De crisis die geen crisis meer is

De Nederlandse economie ziet weer tekenen van herstel, staat vandaag te lezen in De Volkskrant. Het Centraal Planbureau maakte vandaag in de juniramingen bekend dat de economie dit jaar stijgt met 0,75 procent. Die groei zal in 2015 aantrekken naar 1,25 procent, aldus het CPB.

Moeten we hier blij van worden? Wat betekent één procent groei nog eigenlijk? Dat we als land meer producten en diensten produceren en verkopen? Of dat we het landelijke gemiddelde inkomen zien stijgen? Zolang we blijven denken in dat soort termen over groei, zullen er teleurstellingen blijven komen, en zullen we van crisis naar crisis blijven gaan.

Waarom denk ik dat? Zijn de grenzen van groei bereikt? Als we het hebben over fysieke groei – ofwel de hoeveelheid producten die we kunnen produceren uit de schaarse aardse grondstoffen – waarschijnlijk wel. Ook als we het hebben over de alsmaar stijgende welvaart waarschijnlijk (en hopelijk) wel. In Nederland althans. Ik zeg niet dat armoede in Nederland niet voorkomt, maar zelfs het gemiddelde gezin dat van een uitkering of twee moet rondkomen heeft vaak nog wel een iPad of twee in huis liggen.

Kortom, op het gebied van welvaart valt er in Nederland relatief weinig meer te bereiken. Dat schrijf ik met respect voor de Nederlanders die wel in armoede verkeren. Dat kan en moet absoluut verbeteren. Maar met ‘relatief’ bedoel ik onze welvaart ten opzichte van de vele tientallen landen waar mensen van niets moeten rondkomen. En die bovendien nog te maken hebben met eerloze beesten als ISIS, maar dat even terzijde.

Economie heeft nieuwe indicatoren nodig

Dus zullen we anders moeten aankijken tegen groei. Want als die 1,25 procent groei in 2015 in plaats van erbij komt eraf gaat, dan zitten we weer in een recessie. De derde (of vierde?) in een aantal jaar tijd. Mentaal is het voor niemand gunstig wanneer we in een crisis blijven hangen. Zeker wanneer die crisis helemaal geen échte crisis is, maar een oud idee van een crisis dat niet langer aansluit bij de realiteit waarin we leven. Van een stijging van 0,75 procent zullen we over het algemeen niet gelukkiger worden net zo min als van een daling. Waar worden we wel blij van?

Een belangrijke groei-indicator is wat mij betreft in hoeverre onze economie is omgevormd tot een circulaire economie. Vorige week heb ik een interview gedaan bij tapijtfabrikant Desso, en zij streven ernaar hun producten 100 recyclerbaar te ontwerpen in 2020. Deze producten moeten dan zelfs een positief rendement opleveren, bijvoorbeeld doordat ze energie besparen voor de gebruiker. Dat zijn de KPI’s (Key Performance Indicatoren) waar we echt blij van zouden moeten worden.

Maar zo zijn er meer te verzinnen: Gemiddelde uren vrije tijd, aantal burgers met psychische klachten, aantal elektrische auto’s, afhankelijkheid van buitenland voor fosiele brandstoffen, hoeveelheid gekapt regenwoud voor vleesconsumptie, aantal uren efficiencywinst door digitalisering die niet ten kostte van menselijke arbeidsuren gaat, et cetera, et cetera. Ook werkgelegenheid is en blijft een extreem belangrijk cijfer. Mensen worden gelukkig van werk. Het geeft ze het gevoel maarschappelijk bij te dragen en ze kunnen in hun eigen levensonderhoud voorzien. De verwachting is dat de werkloosheid pas volgend jaar licht gaat dalen van 650.000 naar 635.000 personen, aldus het CPB. Het is een begin, maar dat gaat nog niet snel genoeg.

De media spelen een rol in het actief communiceren over de cijfers die er echt toe doen. Wanneer die meer aandacht zouden schenken aan de positieve cijfers van de nieuwe economie, in plaats van de negatieve (en de klassieke economische groeicijfers zijn nu eenmaal wat vaker negatief in deze tijd), zou dat andere belangrijke cijfers positief kunnen beinvloeden. De Netto Geluks Index bijvoorbeeld. Maar ook de meer klassieke indexen, zoals ondernemersvertrouwen en consumentenvertrouwen, zou dit positieve nieuws helemaal geen kwaad doen. En zo is de circel weer rond…

Circle design

De 30 jaar te late opkomst van een rasartiest

Searching for Sugar Man

Sugarman.
Won’t you hurry.
Cause I’m tired of these scenes.
For a blue coin.
Won’t you bring back.
All those colours to my dreams.
Silver magic ships, you carry.
Jumpers, coke, sweet Mary Jane.

Sugar Man
Rodriquez (1970), Cold Fact

Kleine tip: Ik raad je aan deze blog niet te lezen, maar de documentaire ‘Searching for Sugar Man’ te kijken. Het is een ongelofelijk verhaal, dat je een werelds goed gevoel zal geven. Maar als je tijd wilt besparen, hieronder de samenvatting.

In de jaren 70’ deden enkele succesvolle muziekproducenten in de VS een ontdekking: Sixto Rodriquez (artiestennaam Rodriquez), een briljante zanger en tekstschrijver uit Detroit. Rodriquez zingt poëtisch en profetisch over het leven in de grote stad, en doet sterk denken aan Bob Dylan, zowel qua stemgeluid als qua teksten.

De documentaire opent met het liedje ‘Sugar Man’, en ik dacht meteen, WOH! dit is één van de vetste nummers ooit. Die tekst, die stem, die melodie… Waarom ken ik dit niet?

En dat hebben meer mensen zich afgevraagd sinds de jaren 70’. Rodriquez nam twee platen op met de producers – Cold Fact en Coming From Reality – die het beide in thuismarkt USA slecht deden. Daarna verdween Rodriquez van het toneel. Onbegrijpelijk als je dit talent hoort. Wat ging er mis? Er is niemand die het kan uitleggen, maar de realiteit is dat het nooit voor hem gebeurd is…

In Amerika althans, want in Zuid Afrika, waar een stapel illegale kopietjes terecht kwam in de jaren 70’, werd Rodriquez een fenomeen. Iedereen had een kopie van ‘Cold Fact’ in zijn platencollectie. Rodriquez was groter dan Elvis in het Zuid Afrika van de apartheid. Alleen niemand wist wie de artiest was. Rodriquez had zich naar verluidt van kant gemaakt op het podium, en tot eind jaren 90’ werd dit door iedereen gelooft.

Toen ging een journalist en muzikale fan op zoektocht, en na lang speuren (onder meer via de songteksten van Rodriquez) belandde hij in Detroit en kwam hij erachter dat Rodriquez nog leefde! Hij had al die tijd sloopwerk gedaan in Detroit waar hij woonde met zijn drie dochters, en hij had geen idee dat hij een half miljoen platen had verkocht en een mega rockster was in Zuid Afrika. Wat in de documentaire niet verteld wordt is dat Rodriquez ook in Australië een culthit was en daar in de jaren 80’ rondgetoerd heeft. Maar in Amerika had niemand ooit van hem gehoord.

Tot nu… Door de documentaire heeft Rodriquez bekendheid in eigen land verworven, en is hij in diverse talkshows verschenen. De Zuid Afrikaanse journalist heeft hem ook naar Zuid-Afrika gehaald om grote concerten te geven. En zo heeft Rodriquez – decennia na de opnames van zijn platen – eindelijk de carrière gekregen die hij heeft verdiend. Respect.

Teleportatie – verre droom of nabije realiteit?

Teleportatie is de rechtstreekse verplaatsing van objecten van de ene plaats naar de andere, aldus Wikipedia. Een ronduit fascinerend concept dat vaak in populaire cultuur terug te vinden is. Het bekendste voorbeeld is ‘beam me up, Scotty’ uit Star Trek, maar zelf ben ik vooral een groot fan van ‘The Fly’ van David Cronenberg. Be afraid. Be very afraid.

In deze ‘body horror’ klassieker slaagt een excentrieke wetenschapper er in levende wezens van de ene naar de andere cabine te verplaatsen. Het gaat mis wanneer hij zichzelf teletransporteert, en zonder zijn weten een vlieg plaatsneemt in de cabine. De computer raakt in de war, en besluit het DNA van de vlieg en wetenschapper te combineren. Na dit verschrikkelijk misgelopen experiment verandert wetenschapper Brundle langzaam in een gigantisch vlieg-achting wezen: Brundlefly. Een happy ending zit er niet in.

Cronenberg heeft geen monsters nodig om een horrorfilm eng te maken. Het eigen lichaam kan de engste horror vormen.

Cronenberg heeft geen monsters nodig. Het eigen lichaam kan de engste horror vormen.

Hoe werkt teleportatie?
Een extreem krachtige computer maakt allereerst een scan van het te verplaatsen object. Alle atomen, moleculen en elementaire deeltjes moeten worden meegenomen. Wanneer het object een levend wezen is, zal ook de persoonlijkheid en het geheugen geteleporteerd moeten worden. Uitgaande van een puur wetenschappelijke benadering is alles in het brein vastgelegd en dus scanbaar.

Vervolgens breekt de machine het object af en bouwt een andere machine het weer op. Waar die machine het materiaal vandaan moet halen om dat te doen weet ik niet. In ‘The Fly’ zitten er – meen ik althans – dikke kabels tussen de cabines waar het materiaal doorheen geleid kan worden. Wanneer de machine niet het originele materiaal zou gebruiken is er eerder sprake van kopiëren dan van teleportatie (of klonen indien het originele object blijft bestaan). En dat is een belangrijke reden waarom niet iedereen zou popelen in de machine te stappen.

Om mensen toch enthousiast te krijgen, is het wellicht een interessante mogelijkheid om bepaalde deeltjes weg te laten. Bijvoorbeeld een kankergezwel. Theoretisch moet dit zeker mogelijk zijn voor zo’n hyper intelligente computer.

Hoe reëel is teleportatie?
Wikipedia stelt dat reeds het vastleggen van de positie en toestand van alle elementaire deeltjes en het doorzenden van die informatie zeer complex is. Je krijgt hier te maken met de onzekerheidsrelatie van Heisenberg. Het reconstrueren van het object op basis van de ontvangen informatie is nog moeilijker.

Volgens ttrweb.hu lukt het in de toekomst misschien om een atoom te verplaatsen van de ene plaats naar de andere. En dat zou al een waanzinnige prestatie zijn. Maar het is nog altijd een heel verschil met een object. Laat staan een menselijk lichaam dat uit honderd duizend miljoen miljoen miljoen miljoen atomen bestaat. Bovendien zijn er nog wat kleine probleempjes op te lossen.

• Allereerst de hoeveelheid informatie die verstuurd moet worden kan in geen enkel realistisch tijdsbestek plaatsvinden.

• Ten tweede is er een groot verschil tussen een levend wezen en een dood lichaam. Over de aanwezigheid van een ziel verschillen de meningen, maar over de aanwezigheid van miljarden elektrische processen die in het centrale zenuwstelsel plaatsvinden bestaat geen twijfel. Kan men die ook kopiëren? Stel dat je denkt aan een mooie brunette op het moment van teleportatie, denk je daar dan nog steeds aan wanneer je weer in elkaar bent gezet?

• Op de plek waar het object weer moet verschijnen is al materie aanwezig, waarschijnlijk lucht. Wat gebeurt er met die moleculen? Integreren die met het geteleporteerde object? Dit is een zeer onzekere factor.

Missen we iets?
Zeker. Behalve de eerder genoemde medische factor, zou teleportatie een zeer efficiënt en milieuvriendelijk transportmiddel zijn. Zelfs als het alleen gebruikt worden voor het verplaatsen van goederen zou het – mits energiezuinig te realiseren – miljarden euro’s kunnen besparen aan lucht, weg en zeetransport.

Mensen zelf zouden in eerste instantie – terecht – niet in zo’n machine willen stappen. Wanneer een nieuwe revolutie plaatsvindt, zoals vliegverkeer in de twintigste eeuw, gaat eerst iedereen dood die er wat in doet. Maar na een tijdje wordt het veiliger en verdwijnen langzaam de bezwaren.

Conclusie, droom of realiteit? Nog echt een droom.

Voor medeliefhebbers van ‘The Fly’ nog een toevoeging. Brundle had een oplossing voor handen om zijn transformatie terug te draaien. Hij had namelijk drie cabines beschikbaar en er was een scan gemaakt van hemzelf en van de vlieg voordat ze verplaatst en gefuseerd werden. De getransformeerde Brundle had in cabine 1 kunnen plaatsnemen en de computer opdracht kunnen geven de originele Brundle in cabine 2 en de vlieg in cabine 3 te laten verschijnen. Dit had hij dan wel snel moeten doen voordat hij weefsel begon te verliezen. Jammer voor hem, maar het publiek had dan dit tragische meesterwerk over identiteit en het lichaam als vijand moeten mislopen.