De ethiek van onze tijd

Nu we steeds meer algoritmes gaan gebruiken in organisaties, wordt het belangrijker nog beter te gaan kijken naar onze vooroordelen. Anders zullen deze zeker hun weg vinden in bedrijfsprocessen waar vooral de mensen last van zullen krijgen die het al moeilijk hebben. Dat betoogt voormalig Wall Street wiskundige Cathy O’Neil in haar boek Weapons of Math Destruction.

Deze wiskundige massavernietigingswapens, afgekort WMD’s, zijn in feite slechte veronderstellingen gemaskeerd door wiskunde. WMD’s kunnen grote schade aanrichten en verbeteren zichzelf niet middels feedback. Een doodzonde voor ieder algoritme.

Wiskundige modellen proberen de realiteit na te bootsen. Een heel simpel algoritme zit bijvoorbeeld in een rookmelder. Als er rook is, zal er waarschijnlijk brand zijn, dus gaat het alarm af. Dit kun je niet toepassen op mensen. Ooit een grote schuld gehad? Dan ben je een risico en een klaploper. Banken willen je geen hypotheek geven en HR-afdelingen willen je geen baan aanbieden. WMD’s reduceren mensen tot statistische getallen. Zelfs als ze het regelmatig goed hebben, vallen er gegarandeerd slachtoffers.

Een overwegend positief voorbeeld van het gebruik van algoritmes is Moneyball: het inzetten van sportstatistieken om honkbalspelers aan te kopen en teams samen te stellen. Dit is positief omdat het transparant is en iedereen weet wat er gemeten wordt en hoe dit geïnterpreteerd wordt. Bovendien is er gigantisch veel data beschikbaar. Wat Amazon doet, ontdekken wat hun klanten beweegt, kan ook door de beugel als commerciële toepassing omdat het algoritme continu leert en er geen mensen worden uitgesloten.

Slechte algoritmes delen ons in in groepjes ‘mensen zoals ons’, maar niemand weet goed waarom. Vervolgens worden op basis daarvan beslissingen gemaakt, zoals hoeveel we moeten betalen voor een autoverzekering, welke roofdier-advertenties we te zien krijgen en hoe waarschijnlijk het is dat we een crimineel zijn.

We moeten deze modellen leren herkennen. Niet alleen de data-wetenschappers, maar iedereen die zakelijk gebruik maakt van algoritmes voor processen en beslissingen. Anders creëren we mogelijk een poverty trap waarvan het herstel tientallen jaren kan gaan duren. Vrije markten gaan het probleem niet oplossen, alleen meer bewustzijn kan dat doen.

Prototypes op de werkvloer: De IT’er

Ik mis The Office US, misschien wel de grappigste serie ooit gemaakt. Gelukkig kan ik ook lachen om de werkelijkheid. De serie werkte zo goed omdat het de absurditeit van de werkelijkheid wist uit te vergroten. De personages zijn echt. En ik hoef maar de kantoortuin van mijn werk in te staren en ik zie ze zitten. Deze ‘personages’ zijn ook heel echt en regelmatig ook hilarisch. Je kent ze wel: de veel te extraverte en luidruchtige sales collega’s. Altijd aan het opscheppen over wat ze allemaal gepresteerd hebben. Of de journalisten: hun vingers en tanden geel van het shag roken en altijd ruzie met collega’s omdat ze zo stronteigenwijs zijn. De manager die professionals stoort omdat hij geweldige ideeën heeft hoe het allemaal beter kan, alleen komt er nooit wat van terecht. En dan is er natuurlijk de IT’er. Voor dit prototype hoef je niet verder te kijken dan deze mail van mijn zeer gewaardeerde collega Niels:

Collega’s,

Vanaf vrijdag verwelkomen we een nieuwe collega bij IT: Arnold de Xxxxxxxxx.

Arnold heeft 3+ jaar ervaring als Software Developer en hij gaat ons ondersteunen in de dagelijkse werkzaamheden.

Voor de (star-)trekkies in kantoor, hij spreekt ook Klingon. “majQa’ Arnold” = Klingon voor “Welkom Arnold” 😀


Inmiddels 5 developers in ons team

Het zijn dit soort geweldige collega’s die zorgen voor de dagelijkse reminder: er is genoeg hilariteit te vinden in de alledaagse realiteit.