Earthlings

Earthlings 1

Iedereen die dieren eet, moet verplicht ‘Earthlings’ kijken.

Ik val daar zelf ook (nog) onder: Ik eet nog wel eens vis. Geen vlees meer gelukkig. Met vis ga ik binnenkort ook stoppen. Het kijken van ‘Earthlings’ heeft daar zeker aan bijgedragen.

Earthlings’, een 10 jaar oude documentaire alweer, toont hoe mensen dieren behandelen. Speciesism betekent het anders behandelen van een andere soort dan je eigen soort. De docu toont hoe het er in vleesfabrieken aan toe gaat en stelt dat als de muren van deze plaatsen van glas zouden zijn, de hele wereld vegetariër zou worden. En dat is waar. Geen ‘normaal’ mens zou nog vlees van dieren willen consumeren na het zien van dit.

Ook maakt ‘Earthlings’ terecht de vergelijking met de concentratiekampen van de Nazi’s. Dieren worden systematisch afgeslacht. En wie denkt dat dat altijd op ‘humane’ (een wezen doden zonder dat daar een goede reden voor is, kan nooit humaan zijn) manier gebeurt, moet toegeven dat dit redelijk naïef is. Koeien – die de schietpen door de hersenen overleefd hebben – worden levend aan een haak gehangen en door de ruimte gehesen. Is dat echt een uitzondering?

Met 7 miljard inwoners van planeet aarde, is er weinig verbeeldingskracht voor nodig om te bedenken hoeveel kippen, koeien, varkens en andere dieren er per dag geslacht worden, en hoeveel leed dat met zich meebrengt….

Nogmaals, iedere vleeseter zou deze film moeten kijken. Misschien moeten ze hem maar op scholen gaan uitzenden.

Advertenties

Maatschappelijk Onverantwoord Consumeren

Na verschillende eerdere succesvolle verzamelacties, heeft Albert Heijn opnieuw iets bedacht om te exploiteren: De boerderij. Bij iedere 15 euro die je besteedt aan boodschappen krijg je een boerderijmini mee naar huis: een koe, een paard, een kip. Slim, want hiermee associeert AH zich met megatrends zoals biologisch eten en duurzaamheid.

Maar als we even de scepticus uithangen, en het leuke boerderijfeestje bederven, kijken we naar hoe biologisch Albert Heijn eigenlijk is. ‘Het welzijn van de dieren in de vee-industrie is maar bijzaak’, stelt Wakker Dier. ‘Supermarkten zetten steeds meer druk op de boeren om nóg meer en nóg goedkoper te produceren. Dieren zijn ‘dingen’ geworden, voor een natuurlijk leven is geen ruimte. Na een zeer dier-onwaardig leven eindigen dagelijks 1,2 miljoen dieren als kiloknaller in de schappen.’

Dit:
Maatschappelijk Onverantwoord Consumeren 1
is dus eigenlijk
Maatschappelijk Onverantwoord Consumeren 2
dit.

Wat feiten over de vee-industrie*

• Wereldwijd worden er elk jaar zo’n 70 miljard landbouwdieren verbruikt voor hun vlees, eieren en melk. Naar schatting leven ongeveer 50 miljard van hen in de vee-industrie.

• De veehouderij is verantwoordelijk voor 18% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, die veroorzaakt worden door mensen. Daarmee levert de veehouderij een belangrijke bijdrage aan de klimaatverandering en de opwarming van de aarde.

• De vee-industrie verspilt grondstoffen. Gemiddeld moet 6 kilo plantaardig eiwit aan dieren gevoerd worden om één kilo dierlijk eiwit terug te krijgen.

• In een traditionele legbatterij is per kip een oppervlakte beschikbaar, die kleiner is dan een vel A4 papier.

• Het is aangetoond dat sommige producten uit de vee-industrie minder voedzaam zijn. Recente studies hebben laten zien dat vlees van dieren uit de vee-industrie weinig omega 3- vetzuren en een slechte verhouding tussen omega 6- en omega 3-vetzuren bevat. Een slechte verhouding tussen omega 6- en omega 3-vetzuren in de voeding vergroot de kans op hart- en vaatziekten en enkele vormen van kanker.

• De veehouderij in de Verenigde Staten is verantwoordelijk voor één derde van de  stikstof en fosfor dat terecht komt in de meren en rivieren van het land. waardoor dieren en planten dood gaan. Een gedeelte van de stikstof wordt gasvormig en kan dan ammoniak worden. Ammoniak verzuurt het water en tast de ozonlaag aan. De veehouderij is verantwoordelijk voor meer dan 60% van de wereldwijde ammoniakuitstoot.

• Door de toenemende automatisering en industrialisering in de Europese veehouderij stijgt de druk op boeren. Al langere tijd neemt het aantal boeren en werknemers in de agrarische sector af. In 2010 werd bekend dat de werkgelegenheid in de Agrarische sector tussen 2000 en 2009 is afgenomen met 25%.Geschat wordt dat in Europa bijna elke minuut een boer stopt met zijn bedrijf.

*Bron: Compassion in World Farming

Om dit te veranderen zullen supermarkten actie moeten ondernemen, en ik bedoel niet een actie met boerderijmini’s. Natuurlijk moet consumenten zelf ook hun gedrag aanpassen, maar Albert Heijn is in een unieke positie om een maatschappelijke verandering te bewerkstelligen. En eigenlijk vind ik dat ook hun morele verplichting. Ze kunnen zich niet verschuilen achter consumentenvoorkeuren. Als je klanten de juiste informatie geeft (of ze simpelweg alleen voor verantwoorde keuzes stelt) doen ze wel de juiste dingen.

Als aandeelhouder van Albert Heijn en andere supermarkten zou ik dit EISEN. De veranderingen gaan nu niet snel genoeg.

De crisis die geen crisis meer is

De Nederlandse economie ziet weer tekenen van herstel, staat vandaag te lezen in De Volkskrant. Het Centraal Planbureau maakte vandaag in de juniramingen bekend dat de economie dit jaar stijgt met 0,75 procent. Die groei zal in 2015 aantrekken naar 1,25 procent, aldus het CPB.

Moeten we hier blij van worden? Wat betekent één procent groei nog eigenlijk? Dat we als land meer producten en diensten produceren en verkopen? Of dat we het landelijke gemiddelde inkomen zien stijgen? Zolang we blijven denken in dat soort termen over groei, zullen er teleurstellingen blijven komen, en zullen we van crisis naar crisis blijven gaan.

Waarom denk ik dat? Zijn de grenzen van groei bereikt? Als we het hebben over fysieke groei – ofwel de hoeveelheid producten die we kunnen produceren uit de schaarse aardse grondstoffen – waarschijnlijk wel. Ook als we het hebben over de alsmaar stijgende welvaart waarschijnlijk (en hopelijk) wel. In Nederland althans. Ik zeg niet dat armoede in Nederland niet voorkomt, maar zelfs het gemiddelde gezin dat van een uitkering of twee moet rondkomen heeft vaak nog wel een iPad of twee in huis liggen.

Kortom, op het gebied van welvaart valt er in Nederland relatief weinig meer te bereiken. Dat schrijf ik met respect voor de Nederlanders die wel in armoede verkeren. Dat kan en moet absoluut verbeteren. Maar met ‘relatief’ bedoel ik onze welvaart ten opzichte van de vele tientallen landen waar mensen van niets moeten rondkomen. En die bovendien nog te maken hebben met eerloze beesten als ISIS, maar dat even terzijde.

Economie heeft nieuwe indicatoren nodig

Dus zullen we anders moeten aankijken tegen groei. Want als die 1,25 procent groei in 2015 in plaats van erbij komt eraf gaat, dan zitten we weer in een recessie. De derde (of vierde?) in een aantal jaar tijd. Mentaal is het voor niemand gunstig wanneer we in een crisis blijven hangen. Zeker wanneer die crisis helemaal geen échte crisis is, maar een oud idee van een crisis dat niet langer aansluit bij de realiteit waarin we leven. Van een stijging van 0,75 procent zullen we over het algemeen niet gelukkiger worden net zo min als van een daling. Waar worden we wel blij van?

Een belangrijke groei-indicator is wat mij betreft in hoeverre onze economie is omgevormd tot een circulaire economie. Vorige week heb ik een interview gedaan bij tapijtfabrikant Desso, en zij streven ernaar hun producten 100 recyclerbaar te ontwerpen in 2020. Deze producten moeten dan zelfs een positief rendement opleveren, bijvoorbeeld doordat ze energie besparen voor de gebruiker. Dat zijn de KPI’s (Key Performance Indicatoren) waar we echt blij van zouden moeten worden.

Maar zo zijn er meer te verzinnen: Gemiddelde uren vrije tijd, aantal burgers met psychische klachten, aantal elektrische auto’s, afhankelijkheid van buitenland voor fosiele brandstoffen, hoeveelheid gekapt regenwoud voor vleesconsumptie, aantal uren efficiencywinst door digitalisering die niet ten kostte van menselijke arbeidsuren gaat, et cetera, et cetera. Ook werkgelegenheid is en blijft een extreem belangrijk cijfer. Mensen worden gelukkig van werk. Het geeft ze het gevoel maarschappelijk bij te dragen en ze kunnen in hun eigen levensonderhoud voorzien. De verwachting is dat de werkloosheid pas volgend jaar licht gaat dalen van 650.000 naar 635.000 personen, aldus het CPB. Het is een begin, maar dat gaat nog niet snel genoeg.

De media spelen een rol in het actief communiceren over de cijfers die er echt toe doen. Wanneer die meer aandacht zouden schenken aan de positieve cijfers van de nieuwe economie, in plaats van de negatieve (en de klassieke economische groeicijfers zijn nu eenmaal wat vaker negatief in deze tijd), zou dat andere belangrijke cijfers positief kunnen beinvloeden. De Netto Geluks Index bijvoorbeeld. Maar ook de meer klassieke indexen, zoals ondernemersvertrouwen en consumentenvertrouwen, zou dit positieve nieuws helemaal geen kwaad doen. En zo is de circel weer rond…

Circle design

Dood aan de vleesverraders

Vleesafdeling

Sinds ik geen vlees meer eet, merk ik dat we leven in een echte vleescultuur. Het gaat niet alleen om lekker eten – er zijn zat alternatieven en dat worden er steeds meer – maar het gaat om het willen vasthouden aan de status quo. Stoppen of minderen met vlees eten zal uiteindelijk economisch noodzakelijk worden. Mensen vinden dat confronterend. Immers, vasthouden aan al het oude is comfortabel. Het veranderen van bekend gedrag vinden mensen doorgaans erg moeilijk.

Als iemand die ‘geen vlees meer eet’ (ik kan mezelf geen vegetariër noemen, want ik eet nog wel vis) loop ik geregeld tegen confrontaties aan met de gevestigde, vleesetende orde. Iedere keer dat ik in een sociale situatie aangeef geen vlees meer te eten worden mijn gesprekspartners recalcitrant, militant of zelfs een beetje agressief. ‘Nooit, nooit, nooit zal ik stoppen met vlees eten’, heb ik al meerdere keren gehoord. Oké dan.

Misschien dat het woord ‘meer’ in ‘geen vlees meer eten’ deze reacties oproept. Alsof ik wil zeggen, ‘ik doe iets niet meer en jij zou hetzelfde moeten doen.’ Mijn eigen familie heeft het er erg moeilijk mee dat ik vegetarisch ben geworden (zij mogen die term wel gebruiken). Op Sinterklaas vorig jaar kreeg ik een Big Mac uit de vriezer. In het bijbehorende gedicht stond dat het onmogelijk is dat een fervent hamburger fetisjist als ik geen vlees meer zou eten. Sommige dingen horen nu eenmaal bij elkaar, zoals The Dude en zijn White Russian, was de redenering.

Ook de mensen van mijn werk vinden het een beetje bizar. Laatst zat ik met een groep werkrelaties in Japans restaurant Kokusai in Amstelveen, waar je gezamenlijk gerechten bestelt en opeet in vijf rondes. Ik heb aangegeven geen vlees te eten, maar wel vis. Ik denk dat dit gedurende de avond nog zo’n 30 keer herhaald is. ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, ‘Jeppe eet geen vlees’, als een kapotte grammofoonplaat. Toen ik laatst op een receptie een bitterbal afsloeg, vroeg mijn relatie te heroverwegen. Immers, er zat toch nauwelijks vlees in zo’n ding? Alsof stoppen met vlees eten gaat om de hoeveelheid vlees, en het geen principe kwestie kan zijn.

Nu speelt hoeveelheid ook wel weer een rol. Als iemand vraagt waarom ik geen vlees meer eet antwoord ik 1.) dat ik een einde wil maken aan de bio-industrie en 2.) dat het eten van vlees niet duurzaam is. Met die laatste reden kun je misschien nog wel eens iemand overtuigen. Mijn collega Willem koopt en bereid om die reden zelf geen vlees (hij eet wel wat hij krijgt aangeboden). Dierenleed speelt geen rol hierin. Het gaat hem puur om het feit dat de waardeketens van vlees uitermate inefficiënt zijn. Miljoenen tonnen eten worden jaarlijks omgezet in diervoeding, voedsel dat prima kan dienen voor directe menselijke consumptie. Dan heb ik het nog niet eens over de vervuiling van de megastallen en de megaruimte die vee inneemt. Kortom, en kunnen vele schakels uit de keten weggenomen worden, zodat de negen miljard mensen die binnenkort deze planeet bewonen allemaal nog wat te bikken hebben.

Dus, toch even een moralistische statement om af te sluiten: Over 20 jaar vinden mensen het eten van dieren hopelijk uiterst bizar en ouderwets. Hopelijk kijken mensen naar foto’s van vleesafdeling van supermarkten en kunnen ze er met hun hoofd niet bij. ‘Vroeger kwamen vleesproducten niet uit het laboratorium, maar van dieren. De plakjes dierenkadaver lagen toen nog in plastic zakjes op tafel, jongen. Echt waar, je opa heeft het nog meegemaakt.’ Een mooi toekomstbeeld wat mij betreft. Maar dat is alles wat het is; een toekomstbeeld. Realiteit is het helaas nog allerminst.

Icon 6 - Fish