‘The Curse of Lono’ – Het Hawaii avontuur van Hunter S Thompson

Door Jeppe Kleijngeld

‘The banter went on for a while, then I lashed the wheel so the boat wouldn’t wander and went down for a beer. Captain Steve had crawled into the cabin and passed out on top of the ice locker. Ackerman still looked dead and he seemed to be barely breathing, so I rolled him over on his side and hung a bell around his neck so I could hear him if he started vomiting.’
– The Curse of Lono (1983)

The Curse of Lono 1

‘The Curse of Lono’ is een vreemd Gonzo avontuur dat schrijver Hunter S. Thompson begin jaren 80’ op Hawaï beleefde, samen met zijn Britse vriend en illustrator Ralph Steadman. Inderdaad, de eighties, een nieuw tijdperk voor de dokter. Hoe slaat hij zich er doorheen? Heel goed. ‘The Curse of Lono’ bevat alle gebruikelijke elementen – drank, drugs, wapens – maar voegt daar stormen, bommen, marlijnen en oude Hawaiiaanse goden aan toe. Een explosieve mix.

Het boek begint met een brief die Thompson naar zijn maatje Steadman stuurt:
Dear Ralph, I think we have a live one this time, old sport. Some dingbat named Perry up in Oregon wants to give us a month in Hawaii for Christmas and all we have to do is cover the Honolulu Marathon for his magazine, a thing called Running. . . .

Thompson geeft aan eigenlijk geen dergelijke rapportageklussen meer aan te nemen, omdat er met degelijke journalistiek geen cent meer te verdienen valt. Het is een tijd om in films te stappen, schrijft hij. Een paar jaar eerder was Thompson onderwerp van een Hollywood film getiteld ‘Where the Buffalo Roam’. Zijn laatste echte boek ‘Fear and Loathing on the Campaign Trail ’72’ was al weer 10 jaar geleden, dus het was wel weer eens tijd. In 1979 verscheen wel zijn gebundelde journalistieke werk in ‘The Great Shark Hunt’.

Thompson en Steadman nemen de opdracht dus aan en vertrekken naar Hawaii. Wie Thompson een beetje kent weet dat er van het verslaan van de marathon niet veel terecht komt. De twee vrienden vertrekken al snel naar Kona om van hun vakantie te gaan genieten. Maar het eiland wordt geteisterd door zware stormen en hun leven komt een paar keer in gevaar. Thompson, maar vooral Steadman, beschouwen het avontuur als een echte nachtmerrie (een ‘vloek’). Het duurt niet lang voordat Steadman vertrekt en Thompson achterblijft met enkele lokale mafketels en drugs freaks.

Curse of Lono 2

Naast Thompson’s vaak hilarische verhalen en beschrijvingen is het boek doorspekt met oude teksten over de geschiedenis van Hawaii, waarin de god Lono een grote rol speelt. In Hawaiiaanse mythologie is Lono de god van de vruchtbaarheid, landbouw, regen, muziek en vrede. Thompson schrijft dat hij ook god was van het overvloedige misbruik van bedwelmende middelen. Het boek bevat tevens teksten over de laatste reis van kapitein James Cook, van wie sommige Hawaiianen geloofden dat hij de teruggekeerde Lono was. Dit zou ook tot de dood van Cook hebben geleid volgens sommige verhalen.

De rest van Thompsons verblijf staat vooral in het teken van diepzeevissen; Thompson is er sterk op gebrand een marlijn te vangen, en hier slaagt hij uiteindelijk ook in. De vis slaat hij vervolgens dood met een Samoaanse oorlogsknuppel. Vervolgens gelooft Thompson dat hij zelf de gereïncarneerde Lono is en dat schreeuwt hij ook uit wanneer hij arriveert in de Baai van Kailua na het vistochtje.

‘The Curse of Lono’ is het rijkst geïllustreerde boek dat Thompson geschreven heeft. Het is dan nadrukkelijk uitgebracht als een coproductie van de twee vrienden, en Thompson stond er bij de uitgever op dat ‘dit niet zijn volgende boek’ genoemd mocht worden. En eerlijk is eerlijk: Steadman levert hier zelfs beter werk af dan Thompson met zijn voortreffelijke illustraties. Al met al is dit wederom een geslaagd Gonzo avontuur van Thompson aka Raoul Duke aka Lono.

‘King Lono was a chronic brawler with an ungovernable temper, a keen eye for the naked side of life and a taste for strong drink at all times…’

Dat van die reïncarnatie zou best eens kunnen kloppen…..

‘The Great Shark Hunt’ – Gebundelde waanzin van Hunter S. Thompson

Door Jeppe Kleijngeld

‘I have already lived and finished the life I planned to live – (thirteen years longer, in fact) – and everything from now on will be A New Life, a different thing, a gig that ends tonight and starts tomorrow morning.’
– The Great Shark Hunt (1979)

The Great Shark Hunt 1

In 1979 publiceerde gonzo journalist Hunter S. Thompson een verzamelde bundel werk vanaf 1958 tot 1979 onder de titel ‘The Great Shark Hunt’. De verhalen komen uit verschillende bronnen, waaronder The New York Times en natuurlijk Rolling Stone Magazine. Dit kan wel beschouwd worden als de ultieme collectie korte verhalen en journalistieke werken van Thompson omdat ze uit het tijdperk komen waar hij voor geboren was: de jaren 60’ en 70’.

Het rijk gevulde volume bevat sportverhalen, zoals Thompson’s verslag van de Superbowl van 1974 voor Rolling Stone Magazine (‘Fear and Loathing at the Super Bowl’). Voor het meer obscure Scanlan’s Monthly schreef hij ook een aantal verhalen, waaronder het eerder besproken ‘The Kentucky Derby is Decadent and Depraved’, maar ook een commentaar op de commerciële carrière van wereldberoemd Olympisch skiër Jean-Claude Killy. Ook schrijft hij veel over Zuid-Amerika voor The National Observer, waarvoor hij in het begin van zijn carrière correspondent was.

‘The Great Shark Hunt’ kent behalve de Gonzo journalist een aantal terugkerende personages, zoals de Britse cartoonist Ralph Steadman. Hij wordt afgeschilderd als dronken pechvogel en komt in verschillende artikelen terug, zoals ‘Fear and Loathing at The Watergate: Mr. Nixon Has Cashed His Check’ en in een hilarisch interview met Thompson over ‘America’, een grafisch boek van Steadman waarin hij zijn ervaringen over de Verenigde Staten deelt.

Ook Thompson’s beroemde advocaat Oscar Zeta Acosta, die eerder model stond voor Dr. Gonzo in ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, komt aan bod. Allereerst in ‘Strange Rumblins in Aztlan’ (zie verderop) en daarna in ‘The Banshee Screams For Buffalo Meat’, een artikel dat in 1977 in Rolling Stone Magazine verscheen en gaat over de verdwijning van Acosta en geruchten over zijn terugkeer. Dit artikel vormde de basis van de eerste film over Hunter S. Thompson ‘Where the Buffalo Roam’ uit 1981.

Het artikel staat vol met memorabele beschrijvingen van zijn befaamde advocaat. De meest bekende is later gebruikt in de verfilming van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ en luidt: ‘Oscar was one of God’s own prototypes – a high powered mutant of some kind who was never even considered for mass production. He was too weird to live and too rare to die.’ Prachtig, maar ook mooi vind ik: ‘Any combination of a 250-pound Mexican and LSD-25 is a potentially terminal menace for anything it can reach – but when the alleged Mexican is in fact a profoundly angry Chicano laywer with no fear at all of anything that walks on less than three legs and a de facto suicidal conviction that he will die at the age of thirty-three – just like Jesus Christ – you have a serious piece of work on your hands.’

Maar Thompson is niet eenzijdig lovend over zijn advocaat en vriend die waarschijnlijk vermoord is in Mexico in 1974. Een minder eerbiedige uitspraak is bijvoorbeeld; ‘We should have castrated that brain-damaged thief! That shyster! That blasphemous freak! He was ugly and greasy and he still owes me thousands of dollars!’ Maar ja, zo praatte (en schreef) Thompson nou eenmaal. Hij had wel degelijk bewondering voor Acosta die een krachtig advocaat was, maar geen advocaat meer wilde zijn maar een profeet voor zijn volk. Dat was waarschijnlijk de reden dat hij goedkeuring verleende voor de publicatie van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ waarin hij wordt afgeschilderd als drugsmisbruikende, criminele maniak. Het kon hem niks schelen dat hij geroyeerd kon worden. En daarmee is het laatste gezegd over deze advocaat, in het werk van Thompson althans.

Meer dan een bijpersonage is natuurlijk Nixon, die in het leeuwendeel van de verhalen de antagonist van Thompson is. Bijvoorbeeld in ‘Memoirs of a Wretched Weekend in Washington’ over de inhuldiging van Nixon in 1969. Thompson: ‘My First idea was to load up on LSD and cover the inauguration that way, but the possibilities were ominous: a scene that bad could only be compounded to the realm of mega-horrors by something as powerful as acid. No . . . it had to be done straight, or at least with a few joints in calm moments . . . like fast-stepping across the mall, bearing down on the Smithsonian Institution with a frenzied crowd chanting obscenities about Spiro Agnew . . . mounted police shouting ‘Back! Back!’… and the man next to me, an accredited New York journalist, hands me a weird cigarette, saying, ‘why not? It’s all over anyway . . . ’

Het meest memorabele verhaal in het boek is ‘Strange Rumblins in Aztlan’, het enige echte Fear & Loathing verhaal van Thompson dat geen Fear & Loathing in de titel heeft. De Gonzo journalist doet hierin verslag van de periode in Oost Los Angeles na de moord op Chicano journalist Ruben Salazar. Salazar was naar verluidt door de politie vermoord, na diverse malen gewaarschuwd te zijn over het publiceren van zijn onthullende verhalen over hoe de machtige blanke machtstructuur de Chicano gemeenschap onderdrukte in die tijd. De Chicano’s kwamen masaal in opstand, bijgestaan door Oscar Zeta Acosta.

The Great Shark Hunt 2

Een artikel dat nu op een nare manier profetisch lijkt is ‘What lured Hemingway to Ketchum?’ dat gaat over de onbetekenende plaats in Idaho, waar beroemd schrijver Ernest Hemingway zijn laatste dagen sleet. Het wat sombere verhaal eindigt met: ‘So finally, and for what he must have thought the best of reasons, he ended it with a shotgun.’ Dat schreef Thompson in 1964, iets meer dan 40 jaar voor hij hetzelfde deed. Dat doet je bijna afvragen hoeveel van zijn legende hij van te voren bedacht heeft.

Het titelverhaal is een hilarische omschrijving van een über decadente viscompetitie waarvoor Thompson verslag uitbracht voor Playboy Magazine. Het is een echt Gonzo-verhaal, dus volstrekt onduidelijk wat echt, fantasie, observatie of door drugs opgewekte waanbeelden zijn. Thompson: ‘All I could think about was ice – throwing one cupload after another into the back seat. The acid, by this time, had fucked up my vision to the point where I was seeing square out of one eye and round out of the other. It was impossible to focus on anything; I seemed to have four hands…’

De traditionele journalist zou bij een dergelijke opdracht bovenop de actie zitten, maar Thompson valt in slaap on een strand en mist de boot. ‘Deep-sea fishing is not one of your king hell spectator sports. I have watched a lot of bad acts in my time, but I’m damned if I can remember anything as insanely fucking dull as that Third Annual International Cozumel Fishing Tournament.’

Vissen zou ook een belangrijke spelen in het volgende boek van Thompson, genaamd ‘The Curse of Lono’.

Typemachine

Instructies voor het lezen van Gonzo Journalistiek

Recentelijk publiceerde ik op deze blog enkele stukken over het werk van de beroemde Gonzo Journalist Hunter S. Thompson, zoals:
Fear and Loathing in Las Vegas
Fear and Loathing: On the Campaign Trail 72’

Behalve een beeld schetsen van Thompson was het ook mijn intentie om schrijvers en journalisten inspiratie en ook wat handvaten te bieden voor het zelf schrijven – of liever performen – van Gonzo Journalistiek. Ik heb zelf een paar bescheiden pogingen gewaagd en ervaren dat dit extreem moeilijk is. Het is een vorm van journalistiek die voor sommigen waarschijnlijk beter is louter te consumeren, dan om te pogen zelf te schrijven.

Daarom hierbij een handleiding – geschreven door de goede oude Hunter zelf – over hoe Gonzo journalistiek geconsumeerd dient te worden. Het is wel voor durfallen. Zelf zou ik nooit een injectienaald in mijn navel durven steken, brrrr. Maar voor de liefhebber wellicht de moeite van het proberen waard.

Instructions for reading Gonzo Journalism
– – November 1971 – – Washington D.C. – –

• Half pint, 10-inch hypo-needle (the kind used for spinal taps & inoculating bulls).
• Fill this full of rum, tequila or wild turkey & shoot the entire content straight into the stomach, thru the navel. This will induce a fantastic rush – much like a ¾ hour amyl high – plenty of time to read the whole saga.

Reading Gonzo Journalism 1

Gonzo Journalism – like quadrophonic 4-dimensional sound – exists on many levels: It is not so much “written” as performed – and because of this, the end result must be experienced. Instead of merely “read.”
Beyond that, it should be experienced under circumstances approximating – as closely as possible – the conditions surrounding the original performance. For this reason, the editors have agreed to pass the author’s “reading instructions” along to all those who might want to “experience” this saga under the “proper conditions.” We offer them without comment – & certainly without recommendation.
To wit: Read straight thru, at high speed, from start to finish, in a large room full of speakers, amplifiers & other appropriate sound equipment. There should also be a large fire in the room, preferably in an open fireplace & raging almost out of control.
(alternative, hot tub & vibrator).
The mind & body must be subjected to extreme stimulus, by means of drugs & music.
– Hunter S. Thompson

Bron: Fear and the Loathing in Las Vegas, DVD Criterion Collection (2003)

Reading Gonzo Journalism 2

Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72

‘The nut of the problem is that covering this presidential campaign is so fucking dull that it’s just barely tolerable . . . and the only thing worse than going out on the campaign trail and getting hauled around in a booze-frenzy from one speech to another is having to come back to Washington and write about it.’
– Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72 (1973)

Fear and Loathing on the Campaign Trail 1

Het is vreemd om na ‘Fear and Loathing in Las Vegas’ dit boek te lezen, omdat Thompson zich hierin bewijst als zeer serieus en bekwaam verslaggever, die presidentskandidaten interviewt, zich een expert toont in het politieke proces en bijzonder scherpe analyses maakt.

Zoals de titel aangeeft volgde Thompson in 1972 de run voor het presidentschap. Hij deed dit uiteraard in geheel eigen stijl, gebruik makend van alle vreemde journalistieke methoden mogelijk. Geen saaie politieke verslaggeving dus, maar een snelle en wilde trip vol drugs, drank, corruptie, vreemde ontmoetingen en bizarre anekdotes.

Frank Mankiewicz, de campagne manager van democratisch kandidaat George McGovern omschreef het boek dan ook gedenkwaardig als: ‘the least factual, but most accurate account of the 1972 presidential campaign.’ Met ‘least factual’ refereert hij aan de Gonzo stijl die Thompson hanteert waardoor voor de lezer het onderscheid niet duidelijk is tussen echte gebeurtenissen en verzinselen van de verslaggever. En met ‘most accurate’ complimenteert hij Thompson die een bijzonder scherp inzicht heeft in de onderliggende krachten die in de campagne speelden.

‘Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72’ is wel een stuk minder tijdloos dan Thompson’s andere werken. Het gaat immers om een presidentsverkiezing ruim 40 jaar terug en de kandidaten waar het om gaat zijn inmiddels allemaal al (lang) van het toneel verdwenen. Toch is het boek nog steeds de moeite waard vanwege de grensoverschrijdende stijl die Thompson gebruikt. Hij kruipt zo dicht op de huid van de campagne dat het als lezer voelt alsof je er zelf bij bent en deel van uitmaakt. En dat maakt het tot zo’n toonaangevend journalistiek werk. Het geeft diep inzicht in de werking van het Amerikaanse politieke systeem en zou een verplicht boek moeten zijn voor studenten journalistiek die de politieke kant op willen.

Hoe ging het er in ’72 aan toe, of eigenlijk in iedere Amerikaanse presidentscampagne? Om in het Witte Huis te belanden heb je als kandidaat een gigantische politieke organisatie nodig, bestaande uit toegewijde vrijwilligers die geloven in jouw idealen. De vrijwilligers moeten kiesdistricten gaan bewerken en dat is een megaklus. Ze moeten precies uitzoeken wie voor de kandidaat zijn, wie tegen en wie nog niet besloten hebben. Van de eerste groep moeten ze zorgen dat ze naar de stembus gaan. De laatste groep moeten ze overtuigen middels promotiematerialen en speeches.

Fear and Loathing on the Campaign Trail 2
Thompson met presidentskandidaat George McGovern

De verkiezingen van 1972 gingen grotendeels tussen zittend president Richard Nixon en de democratische uitdager George McGovern. Wanneer je leest hoe Thompson denkt over Nixon, ‘when the Great Scorer comes to list the main downers of our time, the Nixon inauguration will have to be ranked Number One’, kun je alleen al voorstellen hoe hij gaat reageren als Nixon wederom wint.

De voorverkiezingen van de democraten begonnen in december ’71 en het was al snel duidelijk dat ze weinig hadden in te brengen tegen Nixon. Hun beste kans was in eerste instantie Ed Muskie, een ramp volgens Thompson. Andere deelnemers waren Hubert Humphrey (die Thompson omschrijft als ‘treacherous, gutless old ward healer’) en de racistische George Wallace, die tijdens de campagne werd neergeschoten. Later in de voorverkiezing nam George McGovern het voortouw, een kandidaat die Thompson wel erg kon waarderen. In juni 72’ wint McGovern inderdaad de democratische nominatie.

Naarmate de campagne vordert wordt Thompson steeds wanhopiger; ‘I’m beginning to wonder just how much longer I can stand it: this endless nightmare of getting up at the crack of dawn to go out and watch the candidate shake hands with workers coming in for the day shift at the Bilbo Gear and Sprocket Factory, then following him across town for another press-the-flesh gig at the local slaughterhouse… then back on the bus and follow the candidate’s car through traffic for forty-five minutes to watch him eat lunch and chat casually with the folks at a basement cafeteria table in some high-rise Home for the Aged. Only a lunatic would do this kind of work: twenty-three primaries in five months; Stone drunk from dawn till dusk and huge speed-blisters all over my head. Where is the meaning? That light at the end of the tunnel?’

En dat einde kwam in november toen de race definitief in Nixon’s voordeel werd beslist. Maar voor dat gebeurde maakt Hunter nog het nodige mee. Zo test hij de befaamde Vincent Black Shadow motor, ontmaskert hij de democratische kandidaat Hubert Humphrey als Ibogaine verslaafde (een verzonnen gerucht dat Thompson naar buiten bracht en wat geloofd werd), heeft hij een 1 op 1 toilet-interview met McGovern, verdrinkt hij bijna in Miami en vliegt hij mee met het White House vliegtuig en de befaamde Zoo Plane, een secondair vliegtuig voor de politieke pers volgeladen met drank en drugs.

De campagne eindigt in mineur. Thompson is compleet uitgeblust en zijn kandidaat McGovern verliest dik van Nixon met maar liefst 23 procentpunten verschil. Waar McGovern de fout in is gegaan is de benoeming van zijn vice-president. In eerste instantie koos hij Thomas Eagleton, maar die kwam al snel in de media met een psychiatrisch verleden (Eagleton had geleden aan depressies en had naar verluid shockbehandelingen ondergaan). McGovern zei eerst 100 procent achter zijn vice-president te staan, maar door alle druk die op hem werd gezet, verving hij uiteindelijk toch Eagleton voor Sargent Shriver. McGovern, die populair werd vanwege zijn anti-politieke instelling en anti-Vietnam oorlog standpunt, verloor hierdoor het respect van zijn kiezers, volgens Thompson’s analyse. Vooral bij de belangrijke jeugdige stemmers.

En dus moest Thompson accepteren dat hij nog vier jaar langer Nixon moest verdragen. Toch geeft hij te kennen in 1976 wel weer op pad te willen gaan voor de campagne. Hij is een political junky voor wie een presidentscampagne de best mogelijke opdracht is. Door zijn verslaggeving van deze campagne – dat vaak als zijn beste werk wordt beschouwd – werd hij echter zo bekend dat nogmaals als journalist deelnemen zinloos geweest zou zijn. Iedere politicus zou weglopen als ze hem zouden zien aankomen.

Zijn uiteindelijke analyse van het politieke proces luidt als volgt; ‘We’ve come to a point where every four years the national fever rises up – this hunger for the saviour, the white knight – and whoever wins becomes so immensely powerful, like Nixon is now, that when you vote for President today you’re talking about giving a man dictatorial power for four years. I think it might be better to have the President sort of like the King of England – or the Queen – and have the real business of presidency conducted by . . . a City Manager-type, a Prime Minister, somebody who’s directly answerable to Congress rather than a person who moves all his friends into the White House and does whatever he wants for four years. The whole framework of the presidency is getting out of hand. You almost have to be a rock star to get the kind of fever you need to survive in American politics.’

Zijn vrouw Anita Thompson schrijft in haar ode aan Hunter ‘The Gonzo Way’ dat Thompson de rest van zijn leven gezocht heeft naar een kandidaat met dezelfde principes als McGovern, die het wel tot in Het Witte Huis zou schoppen. Hij heeft deze kandidaat nooit gevonden.

Four more years… Four more years… Four more years… Four more years… Four more years…

Icon 17 - Unicorn