Het onfeilbare leidersinstinct van Mando V.

December, 2007

Op de halte Stadionplein bij de Amstelveenseweg in Amsterdam stapte ik uit de Metro. Met een half uurtje zou ik een sollicitatiegesprek hebben bij een bedrijf daar in de buurt, CxO Media genaamd. Ik gokte welke kant ik op moest en begon die richting op te lopen. Toen ik na 10 minuten langs het kantoor van Boer & Croon liep, waar m’n pa gewerkt heeft, zag ik dat ik op mijn kaart dat ik de verkeerde kant op was gegaan. Ik keerde om.

Ik was nog steeds aan de vroege kant, dus deed het rustig aan. Onderweg bereide ik me in mijn hoofd voor op het gesprek. Wat ik van de website heb begrepen was dat het bedrijf actief is in trainingen en tijdschriften. De richting is financieel. Het uitzendbureau dat me gestuurd had, had me een vacatureomschrijving meegegeven. Ik keek er nog eens naar.

Per direct zijn wij op zoek naar een fulltime (40 uur) (m/v): Redactie assistent

De werkzaamheden
Het verrichten van administratieve en organisatorische werkzaamheden ter ondersteuning van de redactie van het Tijdschrift Financieel Management en Chief Financial Officer Magazine. De werkzaamheden omvatten hoofdzakelijk:
– Afhandelen inkomend telefoonverkeer
– Afhandelen reacties die binnenkomen via de site
– Verzenden van bewijsexemplaren
– Coördinatie fotografie
– Tijdschriften bijwerken in het online archief

Mijn vorige uitzendbaantje bij Achmea had ik precies twee dagen volgehouden. Daarna was ik zo verveeld en depressief geraakt dat ik bijna zonder afscheid te nemen de deur uit was gelopen en de metro was ingestapt. Daarvoor had ik een maand bij Dienst Werk en Inkomen gezeten in Amsterdam West. Mijn taken hier bestonden uit het omboeken van dossiers, samen met vijf andere uitzendkrachten. Het was een complete verspilling van belastinggeld geweest. We haalden de dossiers leeg, verwijderden vervolgens een paar blaadjes uit de stapel papier en tabbladen die niet meer nodig waren en stopte het overige papier in een nieuwe map. Die ging dan het archief in. Ik heb heel wat fascinerende verhalen gelezen in mijn tijd daar. Van een communist die meende levenslang recht te hebben op een uitkering omdat zijn ouders in de oorlog onrechtvaardig behandeld waren door de overheid, tot een Marokkaan die zijn vriend aangaf voor fraude: ‘Achmet heft uitkering maar werk tog saterdag op swart markt in befwijk.’ Het was wat dat betreft een fantastisch baantje geweest, zolang het duurde. Hoe vaak krijg je nou de kans om te graven in de sociale menselijke beerput van een Amsterdamse achterstandswijk? Maar goed, wellicht was de tijd aangebroken voor wat vastere ondergrond. Ik was nu een getrouwd man en had tijdens mijn huwelijksreis in Griekenland drie maanden de tijd gehad om na te denken over wat ik met mijn verdere leven wilde doen. Ik had nog steeds geen flauw idee.

De buitenkant van het pand van CxO Media zag er weinig indrukwekkend uit. Het bestond uit twee brede glazen ramen en een dikke, houten deur in het midden. Met witte letters stonden de bedrijfsnamen CxO Media en Finance Media op het raam gedrukt. Ik drukte op de bel en werd binnengelaten door een jonge donkerharige dame met een lieve glimlach. Ik werd op een bank geparkeerd met de mededeling dat ze Francesca ging halen, de hoofdredacteur van één van de bladen. Ik was in de veronderstelling geweest dat ik een gesprek zou hebben met Mando V, de uitgever van de tent. Nou ja, we zien het wel, dacht ik bij mezelf. Francesca was een enthousiaste dame met rossig haar. Ze heette me welkom en stelde voor naar het café om de hoek te gaan. De ruimte waar ze normaal dit soort gesprekken voerde was bezet. Mando had gebeld en zou er met een kwartiertje aankomen.

Café Wildschut was een drukke, gezellige bar met donkeren houten tafels die dicht bij elkaar stonden opgesteld. Het overige publiek bestond vooral uit studenten. Wij namen de tafel achter bij het raam waar het relatief gezien het rustigste was. Francesca haalde een cappuccino voor me en een glas thee voor zichzelf. ‘Weet je wat we doen bij CxO Media?’ vroeg ze. Ik antwoordde dat ik op de website had gezien dat ze financiële bladen uitbrachten en trainingen aanboden. ‘Dat klopt’, antwoordde Francesca. ‘We hebben ook zo’n 20 websites en we organiseren grote congressen voor financiële professionals.’ Vervolgens pakte ze mijn CV dat ik in tweevoud op tafel had gelegd. Ze werd direct enthousiast toen ze zag dat ik een tijdje in India had gezeten. Zelf kwam ze daar regelmatig omdat haar vriend bij een architectenbureau werkte met belangen in India. Ze vond het een fantastisch land, vertelde ze. Na het uitwisselen van wat wetenswaardigheden over de bezochte plaatsen, zag ze dat ik een jaar op de School voor Journalistiek had gezeten in Zwolle en werd ze weer enthousiast. Ze had daar zelf haar studie gedaan. Toen ze vroeg waarom ik na een jaar was gestopt, zei ik maar dat de school me niet zo had gelegen. In werkelijkheid had ik mezelf dat jaar nagenoeg volledig in coma geblowd en niet meer dan 6 van de benodigde 40 studiepunten behaald.

Na een paar minuten kwam Mando binnen. Ik had een zwarte man veracht in pak, maar het was een Aziatische man (wel in pak). Hij was druk aan het bellen in zakelijk jargon. ‘Ja Ad, we gaan die community van drie kanten inpakken. Vanuit de content, in netwerksetting en dan een-op-een. Ja ja ja!’ Mando was bijzonder energiek. Hij was van mijn leeftijd, maar hij had duidelijk extreem veel zelfvertrouwen in wat hij deed. Een succesvol zakenman, dat was meteen helemaal zichtbaar. Na zijn telefoontje stak hij zijn hand uit. ‘Sorry, dat ik zo laat ben. Het is echt een gekkenhuis momenteel. Maar het gaat goed, echt goed.’

We praatte een beetje over wat ik zoal gedaan had. Het was vrij duidelijk dat Mando en ik een goede klik hadden. Francesca werd hier wat onzeker van. Zij was hoofdredacteur van het magazine en ik zou haar redactie-assistent worden. Zij zou dus de keuze moeten maken, maar in het gesprek was Mando duidelijk leidend. ‘Wat wil je doen?’ vroeg hij me. Ik zei dat ik me wilde ontwikkelen in schrijven en het organiseren van events. ‘Dat is perfect’, zei hij. ‘Jij wilt het graag. Ik zie het in je ogen!’. Dat was het gesprek. De conclusie was dat ik de volgende week een dagje zou meedraaien op de redactie. Met een goed gevoel verliet ik het café. Het is fijn wanneer iemand vertrouwen in je toont. En Mando had het goed gezien uiteraard.

Advertenties

Geld verdienen in de journalistiek

‘In de journalistiek valt geen reet meer te verdienen’, is een stelling die ik regelmatig hoor. Men stelt vaak dit dat komt door de komst van internet, maar ik vraag me af of het ooit anders in geweest. De meeste schrijvers/journalisten zijn nu eenmaal arme sloebers, of ze nu werken voor kranten, bladen, of proberen eigen werk (boeken) te slijten. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een biografisch stuk over Hunter S. Thompson, een briljant schrijver, maar ook hij had grote moeite om zijn eerste boeken gepubliceerd te krijgen. Ook later in zijn carrière, toen hij een gevestigd auteur was, had hij nog te maken met gebrek aan funding. De meeste uitgevers zijn ook vaak ondernemingen die grote moeite hebben overeind te blijven. Ze hopen een bestseller uit te brengen waarmee ze hun verliesgevende projecten kunnen financieren.

Traditioneel, zijn er twee manieren om geld te verdienen aan content; adverteerders die zich willen associëren met de titel en/of de inhoud en gebruikers die willen betalen voor het consumeren van de content. In deze nieuwe tijd is er wel wat veranderd aan het uitgavenpatroon van beide groepen. Mijn stelling is dat er met het juiste model nog altijd wat te verdienen valt. Laten we hier naar kijken…

Het bedrijf waar ik momenteel voor werk – Alex van Groningen – is geen traditioneel mediabedrijf, maar de mediatak is er later bijgekomen. Het bedrijf richt zich op financiële professionals (CFO’s, controllers, finance managers, fusie & overname specialisten) met trainingen en communities (o.a. congressen, award shows & netwerkborrels). In het aanbieden van communities is Alex van Groningen een absolute voorloper.

De jaarlijkse CFO Day

De jaarlijkse CFO Day

Het doel van het opzetten van de mediatak (CxO Media) was tweeledig. Ten eerste is het bedrijf een echte ‘bereikboer’, die miljoenen folders het land in stuurt om voldoende klanten te werven voor de trainingen en opleidingen. Voor een dergelijk bedrijf is een eigen distributiekanaal natuurlijk fantastisch voor de promotie van activiteiten die het bedrijf organiseert.

Het tweede doel was het genereren van directe inkomsten, enerzijds via adverteerders en voor sommige bladen via betalende abonnees. Een goed model, maar in de huidige tijd zijn er twee problemen mee. 1.) Lezers willen het type vakcontent dat in de bladen te vinden is gratis kunnen lezen via internet of print (cc distributie). 2.) Advertentie-inkomsten lopen terug. Deels door de crisis, maar het is duidelijk dat ook de voorkeuren van adverteerders veranderen.

De onderneming heeft een mooie oplossing gevonden voor deze uitdagingen. Via het aanbieden van een lidmaatschap van verschillende communities (CFO Association, FM Club & M&A Community), betaal je als ‘gebruiker’ niet langer voor puur het ontvangen van de bladen, maar om aanwezig te mogen zijn op clubevents en netwerkborrels. Hetzelfde geldt voor adverteerders die nu als gastheer op de borrels kunnen zijn en direct leden van hun doelgroep kunnen ontmoeten. Niet langer plat adverteren dus, maar netwerken.

Adverteerders zijn bereid hier voor te betalen en gebruikers ook. Alex van Groningen kon dit model relatief makkelijk implementeren omdat het bedrijf reeds actief was in de community business. Wat nieuw is, is het betaalde lidmaatschap. Eerst konden leden van de doelgroep al gratis komen op grote gesponsorde evenementen zoals CFO Day. Dat kan nog steeds, maar nu zijn er vele netwerkborrels bij gekomen en het kost contributie om hier aanwezig te mogen zijn. Dit model – het koppelen van een titel aan een club of community – kan kleine vakuitgevers in leven houden, maar ook kranten zouden er hun voordeel mee kunnen doen.

Dan is er nog de vraag of mensen bereid zijn te betalen puur voor content. Ik denk voor sommige vormen wel. Ik ben momenteel bezig met een uitgebreide feature over James Bond, bestaande uit lijstjes met de beste Bond-slechteriken, Bond Girls, gadgets, voortuigen, et cetera. Precies het type content dat in bakken gratis op het internet te vinden is. Net als mijn Hunter S. Thompson serie typische Wiki-content is, waar je geen rooie cent mee kan verdienen. Maar dat maakt niet uit, want ik doe het uit passie. Aanbieders van deze typen content, zoals veel bladen, moeten serieus gaan nadenken over hoe ze kunnen concurreren met alle gratis aanbieders die op het internet te vinden zijn.

Afgelopen week las ik op de website van Het Financieele Dagblad over een nieuwe uitgeverij genaamd Forfor. Deze uitgeverij geeft tientallen bestaande journalistieke werken opnieuw uit, maar dan digitaal, als e-boek, voor een prijs van 4,99 euro. Fosfor heeft op dit moment zestig eerder verschenen, maar niet meer leverbare journalistieke werken in zijn fonds. De uitgeverij denkt daarmee ook een lezersgroep te kunnen interesseren die nu niet wordt bereikt: jongere consumenten die de klassieke werken niet kennen en weinig boeken op papier lezen. ‘Deze zogenoemde digital natives zijn opgegroeid met digitale technologie’, aldus medeoprichter Evert Nieuwenhuis. ‘Er wordt wel beweerd dat zij niet voor digitale content willen betalen, maar het blijkt dat ze daartoe wel degelijk bereid zijn als je ze bedient, zoals ze gewend zijn om te worden bediend.’

Ik denk dat hij helemaal gelijk heeft. Neem Hunter S. Thompson, ik zou er veel geld voor willen betalen om de e-versie te downloaden van de twee edities van Rolling Stone Magazine uit 1971, waarin zijn meesterwerk Fear and Loathing in Las Vegas te lezen is. Maar toegang tot het archief hebben alleen abonnees van het blad. Daarnaast moet je voor de iPad zelfs een apart lidmaatschap nemen, zelf als je abonnee bent van het geprinte magazine. Gemiste kans voor Rolling Stone.

Rolling Stone Magazine

Conclusie: er valt nog wel degelijk geld te verdienen met journalistiek alleen de vorm vereist de nodige aanpassing. Zowel adverteerders als gebruikers hebben andere voorkeuren. Bedien ze zoals ze dat fijn vinden en je kunt ook in deze tijd succesvol zijn als uitgever en journalist.

Drunken Sailor

Op Sail 2010 met Heineken? Er zijn zeker slechtere manieren om de zaterdag te spenderen. De afdeling Media Relaties nodigde mijn collega Michiel en mij uit voor een informeel vaartochtje lang het Sail gekkenhuis van 2010 (half miljoen mensen op zaterdag!). De opzet was informeel ouwehoeren met vakgenoten en Heineken-bestuurders onder het genot van een biertje. Als journalisten van vakmedia (op de gebieden fusies & overnames en financieel management) doen wij eigenlijk niks op het gebied van investor relations. Desondanks dragen wij de firma Heineken een warm hart toe. Dat heeft zich dit jaar vertaald in minimaal twee publicaties. Michiel interviewde de CFO Hooft Graafland en ik interviewde de financiële man van dochterbedrijf Vrumona.

Ondanks deze geringe aandacht waren wij met twee man het best vertegenwoordigde medium op de boot. Nog wat andere journalisten/fotografen van onder meer Dow Jones, Beleggers Belangen en Telegraaf hadden ook hun weg naar zeilboot ‘Elizabeth’ weten te vinden, maar het was relatief rustig. Het werd een gezellig tochtje langs de grachten en aangezien Sail toch wel iets weg heeft van ‘zien en gezien worden’ hadden wij zeker een boot met aardige prestige: Heineken is toch wel één van de coolste merken die Nederland rijk is. De fat boy zakken vielen ook nogal in de smaak bij passerende boten.

Mijn zeebenen werden door de uitstekende catering nogal op de proef gesteld en ik kreeg het ook nog voor elkaar om bijna op een zitzak in slaap te sukkelen. Desondanks hebben Michiel en ik ons netjes gedragen, dus hopelijk kunnen wij bij een volgend press-event weer op een uitnodiging rekenen. Andere organisaties mogen trouwens best een voorbeeld nemen aan de bierbrouwer. Het aantal dergelijke uitnodigingen voor twee journalisten van CxO Media is zeer beperkt te noemen. Voor Sail is het overigens wel beter als Heineken het blijft doen. Ik denk dat een bedrijf als Boskalis toch een minder jaloersmakende gastheer is voor passanten op de kade.

Kapitein iglo was van de partij

Dit was de boot

Michiel kachellam

Old School