Eerbetoon aan een verloren zoon

requiem [zelfst.naamw.]
mis opgedragen voor een overledene

Op de dag dat mijn dochtertje Rosa geboren werd – 7 mei 2012 – kon mijn vader niet nog diezelfde dag naar het ziekenhuis komen. Hij moest aanwezig zijn bij het gala voor de Libris Literatuur Prijs 2012, een onderscheiding waarvan hij zelf de initiatiefnemer is geweest 25 jaar geleden.

Onder de genomineerden van 2012 bevond zich het boek Tonio geschreven door A. F. Th. (Adri) van der Heijden. Het betreft een requiemroman die Van der Heijden schreef voor zijn in 2010 overleden zoon Tonio. Mijn vader had me een paar maanden eerder het genomineerde boek laten zien. Hij liet me geamuseerd een passage lezen waarin Tonio bij zijn vader klaagt dat hij geen tweede naam heeft gekregen, iets wat ik tot ongenoegen van mijn ouders ook niet voornemens was te doen bij mijn eigen kind Rosa (‘een kind hoort een tweede naam te hebben’). Ik heb voet bij stuk gehouden. Rosa heet Rosa en alleen Rosa.

Wat mijn vader verbindt met de auteur Van der Heijden is dat zijn eigen zoon Bob, mijn twee jaar oudere broer, overleed op 20 februari 1984 aan de gevolgen van leukemie. Om zijn zoon in leven te houden, begon mijn vader de Stichting Bobshop, een serie videotheken op de kinderafdelingen van medische centra, die langdurig zieke kinderen in staat stelt films te kijken. Mijn vader herkende dus de behoefte die Van der Heijden ook had; om een soort monument voor je overleden kind neer te zetten. Om je kind te vereeuwigen zodat hij of zij niet vervaagt in de loop der tijd.

Door deze geschiedenis voelde ik al een zekere verbondenheid met het boek. Dit werd versterkt doordat de roman die avond van 7 mei 2012 tot winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2012 werd gekozen. Op de dag dat mijn eigen eerste kind geboren werd. Natuurlijk is het ondenkbaar dat ik haar ooit kwijt zou raken. Van der Heijden spreekt in zijn boek van een ingecalculeerd risico dat je neemt als je besluit een kind te nemen. Dat het vervolgens echt gebeurt is ondenkbaar. De pijn is niet voor te stellen.


Omslag: Tonio poserend als Oscar Wilde, een opdracht van de fotoacademie waar hij een 10 voor kreeg.

Ik kreeg het boek toevallig ook nog cadeau van mijn schoonmoeder Francien voor mijn 32ste verjaardag. Ik legde haar uit waarom het boek nu al een speciale betekenis voor me had. Inmiddels heb ik het gelezen en het is een prachtige requiemroman. Het hele scala aan emoties en gedachten die je blijkbaar voelt en denkt bij het verlies van je eigen kind komen voorbij. Ik was nog te klein om het bij mijn ouders te zien in 1984 (ik was 3). Het boek heeft me meer inzicht gegeven, maar ik kan me nog altijd niet indenken hoe het voelt. En ik hoop dat ook nooit te kunnen.

Al is het natuurlijk een verschrikkelijk verhaal, Tonio komt wel echt tot leven in het boek, het mooiste wat je met een requiem kunt bereiken. Tonio zal daarmee nog lang in leven blijven in de harten van vele mensen, waaronder ikzelf.

Intermezzo #18

You’ve got a lot of nerve to say you are my friend.
When I was down you just stood there grinning.

You’ve got a lot of nerve to say you’ve got a helping hand to lend.
You just want to be on the side that’s winning.

You say I let you down, you know it’s not like that.
If you’re so hurt, why then don’t you show it?

You say you’ve lost your faith, but that’s not where it’s at.
You have no faith to lose, and you know it.

I know the reason that you talk behind my back.
I used to be among the crowd you’re in with.

Do you take me for such a fool to think I’d make contact?
With the one who tries to hide what he don’t know to begin with.

You see me on the street, you always act surprised.
You say, how are you, good luck, but you don’t mean it.

When you know as well as me, you’d rather see me paralyzed.
Why don’t you just come out once and scream it!

No I don’t feel that good, when I see the heartaches you embrace.
If I was a master thief perhaps I’d rob them.

And though I know you’re dissatisfied with your position and your place.
Don’t you understand, it’s not my problem?

I wish that for just one time, you could stand inside my shoes.
You’d know what a drag it is to see you.

Positively 4th Street
Bob Dylan (1965)

Groepsdenken

De groepsdenken-theorie is in de jaren 70 ontwikkeld door de Amerikaanse professor Irving Janis. Groepsdenken is een denkwijze die plaats vindt bij mensen die nauw met elkaar optrekken of samenwerken, daarbij een hechte groep vormen en die zoveel waarde hechten aan een unanieme mening, dat deze unanimiteit belangrijker wordt geacht dan een kritische rationele instelling.

Zowel in een sociale context als in het bedrijfsleven – denk aan een Raad van Bestuur of Raad van Commissarissen, maar ook een vriendengroepje – kan dit gevaar opleveren. Het vermogen kritisch te zijn op het collectieve handelen van de groep neemt namelijk af. Een interessant voorbeeld van hoe dit mis kan gaan in het zakenleven is te lezen in het boek ‘De Prooi’ van Jeroen Smit.

Groepsgedrag ontstaat als groepsleden primair letten op het behoud van overeenstemming en eensgezindheid bij een beslissingsproces in plaats van een kritische overweging van de feiten. De groepsleden leggen meer nadruk op het ‘wij’-gevoel en zullen daardoor minder gemakkelijk kritiek uiten of informatie die de groepsvisie tegenspreekt, van zowel binnen als van buiten de groep, toelaten. Er ontstaat in het meest extreme geval een soort geloofsgenootschap die overtuigd is van zijn eigen gelijk, ongeacht de feiten.

Wanneer groepsdenken optreedt, kunnen de volgende symptomen waarneembaar zijn:
• Overschatting van de groep;
• Illusie van onaantastbaarheid;
• Onvoorwaardelijk geloof in de eigen moraal;
• Collectieve rationalisatie van de beslissingen van de groep;
• (Gedeeltelijk) karikaturiseren van de buitenwereld;
• Zelfcensuur, leden uiten geen kritiek;
• Illusie van unanimiteit (valse consensus effect);
• Directe druk op leden die het oneens zijn;
• Zelfaangewezen ‘mindguards’ die de groep beschermen tegen negatieve informatie.

Bron: Wikipedia