Report: Over de moord op JFK

Soms koop ik spontaan een boek om me te inspireren. Laatst viel de keuze op het boek ‘1001 films die je gezien moet hebben’, met op de cover een still van ‘Life of Pi’.

1001 films die je gezien moet hebben

Bij het doorbladeren laatst viel me op dat er niet alleen feature films tussen staan, maar ook een enkele korte film. Daaronder ook ‘Report’ (Bruce Conner, 1967), een 13 minuut durende compilatie van nieuwsbeelden van de moordaanslag op John F. Kennedy.

Waarom is dit volgens het boek zo’n geniaal werk? De beschrijving leest: Op de dag dat John F. Kennedy vermoord werd, begon Bruce Conner televisiebeelden van de moord op film op te nemen. Na vier jaar bijwerken en monteren van het verzamelde materiaal bracht hij de avant-gardistische klassieker ‘Report’ uit.

Op de soundtrack horen we de radio- en televisiecommentaren van die dag, waardoor de gebeurtenis steeds hysterischer wordt. In zijn beelden blijft Connor echter terughoudend. Op het moment van sterven zien we een wit doek en vervolgens een heftige opeenvolging van zwart-wit beelden. Steeds weer verschijnen beelden van de moord – honderden, uit alle mogelijke nieuwsrubrieken, reclames, cartoons en films.

Het lijkt wel of Connor zich vanaf het begin gerealiseerd heeft dat onze hele houding tegenover die gebeurtenis voortkwam uit de manier waarop de massamedia ons onophoudelijk met beelden en geluiden van die dag bestookten. ‘Report’ geeft heel goed de twee tegengestelde reacties op de moord op Kennedy weer: frustratie over het ontbreken van wezenlijke informatie in het audiovisuele archief, en juist het zien van te veel beelden waardoor de complottheorie, in de stijl van Oliver Stone, werd versterkt.

Nog een beetje vaag? Bekijk zelf onderstaande videoessay over Conner’s korte docu-film op YouTube:

Advertenties

Margin Call – Fascinerende kijk op ijskoude cultuur van bankenwereld Wall Street

Oliver Stone’s ‘Wall Street‘ uit 1987 krijgt concurrentie als beste business film aller tijden met ‘Margin Call‘. Dat is nogal een bold statement, maar daarom niet minder waar. Een toelichting: ‘Wall Street’ is vooral fantastisch vanwege de rol van Michael Douglas als corporate raider (opkoper) Gordon Gekko. Gekko is zonder twijfel een legendarisch personage, maar zijn handelswijze is een beetje achterhaald. Handelen op de beurs met voorkennis is zo jaren 80′. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. Dat is de strekking van ‘Margin Call’.

De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Bij een grote zakenbank vindt een reorganisatie plaats en het grootste deel van de handelaren wordt naar huis gestuurd. Ook hoofd risicomanagement Eric Dale (Stanley Tucci) mag zijn biezen pakken, maar voor zijn vertrek overhandigd hij nog snel een USB-stick aan zijn werknemer Peter Sullivan (Zachary Quinto). Dan openbaart ‘Margin Call’ zich tot onvervalste rampenfilm. Sullivan ontdekt een risicomodel op de USB-stick dat aantoont dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank.

De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen (‘de cijfers kloppen al jaren niet meer.’). Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is…

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen...

Het gesprek gaat een beetje langs haar heen…

Alles klopt aan ‘Margin Call’; de ijskoude sfeer van jongens in veel te dure maatpakken die met bijzonder weinig gevoel het Wall Street leven leven. Ze strijken belachelijke bonussen op voor de handel in lucht, smijten het geld ook weer over de balk met veel te dure patserige aankopen en hebben geen enkele binding met de gewone man op de straat (of met elkaar). De film is geschreven en geregisseerd door debutant J.C. Chandor. Zijn script (voor een Oscar genomineerd in 2012) was zo goed dat hij een topcast bij elkaar wist te krijgen die het wilde doen voor veel minder dan hun gebruikelijke gage. De prestaties van de hele cast zijn niet minder dan briljant. Ook de regisseur Chandor maakt indruk. De sfeer is ijzig en het camerawerk registreert subtiel de bankenwereld met al zijn onplezierige onderlagen.

‘Margin Call’ fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de toxic bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het kapitalisme steunt. Verontrustend.

Kortom, ‘Margin Call’ is een waanzinnige en intelligente tijdbom thriller met een zeer intrigerende plot, geweldige dialogen en een cast om van te watertanden. Kijken!