Beste ondernemer, mooi product, maar hoe zit het met je business model?

In de jaren van de crisis zijn er veel nieuwe ondernemers ontstaan. Immers, de arbeidsmarkt biedt minder carrièrekansen dan voor 2008, en veel mensen dromen er al lange tijd van om iets voor zichzelf te doen. Als je niet meer aan de bak komt, waarom dan niet ondernemer worden? Dan heb ik het niet over ZZP’ers, maar echt over ondernemers die iets anders dan zichzelf aanbieden: een product of een dienst.

Op zich prima natuurlijk. Ondernemerschap is een vaardigheid die je zeker – tot op bepaalde hoogte – kunt leren mits je bestand bent tegen een stootje, want de weg naar succes is lang en bestaat uit veel vallen en opstaan. Als je succesvol bent is het die moeite dubbel en dwars waard, en zelfs als je faalt. Maar het ondernemerschap brengt – zeker in deze tijd – ook een hele grote uitdaging met zich mee….

Een ondernemer begint vaak bij een idee voor een product of dienst. Dit kan een innovatieve vervanging betreffen voor een reeds bestaand product, of iets volledig nieuws. In de Business 2 Business (B2B) markt omvat het product vaak kennis of software (of een combinatie). In de consumentenmarkt kan het van alles en nog wat omvatten: van apps, tot fast moving consumer goods, tot financiële dienstverlening.

De uitdaging zit hem vaak niet in het product, omdat het juist het enthousiasme van de ondernemer is dat het bedrijf en onderliggende producten/diensten in de eerste plaats tot leven heeft gewekt. Het probleem begint vaak daarna, want als het product klaar is, komt de grote vraag ‘wat nu?’

Ondernemers moeten alles zelf doen, want ze hebben nog geen omzet om specialisten in te huren. Marketing, sales, financiën, noem maar op. Allemaal verdomd lastig als je geen ervaring hebt in die gebieden. Calculeer dat in wanneer je een onderneming begint en maak er voldoende tijd voor vrij. Je kunt geen van deze gebieden negeren en je alleen maar bezig houden met het primaire proces (= maken / leveren van je product of dienst).

Waar ondernemers in mijn ervaring het vaakst onvoldoende aandacht aan besteden is hun business model. Je product kan nog zo grensverleggend cool zijn, mensen moeten het wel kopen. Waar en hoe gaat die ruil tussen geld en product/dienst plaatsvinden?

Business Model

In de markt waarin ik zelf actief ben – de B2B markt – worden diensten vaak aangeboden via een webportal. Dat kan, maar hoe gaan je prospectieve klanten daar komen? Via Google? Dan zul je flink moeten investeren in Search Engine Optimisation (SEO). Via partnerwebsites? Dan zul je tijdig contacten moeten leggen met de juiste partijen en met een verdomd goede waardepropositie op de proppen moeten komen om hen aan je te binden.

Niet dat veel aandacht besteden aan je product verkeerd is. Integendeel, het is hartstikke noodzakelijk, want je wilt vanuit strategisch oogpunt iets kunnen aanbieden dat moeilijk kopiërbaar is door anderen. Maar veronderstel niet dat het zich vanzelf zal verkopen, want zelf de beste producten doen dat niet. Apple is niet alleen een meester in het vervaardigen van producten, maar ook in supply chain management.

Een goede exercitie tijdens het bedenken van je waardepropositie is het invullen van het Business Model Canvas van Alexander Osterwalder en Yves Pigneur. Succes. En houd deze uitspraak van Nelson Mandela in je hoofd: ‘The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams.’ Geef nooit op!!

Advertenties

Nieuw businessmodel nodig voor daklozenkrant

Ze stond buiten de Albert Heijn in Alkmaar. Een jonge vrouw wiens leeftijd ik moeilijk kon inschatten. 30? Ik weet niet, maar ze verkocht daklozenkranten en daar was ze in ieder geval veel te jong voor. Ze begroette alle mensen die naar binnen liepen met een glimlach. Mij ook. Op haar gezicht las ik iets van hoop. Er zou toch zeker weer een betere tijd aanbreken? leek ze wel te denken. Toen ik 10 minuten later naar buiten kwam was haar uitdrukking veranderd in triestheid. Geen hoop meer. Geen vooruitzichten. Het ellendige verleden had haar ingehaald en haar vertrouwen in de maatschappij was tot een dieptepunt gezakt. Zoals altijd had ik haast, en geen kleingeld bovendien, dus liep ik naar mijn auto.

Een tijdje terug sprak ik een expert in Turnaround Management die bedrijven in nood helpt. Turnaround Management draait om het afwenden van discontinuïteit. Ondernemingen moeten met hun tijd mee veranderen, anders gaan ze kopje onder. Denk maar aan de reiswereld in de tijd dat het internet opkwam. Of de retail. Nieuwe tijden vragen om aanpassingen in je businessmodel. Zodra de klantvraag uitvalt, is dat een zeer belangrijk alarmsignaal dat je in gevaar verkeerd.

Daar moest ik aan denken toen ik wegliep bij die arme jonge vrouw met haar daklozenkrant. Ik kan me niet voorstellen dat zij niet met grote vraaguitval te kampen heeft. Het is crisis en mensen letten enorm op de kleintjes. Mensen moeten harder werken, dus hebben minder tijd om te lezen. Als ze al tijd hebben om te lezen, kiezen ze voor bladen die hun eerste voorkeur hebben. Op internet kunnen ze bovendien steeds meer gratis lezen, dus zijn ze minder bereid te betalen voor content. Bovendien hebben mensen minder vaak contant geld op zak. Het is heel goed mogelijk dat over 10 jaar contant geld helemaal verdwenen is. Kortom, een hoop samenhangende problemen die van de daklozenkrantverkoop een noodleidende sector maken.

Een blik in het jaarverslag van Z! (uitgever van de Amsterdamse Daklozenkrant) leert dat deze organisatie inderdaad in zwaar weer verkeerd. ‘De stichting ontvangt geen structurele subsidies en is voor de continuïteit voor een groot deel afhankelijk van de verkoop van de krant (en advertenties). Die verkoop daalt echter geleidelijk maar gestaag, waardoor het eigen vermogen van de stichting sinds 2007 meer dan gehalveerd is’, aldus het jaarverslag. Voorlopig is de krant echter gered door een cashinjectie van een miljonair, maar van een structurele oplossing is geen sprake.

Daklozenkrant

Hoe zou je vanuit de turnaround gedachte het tij kunnen keren? Een succesvolle turnaround kenmerkt zich door het creëren van nieuw perspectief. Het eerste wat ik zou aanpakken is het product. Als mensen niet meer bereid zijn te betalen voor de daklozenkrant moet je bedenken waar ze wel voor willen betalen. Voor een gewone krant bijvoorbeeld – Het Parool, de Volkskrant of het NRC. De daklozenkrant zou kunnen functioneren als extra distributiekanaal voor de grote kranten. De daklozenkrant zelf (een verkorte versie om de kosten te drukken) kan als supplement toegevoegd worden.

Voor de krant kan een meerprijs gevraagd worden voor de service. Immers, die 2 euro voor een daklozenkrant betaal je ook niet voor het product, maar om iemand een steuntje in de rug te geven. Laten we dus zeggen dat je een euro toevoegt aan de normale verkoopprijs. Voor de deelnemende kranten kan dit een optie zijn om de losse verkoop een boost te geven. Ook de kranten verkeren zoals bekend in zwaar weer.

Ten tweede moet het contante geldissue aangepakt worden, want je moet wel de kans hebben te kunnen betalen en contant geld is minder beschikbaar. Stel mensen dus in staat per mobiel te betalen. Door een SMS te zenden naar een bepaald nummer met een locatiecode erbij kun je het afrekenprobleem de rek omdraaien. Of geef de daklozenverkopers een mobiel pinapparaat mee.

Zijn met deze suggesties de problemen opgelost? Zeker niet. Maar niets doen en wachten tot er misschien nog een geldinjectie komt is wachten op het einde. Er moet nieuw perspectief gecreëerd worden. Heeft u suggesties? Laat het gerust weten.

Geld verdienen in de journalistiek

‘In de journalistiek valt geen reet meer te verdienen’, is een stelling die ik regelmatig hoor. Men stelt vaak dit dat komt door de komst van internet, maar ik vraag me af of het ooit anders in geweest. De meeste schrijvers/journalisten zijn nu eenmaal arme sloebers, of ze nu werken voor kranten, bladen, of proberen eigen werk (boeken) te slijten. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met een biografisch stuk over Hunter S. Thompson, een briljant schrijver, maar ook hij had grote moeite om zijn eerste boeken gepubliceerd te krijgen. Ook later in zijn carrière, toen hij een gevestigd auteur was, had hij nog te maken met gebrek aan funding. De meeste uitgevers zijn ook vaak ondernemingen die grote moeite hebben overeind te blijven. Ze hopen een bestseller uit te brengen waarmee ze hun verliesgevende projecten kunnen financieren.

Traditioneel, zijn er twee manieren om geld te verdienen aan content; adverteerders die zich willen associëren met de titel en/of de inhoud en gebruikers die willen betalen voor het consumeren van de content. In deze nieuwe tijd is er wel wat veranderd aan het uitgavenpatroon van beide groepen. Mijn stelling is dat er met het juiste model nog altijd wat te verdienen valt. Laten we hier naar kijken…

Het bedrijf waar ik momenteel voor werk – Alex van Groningen – is geen traditioneel mediabedrijf, maar de mediatak is er later bijgekomen. Het bedrijf richt zich op financiële professionals (CFO’s, controllers, finance managers, fusie & overname specialisten) met trainingen en communities (o.a. congressen, award shows & netwerkborrels). In het aanbieden van communities is Alex van Groningen een absolute voorloper.

De jaarlijkse CFO Day

De jaarlijkse CFO Day

Het doel van het opzetten van de mediatak (CxO Media) was tweeledig. Ten eerste is het bedrijf een echte ‘bereikboer’, die miljoenen folders het land in stuurt om voldoende klanten te werven voor de trainingen en opleidingen. Voor een dergelijk bedrijf is een eigen distributiekanaal natuurlijk fantastisch voor de promotie van activiteiten die het bedrijf organiseert.

Het tweede doel was het genereren van directe inkomsten, enerzijds via adverteerders en voor sommige bladen via betalende abonnees. Een goed model, maar in de huidige tijd zijn er twee problemen mee. 1.) Lezers willen het type vakcontent dat in de bladen te vinden is gratis kunnen lezen via internet of print (cc distributie). 2.) Advertentie-inkomsten lopen terug. Deels door de crisis, maar het is duidelijk dat ook de voorkeuren van adverteerders veranderen.

De onderneming heeft een mooie oplossing gevonden voor deze uitdagingen. Via het aanbieden van een lidmaatschap van verschillende communities (CFO Association, FM Club & M&A Community), betaal je als ‘gebruiker’ niet langer voor puur het ontvangen van de bladen, maar om aanwezig te mogen zijn op clubevents en netwerkborrels. Hetzelfde geldt voor adverteerders die nu als gastheer op de borrels kunnen zijn en direct leden van hun doelgroep kunnen ontmoeten. Niet langer plat adverteren dus, maar netwerken.

Adverteerders zijn bereid hier voor te betalen en gebruikers ook. Alex van Groningen kon dit model relatief makkelijk implementeren omdat het bedrijf reeds actief was in de community business. Wat nieuw is, is het betaalde lidmaatschap. Eerst konden leden van de doelgroep al gratis komen op grote gesponsorde evenementen zoals CFO Day. Dat kan nog steeds, maar nu zijn er vele netwerkborrels bij gekomen en het kost contributie om hier aanwezig te mogen zijn. Dit model – het koppelen van een titel aan een club of community – kan kleine vakuitgevers in leven houden, maar ook kranten zouden er hun voordeel mee kunnen doen.

Dan is er nog de vraag of mensen bereid zijn te betalen puur voor content. Ik denk voor sommige vormen wel. Ik ben momenteel bezig met een uitgebreide feature over James Bond, bestaande uit lijstjes met de beste Bond-slechteriken, Bond Girls, gadgets, voortuigen, et cetera. Precies het type content dat in bakken gratis op het internet te vinden is. Net als mijn Hunter S. Thompson serie typische Wiki-content is, waar je geen rooie cent mee kan verdienen. Maar dat maakt niet uit, want ik doe het uit passie. Aanbieders van deze typen content, zoals veel bladen, moeten serieus gaan nadenken over hoe ze kunnen concurreren met alle gratis aanbieders die op het internet te vinden zijn.

Afgelopen week las ik op de website van Het Financieele Dagblad over een nieuwe uitgeverij genaamd Forfor. Deze uitgeverij geeft tientallen bestaande journalistieke werken opnieuw uit, maar dan digitaal, als e-boek, voor een prijs van 4,99 euro. Fosfor heeft op dit moment zestig eerder verschenen, maar niet meer leverbare journalistieke werken in zijn fonds. De uitgeverij denkt daarmee ook een lezersgroep te kunnen interesseren die nu niet wordt bereikt: jongere consumenten die de klassieke werken niet kennen en weinig boeken op papier lezen. ‘Deze zogenoemde digital natives zijn opgegroeid met digitale technologie’, aldus medeoprichter Evert Nieuwenhuis. ‘Er wordt wel beweerd dat zij niet voor digitale content willen betalen, maar het blijkt dat ze daartoe wel degelijk bereid zijn als je ze bedient, zoals ze gewend zijn om te worden bediend.’

Ik denk dat hij helemaal gelijk heeft. Neem Hunter S. Thompson, ik zou er veel geld voor willen betalen om de e-versie te downloaden van de twee edities van Rolling Stone Magazine uit 1971, waarin zijn meesterwerk Fear and Loathing in Las Vegas te lezen is. Maar toegang tot het archief hebben alleen abonnees van het blad. Daarnaast moet je voor de iPad zelfs een apart lidmaatschap nemen, zelf als je abonnee bent van het geprinte magazine. Gemiste kans voor Rolling Stone.

Rolling Stone Magazine

Conclusie: er valt nog wel degelijk geld te verdienen met journalistiek alleen de vorm vereist de nodige aanpassing. Zowel adverteerders als gebruikers hebben andere voorkeuren. Bedien ze zoals ze dat fijn vinden en je kunt ook in deze tijd succesvol zijn als uitgever en journalist.