The Second Machine Age

The Second Machine Age

Het gebeurt zelden dat ik een business boek twee keer lees, of luister. Maar er zijn uitzonderingen, zoals ‘The Second Machine Age: Work, Progress, and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies’ door Erik Brynjolfsson and Andrew McAfee.

Fascinerend is de visie van deze schrijvers op de huidige tijd. We voelen het al langer, er is iets gaande en dat heeft niet alleen met de vele economische crises van de afgelopen jaren te maken. Volgens de auteurs van dit belangrijke boek staan we op het punt science fiction gebied te betreden.

Wanneer je de ontwikkeling van de mensheid uittekent krijg je een hele vlakke lijn te zien die duizenden jaren lang slechts heel geleidelijk stijgt. Grote gebeurtenissen, zoals oorlogen, het ontstaan van religies en beschavingen, ontdekkingsreizen, nieuwe handelsbetrekkingen, en het ontstaan van landbouw hebben de lijn slechts zeer beperkt doen stijgen. Toen halverwege de 18de eeuw ging die lijn opeens als een raket omhoog. Wat er toen speelde? De industriële revolutie vond plaats – het eerste machine tijdperk – en de mensheid werd opeens op rap tempo de moderne tijd in gelanceerd.

Het was specifiek de uitvinding van de stoommachine die ervoor zorgde dat vooruitgang een enorme vlucht nam. De mensheid was altijd afhankelijk geweest van spierkracht van mens en dier om dingen gedaan te krijgen en was nu in staat massaal energie aan te wenden om massaproductie in fabrieken mogelijk te maken, steden te bouwen, containerschepen de oceanen op te sturen en zware treinen te laten rijden.

We staan nu op het punt het tweede machine tijdperk in te gaan. Maar waar het vorige tijdperk van grote vooruitgang de revolutie op fysiek gebied plaatsvond is dat nu op het gebied van denkkracht. Computers waren lange tijd belachelijk slecht in heel veel taken, maar ze worden nu heel snel beter in het meest complexe reken- en interpretatiewerk, taal en communicatie. Samen met grote vooruitgang op andere technologische gebieden – zoals een nieuwe generatie geavanceerde super robots – gaan deze computers zorgen voor een revolutie in de manier waarop we de wereld vorm gaan geven.

Een demonstratie van de groeiende super denkkracht van computers gaf IBM’s super computer Watson toen hij de kampioenen van de Amerikaanse kennisquiz Jeopardy versloeg in 2011.

Dit is indrukwekkend, vinden de auteurs, maar slechts een heel klein begin van wat ons te wachten staat. De lijn die de afgelopen 200 jaar geleidelijk steeg staat op het punt de lucht in te schieten. Het zijn opwindende tijden om in te leven.

Waarom gebeurt dit nu? Omdat we op de tweede helft van het schaakbord zijn belandt.

Wat maakt banken succesvol? Niet winstgevendheid

Bank

Afgelopen week ontving ik een persbericht van een bekende consultancypartij die stelt dat de winstgevendheid van Europese banken te laag blijft. ‘De resultaten van de Europese banken verbeteren, maar de winstgevendheid blijft te laag. Om die de komende jaren te verdubbelen, moet worden ingezet op kostenbesparingen, innovatie en groei in de emerging markets’, aldus de studie van het betreffende bureau.

Ik heb het bericht niet geplaats voor een aantal redenen. De belangrijkste is dat winstgevendheid van banken vooral belangrijk is voor de aandeelhouders, maar niet voor de andere stakeholders van de bank. Mijn vermoeden wordt bevestigd verderop in het bericht: ‘Doel is dat zij veranderen in solide spelers met stabiele winsten, een voorspelbaar risicoprofiel en een royaal dividendbeleid.’

Dit is de gedachte van voor de crisis. Natuurlijk moet een bank – net als een bedrijf of een overheidsinstelling – financieel gezond zijn. Een zekere winstgevendheid is ook nodig om de continuïteit te waarborgen. Maar ik betwijfel dat dit het aspect is waar banken zich op moeten focussen om het vertrouwen dat ze zo grandioos verkwanseld hebben enigszins terug te winnen. Vergeet niet, we zitten in al sinds 2008 in de financiële malaise vanwege de financiële sector. Hun inhalige gespeculeer met onbegrijpelijke producten heeft geleid tot massaverliezen, en de crisis die volgde is op de reële economie overgeslagen.

In een debat hierover dat ik van de week volgde zei Jeroen Smit (auteur de Prooi) iets heel interessants. Namelijk dat banken geen normale ondernemingen zijn. Ze hebben ook een nutsfunctie, namelijk zorgen dat de kredietverlening aan ondernemers en particulieren op pijl blijft. En zo is het maar net! Die kredietverlening staat er dramatisch voor momenteel. Dat lijkt me dus eerder iets waar banken nu een prioriteit van moeten maken. Net als het verder verhogen van hun buffers. Drie of vier procent is veel te weinig.

Maar ik snap de schrijvers van het bericht wel. Hun klanten – CEO’s van banken – hebben te maken met ontevreden aandeelhouders die klagen omdat de tenten waarin zij geïnvesteerd hebben niet renderen. Het consultancybureau probeert nu middels wat pr aan te tonen dat zij wel even binnen kunnen komen op de winstgevendheid omhoog te krijgen. Maar ik ben tegenwoordig ook aandeelhouder van een aantal Nederlandse banken, en met mij alle inwoners van Nederland. En ik zeg: breng eerst maar is de zaken op orde waar voor je in het leven bent geroepen en dan zien we wel weer verder.

Icon 19 - Arrows

Staat er een monetaire zeepbel op knappen?

‘The global financial system, that has produced more and more credit in increasingly easier ways, possibly has reached the point that it can no longer operate in an effective way.”

– Bill Gross, Oprichter investeringsfonds PIMCO

Wat Willem Middelkoop vertelt in zijn laatste boek ‘De Big Reset’ is verontrustend. Sinds de crisis hebben de centrale bankiers grote hoeveelheden geld gedrukt. Alhoewel gedrukt… Tegenwoordig wordt geld gecreëerd door een getal met héééééééél veel nullen op een computer in te toetsen.

Monetaire Zeepbel 1

Dat klopt, geld wordt uit het niets gemaakt en de hoeveelheid chartaal geld is nog maar een heel klein deel van de totale geldhoeveelheid die in omloop is. Centrale bankiers worden niet voor niets ‘de alchemisten van onze tijd’ genoemd. Maar als we echt uit het niets geld konden creëren hadden we het welvaartsprobleem al opgelost.

Het grootse risico van deze maatregel – die centrale bankiers ook wel ‘quantitative easing’ noemen zodat de gewone Jan op de straat het niet meer begrijpt – is hyperinflatie. Hierbij wordt de waarde van een valuta snel minder en neemt de koopkracht van burgers enorm af. Wanneer de economie in een dergelijke negatieve spiraal belandt is er geen remmen meer aan, en zal snel ruilhandel ontstaan.

Is dat de nabije toekomst van de ontwikkelde economieën zoals Nederland? Het is mogelijk als het vertrouwen in de valuta afneemt en kapitaaleigenaren hun toevlucht zoeken in veilige waardevaste assets zoals goud (assets die je niet kunt bijdrukken zoals dollars, euro’s en ponden). Maar het monetaire beleid dat in Europa gevoerd is, is een stuk conservatiever dan dat van de VS. Logisch, want de Amerikaanse centrale bank – de FED – is feitelijk eigendom van de banken van Wall Street, wiens belangen het dan ook volop dient, oftewel wiens tekorten het financiert.

Maar Europa kampt wel – net als de VS – met een gigantische schuldenberg waar we niet middels economische groei vanaf gaan komen. De enige manier om er wel vanaf te komen, behalve inflatie, zijn een faillissement of extra belastingen heffen. Maar aangezien de laatste optie zeer schadelijk is voor een middelmatig presterende economie, lijkt een faillissement feitelijk de enige realistische optie om de schuldenlast kwijt te kunnen.

Schulden zijn een boekhoudkundig begrip en kunnen op elk moment van de balansen van de (centrale) banken geschrapt worden. Helaas moeten dan ook aan de andere kant van de balans, in gelijke mate, bezittingen geschrapt worden. Spaar- en pensioengeld bijvoorbeeld. Of de waarde van het vastgoed. ‘Wie neemt de pijn’ is dan ook de enige belangrijke vraag bij het kwijtschelden van schuld.

Daarnaast is er nog de onontkoombare ‘Big Reset’, de titel van Middelkoops boek. De Big Reset houdt in dat de dollar zijn status als anker-valuta in de internationale handel, die het sinds de Tweede Wereldoorlog gehad heeft, zal verliezen. Een anker-valuta wordt gebruikt om goud- en aardolieprijzen in de internationale handelsmarkt in uit te drukken. De nieuwe ankervaluta en wereldreservemunt zal waarschijnlijk een combinatie worden van de dollar, de euro, de pond, de Chinese renminbi, de Japanse yen en mogelijk goud.

Dat klopt goud, een edelmetaal dat vrijwel constant zijn waarde heeft behouden gedurende de geschiedenis van geld, terwijl valuta met bosjes verdwenen zijn. Goud kan het anker zijn dat de monetaire economie nodig heeft in de turbulente tijden waarin we leven. Middelkoop en andere experts verwachten dat het International Monetair Fonds momenteel plannen maakt voor de invoer van dit nieuwe financiële systeem. Dat gebeurt in het diepste geheim, want het uitlekken van dergelijke plannen zou kunnen zorgen voor enorme turbulentie op de financiële markten. Voor 2020 zal deze Big Reset moeten plaatsvinden, verwacht Middelkoop.

Maar de wereldleiders zullen er wel samen uit moeten komen. Nu de spanningen met Rusland momenteel weer opwaaien in een nieuwe koude oorlog, kunnen de komende jaren nog spannend worden. Om positief af te sluiten, het idee van een mondiale monetaire reset, zoals beschreven in dit boek, zou goed uit kunnen pakken. Het zou ons genoeg tijd geven om een bredere oplossing voor de wereldwijde schuldenberg te vinden zonder dat het systeem helemaal in elkaar zakt.

In de geschiedenis van geld is er nog nooit een land in geslaagd ongestraft geld 'uit het niets' te creëren.

In de geschiedenis van geld is er nog nooit een land in geslaagd ongestraft geld ‘uit het niets’ te creëren.

De crisis die geen crisis meer is

De Nederlandse economie ziet weer tekenen van herstel, staat vandaag te lezen in De Volkskrant. Het Centraal Planbureau maakte vandaag in de juniramingen bekend dat de economie dit jaar stijgt met 0,75 procent. Die groei zal in 2015 aantrekken naar 1,25 procent, aldus het CPB.

Moeten we hier blij van worden? Wat betekent één procent groei nog eigenlijk? Dat we als land meer producten en diensten produceren en verkopen? Of dat we het landelijke gemiddelde inkomen zien stijgen? Zolang we blijven denken in dat soort termen over groei, zullen er teleurstellingen blijven komen, en zullen we van crisis naar crisis blijven gaan.

Waarom denk ik dat? Zijn de grenzen van groei bereikt? Als we het hebben over fysieke groei – ofwel de hoeveelheid producten die we kunnen produceren uit de schaarse aardse grondstoffen – waarschijnlijk wel. Ook als we het hebben over de alsmaar stijgende welvaart waarschijnlijk (en hopelijk) wel. In Nederland althans. Ik zeg niet dat armoede in Nederland niet voorkomt, maar zelfs het gemiddelde gezin dat van een uitkering of twee moet rondkomen heeft vaak nog wel een iPad of twee in huis liggen.

Kortom, op het gebied van welvaart valt er in Nederland relatief weinig meer te bereiken. Dat schrijf ik met respect voor de Nederlanders die wel in armoede verkeren. Dat kan en moet absoluut verbeteren. Maar met ‘relatief’ bedoel ik onze welvaart ten opzichte van de vele tientallen landen waar mensen van niets moeten rondkomen. En die bovendien nog te maken hebben met eerloze beesten als ISIS, maar dat even terzijde.

Economie heeft nieuwe indicatoren nodig

Dus zullen we anders moeten aankijken tegen groei. Want als die 1,25 procent groei in 2015 in plaats van erbij komt eraf gaat, dan zitten we weer in een recessie. De derde (of vierde?) in een aantal jaar tijd. Mentaal is het voor niemand gunstig wanneer we in een crisis blijven hangen. Zeker wanneer die crisis helemaal geen échte crisis is, maar een oud idee van een crisis dat niet langer aansluit bij de realiteit waarin we leven. Van een stijging van 0,75 procent zullen we over het algemeen niet gelukkiger worden net zo min als van een daling. Waar worden we wel blij van?

Een belangrijke groei-indicator is wat mij betreft in hoeverre onze economie is omgevormd tot een circulaire economie. Vorige week heb ik een interview gedaan bij tapijtfabrikant Desso, en zij streven ernaar hun producten 100 recyclerbaar te ontwerpen in 2020. Deze producten moeten dan zelfs een positief rendement opleveren, bijvoorbeeld doordat ze energie besparen voor de gebruiker. Dat zijn de KPI’s (Key Performance Indicatoren) waar we echt blij van zouden moeten worden.

Maar zo zijn er meer te verzinnen: Gemiddelde uren vrije tijd, aantal burgers met psychische klachten, aantal elektrische auto’s, afhankelijkheid van buitenland voor fosiele brandstoffen, hoeveelheid gekapt regenwoud voor vleesconsumptie, aantal uren efficiencywinst door digitalisering die niet ten kostte van menselijke arbeidsuren gaat, et cetera, et cetera. Ook werkgelegenheid is en blijft een extreem belangrijk cijfer. Mensen worden gelukkig van werk. Het geeft ze het gevoel maarschappelijk bij te dragen en ze kunnen in hun eigen levensonderhoud voorzien. De verwachting is dat de werkloosheid pas volgend jaar licht gaat dalen van 650.000 naar 635.000 personen, aldus het CPB. Het is een begin, maar dat gaat nog niet snel genoeg.

De media spelen een rol in het actief communiceren over de cijfers die er echt toe doen. Wanneer die meer aandacht zouden schenken aan de positieve cijfers van de nieuwe economie, in plaats van de negatieve (en de klassieke economische groeicijfers zijn nu eenmaal wat vaker negatief in deze tijd), zou dat andere belangrijke cijfers positief kunnen beinvloeden. De Netto Geluks Index bijvoorbeeld. Maar ook de meer klassieke indexen, zoals ondernemersvertrouwen en consumentenvertrouwen, zou dit positieve nieuws helemaal geen kwaad doen. En zo is de circel weer rond…

Circle design