Geen empathie in het land van de zieken en verdoemden

Door Jeppe Kleijngeld

Het is bekend dat in het dierenrijk, dieren vaak hun zieke soortgenoten afstoten. In een wrede wereld waarin overleven centraal staat, is er geen ruimte voor zwakte en mededogen. Een snelle dood is de beste hoop voor een ziek en gebroken exemplaar. Leven is lijden, maar lijden zonder leven is geen leven, dus laat het dan maar afgelopen zijn.

Ik heb gemerkt dat het hedendaagse mensenrijk niet anders functioneert. Het is een volslagen illusie dat we ruimte hebben voor diegene die niet langer kunnen meedraaien in de altijd maar opgewekte rattenmolen waarin we allemaal zitten opgesloten.

De welvaart heeft ons veel gebracht. Als je bijvoorbeeld een been verliest bij een ongeluk, krijg je van de medische wetenschap een kunstbeen op kosten van ons maatschappelijke ziektepotje. Maar krijg je ook mentale support om je te helpen dealen met het feit dat je niet meer zo hard kunt meelopen met de status quo? Dat is maar zeer de vraag…

Wanneer de diagnose chronische pijn luidt, zullen mensen al snel verstarren. Ze hebben er geen plaats voor in hun schijnperfecte wereld. Ze zullen het oprecht rot voor je vinden – eventjes – maar zich vooral zeer ongemakkelijk voor zichzelf voelen. Zolang er nog hoop is op een medische oplossing, zal dat de gemakkelijke mentale ontsnappingsroute zijn (‘ach, het komt wel goed joh!’), maar als de diagnose ‘levenslang’ gesteld wordt, gebeurt er wat anders met mensen. Ze schieten terug in hun dierenmodus, maar beseffen tegelijkertijd dat uitstoting in ons vredelievende en zogenaamd sociale maatschappij niet tot de gangbare opties behoort. ‘Hoe gezellig blijft hij er onder?’, zullen ze zich (soms hardop) afvragen. ‘Is hij nog wel een gezellige gozer op de borrel, het uitstapje, de wintersport? Of gaat hij alleen maar zitten treuren en de atmosfeer verzieken met zijn negativisme?

In vroeger tijden waren mensen an sich weinig vrolijke fransen. Er was redelijk weinig om vrolijk over te zijn met armoede, honger, sterfte en verdriet in het kwadraat. Wat ik al schreef, de welvaart heeft ons veel gebracht. Maar de tolerantie voor lijden is dusdanig afgenomen dat het ons ontbeert aan oprechte empathie vanuit het hart, het soort waar een zieke écht wat aan heeft kortom. Mensen zullen nu het zieke exemplaar dood wensen. Niet bewust of vanuit slechte intenties, maar ze zullen het wel doen omdat dit evolutionair zit ingebakken. Beter worden of sterven, dat zijn de opties waar we mee kunnen leven. De tussenweg – afvaren langs de rivier de Styx – is niet vertrouwd, niet veilig en niet acceptabel. Dan maar negeren het probleem en doen alsof.

Ik voel me wél erg comfortabel bij de rivier de Styx en zal deze met volle overtuiging afvaren tot het einde, waar dat ook mag zijn. In het perfecte Facebook-wereldje heb ik me sowieso nooit thuis gevoelt. Vrij leven of sterven, dat is waar het voor mij om draait. Bovendien is er nog altijd goede drugs, iets moois dat de mens heeft voortgebracht om het lichamelijke ongenoegen van de zieken en verdoemden te verzachten. Op het gebied van mentale pijn hebben we echter nog hééééééééle grote stappen te zetten om uit de voetsporen van onze voorouders te treden.
Evolutie

In Treatment: Levensechte televisie-ervaring rond psychotherapie

In de serie ‘In Treatment’ volgen we de praktijk van psychiater Paul Weston. Iedere aflevering is een sessie en ieder seizoen bevat 7 weken therapie per patiënt. Op de laatste dag van de week ligt Paul zelf op de bank bij zijn behandelaar.

De serie is in Nederland bijna letterlijk nagemaakt als ‘In Therapie’ en is zelf gebaseerd op de prijswinnende Israëlische serie ‘Be Tipul’. Mijn advies is om de Amerikaanse serie te kijken vanwege de levensechte dialogen en het briljante acteerwerk.

Van ‘In Treatment’ gaat een bijna zen-achtige rustgevende kracht uit. Dat is aan twee sleutelfactoren te wijten. Allereerst het concept waarbij je de kamer van Paul Weston niet verlaat en de focus volledig ligt op een gesprek. Afwijkend van hedendaagse televisie dus, en 100 procent geslaagd in de opzet. Bovendien extreem geloofwaardig.

Ten tweede, het personage Paul Weston (fantastisch gespeeld door rasacteur Gabriel Byrne) is een plezier om naar te kijken. Als een detective a la Sam Spade probeert hij de troebele geesten en verwarrende manoeuvres van zijn patiënten te doorgronden. Paul is zo’n geweldige psychotherapeut, dat je zelf wel met hem zou willen afspreken. In zijn privéleven, waar je soms een glimp van opvangt, of in zijn eigen therapie is hij onuitstaanbaar, maar voor zijn patiënten gaat hij door het vuur.

In Treatment

Ook mooi is dat je zelf steeds beter wordt in het doorzien van belemmerende of destructieve patronen die de patiënten van Paul dwarszitten in hun levens. Alle patiënten zijn verschillend, maar het verloop van de behandeling is steeds bijna hetzelfde. Het begint altijd met het aftasten, waarbij Paul door middel van goede vragen steeds dichter bij de kern van de zaak komt. Dan komt de verwarrende tijd dat alles vloeibaar wordt, zodat de patiënt nieuwe keuzes kan maken. Dit leidt altijd tot heftige confrontaties met de behandelaar en uitspattingen buiten de therapie om, waarna het in de meeste gevallen leidt tot verandering in de vorm van nieuwe inzichten en gewoonten die het leven van de patiënt positief beïnvloeden. Complexiteit wordt simpel. ‘In Treatment’ is waarachtige televisie.

Top 5 patiënten van Paul Weston
1. April (seizoen 2) – Een student die met kanker is gediagnosticeerd, maar dit aan niemand heeft verteld behalve Paul.
2. Sophie (seizoen 1) – Een suïcidale turnster en middelbare scholier die moeite heeft op te treden tegen haar egoïstische vader.
3. Oliver (seizoen 2) – 12 jaar oude zoon van Bess en Luke, een echtpaar dat in scheiding ligt en waarvan Oliver zichzelf de schuld geeft.
4. Sunil (seizoen 3) – Indiase man die door zijn zoon en schoondochter naar de Verenigde Staten is gehaald na de dood van zijn vrouw.
5. Alex (seizoen 1) – Een gevechtspiloot, getraumatiseerd door een verkeerd gelopen missie in Irak.

Groepsdenken

De groepsdenken-theorie is in de jaren 70 ontwikkeld door de Amerikaanse professor Irving Janis. Groepsdenken is een denkwijze die plaats vindt bij mensen die nauw met elkaar optrekken of samenwerken, daarbij een hechte groep vormen en die zoveel waarde hechten aan een unanieme mening, dat deze unanimiteit belangrijker wordt geacht dan een kritische rationele instelling.

Zowel in een sociale context als in het bedrijfsleven – denk aan een Raad van Bestuur of Raad van Commissarissen, maar ook een vriendengroepje – kan dit gevaar opleveren. Het vermogen kritisch te zijn op het collectieve handelen van de groep neemt namelijk af. Een interessant voorbeeld van hoe dit mis kan gaan in het zakenleven is te lezen in het boek ‘De Prooi’ van Jeroen Smit.

Groepsgedrag ontstaat als groepsleden primair letten op het behoud van overeenstemming en eensgezindheid bij een beslissingsproces in plaats van een kritische overweging van de feiten. De groepsleden leggen meer nadruk op het ‘wij’-gevoel en zullen daardoor minder gemakkelijk kritiek uiten of informatie die de groepsvisie tegenspreekt, van zowel binnen als van buiten de groep, toelaten. Er ontstaat in het meest extreme geval een soort geloofsgenootschap die overtuigd is van zijn eigen gelijk, ongeacht de feiten.

Wanneer groepsdenken optreedt, kunnen de volgende symptomen waarneembaar zijn:
• Overschatting van de groep;
• Illusie van onaantastbaarheid;
• Onvoorwaardelijk geloof in de eigen moraal;
• Collectieve rationalisatie van de beslissingen van de groep;
• (Gedeeltelijk) karikaturiseren van de buitenwereld;
• Zelfcensuur, leden uiten geen kritiek;
• Illusie van unanimiteit (valse consensus effect);
• Directe druk op leden die het oneens zijn;
• Zelfaangewezen ‘mindguards’ die de groep beschermen tegen negatieve informatie.

Bron: Wikipedia

Een monument voor de levenden

Het is algemeen bekend dat mannen geen kinderen kunnen baren. Dat scheelt ze weliswaar de gruwelijkste pijn ter wereld – vaginaal bevallen is een foutje van de natuur – het zorgt er ook voor dat bij veel mannen een gevoel ontbreekt van ‘iets na te laten aan de wereld’ na hun dood. Vreemd, omdat ze wel vader kunnen worden, maar toch is het zo. Noem het een psychologisch defect.

Voor mannen met een bijzondere gave – John Lennon, Gaudi, Marradona of Steve Jobs – is dat geen probleem. Hun werk is hun nalatenschap, maar wat moet de gemiddelde man doen om dit ‘probleem’ te verhelpen? Niet iedereen heeft het in zich om sportrecords te verbreken, fantastische boeken te schrijven of chemische verbindingen te ontdekken en daaraan tot in de eeuwigheid hun naam te verbinden.

Voor die normalere mannen is het internet uitgevonden. Iedereen met een internetverbinding en drie hersencellen kan nu zijn nalatenschap maken in de vorm van een Facebook-profiel, een eigen weblog of zelfs een heuse website. Nu kan de hele wereld zien dat Peter Plankton (overleden in 2011) een Master had in Neuropsychologie, dat hij 224 online vrienden had en een speciale interesse in antieke klokken.

Het probleem van internet is alleen het complete gebrek aan focus; de hele wereld is je publiek, maar die wereld is zo druk bezig met het managen van hun eigen online identiteit, dat het bekijken, laat staan lezen, van andermans profielen er compleet bij inschiet. Facebook heeft al 900 miljoen mensen aan zich verbonden; nogal lastig om die mensen te overschreeuwen vanuit jouw onbeduidende micro-universum.

Wat dat betreft is het effectiever een antiek landhuis te kopen en prachtig te restaureren, vervolgens een bord met je naam op de voorgevel te plakken en het huis na te laten aan een familielid. Dan ben je er in ieder geval van verzekerd dat er nog jaren na je dood een hoop voorbijgangers een blik werpen op dit mooie huis en dat verbinden aan jouw naam. Een kleiner publiek dan op het wereldwijde web weliswaar, maar wel een gefocust publiek.

Nee, internet is verre van een oplossing voor jouw nalatenschap. Beter om je energie te richten op de levenden in jouw omgeving en in hun hart en geest voort te bestaan. Dat is ook vaak een eerlijkere weergave van de realiteit. Je drang om onthouden te worden door de mensheid moet je maar gewoon een plekje geven, zoals wel meer dingen in het leven. Maar lekker doorgaan met profilering op internet kan ik ook van harte aanbevelen. Dat geeft tenminste de illusie niet vergeten te worden en een mooie illusie kan net zo bevredigend zijn als de realiteit. En in het creëren van illusies is het internet vaak juist weer wel succesvol.