Power of the Heart

In de Westerse samenleving is het hele bestaan van mensen gereduceerd tot doelloze materie. Wij zijn ons brein en meer niet. De documentaire ‘Power of the Heart’ laat een andere visie zien op mensen en de betekenis van onze levens. Een visie die goed aansluit op het veranderende wereldbeeld dat heel langzaam opkomt, maar nog lang niet de dominantie van de wetenschappelijke materialistische visie kan doorbreken. De documentaire betoogt dat helemaal niet alles uit het brein komt, maar dat er ook een diepe connectie bestaat tussen het hart en de geest.

Uit onderzoek van het Heart Math Instituut blijkt dat wanneer je mensen een random diashow van neutrale en stockerende plaatjes toont, hun harten al weten wanneer er een akelig plaatje komt voordat de proefpersonen (en hun breinen) dat weten. Alsof het hart in verbinding staat met een intuïtie onbegrensd door ruimte en tijd. Dit kun je zien als een super mind waar wij op zitten aangesloten, een intelligentie die alles bij elkaar houdt.

De rest van de documentaire is een vurig betoog om je hart open te zetten en ernaar te luisteren. Het hart geeft je de vonken van Goddelijkheid die je nodig hebt om je dromen te vervullen. De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho – één van de geïnterviewden – ging rechten studeren omdat zijn ouders dat wilde, maar eigenlijk wilde hij veel liever gaan schrijven. Uiteindelijk besloot hij zijn bruggen te verbranden en zijn droom te gaan volgen. “Een vis kan niet verdrinken in water”, aldus Coelho. “Een vogel kan niet uit de lucht vallen. Hoe vinden wij ons Goddelijke element? Luisteren naar ons hart: dit is het beste kompas. Volg je droom. Je zult misschien lijden of het onderspit delven, maar spijt krijgen zul je niet.”

Het openstellen van je hart brengt je ook liefde. Mensen die geen partner kunnen vinden moeten niet op zoek gaan, maar slechts hun hart openzetten. Een bloem gaat ook niet op zoek naar bijen, hij bloeit alleen en de bijen komen vanzelf. Loopt je relatie vast? Spreek uit je hart en je zult keer op keer de liefde opnieuw vinden. Het hart is wie we echt zijn: het meest wezenlijke deel van onszelf vinden we niet in ons intellect, maar in ons hart. Daar loopt de kracht van het universum doorheen. In je hart kijken is wel eng, maar angst is niet erg als je je er maar niet door laat verlammen.

Een heel aangrijpende episode in de film gaat over de prachtige vrouw Immaculée Ilibagiza die de genocide in Rwanda overleefde. Een Hutu-priester verborg haar en een groep andere Tutsi-vrouwen drie maanden lang in een badkamer. Twee keer kwam er een groep Hutu moordcommando’s langs. De eerste keer misten zij als door een wonder de badkamer: dit was het enige huis in het dorp met twee badkamers. De tweede keer kreeg Ilibagiza een ingeving; ze vroeg de priester een kast voor de deur te schuiven. Door de deur heen hoorde ze dat het een oud klasgenoot was die haar wilde vermoorden. Zonder de kast ervoor hadden de moordenaars deze keer zeker de badkamer gevonden.

Toen ze na drie maanden uit de badkamer kwam was iedereen dood: haar ouders, grootouders, broers en beste vriendinnen. Maar wraakgevoelens veranderde haar lichaam in vergif. Wilde ze horen bij mensen die haten zoals Hitler en Mussolini? Of bij mensen die liefhebben zoals Gandhi en Mandela? Ze koos voor de laatste. Voor de moordenaars van haar familie voelde ze compassie. Stel dat je tientallen mensen hebt omgebracht met een machete: vrouwen en baby’s… Wat doet dat met je ziel? Ze bezocht de moordenaar van haar broer en moeder in de gevangenis en zag dat het een oude schoolleraar van haar was, een man die zelf kinderen had. “Ik vergeef je” zei ze tegen hem. Ze gunde hem zijn eigen verwerkingsproces. De gevangenisdirecteur was woest op haar, maar ze had geen spijt. Integendeel: vergiffenis is iets heel krachtigs voor anderen en voor jezelf.

Het volgen van je hart klinkt logisch en gemakkelijk, maar dat laatste is het niet. Immaculée Ilibagiza deed het als vanzelf, maar zij is een echte uitzondering. De reis van het hoofd naar het hart is de langste en moeilijkste die er is. Dit heb ik zelf ervaren en ervaar ik nog steeds, want ik ben er nog lang niet. Maar ik blijf het proberen omdat ik de kracht van het hart (en de limieten van het intellect) zelf heb ervaren. Als je antwoorden zoekt op levensvragen, kijk niet verder dan je hart.

Ayahuasca

Vine of the Soul: Encounters with Ayahuasca (2010)
ayahuasca-1

Genre: Documentary
Regisseur: Richard Meech
Cast: Guillermo Arévalo, Gabor Mate, Dennis J. McKenna
Lengte: 52 min

Ayahuasca – wat ‘wijn van de ziel’ betekent is een kruidendrankje dat door sjamanen wordt gemaakt in de oerwouden van Peru. Het wordt altijd gemaakt van twee planten. Eentje daarvan bevat het hallucinogeen dimethyltryptamine oftewel DMT.

Ik heb zelf één keer in mijn leven een ingrijpende ayahuasca-ervaring meegemaakt (in 2001). Deze ervaring beschrijf ik in mijn nog niet afgeronde verhaal ‘Magische Dagen deel 2 – Ayahuasca: een liefdesgeschiedenis’. Mijn interesse in dit middel komt vooral door deze diepe spirituele ervaring.

In de amazone is ayahuasca een volledig ingeburgerd en legaal middel. De inheemse bevolking gebruikt het al eeuwen om lichamelijke en spirituele kwalen te genezen. Het is een essentieel onderdeel van de cultuur en hun leven.

De notie dat er een spirituele kant zit aan het genezingsproces is compleet weggesneden uit de biogeneeskunde in onze maatschappij. Onze maatschappij is erg materieel georiënteerd en geeft mensen daarmee niet wat ze echt nodig hebben. De ‘plantenleraar’ ayahuasca kan mensen helpen opnieuw de verbinding te maken met de natuur.

Ayahuasca laat mensen zien waar de mensheid vandaan komt; uit de ruimte. Dit kan ik bevestigen vanuit mijn eigen trip. Ook laat het zien waar energie vandaan komt in de vorm van licht. We zijn allemaal gevormd door een relatie tussen natuur, energie en licht. Ayahuasca laat mensen zich compleet voelen; daarom is het een geschikt middel om mensen af te laten kicken van een verslaving. Verslavingen worden meestal gedreven door de behoefte om een leegte op te vullen.

In deze documentaire trekken twee Canadezen, Rob een boekhouder en Kirstie een arts, samen naar Peru om ayahuasca uit te proberen. Ze trekken de Amazone in waar ze bij de sjamaan Guillermo de heilzame plant gaan uitproberen. Guillermo is een gids die zowel de lokale bevolking als sinds kort Westerlingen helpt met hun lichamelijke, geestelijke en spirituele problemen. Dat doet hij met behulp van ayahuasca.

Rob wil het doen om betekenis te vinden in zijn leven en Kirstie is benieuwd naar wat het middel kan betekenen voor haar patiënten. Na het innemen van de plant wordt de sfeer wat zwaar, iets wat de begeleiders verlichten met zingen. Rob en Kirstie laten zich meevoeren en voelen al snel een connectie met iets dat veel groter is dan zijzelf. ‘Het gevoel is subliem’, vertelt Rob. ‘Alles wat je met je lichaam doet, een simpele hoofdbeweging of ademteug, voelt zo levensbevestigend omdat je in complete harmonie bent met alles om je heen.’

Is er een sleutelinzicht dat je krijgt als je vaak ayahuasca gebruikt? vraagt de documentairemaker aan een ervaren ambassadeur van de plant. Zijn prachtige antwoord luidt: ‘we don’t know shit. We humans often think we’re running the show, but ayahuasca shows us that not only are we not running the show, we don’t even know what the show is. So be humble, and remember that you don’t know shit.’

Deze documentaire heeft mijn interesse in ayahuasca weer enorm aangewakkerd.

ayahuasca-2

Het momentum van de jaren 70′

‘Maybe it’s the most important thing happening in the whole universe’

Ach ja, de seventies: het mooiste tijdperk waarin ik nooit geleefd heb. ‘Taking Woodstock’ (2009 – 40 jaar na Woodstock) brengt je er naar toe.

De Taiwanese regisseur Ang Lee (‘Crouching Tiger, Hidden Dragon’ / ‘Brokeback Mountain’ / ‘Life of Pi’) kan geen kwaad bij me doen. Alhoewel ‘The Hulk’ was………..

‘Taking Woodstock’ is alleen een aanrader voor een bepaald type freak. Voor iemand die in deze tijd bij de hippies had willen horen, maar niet helemaal. Voor een observator, een commentator, maar wel iemand die liefdevol is. En iemand die een hekel heeft aan het ‘establishment’, maar geen cynicus. Zo iemand dus.

De film gaat over een jongen – Elliot – die in het Amerikaanse gehucht El Monaco een motel runt met zijn ouders. De bank dreigt de boel te sluiten, maar door Elliot’s toedoen wordt het grootste festival aller tijden in de buurt georganiseerd: Woodstock, drie dagen vrede en muziek. Dat levert de familie de nodige cashflow op.

Het mooie van de film is de anticipatie. Er staat iets groots te gebeuren, het belangrijkste hippiefestival aller tijden. We zien het arriveren van duizenden hippies, die allemaal voelen: dit is het moment. Nu gaat het gebeuren… Liefde. En mooie, erotische, opwindende, magistrale, vreemde, magische, monumentale, en soms angstaanjagende momenten. Zulke anticipatie – als je het meemaakt – is goud. En de jaren 70′ zat er vol mee.

Binnenin het gebeuren plaatst Lee de dynamiek van een kleine familie, want Elliot moet ontglippen aan de grip van zijn dominante moeder. En familie dynamiek in Lee’s specialisme. Het neerzetten van een tijdsbeeld ook. En hoe pakt Lee het tot leven brengen van historische rockartiesten aan, zoals Jimi Hendrix, Janis Joplin en The Grateful Dead die op het festival hun opwachting maakten? Dat doet hij niet. Zoals een hippie het zegt; ‘je kunt toch niet zien wie op het podium staat’. En dat zal zo geweest zijn. Ach, wat ik zal zei; het gaat om de anticipatie.

Ja, de jaren 70’s was fantastisch: er waren idealen. Er was ook horror, neem de oorlog in Vietnam, maar er was een beweging gaande.

De hippies hadden uiteindelijk ook niet de antwoorden en de beweging stierf een tragische dood. Er is helaas niet iets blijvends ontstaan door Woodstock. Het zijn gewoon een half miljoen hippies geweest die uit hun plaat zijn gegaan op drugs. Ze hebben de wereld niet kunnen verbroederen. Maar daar waren ze wel mee bezig, en dat lijkt me een mooi iets om mee bezig te zijn. Stuur mij maar die kant op als de tijdmachine een feit is.

‘Wat gaat er nu gebeuren?’ vraagt Elliot aan één van de organisatoren van het festival. ‘Een nieuw festival in San Francisco’, antwoord hij. ‘Nog mooier dan dit festival.’ En dat is misschien wel een mooie metafoor voor de hele hippiebeweging. Ze hadden niet de antwoorden, maar hielden wel de mindset van vrede en liefde levend. En misschien bestaat die nog steeds wel. Ik voel de anticipatie al… Is het nog mogelijk anno 2015?

Woodstock 1

Woodstock 2

Woodstock 3

Woodstock 4

Woodstock 5

Woodstock 6

Woodstock 7

Woodstock 8

Woodstock 9

Woodstock 10

Woodstock 11

Dromen en dronken deliriums in San Juan (Over ‘The Rum Diary’ van Hunter S. Thompson)

‘Sounds of a San Juan night, drifting across the city through layers of humid air; sounds of life and movement, people getting ready and people giving up, the sound of hope and the sound of hanging on, and behind them all, the quiet, deadly ticking of a thousand hungry clocks, the lonely sound of time passing in the long Caribbean night.’
– The Rum Diary (1998)

The Rum Diary 1

Door Jeppe Kleyngeld

In 1960 bracht beroemd Gonzo journalist Hunter S. Thompson wat tijd door in San Juan, Puerto Rico waar hij werkte voor een sportblad, het begin van zijn carrière als sportverslaggever naast politieke junkie en toonaangevend auteur van de countercultuur beweging. Het blad ging kopje onder en Thompson solliciteerde bij de Engelstalige krant ‘The San Juan Star’, maar hij werd afgewezen. Terug in de Verenigde Staten kreeg hij in 1961 een baantje als beveiligingsbeambte bij de waterbronnen van Big Sur, Californië. In deze periode van acht maanden schreef hij twee boeken: ‘Prince Jellyfish’ en ‘The Rum Diary’. Thompson probeerde een uitgever te vinden voor deze boeken en faalde. ‘Prince Jellyfish’ is nooit uitgegeven, maar ‘The Rum Diary’ uiteindelijk wel in 1998.

‘The Rum Diary’ fictionaliseert Thompson’s ervaringen in Puerto Rico en zijn kwaliteiten als schrijver spatten van de pagina’s van deze prachtige roman. Het verhaal gaat over de jonge journalist Paul Kemp die bij een verlopen krant terecht komt in Puerto Rico, waar een zooitje dronken en parasitaire journalisten het proberen zo lang mogelijk uit te zingen voordat de krant definitief bankroet gaat.

Kemp heeft het gevoel dat hij al veel jaren verspild heeft, maar hij loopt tegen nieuwe mogelijkheden aan. Chenault – de sensuele vriendin van een collega – doet zijn lustgevoelens dermate opkomen dat het bijna te veel wordt. Dan is er de gladde PR-man Sanderson, die betrokken is bij louche dealtjes in de bloeiende economie van het Caribische land, waardoor Kemp geconfronteerd wordt met zijn eigen ambitieniveau. Wil hij voor weinig geld blijven schrijven over wat hij observeert? Of wil hij die kennis inzetten om rijk te worden, zoals Sanderson dat doet?

Hunter S. Thompson aan het werk in Aruba. De foto is gemaakt bij de Aruba Palm Beach Club met op de achtergrond het Aruba Caribbean Hotel. Thompson bezocht Aruba terwijl hij woonde op Puerto Rico.

Hunter S. Thompson aan het werk in Aruba. De foto is gemaakt bij de Aruba Palm Beach Club met op de achtergrond het Aruba Caribbean Hotel. Thompson bezocht Aruba terwijl hij woonde op Puerto Rico.

‘The Rum Diary’ is een roman over de jaren 60’ toen de wereld nog open lag voor Westerlingen om overal in te duiken en het welvaartsniveau lager lag, maar de hebzucht des te groter was. Ook is het een verhaal over liefde, drank, journalistiek en jezelf ontdekken. Kemp is nog niet het extreme Gonzo alter ego van Thompson dat Raoul Duke zou worden in ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, maar een iets gematigdere persoonlijkheid. Johnny Depp die Kemp portretteerde in de verfilming zei dat hij Kemp speelde als een jonge Raoul Duke die nog op zoek was naar zijn stem.

Thompson’s kracht als schrijver ligt vooral in het typeren van groepen mensen, tijdsbeelden en plaatsen. Dat doet hij uitstekend in het uiterst sfeervolle ‘The Rum Diary’. Ik kreeg heel sterk de neiging om Al’s Backyard op te zoeken en me te buiten te gaan aan rum, bier, sigaretten en hamburgers.

Thompson’s legendarische humor is ook al regelmatig aanwezig en doet soms denken aan de paranoia hilariteit van ‘Fear and Loathing in Las Vegas’, zoals in de volgende passage; ‘We spend the next six hours in a tiny concrete cell with about twenty Puerto Ricans. We couldn’t sit down because they had pissed all over the floor, so we stood in the middle of the room, giving out cigarettes like representatives of the Red Cross. They were a dangerous-looking lot. Some were drunk and others seemed crazy. I felt safe as long as we could supply them with cigarettes, but I wondered what would happen when we ran out. The guard solved this problem for us, at a nickel a cigarette. Each time we wanted one for ourselves we had to buy twenty – one for every man in the cell.’

De verfilming van ‘The Rum Diary’ heeft net als de boekuitgave lang op zich laten wachten. In 2000 werd een poging gedaan om het project van de grond te krijgen met Johnny Depp en Nick Nolte. De poging mislukte en de toen nog levende Thompson schreef een woedende brief naar de productiefirma en noemde het project een ‘waterhead fuckaround’. Een tweede poging tot verfilming in 2002 mislukte eveneens en uiteindelijk ging de productie pas in 2009 – na de dood van Thompson in 2005 – van start met Bruce Robinson (‘Withnail and I’) als regisseur. De film kwam in 2011 uit en kreeg gemengde kritieken. Een opvallend verschil met het boek is de integratie van de karakters Sanderson en Yeamon. Ook legt de desperate krantenuitgever Lotterman in de film niet het loodje aan het einde van het verhaal in tegenstelling tot het boek.

Wordt binnenkort vervolgd met een beschrijving van Hunter S. Thompson’s tweede boek ‘Hell’s Angels’.

Icon 11 - Bird