gonzo Journalistiek. Zijn idee was een notitieblok te kopen en daarin alles op te nemen zoals het gebeurde. Vervolgende wilde hij het notitieblok insturen voor publicatie, zonder enige aanpassing of opmaking. Het oog en de geest van de journalist zouden zo functioneren als de camera. Maar dit is verdomd moeilijk, stelt Thompson. Dus werd het een ander soort verhaal als hij oorspronkelijk in gedachten had.

Het magazine Sport Illustrated, waarvoor hij het Mint 400 verhaal zou schrijven, wezen het manuscript af en weigerden Thompson zijn onkosten te vergoeden. Na het vertrek van Acosta uit Vegas zat Thompson daar met een hotelschuld die hij niet kon betalen. Hij vluchtte uit Nevada en dook onder in Arcadia, nabij Los Angeles. In een week van slapen en schrijven tekende hij het Salazar verhaal op. Maar elke avond rond middernacht werkte hij ter ontspanning een paar uurtjes aan het ‘gestoorde’ Las Vegas verhaal.

Toen hij weer in San Francisco kwam bij het hoofdkwartier van Rolling Stone Magazine om het Salazar verhaal door te lopen, nam uitgever Jann Wenner het Vegas manuscript, dat inmiddels 5.000 woorden omvatte, serieus als losstaande publicatie. Thompson kreeg een publicatiedatum en geld om er verder aan te werken. Het eindresultaat kan ik onmogelijk beter omschrijven dan Thompson zelf; ‘Fear and Loathing in Las Vegas will have to be chalked off as a frenzied experiment, a fine idea that went crazy about halfway through… a victim of its own conceptual schizophrenia, caught & finally crippled in that vain, academic limbo between ‘journalism’ & ‘fiction’. And then hoist on its own petard of multiple felonies and enough flat-out crime to put anybody who’d admit to this kind of stinking behavior in the Nevada State Prison until 1984.’

In de oorspronkelijke publicatie in Rolling Stone Magazine stond ‘geschreven door Raoul Duke’. Thompson was bang in de problemen te raken als hij onder zijn eigen naam zou publiceren, omdat hij zichzelf in het verhaal toch afschildert als dronken, hallucinerende crimineel. Toen het boek uitkwam in 1971 waren de kritieken wisselend, maar er waren veel critici die het werk herkende als belangrijke Amerikaanse literatuur. Daarnaast werd het boek een groot cult succes. ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ grijpt perfect de zeitgeist van de periode na de jaren 60’ en veel fans voelden zich hierdoor aangetrokken.

In 1996 kwam er een audioboek versie uit van Margaritaville Records and Island Records om het 25 jarige bestaan van het boek te vieren. De stemmen werden verzorgd door Harry Dean Stanton (verteller/Hunter S. Thompson), Jim Jarmusch (Raoul Duke) en Maury Chaykin (Dr. Gonzo). Misschien komt omdat ik de film vaak gezien hebt met de briljante optredens van Johnny Depp en Benicio Del Toro, maar ik vond het een erg slechte audio adaptatie. De stemmen kloppen niet bij de karakters die verbeeld worden en de acteurs lijken zich niet echt in te leven in de teksten.

Het boek was ook voorbestemd om ooit verfilmd te worden. Dit duurde echter een lange tijd. Beroemd animator Ralph Bakshi wilde er een tekenfilm van maken in de stijl van cartoonist Ralph Steadman die de briljante illustraties bij het boek verzorgde, maar dit ging niet door. Tijdens het langdurige ontwikkeltraject van de film zijn verschillende acteurs overwogen. In eerste instantie waren dat Jack Nicholson en Marlon Brando als Raoul Duke en Dr. Gonzo, maar zij werden te oud. Daarna werden Blues Brothers Dan Aykroyd en John Belushi overwogen, maar dat idee ging overboord toen Belushi overleed. Later werd John Malkovich overwogen voor de rol van Duke, maar ook hij werd te oud. Daarna werd John Cusack overwogen die een toneelversie van Fear and Loathing had geregisseerd. Maar toen ontmoette Thompson Johnny Depp en hij raakte ervan overtuigd dat Depp de aangewezen persoon was om Duke te spelen.

De film, geregisseerd door Terry Gilliam, en met Johnny Depp en Benicio Del Toro (als Dr. Gonzo) kwam uit in 1998 en werd – net als het boek – een groot cult succes.

Icon 15 - Bats

Pure nostalgie: Harley Davidson and the Marlboro Man

Onlangs had ik weer eens zin in een nostalgische filmervaring. ‘Harley Davidson and the Marlboro Man’ (een 5.6 op IMDb) heb ik wel 10 keer gezien in de jaren 90’, de enige film waarin twee merken in de titel gepromote worden. Ik weet nog dat ik hem voor het eerst gehuurd had met mijn broer Alexander (ook de naam van de bad guy gespeeld door Daniel Baldwin). Ik was meteen verliefd op de film.

Hij begint met de coole hoofdpersoon Harley Davidson die op zijn motor naar Los Angeles rijdt onder het nummer ‘Wanted Dead or Alive’ van Jon Bon Bovi. Dit toepasselijke nummer werd later succesvol gebruikt als hommage in bikerspel GTA IV: The Lost and Damned’. Aangekomen in L.A. herenigt Harley met zijn beste vriend, de stoere rodeocowboy The Marlboro Man, en samen beleven ze een krankzinnig avontuur.

Het is gemakkelijk een film als dit met de grond gelijk te maken, maar hoe fout ie ook is, hij heeft een uniek pluspunt, namelijk de geweldige chemie tussen de hoofdpersonen, gespeeld door Mickey Rourke en Don Johnson. De dialogen zijn ook zeer vermakelijk. ‘It’s better to be dead and cool than alive and uncool.’ Neemt niet weg dat hij zwaar geflopt is destijds las ik op Wikipedia.

Natuurlijk vallen je andere dingen op bij het kijken van zo’n film, dan wanneer je 12 bent. Het is typisch jaren 90’. Iedereen rookt, er zit veel macho gedrag in en er wordt anders met vrouwen omgesprongen. Marlboro vertelt zijn tegenstander die hij met een potje pool heeft verslagen dat hij hem kan betalen met zijn vrouw voor een nacht. Alsof die vrouw er niks over te zeggen heeft. 🙂 Even later laat Harley zijn ontbijt betalen door de vriendin van Marlboro omdat hij blut is. Het maakt hem alleen maar charmanter in plaats van een lamlul. Dit zijn dingen die je in films van nu niet meer aan zal treffen. Er is veel veranderd in twintig jaar.

De 5 hoogtepunten van de film:


Bij het beroven van een bank komen er wat schietgrage gasten in zwarte lange jassen opdraven. Ze blijken kogelvrij te zijn (de jassen zijn van Kevlar). Goede introductie van de bad guys.


De slechteriken slaan terug na de geslaagde overval. Alle vrienden van Harley and Marlboro leggen het loodje in deze scene. Een tragisch moment. 😦


Wanneer ze klem komen te zetten op het dak van een hotel in Las Vegas, ontsnappen onze twee helden door vanaf het dak in het zwembad te springen. Onmogelijk (vanaf die hoogte zou het water cement zijn), maar met veel humor en spanning neergezet. ‘I hate you Harleyyyyyyyyyyy!!!!!!!’


De confrontatie op het vliegtuigenkerkhof. Harley (verschrikkelijke slechte schutter) schiet per ongeluk zijn eigen vriend Marlboro neer… Desondanks verslaan ze de kogelvrije gasten door ze in hun hoofden te blazen. ‘I can’t believe you shot me, you shit bird.’


Nog een confrontatie, ditmaal met Tom Sizemore’s opperboef. De laarzen die Marlboro van zijn wijlen vader heeft gekregen gaan eraan, samen met Sizemore’s foute drugsdealende, Japans sprekende bankdirecteur.

Fuck maar wat de critici zeggen; dit is een klassieker!