Paul McCartney’s Begrafenis

The Beatles, vooral John Lennon, stoorden zich vaak aan journalisten die op het bizarre af zochten naar betekenis in hun songteksten. Vaak was die er helemaal niet. Lennon en McCartney bedachten bij het schrijven meestal gewoon woordcombinaties en uitdrukkingen die mooi klonken en intrigeerden, maar betekenis? Lennon schreef het liedje Glass Onion over de obsessie van fans en journalisten met het ontdekken van verborgen boodschappen in hun liedjes (‘The Walrus is Paul’).

Een van de bekendste Beatles geruchten was dat Paul in 1966 zou zijn overleden in een auto-ongeluk en sindsdien zou zijn vervangen door een nieuwe Beatle. Dit gerucht ontstond in 1969 nadat verslaggever Fred LaBour van The Michigan Daily een opsomming gaf van aanwijzingen die op diverse Beatles albums te vinden zou zijn. Zo begon een obsessie onder Beatles-fans met de zoektocht naar aanwijzingen die dit bizarre verhaal ondersteunden.

Bijvoorbeeld, in de film ‘Magical Mystery Tour‘, bij het vertolken van Your mother should know, hebben alle Beatles een rode roos in hun witte pak gestoken, behalve Paul: hij draagt een zwarte roos. En op het einde van Strawberry Fields Forever lijkt John “I buried Paul” te zeggen. John Lennon verklaarde achteraf echter dat hij “Cranberry sauce” zei.

Er zijn talloze andere aanwijzingen voor de dood en vervanging van Paul. Onzin natuurlijk, maar de beroemde cover van Abbey Road, het album uit 1969 dat LaBour in zijn artikel eigenlijk moest recenseren, is wel degelijk symbolisch.

Het is een begrafenisstoet. John loopt voorop in het wit als een heilig figuur of God zelf. Daarachter loopt een plechtige Ringo die de kistdrager of begrafenisondernemer moet voorstellen. En dan komt de overledene: Paul. Het valt niet te ontkennen dat hij er wat zombie-achtig bijloopt op blote voeten, een niet gefocuste blik, een sigaret (‘coffin nail’) in zijn rechterhand (terwijl hij links is) en uit de pas lopend met de andere Beatles. De stoet wordt afgesloten door George die denim draagt: juist, hij symboliseert de doodgraver in zijn werkkleren.

Paul ontkende, zoals gewoonlijk, dat er enige waarheid schuilde in dit verhaal. De outfits en volgorde zouden toeval zijn geweest. Hmmmm, ik weet niet. Normaal ben ik niet zo’n complotdenker rond The Beatles, maar ik heb de laatste tijd teveel over symboliek gelezen om dit als toeval te kunnen beschouwen.

Aan de andere kant was het verhaal van Paul geloofwaardig; de fotoshoot voor Abbey Road gebeurde vrij spontaan en de kleren hadden ze niet eens zelf uitgezocht. Bovendien, als je symboliek gaat interpreteren: John loopt voorop in het wit; de kleur van de dood in Oud-Egypte en veel Aziatische culturen. John zou de eerste Beatle worden die de reis naar de andere wereld zou maken. Toeval?

Gelukkig leefde Paul in 1969 nog wel en was de echte tragedie van Abbey Road dat het het laatst opgenomen Beatles album zou blijken. Dit werd gesymboliseerd door de scheur door de naam ‘Beatles’ op de achterzijde…

Ook toeval dat het laatste nummer The End heet?

Het basisrecht om niet in armoede te leven

De TED-talk van Rutger Bregman werd afgelopen week door INC.com gekozen als een van de 9 meest inspirerende TEDs van afgelopen jaar. Terecht. Zijn betoog voor een universeel basisinkomen is compleet overtuigend; het is rechtvaardig, leidt niet tot lethargie maar juist tot meer ondernemerschap, en we kunnen het makkelijk betalen zolang we het als negatieve inkomstenbelasting invoeren.

Op welke manier je er ook naar kijkt; dit is een geweldig goed idee. Maar hoe krijg je dit voor elkaar in een wereld waar iedereen probeert vast te houden aan verworven rechten en belangen? Evolutie is het enige antwoord. De nieuwe generaties zullen de common sense hopelijk inzien van dit idee en het langzaam realiteit maken. De arbeidsmarkt als enige verdeler van welvaart gaat hem niet meer worden in de 21ste eeuw.

Sinds het jaar 2000 zijn er o banen bijgekomen in de VS, maar de bevolking is wel met 38 miljoen inwoners gegroeid. En de armoede in dit ultrarijke land levert niet alleen bittere ellende op, maar kost ook heel veel geld. Het minder individualistische Europa gaat langzaam ook deze kant door de onstuitbare opmars van technologie. Een onvoorwaardelijk basisinkomen is echt een no brainer, maar hoe mooi het idee ook is, kan het ooit realiteit worden? Kijk het filmpje om Rutger’s geweldige antwoord te horen hierop:

LENNONYC

Wat is er na The Beatles? Deze documentaire beantwoordt deze vraag voor ex-Beatle John Lennon. Het antwoord: New York City waar John na het uit elkaar gaan van The Beatles in 1969 ging wonen met zijn vrouw Yoko Ono.

John dook hier al weer snel de studio’s waar hij een aantal bijzondere muzikale prestaties afleverde. Iedereen kent het fabuleuze ‘Imagine’, maar hij schreef ook liedjes als ‘Woman is the Nigger of the World’ over de positie van vrouwen in die tijd (en die wat mij betreft nog steeds belabberd is).

Ook sloten hij en Ono zich aan bij de activistenbeweging die was opgestaan tegen de oorlogszuchtige regeringen van die tijd.

Toen Lennon en Ono ‘John Sinclair’ speelde voor een jongen die tot tien jaar cel was veroordeeld voor het bezit van twee joints werd Sinclair vrijgelaten. Toen wisten de activisten het zeker: John Lennon moeten we in ons kamp hebben. Hij kan miljoenen mensen bereiken. Ze wilden wereldvrede en dachten dit te kunnen bereiken. Alles leek toen mogelijk.

Maar Richard Nixon wilde de ex-Beatle het land uithebben en daarvoor gebruikte hij een oude veroordeling voor hasj-bezit. De strategie die John hanteerde om in de VS te blijven was het geven van benefietconcerten.

Toen Nixon werd herkozen in 1972 ging Lennon in de depressieve bui die daarop volgde vreemd. Ono kickte hem er toen uit en John ging naar L.A. waar hij met een groep vrienden, zoals Keith Moon en Harry Nilsson, van het leven genoot. Ook Ringo Starr en Paul McCartney kwamen langs en ze waren weer vrienden als vanouds.

Maar John leverde nog steeds gevechten tegen zijn eigen demonen. Hij dronk veel en gebruikte veel drugs en de reden daarvoor was, volgens zijn vrienden, dat hij diep van binnen niet gelukkig was.

Hij schreef ook in zijn tijd in L.A. mooie muziek met het album ‘Mind Games’ als hoogtepunt. In 1973, na ‘Mind Games’ begon hij met beroemd producer Phil Spector aan een rock & roll album. De opnamen werden een gekkenhuis met 28 doorgedraaide muzikanten. John dronk steeds meer en kreeg ruzie met Spector. Een vriend van hem belde Yoko Ono en zei; ‘je moet komen. Hij drinkt zich dood.’

Maar Yoko kwam niet en John bleef drinken. Steeds als hij heel dronken werd riep hij Yoko’s naam. “Ik had iemand nodig die van me hield”, aldus Lennon die op jonge leeftijd zijn moeder Julia verloor. In deze dronken periode werd hij één keer bijna door een menigte opgezwollen. Twee vrienden konden hem nog net op tijd in een auto gooien.

Uiteindelijk keerde hij toch terug in New York, waar hij een song deed met Elton John samen. Het werd een nummer 1 hit. (‘Whatever Gets You Thru the Night’). Vervolgens trad Lennon op als gastartiest bij een concert van Elton John (zijn laatste live optreden) en kreeg hij de grootste ovatie die misschien wel ooit iemand gehad heeft. “Het leek op een aardbeving”, aldus Elton John. En toen kwam hij weer bij Yoko Ono terug…

Kort daarop gebeurde twee fijne dingen in zijn leven; hij kreeg een verblijfsvergunning en een zoontje Sean. Hij besloot het rustiger aan te gaan doen. In de woorden van Ono: “Hij had de hele wereld afgereisd en vond dat hij nu met pensioen kon gaan en een lieve papa kon worden.”

In 1980 – hét jaar – werkte hij met Ono samen aan de ‘Double Fantasy’ sessies. Hij zong hierin hoe hij zich echt voelde en het was dit keer geen drugs en rock & roll meer. John Lennon was een oprecht artiest. Hij was altijd eerlijk, soms op het botte af. Ook nu zijn leven minder rock & roll was durfde hij dat te uiten. Hij was terug bij zijn vrouw, had een kind en alles was goed…

Het defecte management control system van de maffia

Lees ook:
De maffiaboeken van Nicholas Pileggi – Deel 1: Wiseguy: Life in a Mafia Family
De maffiaboeken van Nicholas Pileggi – Deel 2: Casino: Love and Honor in Las Vegas

Waarom gaat het altijd mis met gezworen maffialeden? Waarom kunnen ze niet gewoon hun mond houden en hun tijd uitzitten als ze gepakt worden? Sommige kunnen het wel: John Gotti bijvoorbeeld. Maar er zijn ook talloze ratten die hun familie verraden om hun eigen hachje te redden. De bekendste zijn Henry Hill, Joseph Valachi en Sammy ‘the Bull’ Gravano (die John Gotti levenslang bezorgde). De reden is dat het strakke managementsysteem van de maffia zich regelmatig tegen de organisatie keert.

In 1991 werd Alphonse ‘Little Al’ D’Arco – ‘made member’ en zelfs enige tijd ‘acting boss’ van de Luchese familie – bijna geliquideerd in een hotelkamer. Hij wist te ontkomen en besloot kort daarna getuige te worden voor de FBI. Hij was het lid met de hoogste rank binnen de maffia ooit die getuige voor de overheid werd. In 2013 verscheen het boek ‘The Life of Little Al D’Arco, the Man Who Brought Down the Mafia’ van Jerry Capeci en Tom Robbins over het leven van D’Arco.

D’Arco geloofde in de maffia; het bezorgde hem een inkomen en bovenal respect. In ‘Mob Boss’ beschrijft hij hoe hij na een lange loopbaan eindelijk officieel lid werd gemaakt van de Luchese familie. De ceremonie is al vaak beschreven: het mes en pistool op tafel, een prik in de vinger en het bloed van de ingewijde op de kaart van een heilige. Deze kaart wordt vervolgens verbrand en de leider van de familie zegt; ‘als je ons verraad zal je ziel eeuwig in de hel branden, zoals deze kaart’. Ook wordt duidelijk gemaakt dat de maffiafamilie voor alles komt, inclusief je eigen gezin. Dit lijkt een slechte deal, maar er komen ook voordelen met het lidmaatschap: andere criminelen kunnen niet meer aan je bezittingen komen; wat van jou is, is nu echt van jou.

Natuurlijk kunnen gemaakte leden van de maffia ook vermoord worden als ze de regels overtreden. D’Arco had hier begrip voor, al was hij het niet altijd eens met de manier waarop het ging. Zo was hij er getuige van dat gangster Tommy de Simone (in GoodFellas legendarisch neergezet door Joe Pesci) een bar binnenkwam helemaal in mooie kleding gestoken. Hij dacht dat hij gemaakt ging worden. Kort daarna zag hij hem in een pizzeria met twee ‘vrienden’. Het zou zijn laatste avondmaal worden. Ook al had DeSimone de regels gebroken (een made guy vermoord) vond D’Arco dit disrespectvol. “Ze zeggen dat ze hem gaan maken en ze whacken hem.”

Maar moord is soms nodig om het strakke regime van de maffia in stand te houden. Problemen ontstaan als het middel onnodig wordt ingezet. En dat is waar het misging in de Luchese familie en bij andere maffiafamilies. De baas en onderbaas van de familie – Vittorio ‘Little Vic’ Amuso en Anthony ‘Gaspipe’ Casso (ja, alle maffialeden hebben bijnamen) – werden gezocht voor een grootschalige bouwfraude en moesten onderduiken. Ze stelden D’Arco aan als tijdelijk leider. Het duurde niet lang voor het eerste moordcontract binnenkwam. Er zouden er vele volgen in korte tijd. De slachtoffers waren meestal andere leden die ervan beschuldigd werden verrader te zijn. D’Arco liet de contracten uitvoeren, maar begon steeds meer twijfel te krijgen bij de legitimiteit van de opdrachten. Toen werd hij er zelf van beschuldigd rat te zijn en had hij geen keuze om onder te duiken.

Wanneer je er als organisatie zulke extreme regels op na houdt is de ‘tone at the top’ nog belangrijker dan normaal. Bazen, zoals Paul Castellano, die hun mannen drugshandel verbieden, maar er zelf rijk van worden vragen erom dat hun manschappen gaan muiten.

Door deze hiërarchische machtsstructuur voort te blijven zetten heeft de maffia in de Verenigde Staten flink veel macht moeten inleveren. In de tijd voor Lucky Luciano (jaren 50’) – onder de oude ‘Mustache Pete’s’ (Siciliaanse bazen die de connectie met de oorspronkelijke maffia op Sicilië bleven onderhouden – werkte het nog. Toen kwam Luciano met de oprichting van de commissie en brak de glorietijd voor de Amerikaanse maffia pas echt aan. Maar door hebzucht begonnen de oude maffiawaarden in rap tempo af te brokkelen. In de jaren 70’s werden de boeken gesloten en namen de bazen lange tijd geen nieuwe leden aan omdat ze dan hun inkomsten dan met meer leden zouden moeten delen. Deze manier van denken heeft de maffia pas echt de das omgedaan.

Is het tijd voor een nieuw ‘losser’ maffia organisatiemodel voor de 21ste eeuw? Daar is het al veel te laat voor. De maffia had al veel eerder moeten veranderen hadden ze onderdeel van deze eeuw willen uitmaken. De macht die ze ooit hadden krijgen ze nooit meer terug. Dit is een les voor ondernemingen: organisaties bestaan uit niets anders dan het geloof van de mensen die er werken. Verliezen ze hun geloof, dan verliest de organisatie zijn macht.