Levenslust

Komt het ooit nog goed? Ik weet nu pas wat het betekent om verloren te zijn. Niet dat ik het ben (nog niet in elk geval), maar ik begrijp het concept nu heel goed.

Een jongen uit de straat wilde niet meer leven. Hij lijdt aan ADHD. Nu is die aandoening behoorlijk aan inflatie onderhevig, maar het kan echt een ramp zijn. Stel je voor dat je geen enkel gesprek kunt volgen omdat je hersens niet meewerken en dat je zelfs je oude opoe niet kunt bijbenen. Dat alles wat je onderneemt uitloopt in compleet falen en bittere mislukking. Dat is klote. Echt klote.

Nee Jeppe, nu niet meteen in praktische, oplossingsgerichte modus schieten. Natuurlijk is het belangrijk om in een dergelijk geval kleine successen te vieren, maar in dit essay, wil ik puur stilstaan bij ‘het verloren zijn’ en hoe het voelt om altijd in alles te mislukken. Het leven is een groot spel met torenhoge inzet. Daar kom ik steeds meer achter. Het kan zo snel voorbij zijn, en er kan zoveel misgaan… Wanneer ik er soms zo naar kijk, begrijp ik niet hoe iemand het nog trekt…

Want het is niet niks wat je allemaal voor elkaar moet boksen om echt gelukkig te zijn. Je moet gezond zijn en fysiek in balans blijven. Je moet vrienden en familie hebben waarmee je iedere week opnieuw gezellige, sociale dingen onderneemt. Je moet intellectueel uitdagend werk hebben dat ook nog goed betaalt. En je moet ook spiritueel en seksueel nog eens aan je trekken komen. Dit nog even los van de gigantische levensvragen (en doodsvragen) die een mens kunnen overweldigen.
Levenslust

Voor veel mensen is dit geen geringe opgave. Bij mij zit op sociaal vlak het grootste knelpunt, maar dit ervaar ik niet als groot probleem. Ik heb allereerst een fantastisch gezin, en ik heb soms even tijd alleen nodig om m’n energie op te laden. Maar stel nou dat het op alle vlakken (fysiek, sociaal, intellectueel, seksueel, spiritueel) echt slecht gaat, wat dan? Kan iemand je dan nog met een strak gezicht vertellen ‘dat het wel goed komt’? Voor sommige mensen is het keihard werken om er nog wat van te maken. En dan nog is het maar de vraag of het lukt. Geluk is verre van vanzelfsprekend, zelfs in onze maakbare samenleving.

Daarom vind ik het heel begrijpelijk wanneer iemand zichzelf van kant wil maken. Dit leven is een taaie rit en ik heb respect voor iedereen die de strijd aangaat. Ook als je die strijd uiteindelijk verliest kun je rekenen op mijn waardering. Niet dat ik hier zelfmoord wil promoten. Je moet er altijd het beste van proberen te maken, al is het voor je familie. Mijn punt is dat sommige mensen die niet eens hebben.

Een toepasselijke afsluiting vind ik de vaste proost van het personage James Darmody uit de serie Boardwalk Empire: ‘op de verlorenen’ (‘to the lost’). Dat jullie de weg weer terug mogen vinden, waar naar toe dan ook.

De Heilooweed Crisis

Een midlife crisis nu?! Ik ben pas 33. Ik zit nog niet eens op de helft van mijn leven als het goed is. Ik ben van plan 80 jaar te worden. Niet zozeer omdat ik me verheug op een kwijlend en kreupel leven als senior, maar omdat het zo mooi zal staan op mijn grafsteen.

Jeppe H.
Kleijngeld
1980 – 2060

Loesje en ik herkeken laatst de film Sideways, een meesterlijk komisch drama over twee mannen van middelbare leeftijd, Miles en Jack, die op een wijntour gaan in Californië. Beide kampen met een heftige midlife crisis. Miles werkt als onderbetaalde leraar Engels en krijgt zijn zoveelste boek niet gepubliceerd. Jack gaat trouwen na zijn week met Miles en hij krijgt tijdens de reis koude voeten. Hij besluit dat hij nog tenminste één keer stevig van bil wil voordat hij het jawoord geeft.

Mijn crisis lijkt vooral op die van Miles. De boventoon van mijn ‘crisis’ wordt namelijk gevoerd door: ‘wat heb ik nu helemaal bereikt in mijn leven?’ ‘Waarom ben ik nog niet beroemd?’ ‘Het moet nu toch wel eens gaan gebeuren.’ ‘Ik ben een oude lul aan het worden die niemand nog interessant vindt.’

Een beetje onaardig, aangezien ik vorig jaar een prachtige dochter heb gekregen, maar dit soort fases schijnen erbij te horen. Het leven is nu eenmaal heel vergankelijk. Iedere periode die je meemaakt is de laatste in zijn soort. En iedere keer dat je dus aan het einde van zo’n periode komt, moet je die mentaal gedag zeggen. Na je dertigste moet je daarnaast dealen met alles wat niet gelukt is in je leven, want voor sommige dingen is het dan te laat. Als je dat dan verwerkt, kun je daarna weer terug naar gelukkig zijn. Werkt dat niet voor iedereen zo? Of zijn sommige mensen gewoon hun leven lang blij en gelukkig met alles wat ze doen?

Ik heb het geluk me in deze periode veel onder kinderen te begeven, en hun pure geesten geven me veel inspiratie. Laatst op de kinderopvang vroeg ik aan een jongetje wat hij later wilde worden. ‘Vliegen in de ruimte’, zei hij. Geniaal antwoord. Kinderen dromen nog onbevangen van alle mogelijkheden, niet gehinderd door enige realiteitszin.

Zelf wilde ik vroeger filmregisseur worden. Toepasselijk groeide ik op in het dorp Heiloo, waarvan ik me heb laten vertellen dat het ‘Heilig Bos’ betekent in Oudhollands. Jawel: Hollywood. Ook ik was niet gehinderd door enige realiteitszin, want hoe moet een jongen uit Heiloo het schoppen tot internationaal filmtalent? Het is niet onmogelijk, bewijzen veel buitenlandse regisseurs, waaronder landgenoot Paul Verhoeven, maar het is een heel klein wereldje.

Gedurende mijn pubertijd ontwikkelde ik daarnaast nogal een marihuana-gewoonte. Een van de gevolgen van dagelijks stoned zijn is dat je de tijd oprekt. Je bent niet zozeer bezig met de dag van morgen, laat staan met volgend jaar. Dromen kunnen zo lang in stand worden gehouden. In mijn geval zo’n 14 jaar.

Uiteindelijk is mijn droom niet uitgekomen. Ik ben geen filmregisseur geworden, al heb ik wel een paar vette cult video’s gemaakt die nu zo goed als uit de roulatie zijn. En ik heb een eigen filmwebsite. En ik heb nog steeds de vaardigheden om nog meer vette underground video’s te produceren. Prima vulling voor YouTube, maar een carrière in Hollywood kan ik nu toch echt op mijn buik schrijven. Of kan het nog wel? Wat als ik nou een fantastisch script schrijf? Daarna zoek ik een geschikte producent in Amerika die uit zijn dak gaat als hij het leest en de rest is geschiedenis…

Dat laatste stuk is voor mij een omschrijving van mijn type midlife crisis. Een ambitie nastreven die je nooit kunt realiseren, waardoor je je ongelukkig blijft vullen. Ik moet loslaten en accepteren dat dit het is en dat ik hier volop van moet genieten. Het leven wordt niet veel beter dan dit (even los van die klotige sensitisatie waar Loesje nog mee kampt). Op het gebied van kinderen zijn Loesje en ik nu klaar, dus we kunnen ons volledig gaan storten op dit leven. Nu. Alleen nog even een en ander loslaten.

Gelukkig wordt ik in het loslaten ondersteund door enkele jonge vrienden wie iedere ambitie vreemd is. Guus is een jongen uit het dorp van twaalf. Een gouden gozer. Op school bakt hij er niet veel van, maar hier in de buurt vindt hij straks met zijn waarachtige persoonlijkheid zo een baan. Hij weet zelfs al waar hij later gaat werken, namelijk bij het bedrijf waar zijn vader nu werkt; een bedrijf actief in landbouwapparatuur. Voor sommige mensen is het leven lekker simpel, al zou ik daar niet direct voor tekenen. Ik heb me nooit aangetrokken gevoeld tot de makkelijkste wegen. Wat dat betreft ben ik van plan ambitieus te blijven… Tot mijn 80ste.

Icon 3 - Star

Menselijke tekortkomingen

Het is opvallend hoe weinig mensen bereid zijn zichzelf te veranderen zelfs als dat echt wenselijk is. Dan heb ik het over intelligente mensen, die best kunnen bedenken dat ze bepaalde eigenschappen beter kunnen aanpassen. Dat zouden ze van een ander in ieder geval verwachten als die dezelfde slechte of onprettige eigenschap bezat. Wat ik me afvroeg is in hoeverre ik dat deze mensen kwalijk kan nemen als ze het niet doen. Doorgaan met iets dat voor de omgeving onprettig of schadelijk is, in hoeverre kun je dat iemand verwijten die het vermogen heeft dit zelf te begrijpen? Een interessant filosofisch vraagstuk. En voor een twijfelaar als ik lastig te beantwoorden…

Ik kan tegenwoordig behoorlijk effectief voorspellen hoe iemand ergens op zal reageren. Na een paar behoorlijk therapie-intensieve jaren heb ik geleerd mijn eigen patronen te doorgronden en aan te passen. Dit was verbazend moeilijk, maar als je het eenmaal door hebt, wordt je er beter in. Veel beter. Ik doorzie nu ook de patronen van anderen vrij snel en kan op basis daarvan met behoorlijke accuratesse voorspellen wat ze zullen doen als iets op hun pad komt. Zoals een beurshandelaar probeert de indexen te voorspellen, doe ik dat met menselijk gedrag. Alleen is mijn rendement vele malen hoger. Ik zit er namelijk nooit naast. Nou ja, bijna nooit.

Zijn de mensen bijvoorbeeld nogal hebberig (de slechte eigenschap die ze eigenlijk moeten veranderen), en krijgen ze een verzoek om iets te delen, zullen ze het nooit doen. Ook niet als een onafhankelijke derde partij het verzoek zou beoordelen als ‘het juiste om te doen’. Juist nu Loesje zo ziek is, leer je mensen in je omgeving goed kennen. Ik weet gewoon direct wie daar geen trek in hebben, en hoe ze zich zullen gaan gedragen. Voorspelbaar, maar daarom niet minder bitter. Eric Clapton heeft daar een mooi liedje over geschreven; ‘Cause no, no, nobody knows you when you’re down and out. In your pocket, not one penny, And as for friends, you don’t have any.’

Menselijke tekortkomingen

Nu wil ik geen bitter mens worden. Aan de andere kant zijn dit gewoon bittere tijden en mijn mensbeeld ligt absoluut laag momenteel. Dat komt omdat mensen mij zelden positief verassen. Er zijn absoluut uitzonderingen, maar uiteindelijk ken ik maar weinig mensen die echt waarachtig zijn, en het zichzelf moeilijker maken als ze iemand anders kunnen helpen. Die mensen zijn er wel, maar ze zijn helaas dun gezaaid. De meesten dienen alleen zichzelf. Jammer, want iemand anders helpen geeft je meer mentale bevrediging dan wat dan ook.

Blijft mijn vraag in hoeverre ik het iemand kwalijk kan nemen als hij zichzelf tegen beter weten in niet verandert. Vorige week kreeg ik feitelijk het antwoord van mijn goede vriendin Doortje. Zij is autistisch en ondanks dat, of misschien juist wel daardoor, heeft ze in sommige situaties wel een heel helder beeld van wat ze acceptabel vindt. Ze gaf aan dat haar pianoleraar discriminerende opmerkingen had gemaakt over Marokkanen. Doortje zei in niet te misverstane taal dat hij bij haar niet met die onzin aan hoefde te komen. ‘Hij heeft HAVO gedaan’, voegde ze toe. ‘Hij weet wat er gebeurd is in de Tweede Wereld oorlog. Voor mijn collega Yvonne ligt dat anders. Die stemt Wilders, maar zij is veel minder ontwikkeld. Dat ligt toch anders.’

Dankjewel Doortje, je hebt het probleem voor me opgelost. Van mensen van wie ik in redelijkheid kan verwachten dat ze beter zouden moeten weten, moet ik dat ook verwachten. Ik ben van plan dat nog een stuk zwart-witter te gaan bekijken. In dit geval houd ik het liever simpel, ook al betekent dat, dat ik sommige mensen wat harder zal moeten aanpakken. Maar goed, slappe hap heb ik toch al jaren genoeg van. Ik wil krachtige mensen om me heen die voor iets goeds durven te staan. En het zijn daden die tellen. Geen bullshit dus, maar acties. Voor veel mensen betekent dat werk aan de winkel. Voor mezelf ook uiteraard. Klaar ben je nooit.

Wat vinden we toch zo fascinerend aan zombies?

Wanneer de zombierage precies begonnen is weet ik niet meer. Was het met de film 28 Days Later in 2002? Daarvoor hoorde je nooit wat over zombies. Inmiddels wordt je doodgeslagen met de levende lijken. Talloze films, televisieseries, iPhone spelletjes. Games zoals Dead Rising en Left 4 Dead. Zombies duiken zelfs op in spellen waar ze eigenlijk niks in te zoeken hebben zoals Call of Duty: Black Ops 2 en Red Dead Redemption. Waarom is en blijft het zo’n interessant fenomeen?

Ik heb geen idee, maar ik kan wel vertellen wat ik boeiend vind aan de levende doden. Mijn fascinatie is begonnen met de horrorfilm Dawn of the Dead (let wel, het origineel uit 1978). Wat ik daar zo geweldig aan vind is het apocalyptische gevoel dat die film weet te creëren. Je bent echt op reis met die groep overlevenden en de plek waar ze schuil houden – een groot winkelcentrum overspoeld met stinkende lopende lijken – is een geniale vondst.

Daarnaast wordt het zombiethema in Dawn of the Dead gebruikt als metafoor voor consumerisme, een thema dat mij persoonlijk erg ligt. Mensen maken alles kapot met hun gedrag. De uitwerking hiervan is soms komisch, maar net zo goed angstaanjagend. Tot slot is de rampenfilm an sich een heerlijk genre omdat het in hersens van de mens zulk bekend materiaal is. Onze voorouders hebben al miljoenen jaren met allerlei rampen moeten dealen, dus het zien van een ramp op televisie maakt meteen de nodige adrenaline los in de hersenen en daar voel je je uiteraard lekker door.

The Walking Dead

Maar goed, Dawn of the Dead is alweer 35 jaar geleden, dus wat heeft de hedendaagse markt ons te bieden? Dan kom ik toch uit op de serie The Walking Dead. Ik moet zeggen dat ik het eerste seizoen waardeloos vond ondanks de erg sterke make-up en gore effecten. Het script was gewoon bij vlagen totaal ongeloofwaardig (even uitgaande van het gegeven dat je zombies zelf wel kunt accepteren als enigszins geloofwaardig scenario). In één aflevering was een groep L.A. bendeleden vrijwillig in een bejaardentehuis aan het werk. Meen je dat nou? Ja, echt.

Maar seizoen 2 heeft me toch wel gegrepen. Het mooie vind ik hoe menselijk gedrag wordt beïnvloed door een ramp zoals een zombie-uitbraak. Beschaving is maar een dun laagje vernis en mensen keren snel terug naar hun werkelijke aard. De feminisering van de samenleving komt abrupt ten einde en wreedheid tegenover zombies en andere mensen neemt al snel gruwelijke vormen aan. Betekent dat, dat iedereen opeens een moordenaar is en een verkrachter? Nee, dat niet, maar sommigen zeker wel. En zo is het goed mogelijk dat je beste vriend je opeens wilt vermoorden om er met je vrouw en kind vandoor te gaan. En dat vind ik wel een geloofwaardig scenario.