Memorabele ontmoetingen op het festivalcircuit

Voor Ludo

Kort geleden vierde ik mijn vijfjarig jubileum bij de moderne uitgeverij Alex van Groningen. Vijf jaar. Dat had ik niet verwacht toen ik begon. Maar dat kwam omdat ik eigenlijk geen idee had wat ik carrièretechnisch met mijn leven moest op dat punt. Inmiddels vind ik het vak redacteur het mooiste vak ter wereld. Het onderwerp financieel management is me ook bijzonder gaan fascineren. Schrijven is gewoon gaaf en eigenlijk maakt het me geen moer uit waarover. Als ik maar mensen kan inspireren…

Mijn carrière als redacteur begon in 2006 op het International Film Festival Rotterdam. In de aanloop naar het festival van 2007 moest de filmcatalogus samengesteld worden, en mocht ik internationale filmmakers achter hun reet aanzitten om tijdig hun spullen aan te leveren. Zelf schreef ik vooral biografietjes, maar soms ook filmbeschrijvingen, zoals van een documentaire over Hunter S. Thompson, één van mijn grote inspiratiebronnen. Ik deed toen nog zo’n 8 uur over zo’n tekst van 500 woorden. Inmiddels gaat dat een stukje sneller.

Het Film Festival was eigenlijk een te toffe baan om betaald voor te krijgen. Het was hard werken en je had nauwelijks nog tijd voor wat anders, maar de sfeer was te gek. Tijdens het festival was er na een dag hard werk, altijd ergens een feestje waar ik met collega’s en gasten (filmmakers en journalisten) tot in de vroege uurtjes kon zuipen en dansen. Dan naar de hotelkamer om een paar uur slaap te pakken en weer aan de slag. Het was een onvergetelijke tijd.

Op één van die avondjes in de club Off Corso stond ik aan de bar bier te bestellen en kwam er een bezopen filmmaker naast me staan. We maakten een dronken praatje en hij stelde zich voor: Blue. Wat een naam: Blue – ik vermoed dat zijn ouders veel naar Joni Mitchell luisterden. Het toeval wilde dat ik Blue van naam al kende; hij was de regisseur van de Hunter S. Thompson documentaire waarvan ik de omschrijving had geschreven. Toen ik hem identificeerde als regisseur van Blasted, was hij zeer vereerd en verbaasd. Hij herkende mijn naam niet, omdat die niet onder de beschrijving stond, maar de naam van de programmeur. Ik had als schaduwschrijver gefungeerd, zoals dat heet. Maar geen probleem. Ik had het met liefde gedaan en Blue merkte op – zonder dat hij wist dat ik de tekst had geschreven – dat hij hem erg goed vond. Dat is nog eens een aanmoediging.

Festival Circuit

De rest van de avond heb ik met Blue doorgebracht. En met zijn vrouw die ook een korte film had draaien op het festival. Blue en ik hadden het vooral over Hunter S. Thompson, die hij nooit ontmoet had, maar wel zijn vrouw Anita. Zijn kennis over Hunter was groot en hij kon er boeiend over vertellen. De vrouw van Blue vroeg of ik ook filmmaker wilde worden, maar daar was ik niet meer zo zeker van. Mijn affiniteit met film was duidelijk, maar in het kiezen van je carrière is het belangrijker om te bedenken met welke acties en handelingen je het liefste de hele dag bezig bent. En daar zat het probleem bij ‘films maken’. Het schrijven van een script heb ik verschillende malen geprobeerd en ervaren als deprimerende nachtmerrie. En van gesprekken met de filmmaker Patrick, die ik op het festival had ontmoet, begreep ik dat hij vooral bezig was het vinden van financiering. Hij was toen al 45 en had nog steeds zijn Grote Film niet gemaakt. Het is nu zeven jaar later en daar is nog niets in veranderd. Ik ben blij met de keuzes die ik gemaakt heb.

Aan het einde van de avond kwam ik Ludo tegen, Ludo van der Kraats. Hij was mijn tolk Frans die ik als Q&A coördinator (mijn rol tijdens het festival na het afronden van de catalogus) kon inzetten om de vraag en antwoord gesprekjes met Franse regisseurs te vertalen. Ludo was een vrolijke rebel, een gozer die je nooit vergeet. In een stukje in De Volkskrant stond hij later eens omschreven als ‘filmer, goochelaar, circusartiest, dj, paardentemmer, levend standbeeld, violist op de Dam, barkeeper, bediende in de Tweede Kamer, en vooral een blijmoedige fantast en verhalenverteller, voor wie iedere dag weer een feest is.’ Ik zou het niet beter kunnen zeggen.

Ludo was wel wat moeilijk te hanteren in het werk. Zo kreeg ik een keer een woedend telefoontje van een vertegenwoordiger van de Franse cinema die vertelde dat Ludo in een Q&A gesprek antwoorden verkeerd had vertaald, zodat de Franse regisseur als een paardenlul over kwam. Hij deed me wat dat betreft wel denken aan mijn festivalvriend Henk-Jan die het jaar daarvoor was ontslagen tijdens het Film Festival. Dat is best knap voor een vrijwilliger die in de festivalvideotheek stond. Henk-Jan had toen hij bij V&D werkte eens de vergelijking gemaakt tussen de V&D leiding en Nazi-Duitsland, vanwege hun deelname aan de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen. Het mooie is dat hij voor straf naar de gaarkeuken werd overgeplaatst, waarmee de leiding zijn vergelijking juist kloppend maakte. Prachtig.

Maar goed, door Ludo’s vrij opgevatte invulling van zijn taak als tolk werd het moeilijker hem in te zetten. Ook al had ik geen werk voor hem, hij kwam dagelijks even binnenlopen op het festivalkantoor voor koffie en een praatje. Ik mocht hem ontzettend graag. Hij was 43 toen hij twee maanden na het festival om het leven kwam in Peru. Een hartstilstand. Ik was geschokt. Na het publiceren van deze blog werd ik gebeld door zijn zoon dat een ayahuasca-trip hem fataal was geworden.

Zoals Ludo in het leven iets heel bijzonders had, was zijn dood ook bijzonder. Ludo was een en al positiviteit en ik denk met een dikke glimlach aan hem terug. Net als een hoop anderen uit die tijd overigens. Maar dat heb ik met deze blog weer een plekje gegeven. En dat is nog iets moois van schrijven, je ordent je gedachten en gevoelens. Ik wil nooit meer wat anders doen.

Jeppe Kleijngeld

Pusher

Recentelijk verscheen voor het eerst de Pusher trilogie op DVD. Deze films werden al in 1997, 2005 en 2006 vertoond op het International Film Festival Rotterdam, waar ze op veel waardering konden rekenen van de cult/art house crowd.

Het kijken naar een ‘Pusher’ film is een genot voor de zintuigen. Nicolas Winding Refn (recentelijk bekend geworden met ‘Drive’) schetst een schemerige onderwereld waar criminele freaks en losers zich staande moeten zien te houden. De beloning is dat ze leven, maar in de troosteloze milieus waarin ze verkeren is dat nauwelijks een beloning te noemen.

De losjes aan elkaar verbonden films hebben ieder een eigen verhaal. De protagonist is altijd een pusher (drugsdealer) die zijn positie probeert te handhaven in de drugscene van Kopenhagen. Die positie komt dan onder druk te staan door concullega’s of bovenbaasjes, maar bovenal door fouten die de hoofdpersonen maken in hun dagelijkse handelen.

Het geweld is erg gedoseerd waardoor het extra hard binnenkomt wanneer het zich voordoet. In het eerste deel is er een scene met een honkbalknuppel die de kijker lang zal bijblijven en in deel 3 zorgt het wegwerken van een paar lijken voor een grafisch geweldsspectakel.

Ieder deel heeft gemeenschappelijke ‘Pusher’ kwaliteiten die er voor zorgen dat je ze gefascineerd en zonder onderbreking wilt afkijken. Deze kwaliteiten omvatten hypnotiserend camerawerk, montage, geluidsaffecten en een boeiend verhaal. Daarnaast zijn er afzonderlijke elementen die het tot losstaande meesterwerkjes maken. Deel 1 brengt de wanhoop van een crimineel in de penarie geweldig naar voren. Deel 2 is een ijzersterke tragedie met veel psychologische diepgang. Het derde deel combineert keiharde misdaad met zwarte komedie tot een niet te versmaden mix.

De cast verdient ook nog wat woorden van lof. De onbekende hoofdpersoon van deel 1 mist het charismatische van Mads Mikkelsen (deel 2) en Zlatko Buric (deel 3), maar weet de kijker wel in zijn verhaal te zuigen en niet meer los te laten. Mikkelsen, die een paar jaar later internationaal zou doorbreken als bad guy in Bond-film ‘Casino Royale’, is een geweldig acteur die van zijn Tonny een tragisch personage van Shakespeariaanse proporties weet te maken. En Buric is niet minder dan briljant als de Servische gangster Milo.

De ‘Pusher’ trilogie verdient een plek tussen de Europese misdaadmeesterwerken, en de films hebben het in zich als tijdloze klassiekers herkeken te worden.

Crisis!

In 2008 viel de bank Lehman Brothers om en we hadden een wereldwijde financiële crisis, of wel bankencrisis, te pakken. Dit werd gevolgd door een economische recessie en nu zitten we in Europa in een landencrisis. Wat komt hierna? Immers, als we al drie crisissen gehad hebben, waarom dan nu stoppen? Inderdaad; hierna komt een energiecrisis. We gebruiken nu 90 miljoen vaten olie per dag en opkomende landen zoals China gaan steeds meer energie consumeren. De prijs van olie zal dus enorm gaan stijgen, want de oliemaatschappijen kunnen steeds moeilijker voldoen aan de toenemende vraag. Het zal niet lang duren voordat deze vierde crisis begint.

Ik weet nog dat jonge mensen in 2008 geen idee hadden wat ze van de crisis moesten verwachten. Ik zelf ook niet overigens. We hebben toch te eten? We hebben onze banen nog, dus het lijkt in de verste verte niet op het beeld van de grote depressie uit de jaren 30’. Maar inmiddels is het voor bijna iedereen wel voelbaar wat een crisis inhoud. Salarissen zijn bevroren. Er zijn minder vacatures. De overheid gaat miljarden bezuinigen. Alles gaat op de schop. Bijvoorbeeld de kunst en cultuursector. Het Internationale Film Festival Rotterdam, waar ik trouw bezoeker en oud-werknemer ben, stuurde me gisteren bijvoorbeeld een brief. Of ik een donatie wil doen. Ze zijn niet de enige. Verre van.

Europa zit in, wat ze wel noemen The Great Stagnation; een lange periode van lage tot geen economische groei. Deze periode kan wel eens 10 tot 15 jaar gaan duren. Landen en banken moeten herstructureren, wat veel tijd kost, en bedrijven krijgen te maken met nieuwe en sterke competitie uit groeimarkten. Het is niet meer dan logisch; je kunt als land of continent niet blijven groeien. Op een gegeven moment komt er een landing, en dit is in Europa nu gebeurd. Ach, we moeten niet zeiken; we hebben het nog altijd hartstikke goed vergeleken met een heel groot deel van de wereld. Daarnaast is een heel groot voordeel van de crisis dat mensen er creatiever van worden. En dat kunnen we goed gebruiken in een land wat behoorlijk verwend en materialistisch is geworden.

Dus, we kunnen ons opmaken voor een lange periode van economische stilstand! Ik zou er zelf bijna blij van worden. Maar dat gaat misschien wat te ver. Laat ik het erop houden dat back-to-basics een hele heilzame werking kan hebben op de samenleving en het bedrijfsleven. Een vakantie en een iPadje minder kunnen de meeste Nederlanders prima hebben.

The Family That Eats Soil

OT: Ang pamilyang kumakain ng lupa

Director: Khavn De La Cruz
Written by: Khavn De La Kruz
Cast: Carlo Catap, Hamid Eton, Gil Mendoza, Elisabeth Marin

Year / Country: 2004, The Philippines
Running Time: 75 mins.

I caught this gem at the International Film Festival Rotterdam of 2005. This bizarre, underground film follows a Filipino family that – as the title suggests – engages in the eating of a meal of soil. Three times a day.

The film opens with a clay animation of a violent rape and shooting and sets the tone right away. Then we meet the family in question during their first meal, a ritual that will return frequently throughout the film. That aside, we follow the separate family members during their independent activities that include pushing drugs, prostituting and murder.

Surreal images and brutal violence mark this feature by Filipino director Khavn De la Cruz. It has a very underground feel to it, and the splatter and gore violence may be off-putting for some. There is also a lot of symbolism to be found, most notably the soil eating that stands for the strong Filipino family bonds (rooted as the earth), and their agrarian background culture.

Rating:

Biography: Khavn De La Cruz (1973, Manila) is a Pilipino underground director who shoots all of his productions on digital video. He is the founder and president of his own production company Filmless Films, where he produced around 60 shorts and 15 features. De La Cruz is also the director of the MOV International Digital Film Festival, which has so far been held in Manila and Cebu City. Olaf Möller wrote about De la Cruz; ‘he might look like a prankster punk, but in the end he’s also an ass-kicking rebel priest’.

Filmography (a selection): The Twelve (2000), Greaseman (2001, two versions; short & feature), Headless (2004, short), Greaseman (2004, short), Small Ali (2004, short), Barong Brothers (2004, short), The Family That Eats Soil (2004), Amen, a Brown Comedy (2005, short), Can & Slippers (2005, short), Don’t Fall in Love With a Super Hero (2006, short), Waiting for a Super Hero (2006, short), G-String Kings (2006), Our Daily Bread (2006, short), Pornoman (2006, short), Aquaboy (2006, short), Rugby Boys (2006, short), Two Super Heroes Taking a Crap: A Toilet Musical (2006, short), By the Suez Canal (2007, short), Squatterpunk (2007), An Open Letter to All Terrorists in the World (2007, short)